witte rozen
zelfs geurverliezend
beroeren zij
weten een plukkende herfst
met schoonheid te misleiden
zich met gratie
de winter in te vlijen
witte rozen
zelfs geurverliezend
beroeren zij
weten een plukkende herfst
met schoonheid te misleiden
zich met gratie
de winter in te vlijen
in kounadat
de laatste oogst
werd binnengehaald
de boer
met zwartheid praat
weet ik dat land
haar winter
nodig heeft
in kou
naar stilte vraagt
wanneer hij waait
als hij zich opricht
stijgt en weer neer
mij zachtjes bespeelt
herademend laat zweven
met tederheid omvangt
vol liefde omarmt
zal ik in volmaakte vrijheid
zijn bezielde dromen meebeleven
laten wij leven
open het raam
en kom slapen
laten wij de nacht delen
het dekbed golfjes spelen
sterren
onze naaktheid strelen
de maan het verlangen
lichtend ontvangen
een ogenblik het middelpunt
van hemel en aarde zijn
met passie zweven
tussen tijd en eeuwigheid
wegzinkend in ellendewanneer een grijze schaduw
de tijd beheerst
snoeit in tengerbloeiende dromen
begraaft leven zich eigenhandig
in doodse dagen
weigert zich omringd te voelen
door nietigheid
mosterdplantjeswist hij veel
door mosterdplantjes
als grondverrijking te zaaien
hij in oktober de verloren zomer
groen terughaalt
tot een witgerijmde morgen
de warme schijn
laat verdwijnen
omdat herfst nu éénmaal
alleen met winter vrijt
genietend van elk nieuw zicht
zoals de pluisjes
van de paardenbloem
laat ik mij zachtjes mee struinen
door de wind
genieten van elk nieuw zicht
de uitdaging
als een avontuur zien
accepteren dat ik eens
ik weet niet wanneer
mijn doel zal bereiken
ons verhaalonder de boom
waar we
een eigen wereld creëerden
begraaf ik
ons verhaal voor later
hopende dat je eens
in realiteit
de brug bouwt naar mijn wereld
om onze toekomst
samen op te graven
al lijkt het een eeuwigheid
nadat ik
in snelle vaart
en zonder peinzen
vele seizoenen
heb doorgereisd
wandel ik nu
even verloren door
een tij van vermoeidheid
die druilerig en vervallen lijkt
en toch zal ik
al lijkt het een eeuwigheid
geheeld door de tijd
mijn pad verder stappen
in tederheid van samenzijnis er iets mooiers
dan wakker te worden
wanneer de zon
in het oosten wordt geboren
de gouden gloed
als zachte adem
onze morgen vindt
wanneer wij nog
in de tederheid
van samenzijn vertoeven
afgeknot zijn groei
afgeknot zijn groei
ontzegd zijn bloei
aan banden gelegd
het leven
men wou hem vergeten
maar hij wortelde verder
steeds dieper en sterker
de ziel van zijn bestaan
zou men nooit
kunnen merken
wist dat rust en zwijgen
in een volgende kringloop
vruchten zouden afwerpen
gebladerte takken
hemelwijd reiken
ons levenswebons levensweb weven wij
met zoveel nieuwe draden
liefdevol spelend
om elkaar heen
om na zoveel tederheid
in samen ontwaken
onze verbondenheid te weten
in één dauwparelend rag

als zij de dag verslaapt
’s nachts in verlaten kilte dwaalt
zoekend naar een lijf
dat telkens als schaduw
langs haar heen glijdt
dan wordt het tijd
dat ze dit leven
de rug toekeert
laat leiden door het licht
naar een nieuw vergezicht
als verdriet tranen praatterwijl ze haar verdriet verzamelt
die eindeloos verspreidt
tranen praat
in stilte om hulp ijlt
blijft hij blind kijken
weet gestadig
grenzen te verleggen
wanneer ze dwalend traag nadert
omdat hij vreest leven
met haar te moeten delen
wonderlijk lichtwonderlijk licht
ik wou dat ik
net als de mist
in morgenfris
kon voelen
hoe je door me ging
met goud doorlijnde
twinkelkleuren
mij open schijnt
naar het nieuwe zijn
de duisternis verlicht
jij zon die onze dag begint
samen
de kracht van samen
die ons door
de jaren leidt
sterkt de drang
naar verbondenheid
blijft
tot het einde
van onze tijd
grijszetelend
in een steeds verder ontdekken
vragen wij ons niet af
waar we thuishoren
dragen immers huis en have
in ons hart mee
en genieten van de wereld
tot wij grijs zetelend
elkaar koesteren en
tussen mooie dingen weten
hij waait geweld
ik maak me klein
in zijn geweld
weet de wereld
is van hem
wanneer hij
schaduw kloont
met overdreven gebaren
kan ik me niet weren
heb geen stem meer
om te spreken
en toch zal hij nooit
iets van mijn innerlijke weten
het eindeloos verlangen
zo lang verstrengeld
en gevangen
het eindeloos verlangen
dat voor bloei
telkens werd terug gesnoeid
tot jij het prille
zo diep in mijn schoot
de ruimte gaf
zich in alle openheid
te ontplooien
de liefdesbron
zo teder zacht hebt aangeboord
dat ik kan geloven
koestering ook
in mijn wereld hoort
hulst
leidt herfst met zijn donkere dagen
naar droefgeestigheid
weet dat de nabijheid van hulst
jouw gevoel omzet
in positiviteit
want hij overheerst
met sterkte en onsterfelijkheid
terwijl anderen van vaalgeel
tot knisperend bruin
in het landschap wegkruipen
2 reacties op dit bericht
Witte rozen
Roger
Witte rozen
Roger