in eigen hemel
omdat zij
niet van haar
konden houden
zoals ze was
brak ze uit
zonder spoor van
een gebroken hart
om eigen soort te zoeken
tot ze
een liefdesleven
in eigen hemel
vond
ongeremd
zoals elke vrouw
het zou willen
in eigen hemel
omdat zij
niet van haar
konden houden
zoals ze was
brak ze uit
zonder spoor van
een gebroken hart
om eigen soort te zoeken
tot ze
een liefdesleven
in eigen hemel
vond
ongeremd
zoals elke vrouw
het zou willen
het niet samen weten
omdat zij weet
het niet samen weten
door traagheid
zijner gedachten
haar warme hand
op zijn hart niet langer
als vervoering aanvoelt
lente licht
raken beiden als vergrijzende
twijfel ingesneeuwd
met de pijnlijke vraag of dit
werkelijk alles is
wat leven hen
heeft meegegeven
stenen engel
heb haar ontdekt
onderweg in Praag
als mysterie
een fenomeen
uit het verleden
die tot me tracht
door te dringen
als zingeving midden
alledaagse dingen
inspiratie geeft om
haar weer op te bouwen
met mijn zienswijze
tot een waarachtige
schoonheid
die me immer
blijft vervullen
lentekriebels
het meest spannende
ooit gekend
die lentekriebels
houd ze vast
tot ze gaan bloeien
enig
wat mij betreft
onlosmakelijk
dat ene moment
toen twee harten samen
beseften dat ze nooit
alleen zijn geweest
nooit alleen zullen zijn
vanwege verbondenheid
waaruit hun kracht schuilt
stroomden verlichtende tranen
als een stortvloed vol emoties
uit hun ogen
ze namen hen mee
van dat ene stukje blauw
naar veel meer hemel
waar liefde
leven en nog zoveel meer
beheerst
onlosmakelijk
zich gelukkig weten
samen één
ongecompliceerd
enthousiasme
in beweging
doet stof
van me afslaan
doorgaan
om groei-ervaring
diep te voelen
leven
koestering
erkennend
zelf open bloeien
helemaal mezelf
een simpel
mooi mens
midden een wereld
die veel beter is
dan ik ooit dacht
een beleven
ze voelden de druppels niet
zelfs al regende het hard
toen ze zich in de kruin
hadden verscholen
voor de wereld
elk met hun waarheid dicht bij elkaar
wachtend op de dageraad om
net voorbij hun dromen
waar Zij en iedereen bij is
boven de grond te gaan zweven
spelenderwijs het verbonden
zijn te verwoorden
liefde
aangedaan
vraag ik me af waarom
pijn in de stilte
niet wil dat liefde
wordt uitgesproken
dat wat het hart voelt
geruisloos sust
me zonder woorden verhaalt
dat ik in mezelf
moet verdwalen
vooraleer het licht
te vinden
een licht met de weerschijn
van jouw schaduw
die me laat aanvoelen
dat leven
een plan met me heeft
vol passie
totale overgave
immer één
voorbestemdheid
midden catacomben
nog voor de ziel met
donkere randen barst
licht
naar binnen kan
wil ik schoonheid
in lelijkheid zien
midden catacomben
prilheid
als unieke afdruk ervaren
vast geloven dat
hervorming hoe dan ook
toekomst creëert
niks meer
aarden vloer en duisternis
die aan je vreten
stilte zonder gelaat
een roerloos hangen
aan de zoldering
angst en pijn
innerlijke ontreddering
diep besef van eenzaamheid
een levenslot
zo tijd getaand
met niet te vatten realiteit
wordt door een rusteloze dood
zwart aangeraakt
fietsend door vlaanderen
die hoge bomen
zelfs zonder loof
bloeien door
wind en regen heen
onze sterke vriendschap
wijd open
zo ongewoon mooi
een nieuwe lente nabij
(voor Cor en Nel)
herbergzaam
zou niet weten
wat ik verlies
wanneer ik
het niet eerder
had ingestopt
als moffelende
houvast
jouw tederheid
wat mezelf het meest eigen is
geef ik uit handen
wanneer jouw tederheid
de boventoon voert
een aanzetting tot ontbolstering
met snelle vleugels
zelfs bij deze
schoorvoetende omwenteling
ontpopt hij zich tot vlinder
dartel speels
met snelle vleugels
in afwachtende houvast
tot zij gaat openbloeien
welgevallig
de zoete nectar drinkt
om vol van haar
zich voor te spoeden
zomer in zicht
levensgezindheid
gesterkt door groeiende inzichten
bouwt ze vol ijver aan een brug
die haar wegleidt uit impasse
om midden een bloeiende omsingeling
zich als zinderend knooppunt van wat
te genieten valt manifesteert
een vonkende volleerdheid die
woelend en hunkerend
passionele levensgezindheid
stuwend tentoonspreidt
zo helemaal volmaakt
zo helemaal zij
in zijn en worden
in een zee van tijd
in het voor mezelf zorgen
ben ik gaan dromen
over een leven
waar wezenlijke vlinders
in een zee van tijd
het zoete verlangen dragen
lentegevoel
en een vleugje zomer
me steeds nabij blijft
zachte kleuren
midden een mistig verzwijgen
donker kijken van de bomen
diepe tonen van stilte
zweeft er iets vredigs
als één adem in cirkels om me heen
doen me anders dan andere dagen
naar binnen kijken
verlangen naar
zachte kleuren
met veel sprankjes hoop
het zijn de kleine dingen
geluk is
wakker te worden gekust
door je ventje
licht
je naakte lichaam
streelt
terug bij jou
in bed kruipt
op zoek naar warmte
zelfs met koude voeten
alleen van mij
weet je mijn lief
je mag van iedereen houden
maar wees enkel
verliefd op mij
laat me speels weten
telkens weer
dat ik bij je thuishoor
voor elkaar geschapen zijn
geef je over aan mijn passie
wees één met mij
totaal uitbundig
van moment tot moment
helemaal van mij
vrij
geen nachtmerrie
omdat het niet
in hun werkelijkheid past
het meegemaakte
zoeken ze met
levendige verwachting
dat ene bergpad
waar zij hun eigen spoor
kunnen nalaten
stenen verleggen
een weg die leidt
naar inzicht