uitzichtloos
het brakke
verzwaard
zodanig
dat uitzichtloos
zelfs het grensstellende
grimmig krijgt
uitzichtloos
het brakke
verzwaard
zodanig
dat uitzichtloos
zelfs het grensstellende
grimmig krijgt
haar verborgen waarheid
de leegte van mijn hart vultwordt het
tot op de bodem
koud doorschijnende
door warme sereniteit
ondergesneeuwd
lijkt het
of klaarte
samen met
volstrekte stilte
mij naar fantasie leidt
hoe graag
geef ik mij dan over
aan dit stilleven
dat de leegte
van mijn hart vult
verrukking slagen
vrijheid proeven
op zijn vrijest
laat je behaaglijk
lang uitgerekt
gebaar voor gebaar
naakt de vaart nemen
uit de tijd
met de deining mee
verrukking slagen
naar open zee
in de stilte
hun zwijgen
blijft ademhalen
in de stilte
van eenzaamheid
omdat ze verder kijken
dan de blinde muren
waar leven deint
in pril herontwaken
Verschrikking huivertwitte sluier
verstomt leven
verschrikking huivert
even onweten
tot dromen
doordringend strijden
naar de zichtbaarheid
van het zijn
door de tijd heen bewegenmaar goed
om te worden opgeslorpt
door dagdagelijkse bezigheden
zonder nadenken
als vinnig wezen
mij door de tijd heen te bewegen
vermoeid de nacht door te slapen
in plaats van te liggen denken
hoe het zou zijn geweest
om onder het deken
nog samen
het kussen te delen
Bij elk gebaar
hoezeer verlangt mijn hart
om in het bewogen spel
te worden opgenomen
bij elk gebaar
het onvoorstelbare
te vinden
tot het geheel zich openbaart
vanwaar uit ik
kan verder gaan
over 't gangbare heenuit zuivere wanhoop
zal ik
over ’t gangbare heen
blijven schrijven
net zolang
tot fantasie me leidt
naar de ultieme creatie
van een nieuwgeboren werkelijkheid
In maagdelijk witte sluiers
nog in schaduwdromen
klimt bewogen schijn
zich vederlicht omhoog
langs bomen
laat de kruinen
in maagdelijk
witte sluiers
schoonheid prijken
veel te mooi om te blijven
wanneer leven zich
in uitgesproken grijs
zal opengooien
zwart zonder gezang
Tussen de kruimels
het ontbindend doodse
bewegende wind
verklaarde dat
wat brak
verdonkert lag
liet me achterhalen
hoe het land
in zijn diepe sporen
leven heeft bewaard
het ontbindend doodse
stilaan het gelaat
van verwachting
vertoonde
Een nieuw begin
door te durven dromen
weten we te ontkomen
aan die mallemolen
nemen we klaar
afscheid
van eerder bestaan
hunkerend naakt
er bestaat
alleen nog maar
een wereld
met weghaastend wit
een rugliggend
hunkerend naakt
die tracht de maan
te misleiden
om in het pikkedonker
eindelijk de geneugten
van begeerte
te leren
weten
met vonkend licht
mag ik zien
hoe de zon
het landschap
wast en betast
haar ziel
met vonkend licht
wit glinsterend
blootlegt
genieten van zo’n
zeldzaam mooie dag
vooraleer ze terug
achter de horizon wegzinkt
in zoete extase
het duister
wekt verbeelding
tekent een schaduw
die zich schroomvallig en teder
rondom mij beweegt
zo zacht spelend
bezit van mij neemt
dat ik
in zoete extase
het leven verder zweef
in onvergankelijk droomzicht
het verlangen
om met gebroken vleugel
verder te vliegen
doet haar
boven ’t grijze
uitrekken
stroomopwaarts
verder reizen
in onvergankelijk droomzicht
een misstreveneen misstreven
om met kwast en verf
het volmaakte
van realiteit
vast te leggen
hoe hard
ze het ook probeerde
er was enkel
haar eigen wereld
die op het doek verscheen
groen ademhalen