over de stilte
blijft oud zeer wakkeren
nachtenlang
als een lange trilling
tot het doodgaat
als destijds
witter dan
’t wit van kleur

over de stilte
blijft oud zeer wakkeren
nachtenlang
als een lange trilling
tot het doodgaat
als destijds
witter dan
’t wit van kleur
witte berkenstammen
als offer
wanneer vlammen uitslaan
zal zij de gloed inderhaast
trachten te smoren
omdat ze nooit meer als offer
hoog in de lucht
wil worden gestoken
waar stilte haast zichzelf verteerd
pas nadat
het neerdwalend donker
uit elkaar barst
de leegstroom
zich zwijgend
voltrekt
ruimte achterlaat
waar stilte
haast zichzelf verteerd
zal ik rust vinden
een zomers lied
ver in lente

onder weg ijlende
bloesembladen
staan groen
aangeklede bomen
weer bos
te wezen
een momentopname
fluisteren we de hemel terug dicht
omdat het zo moeilijk is te wennen
aan dagdagelijkse realiteit
wanneer wij
in elkaars warmte
liggen weggestoken
fluisteren wij
de hemel terug dicht
met enkel
hier en daar
een sprankje licht
als de dag tracht de zon
hoog aan de hemel te zetten
zonneklaar
zelfs wanneer
wind- en regenvlagen
in volle hevigheid
over hen razen
blijven zij
als blanke stelen
in de knop
hardnekkig zwijgen
tot ze
in eigen dagen
zonneklaar
gaan openbloeien
wijkende beleving

terwijl ik mij vergaap
aan de broosheid
van een dwarreling
geniet van de schoonheid
van een laatste adem
graai ik nog even
naar wijkende beleving
zomerse zoetigheid
liefde
zelfs toen het speelde
in een avontuur
van genot
kende het de diepte
van een wiegelied
helemaal alleen

vanuit het vinden
dat ze niet zocht
dwingt ze
zichzelf verder
met een hart
vol van hem
door de zwaarte van de tijd
in goddelijk zicht

heerlijk hoe lente zweeft
tussen de boomgaarden
oeroude appelbomen
bloeiende lentekronen geeft
weiden omzoomd
met wit kantwerk
van walstro
akkers in voorjaarsgroen steekt
seringen helpt
in hun drang naar uitbreken
om tuinen zoet
te laten geuren
met warme zonnestralen
mij overhaalt
te aarden
in goddelijk zicht
nooit eindigend
Vijfennegentigse Ronde van Vlaanderen
vanuit beklemming
in de schoot van leven
wanneer de mens gaat ploegen

groen gras
groeit verwilderd
over de stoppels
van een voorbije zomer
laat zich zelfs niet tegenhouden
door kwelmende voren
die plompverloren
over het landschap verspreidt liggen
het is pas wanneer de mens
gaat ploegen
dat het zich moedwillig
laat onderdelven
om het uitzicht
van de wereld
in voorspoedig
te herscheppen
2 reacties op dit bericht
cor
geniet een mooi paasweekend
Martine