Het schijnt dat de oude groote hofstede een overblijfsel dier heerlijkheid is of dezelve vervangt
Burgemeesters 1799
of Maire de Rolleghem
In 1769 werd te Moorsele Constantin France Vandermeersch geboren, hij trad in het huwelijk met Marie Theese Everaert en woonde op de plaatse. Hij bleef burgemeester en wierd lid van den Provincieraad, en stierf in 1849.
Van 1849 tot 1866
De zoon Constantin Vandermeersch
Van 1866 tot 1870
Joseph Warrot hij gaf onmiddelijk ontslag en August Herbau was dienst doende burgemeester.
“En toen, na zijn hand te doppen in ’t wijde water klaar
Zegent hij de hooge koppen van ’t onachtzaam peerdenpaar”( G.G)…
“En traagzaam trekt de witte wagen door de stille straten toen,
En ’t weenen, en ‘t is klagen, dat ze bin’de wijte doen( G.G.)…
“Stap voor stap zoo gaande peerden,
ziende naar hun meester om:
stap voor stap,alsof ’t hun deerde,
Traagzaam, treurig stille…. En stom”(G.G.)
“Welkom! Welkom! Riepen de klokken in ruisende zang”(G.G.)
Wij nemen afscheid van de
AUTOVRIJE
SNELWEG A17
Verwaarloosd door de perikelen Pecq-Armentières
Gecreëerd te Rollegem/Bellegem in de jaren 1977/78
En naar het rijk der normale wegen te verheffen
Op 12 juni 1998
Hij was alleen, onbereden gedurende 20 jaar, en gebruikt,
Door trektoren, fietsers en wandelaars en paardrijders.
De meeste Rollegemnaren en Bellegemnaren hebben hier hun rijlessen gevolgt.
Den uitvaartdienst, vond plaats in het bijzijn van De Heer van Rollegem,
De schout en de Baljuw, de Dahliafee, de Reuzin Bellefleur en reus Rollo.
Hij was meerderjarig geworden in zijn maagdelijke toestand(zonder bereden te worden)
Bloemen nog kransen, enkel bomen.
Rollegemnaren en Bellegemnaren geraken 12 juni 1998 hun favoriete speelterrein onherroepelijk kwijt.
Op de bidprentjes staat geschreven:”Als excentriek product van België’s communautaire kwaal, uniek in Europa en waarschijnlijk zelfs op de wereldschaal. Lig je hier al twintig jaren, stil voor u uit te staren. Die gapende wonde in het Zuid-West-Vlaams gezicht, wordt nu voor goed gedicht. Allicht tot wanhoop van de groenen, die milieu en verkeer maar moeilijk kunnen verzoenen. Verbindt de A17, op hoop van meer toerisme en economie, Vlaanderen voortaan met de “Route de Wallonië.”
In aanwezigheid van meer dan 500 mensen werd deze begrafenis plechtigheid bij gewoond.
Op de middenberm werd een flinke eik in de grond gestoken.
Hier eindigen ook de proefritten van de biënnale van Bus en Car.
Het was ook de locatie voor de film van Jaco Van Dormaels, voor de film “ Le Huttième Jour”
En mocht zeker ingeschreven worden in de annalen van de befaamde blunders.
Toen dat de onteigening begon waren ze 15 jaar nu 45 , en wellicht gaan ze het meemaken dat de eerste auto’s er voorbij razen.
De eerste onteigeningen begonnen dertig jaar geleden. De eerste studies voor de weg dateren uit de jaren vijftig.
Het traject liep van Pecq tot Geluwe, maar werd verlengd toen Komen naar Henegouwen werd overgeheveld.
Wallonië wilde haar enclave ontsluiten. In Vlaanderen rees hier tegen fel protest.
Vlaanderen liet begaan, doch de Walen legden een viervaksbaan aan op het grondgebied Komen, aan de ene zijde en tussen Moeskroen en Rekkem aan de andere zijde.
Al die jaren moesten de automobilisten die naar Doornik wilden, via de verkeerswisselaar A17/E17, zo naar de E17 richting Franse grens om via de uitrit Rekkem en de N58 op hun bestemming te raken.
Sinds 1994 werd het verkeer afgeleid vanuit Doornik via Moeskroen om dan via de E17 de A17 op te rijden.
Het was de Vlaamse minister van verkeer en zijn Waalse collega die de resterende stukken van de N58 en de A17 opende. Hij was door iedereen beter bekend als de route Pecq – Armentières. De Overheveling van Komen naar Henegouwen in 1962 betekende het begin van de kwestie.
