kerstsfeer


jammer de kerstsfeer
te ontlopen
door op de kneukels
van je vingers
telkens weer
te gaan tellen
wanneer
zomerdagen komen
kerstsfeer

jammer de kerstsfeer
te ontlopen
door op de kneukels
van je vingers
telkens weer
te gaan tellen
wanneer
zomerdagen komen
smoorverliefd
jouw zoenen
noem ik tederheid
het omarmen
een smachtend open bloeien
strelingen
een deinend bewegen
het zachtjes uitkleden
van begeerte
tot bewegend
passioneel leven
zonder woorden

terwijl de wind
in een verloren hemel
winter over ons heen drijft
zitten wij
getweeën
samen te zwijgen
zonder woorden
diep verscholen
het geleefde te vergrijzen
in het donker ademhalen

wanneer ze
in het donker ademhalen
van de dag
op de tast
enkel maar
het einde vond
sloot ze de ogen tot
vergetelheid haar meeneemt
naar de overkant
kristallen dromen

na het stugge grijs
waar dagen
te zwaar
om te dragen waren
liggen weilanden
nu rijkelijk gedrapeerd
met kristallen dromen
zo mooi dat wij
heel dicht bijeen
als vage schaduwen samen
deze winterrilling willen beleven
hield ik vast aan kleuren
toen jij vond
dat de tijd
was gekomen
om het zomerse
in te ruilen
voor winters grijs
dat rust tentoonspreidt
hield ik vast
aan kleuren
bleef ik mezelf
verliezen in leven
zelfs al diende
ik jou ervoor
op te geven
oogverblindend blank

je schudt herinneringen
uit op ‘t gras
ze blinken
licht hun kracht
wijd open
oogverblindend blank
overspoelen ze
mijn nacht
in winterslaap
zong hij eens
een zomers lied
koude snijdt
nu winterdiep
zo tergend traag
hij verglijdt
in winterslaap
die verademing draagt
diepgeworteldzelfs al heb ik het koud
in hun schijn
doorleef ik
diepgeworteld de tijd
het bespelen
van wintertaferelen
met innige schaduwbeelden
laat zien
dat elk seizoen
steeds een toekomst
in zich heeft
in trilling van geluk
vol leven
vol dromen
stroomt het binnen
langs kieren
en spleten
inbraak geslaagd
wanneer ik door de
ongewone schaduwbeelden
mee ga zweven
in trilling van geluk
het zoetvloeiendetoen ik na jaren vergaren
eindelijk de tijd nam
het zoetvloeiende te proeven
ontdekte ik
tijdens het walsen
dat het verwachtte
over zijn hoogtepunt heen
naar onafwendbaar verval
was weggegleden
heb helemaal geen haast
in het huis
vol herinneringen
waar jij
jezelf
bent kwijtgeraakt
laat ik je rustig
de weg zoeken
heb helemaal
geen haast
ik weet
éénmaal buiten
wacht ons verhaal
herfstig

bomen wachten
dromend
in hun overkomen
naar een tijd waar
vertakte weelderigheid
groen gedijt
laat me dan sterven

wanneer ik word geleefd
binnen de grenzen
van nevels
twijgen me vastgrijpen
binnen men verbeelding
en elke groei blokkeren
laat me dan sterven
met de overtuiging
dat men lente ooit terugkeert
troost ik 't gemis

wanneer windstil
me vraagt
het roekeloos verlangen
te beheersen
troost ik ’t gemis
dan maar met het kijken
naar een realiteit
die zilveren werkelijkheid aanreikt
zo fraai
dat ik begin te geloven
thuis te horen
in die kille betekenis
Een gegeven lach

wanneer in winter
een lentegevoel
de zomer
lijkt te dragen
dageraad
die rode passie straalt
laat zien
hoe verlangen ademhaalt
dan komt dit alleen
doordat een gegeven lach
die zomaar
uit de lucht kwam vallen
de koude in mijn hart
heeft verbannen
bloeiend leven

wijl ik
doornen veracht
geef ik haar toch
zielsveel warmte
omdat ik weet
dat bloeiend leven
mijn uitzicht
mooier zal tekenen
in het licht van de zon
ik wil mezelf terugvinden
tussen herfstkleuren
die verrukking spelen
in het licht van de zon
expressie meenemen
in de continue stroming
om illusies waar te maken
zoveel mooier dan mijn dromen
indruk makenhet zijn de flitsen
die indruk maken
wanneer isobaren
van gelijke druk
elkaar bijna raken
in fluistering
terwijl gedachten
zacht meedeinden
met de wind
die in fluistering
langs me heen waaide
bleek de herfst
tijdens mijn blindkijken
te zijn opgestaan