eigentijdse kleine wonder
soms komt datgene
wat ik niet kan benoemen
weer bovendrijven
en nog steeds
bejubel ik het als
mijn eigentijdse kleine wonder
dat me
in grenzeloze verwondering
optilt
tot net boven de wolken
eigentijdse kleine wonder
soms komt datgene
wat ik niet kan benoemen
weer bovendrijven
en nog steeds
bejubel ik het als
mijn eigentijdse kleine wonder
dat me
in grenzeloze verwondering
optilt
tot net boven de wolken
verweesd
in een leven
na leven
pluk ik
een laatste klaproos
als een verloren droom
midden een veld
vol blauwe korenbloemen
die ik verweesd
aan de liefde uitbesteed
waar ben jij
dezelfde dreef
dezelfde bomen
maar waar ben jij
die met mij bleef stilstaan
om de vogels te horen
die vol louter levenslust
het lied van
ons leven samen floten
tastbaar
Je kus
niet langer
een gewoon
alledaagse liefkozing
maar een diepgaande
werveling
die liefde
tastbaar maakt
met de ogen dicht
roerloos
veelzeggend stil
met de ogen dicht
neem ik ieder geluid
als intieme vibratie
in me op
laat stromen
doorheen mijn lijf
tot het me warm koestert
bezield van waarachtigheid
eindeloos
teder zacht
verleid je mij
naar het dieper rood
op de bodem van je hart
waar ik
verzwelgend in het zoete
de grenzen van je dromen
eindeloos verken
mijn avond beleven
straks als het regent
houden ze zich stil
maar nu mag ik me
verdiepen in hun refrein
voelen hoe ze
de voorbije dag welig
hartelijk licht bezingen
zo intens dat zelfs de tijd
hen ongemoeid laat uitzingen
haar dood
tussen troosteloze uren
kwijt ze zich
tot vaagheid
droomt de hemel blauw
lente die zich ontbloeit
tot zomer
haar dood tot sprookje
korenblauwe schoonheid
korenblauwe schoonheid
verhaal me
over je bewegen
in de wind
hoe je tussen licht en schaduw
met de tijd mee
schroomvallig
liefde een naam geeft
zwarte viooltjes
door hun donkere zijn
en kleine verwarde hartjes
midden schemerige winderigheid
ril ik onzeker met hen mee
stil hopend dat de zon
met warme stralen
hen tot ontvlamd verlangen
in mijn wereld verbreidt
als aanhalige glimlachjes
midden mijn gedachten
neerschrijft