Dertig jaar hebben Vlamingen en Walen, soms met getrokken messen, tegen over elkaar gestaan. Ruziën over een anderhalve kilometer A17 en de aanleg van de N58.
Een proces welke bij het begin van de jaren zestig rijpte bij oud-burgemeester Robert van Moeskroen en de arrondissementscommissaris André, om Moeskroen met Kortrijk te verbinden, met de bedoeling een verbinding met Komen tot stand te brengen via een expresweg die zou lopen van Pecq tot Armentières.
Het eerste ontwerp zou lopen van Wervik naar Menen en Kortrijk. Doch geen enkele op- of afrit zou er zijn om Wervik te bedienen.
Het tracé Wervik zou scheiden van Geluwe, twee gemeenten die Fuseerden en dat kon niet.
C.V.P. -schepen Paul was misnoegd en stapte over naar de PVV. en lanceerde, uit ongenoegen tegen de C.V.P. die nationaal verantwoordelijk was voor het aanleggen van deze weg, de strijd tegen deze weg. Daar door wilde Wervik geen centimeter grond afstaan om de industriezone van Menen te ontsluiten. “Vlaamse grond mocht niet dienen om twee Waalse steden met elkaar te verbinden”. Het enige wat er hier bij Wervik hoog zat was, dat de beslissing over het hoofd van het stadsbestuur was genomen. Vooral nadat Komen er de “Schoolaffaire” er had bij betrokken.
Wat kwam Pecq hier bij doen?
Op het einde van de jaren zestig, vond een vergaderingplaats tussen een vooraanstaande Menense Politicus en een Kortrijkse ambtenaar waarbij aan de burgemeester beloofd werd dat het stuk A17 opnieuw in het gewestplan zou worden opgenomen. De burgemeester moest het stilzwijgen bewaren. Een rijzende ster uit Wallonië bazuinde het uit in alle media, met als gevolg dat de gemeenteraden van Menen en Wervik bijeenkwamen, en zich samen verzetten tegen de plannen.
Tien jaar later 1988 was er een nieuwe regering die tweederden meerderheid nodig had om de grondwet te wijzigen. Die meerderheid was krap.
De burgemeester van Moeskroen verbond zijn ja stem aan de definitieve regeling van het probleem. De aanleg was begonnen. Moeskroen verleende de bouwvergunning niet maar liet de werken oogluikend toe.
Totdat de Vlaamse regering ging roepen dat, nu de A 17 er lag, de walen konden “fluiten” naar Pecq –Armentières.
Daarop liet Moeskroen zijn rechten gelden, verleende geen bouwvergunning en de werken werd stil gelegd.
Met de komst van Jean-Luc kwam er schot inde zaak, hij zag de noodzaak in van de afwerking van beide wegen. Als premier van de federale, mocht hij niet tussenbeide komen en alles gebeurde achter de scherm. Aan Wervikse kant kwam een weg met twee rijvakken die Pecq en Armentières verbind met de a17 in Geluwe. En de verbinding Doornik – Kortrijk was eindelijk een feit.
De A17 zou nu voortaan de E403 moeten heten. Want toen kwam het antwoord op de vraag, wat komt Pecq hier doet, De chauffeurs die in het verleden via de route de Wallonië uit Namen, Charleroi en Bergen richting Doornik reden en die gewoon waren een afrit Kortrijk te vinden, zagen plots dat Kortrijk vervangen was door de aanduiding Pecq en Espierre, twee Henegouwse gemeenten die inderdaad op de N50 liggen tussen Kortrijk en Doornik. Twee piep kleine gemeenten!Dat was op nationaal vlak maar wat met ons eigen dorp
Men zou te Rollegem zeker geen te kort hebben aan nieuwe wegen!
Een van de drie grote wegen welke door ons dorp zou voorbij komen was de weg van Kortrijk naar Roubaix, of de “wolbaan “ter hoogte van de “waterval” over een groot deel van de tramweg, vandaar naar de Kwadebrug, de Tombroekstraat dwarsen en zo naar Luinge.
Als tweede weg, een grote weg welke komt uit Deerlijk naar Moeskroen, de tweede ringslang van Kortrijk. Deze loopt over Zwevegem en Bellegem en komt op het grond gebied van Rollegem dicht bij Tombroekstatie, en daar dan zou aansluiting geven met de grote baan Kortrijk -Roubaix.
