weetgierig
een droomval
in ochtendglans
met flitsende adempauzes
verwaaien me
in de vleugelgedachten
van een net ontpopte vlinder
die weetgierig tracht
naar honingzoete bloei
weetgierigeen droomval
in ochtendglans
met flitsende adempauzes
verwaaien me
in de vleugelgedachten
van een net ontpopte vlinder
die weetgierig tracht
naar honingzoete bloei
met mijn hart voldoor de wondere wendingen
die me als voorbeschikt
beleven beroeren
ben ik met
mijn hart vol
tussenin gaan zitten
zelfs al hoorde mijn hart
vandaag helemaal
niet te kloppen
een blinde vlekschuur in de bast
van de knotwilg
breekt open
tot een diepe glooi
van warm onderkomen
voor vogels die
speels en dartel
de hemel bevolken
zoekend naar een holte
voor een nieuw nest
of is het een blinde vlek
met een einde in zich
een wondere ervaringreikend
over de kloof
daag ik
in een dagdagelijks moment
de blauwe hemel
als mijn hiernamaals neer
want dat is het
wat ik wil
wat ik nodig heb
een wondere ervaring
waarmee ik
de overkant zie
in een glimp licht
terug als ooit
samen stil staan
hoe onwaar ook
slechts evenals je de sprong waagt
maar midden
een woelige stroom
van beleven terechtkomt
weet dan dat
blijven vertrouwen in jezelf
sterker is dan de misstap
die je pleegt
slechts even kopje onder gaat
vlug de ruimte terugvindt
om dromen na te jagen
sluierende nevelmet dagmijmeringen
vol lichtschijnsels
help ik mezelf
uit een grauw
sluierende nevel
die me in een bewogen
ochtendmoment
tracht te laten geloven
het prille lenteleven
te beheersen
de diepte van wortelswanneer ik de harde nerven
van je bast streel
weet ik welke weg
je reeds hebt afgelegd
doorgrond ik
de diepte van wortels
maar tezelfdertijd
tonen de nieuwe loten
en het prille groen
dat jij je hebt bevrijd
uit eentonigheid
en reikt naar frisse lucht
bloeiende verwarringmidden mijn
nog weifelende wereld
vormen ze zich één en al
bloeiende verwarring
tot ik hen
met verwondering
eigen maak
woord voor woord
als een waarachtige kant’lijn
langs de oude trambaanbedding
neerschrijf
een overkomende hartenklopmijn hand in jouw knuist
biedt me een rotsvast vertrouwen
dat me midden onszelf brengt
waar een overkomende hartenklop
me in liefde laat geloven
onze liefde
onbegrensdheuvels voorbij
heb ik merktekens
achtergelaten
te zwaar om
in ‘t hart
mee te dragen
onbegrensd
zingt mijn gemoed
een lied van liefde
elfenbankjesmiddenschaduwrijk
zetelen zij zich als
wondere bijzonderheid
in mijn diepste gedachten
verheffen mij
boven beperktheid
waar een blauw gegeven
met lente inzicht
zich oplicht
mijn lieve schater is een soort leven
na de dood
heb ik ontdekt
als ik
in mijn dromen
ellenlange gesprekken
met je voert
me vertelt dat je nog steeds
gelukkig
dicht bij mij bent
in elkaars ademhalenhet moment erna
wanneer de wereld stilstaat
in onze schaduw veilig voelen
de zin van liefde koesteren
hoe wenkt de nacht dan
om te gaan slapen
in elkaars ademhalen
eindeloos zwevend
haalbaaromdat stilte
stilte blijft
leven daar
prevelt
verlaat ik
mij erin
een haalbaar
nieuw begin
mijn eigen wereldeen top beleven
nam me mee
naar beneden
liet me tot
in iedere uithoek
zo lieflijk aanvoelen
dat ik midden
deze waarachtigheid
een plek moest zoeken
om er mijn eigen wereld
te creëren
één en al gehechtheid
door de wind meegegraaid
door de wind meegegraaid
staan ze velden verder
in het licht van een nieuw getij
zo zeldzaam volmaakt
meer en meer hun wezen te bloeien
tot wij hen ziende meebeleven
midden verdronken veldenwil me vastankeren
midden verdronken
Vlaamse velden
om te horen
hoe dempende stilte
zich behoeftig roert
tot drinkplaats
vol kwetterend
vogelleven
vooraleer de nacht
werkelijkheid maskeert
tot donkere vlek
waarin niemand
zich durft
schuilhouden
zelfs mijn eigen
gedachten niet
verwachtingzo makkelijk
donkere schaduwen
op lichtdagen
te verdagen
wanneer verwachting
open bloeit
leven zelf
als droom ervaar
dromenvandaag lijkt het
of mijn dromen
een heel leven lang
een bepeinsde
verdichte werkelijkheid
zijn geweest
broze intensiteit
toen overwaaiende
lichte wolkensluiers
ons toelieten
te genieten van broze intensiteit
voelden wij ons
werkelijk bevrijd
van diep
verduikte somberheid
zo eigen aan verwinterde eenzaamheid