eindelijk
met een gevoed hart
licht ontdekken waar klaarheid
transparantie mogelijkheid biedt
zich volwaardig te hervinden
doet me uit nevelige
weifelingen thuiskomen
zelfverzekerd eigen-zinnig
heel en volledig mezelf
eindelijk
eindelijk
met een gevoed hart
licht ontdekken waar klaarheid
transparantie mogelijkheid biedt
zich volwaardig te hervinden
doet me uit nevelige
weifelingen thuiskomen
zelfverzekerd eigen-zinnig
heel en volledig mezelf
eindelijk
in open ruimtealle rotsvaste
winterdwalingen heb ik
lading na lading
aan de nacht gegeven
om in open ruimte wensdromen
te creëren welke lichtglorend
zich verwennen met prille
voorjaarswervelingen
die mij een uitweg bieden
naar een geloven dat
de toekomst zonneklaar
zal schitteren
die ik vader noemdein de kleine kamer
waar ik duister bang
wachtte op een laatste woord
van de man die ik vader noemde
heb ik enkel mijn stilte als aandenken
bij hem kunnen achterlaten
omdat hij ook dan zichzelf
is blijven verzwijgen
tot warmte ging ritselen
in voorjaarswaarheid
viel er sneeuw naar beneden
dekte de wereld toe
als winterse mijmering
die niet wilde wijken
onsterfelijkheid snerpend
geheim hield
tot warmte weer binnendreef
het herbeleven schichtig
ging ritselen
het weggegooide steentje
wanneer ik zie
hoe het weggegooide steentje
cirkels bloeit
weet ik dat het ooit
terug door een hand
zal gekoesterd worden
openbloeiend
wordt ze zacht
met licht omkleed
streeft ze verrijkend verder
groeiend in haar waarde
openbloeiend als
een wonder
met voldoeningals onhergzaamheid
geen raad met me weet
donker laat gaan
terwijl ik
nog volop leef
zal ik haar
tot doem denken
en begraven
in mijn geest
met voldoening
zitten wachten
tot bloei als
mijn enige waarheid
weerkeert
als wondere beheersing
naar hun schaduw
zijn ze gaan uitgroeien
tot leven stuwend stroomt
met glanzend blad
hun eigenheid oplichten
als wondere beheersing
mijn heuvelland
rijk aanzien geeft
tijdloos
binnen de grenzen
van gevoel
waar schaduwen bezwangerd
van het intieme
een glimp van hoop
stralen
geniet het hart
tijdloos
voleindiging
heb me ingeburgerd
midden een slaap
met dromen
waarin ik
onder een andere zon
die sluiers oplicht
de voleindiging heb ontdek
geluk te scheppen
met handenvol
herbelevende realiteit
immer
de kunde van het memoreren
brengt me steeds weer
naar dat veld
vol klaprozen
waar wij iedere bloem
met zachte vingers aanraken
om ze als vorm van vervoering
in onze ziel op te bergen
tot een immer
bloeiende gelukzaligheid
een verhaal met gaveweet diep in je ziel
liggen woorden te wachten
tot gedachten
ze naar bovenhaalt
als een verhaal met gave
dat hoopt het hart
van toehoorders te raken

wijl een gutsende regen
’t verdriet van de wereld
op mijn venster neerslaat
stormwind het landschap
in gruizel waait
schimmig leven zich met
kwel en kommer verrijkt
zal ik wakker blijven
zorgelijk de kille donkerte
onder ogen zien
middels gerustgesteld
door innerlijk weten dat
warm mijn hart streelt dra
de zon weerkeert
eenig leven
zich een weg zoekend
in zelfgesponnen web
ontdekt ze
eenig leven
als gezelschap
op zoek naar openheidwanneer ik ijsbloemen beadem
die als illusie op de vensters hangen
dan is het om het winterlandschap
met heldere hemel dat muren afbreekt
binnenkamers te halen
begenadigdin het licht van de zon
strooit ze een zondvloed
van kleuren over me heen
zo opzienbarend dat ik
aan haar gehecht raak
met scheppingsdrift mee
dieper ga zoeken naar de parels
op de bodem van de zee
mokt grijzigde hemel mokt grijzig
spartelt tegen
wanneer de zon
door de wolken
wil breken
gunt een
onschuldige dromer
geen kleurrijk verhaal
wil dat hij zichzelf verliest
in het schrale
mijn horizon verruimbang me tussen waarheid
te begeven ben ik naar
de sterren blijven kijken
ze als herinneringen herschikt
tot het pijnlijke is verdwenen
terug vleugels heb gekregen
mijn horizon verruim
winter opruim
lente zonder remming uitdraag
de kracht van zijn

hoe beschrijft
openbloeien
de kracht van zijn
maanden later nog
in wintertijd
op weegs wereldliefde draait
om en om
leven
om onzelf
op weegs wereld
als je mee
met licht en duister
tijd voor lief neemt