Als derde hebben we de autobaan Brussel- Kortrijk al over Wal Wolbaan lonië. De oprit zou aangeduid staan op de plaats waar nu onder de autobaan kan door gereden worden met de fiets.
Op 13/10 1970 konden we dit lezen in het dagblad “Het Volk” met aankondiging dat deze nieuwe wegen over enkele jaren zouden uitgevoerd zijn.
Het Tracé van de A71 opgrond gebied Rollegem. De A71 of de autosnelweg Zeebrugge- Brugge- Kortrijk- Doornik Sedert jaren spreekt men er over en eindelijk komt hij er! 19/2/1974
Voor wanneer de verbinding van de industriezone Moeskroen- Rollegem? Al jaren werden er plannen gemaakt voor de snelweg Kortrijk- Roubaix. De vraag wordt gesteld komt er iets van in huis? In de bevoegde diensten is men van oordeel dat deze baan er niet moet komen. Dat op 15 mei 1975, maar wel een oprit van de A17 (de vroegere A71) De oprit zou komen in de Kwadebrugstraat te Bellegem. Het traject loopt door naar Kooigem om dan verder opgenomen te worden N50 naar Pecq.
Van op de nijverheidszone van Moeskroen het vroegere tram traject is het amper 2 km naar het punt van de oprit. De berichtgeving van 2/12/1975.
In de loop van de maand mei 1976 werden de werken begonnen voor de A17. Het grondwerk op het gebied Rollegem bedragen voorlopig 1700 meter.
De tweede fase, zou terecht komen aan de oude Buurtspoorweg, alwaar een oprit voorzien is.
(v.d.r.) Men gaat ons nu troosten met een fietspad. Hiervoor moet drie huizen verdwijnen(v.d.r.) men heeft intussen gevraagd of die mensen hun grond niet zouden terug kopen! Hij verlaat Rollegem, naar Bellegem, om vervolgens de N50 te bereiken. (v.d.r.)
Intussen weten we beter, Moeskroen moeste de oprit krijgen, ten koste van om het even wat, ze hebben uiteindelijk het pleit gewonen.
In oktober 1976 zat het spel reeds op de wagen, de verbinding met het industriegebied Moeskroen zou maar komen na afwerking van de A17! Wij boerkes van den buiten weten niet dat eerst een straat word afgewerkt en dan afritten worden gelegd!
In 1983 loopt de a17 dood te Rollegem richting Dottenijs, Pecq is reeds lang verleden tijd.
Een geluk echter want te Rollegem was men vergeten onder de A17 een tunnel te bouwen voor de fietsers! Men zou het verkeer al terug moeten stil gelegd hebben.
1984 eureka men had de oplossing gevonden: “Roeland” zal weer op zijn (auto)hoorn kunnen blazen, zonder de Kortijkzanen wakker te houden. (1/3/84) men zou de RW. 71, over de Roncevalweg verbinden met de A17, een oplossing voor dit “arme land”. Dat met een kost van 18 miljoen Belgische franken, het dode stuk autoweg dat een slapend kapitaal vertegenwoordigd van 1 miljard zou rendabel maken. Een invetsering welke niet meer bedraagt dan de intrestlast gedurende anderhalve maand. Men noemde het “Ei van Bijttebier”
Het was een plan van een schepen niet van de voltallige gemeenteraad! Zo zie u maar zelfs in eigen rangen sloot het niet!
Maar Moeskroen had het door, er kwam een expresweg van Dottenijs naar Moeskroen, en sloot aan op de E17, aan de LAR.
De “route de Wallonie” zou een must zijn.
Bekeken vanaf de “De Dromedaris met de ongelukkige bult” zag men dat het goed was, de minister van landbouw was geslaagd om zijn hofstede te bewaren, de Bellegemnaars en Rollegemnaars zouden bij gebruik wel een 1200 meter omrijden, maar de hoeve kreeg geen brug voor haar uitzicht.(1.386.059 Belgische franken)
Moeskroen had zijn industrie verbinding, wij zijn stank!
En de boer die ploegde verder, dag aan dag was een arbeider aan de slag, Met drie werktuigen een vrachtwagen, een kraan en een bulldozer, het zou nog 14 jaar duren, maar eens kwam de dag, dat de baan er lag!
Zo zie je maar, nooit de moed opgeven, beter laat dan nooit! Met veel geduld en goede moed en een langzame haast, komt men waar men zijn moet.
Ook zo komt er ooit een einde aan de Be/Ha, als je mij maar verstaat!
