toeval

toeval
met ingekeerde gedachten
al lang
begraven
in de kleur
van grote diepte
die nimmer vervaagt
uitgestrekter
dan werkelijkheid lijkt
is ze gisteren
met ingekeerde gedachten
stil gestorven
't verborgen verdriet
ik loop het aan te zien
hoe ’t verborgen verdriet
zich in duizend kleuren schildert
in afwachting dat
hun stil gelaat
het “niet mezelf” meedraagt
verloren strijd

het broeiende
liet me reeds
ontwrichting voelen
edoch kwam
de verwarring zo hard
dat ik blind
ging zitten wachten
bang betrokken
te raken bij ‘t razend
openbreken
rijp graan
Na afwachten
en kijken
hoe ’t gezaaide
groeide en gedijde
vertelde de geur
en warme kleur mij
dat het tijd werd het heft
in eigen handen te nemen
snelhandelend het verworvene
rijp binnen te halen
om loon naar werken
te krijgen
meidoorn

midden somberheid
bloeit hij
bloedrood uit
staat warm
te leven
omgeven door vogels
die zich
weten te plezieren
in ’t herfstig zicht
verleiding
weet dat
wanneer de wind
gaat liggen
nevel over mistige
intimiteit spreekt
dan nog zal ik
de vage rondingen
der lijnen
als verpakte
romantiek zien
mijn vlieger
toen ik in mijn streven
je eindelijk eigen kleuren
had gegeven
bleef ik jou vasthouden
bang om bij de minste wind
je te verliezen
in plaats van los te laten
en de grootte van geluk
te ervaren
herwonnen schoonheidpas toen ik
het gebroken
transparante glas
in eigen trilling
ging zien
ontdekte dat
uit verwonding
opnieuw schoonheid
kon geboren worden
groeide mijn creativiteit
ging ik tevreden
over mezelf
mijn waardigheid
en trots
beetje bij beetje terugvinden
in verwarring
waarom toch
bleef de einder gisteren
apathisch klaarkijken
toen gebroken werkelijkheid
in verwarring
om hem heen waaide
jouw laatste warmte

teerhartig hoe jij
in doorschijnend
onomlijnd grijs
tussenin vlinderende
vlokjes onweerswolken
jouw zachte warmte
tracht weg te geven
vooraleer te worden weggeduwd
door eigenzinnig donker
dat bliksemschichten spuwt
karwij

Een kamer die droomkijkt
door de aromatische geur
van netgeplukte karwij
wimpelt woorden weg
laat me spelen
met de beelden
uit een ver verleden
waar wij tijdens hoogzomer
naarstig zaden
gingen uitkloppen
om tijdens ’t hooifeest
eigen likeur te kunnen smaken
samen naar later
de nacht nabij
zoek ik in de schijnen
van het donker
een onderkomen
waar ik hem
met mijn ogen
kan volgen
tot hij mijn bedoeling
doorgrondt
dicht bij mij
komt liggen
om samen
naar later
te zweven
laat leven in stroomversnelling
hoe graag
wil ik de totaliteit
van ’t beleven neerschrijven
nadat ik
in het voorbijgaan
licht werd aangeraakt
door een vlaag
van verhevigde gevoeligheden
die de liefde belichaamd
laat leven
in stroomversnelling
tussen licht en donker

de stilte
klatert zilver
sprankelt vage
onbestemde trillingen
tot een nomadisch bewegen
van diepe beroering
onweer en regen

al kent ieder seizoen
zijn vaste taken
het valt me zwaar
daarmee verder te gaan
omdat onweer en regen
uitzicht op leegte geeft
zelfs de geur van ’t hooi
doet vergeten
het vederlichte

mooie dagen wanneer
de tekenende weelde
der beemden
onze harten kleurt
in zijn vele nuances
het vederlichte
laat voelen
dat met leven stoeit
het duister bilzenkruid

Ik die dacht
dat het enkel nog
te vinden was
in de kronen
van de doden
die als hopelozen
in hel verblijven
ontdekte de vuilgele
donkerpaars
geaderde bloem
tijdens hoogzomer
in zongloeiend zand
aan de rand van een
opgedroogde kreek
hoefde enkel nog
te wachten
op de nacht
om te ontdekken
of ze laat zweven
heftige begeerte
beleven
heksenkring

wist je dat ik in een vorig leven
pas een volle maan geleden
in eigen heksenkring
werd aangeklaagd
omdat ik ingesmeerd
met monnikskap
bilzenkruid en ijzerhard
te licht werd bevonden
om samen met
duivelse demonen
door de lucht te vliegen
op zoek naar fantasieën
ben je vergeten
hou op met vloeken
sfeer te verloederen
inboedel kort en klein te slaan
ben je vergeten
hoe wij
jaren geleden
de woeligheid om ons heen
als luisterspel gingen zien
om te overleven