Bent u er al even blijven bij stils staan, een stuk grond met groot verleden.
Bij het openslaan, van de school geschiedenis van Gentiel Yzerbijt bijgenaamd de “Giraffe” (hij was een groot van gestalte)
“"an gestalteensot mensOp de plaats van de AXA bank gehouden door Katy Nuytten- De Busschere
Stond rond de onafhankelijk van België 1830 hier een school voor meisjes, een soort college, het was de dochter van “Peetje Vanleynsele” die er les gaf.(Ook in het Frans), later werd het huis bewoond door Florimont Vangeersdaele”.(stoelkes dat ze zegden, de man zette de stoelen in een mooie lijn, na de mis.) het gele huis was de school, naar een schilderij van André Hendrickx, broeder André
Voor de Tweede wereld oorlog, was het eigendom van het “hof van Rollegem” en was bewoond door dokter Declercq. Hij was het ook die de vreselijke historie heeft mee gemaakt op het einde van de Tweede Wereld oorlog, rond deze plaats.
Nog een gekende figuur welke hier gewoond heeft was de TV fotograaf, en kunst fotograaf Plateau. Nu kantoor Rollegem p&q nv, Rollegemplaats nr.6 telf. 056/238580
Een voordelige verzekering, een hoogrentende spaarformule, een goedkope lening, een correcte service, een professioneel advies. Dan vind u het hier alles onder een dak
Hier stond zo lang het mensen geheugen zich kan herinneren het café “Au Barbier” welke later de naam zou dragen: “Het Hof van Commerce”, beter gekend onder de naam van de uitbater “vonne Barbe” Het was op het einde 1973 dat dit oeroude café plaats zou ruime om Rollegem een totaal nieuwe look te geven.
Dan was het tijd voor een frituur!
Nu heet men ons welkom in het volledig vernieuwde kantoor!
In de Rollegemkerkstraat nr. 2, tel: 056/224031 bij Miek, Catherine, Johan, Patriek en Johan
Voor uw verzekeringen en bankzaken, vertouwt u best op een expert.
Tombroektramstatiehoeve, de gesloten hoeve met open ingang, daarvan zijn de oudste gegevens terug te vinden 1810, de ankers in de zijgevel van het woonhuis bevestigen het feit. De Tombroektramstatie heeft zijn naam te danken aan zijn vlakbij de plaats waar voor de tweede wereldoorlog het goederenstation stond. Omsreeks 1756 werd de hoeve uitgebaat door Jan Sop Ramart. Ze hoorde tot het Rollegemtiende. In 1789 was Bertholomeus Bekaert de uitbater. In 1810 werd de hoeve om onbekende redenen praktiche volledig vernieuwd.Het landbouwareaal telde 3 ha.Tot 1900 was deze Tombroektramstatiehoeve omwald.In 1910 werd de hoeve voor een tweede keer grondig verbouwd. Het oude lemen woonhuis met strodak werd gesloopt.Sedert 1982 werden de landbouwactiviteiten stopgezet. Een deel van de de gronden werd in 1983 verkocht aan een landbouwer te Luinge. In 1986 verhuisde de landbouwer en verkocht de gebouwen aan de huidige bewoner
vrijdagnamiddag van 14 u 00 tot 18 u 30 Wandelend langs het oude trambedding kwam me ook nog De algemene schilder- en decoratiewerken tegen Stijn Egermont
Tombroekmolenstraat nr. 13 tel: 056/215404 met fax 056//219982
Rollegem heeft ook een aantal gehuchten die we u niet willen onthouden.
Komende van op de autosnelweg volgen we “Hallen” het “Ei” Hoog Kortrijk, (intussen al beter bekend door de zoektocht van de minister)
N323 en voeg in N323, borden naar N323a/Doornik, N 50 Bellegem op de rotonde 1ste afslag President Kennedylaan.
.
Op de rechterzijde staat de in aanbouw nieuwe kliniek van Kortrijk, die in april 2009 in gebruik zal worden genomen. Eén derde is dan afgewerkt
Op het einde van de weg staat een kapel met opschrift: " Op wielen of te voet bidt minstens een Weesgegroet”. Linksaf kom je op de Marionetten.
Het braakliggende stuk was de herberg “Het Rood huis”. Hier werd op 13/8/1979 Christine Lepercq door een buur vermoord. Daarna werd het huis in brand gestoken. Gelegen “op den weg naar Kortrijk” volgens de oude wegenkaart, is dat van Rollegemplaats naar de Marionetten.
De naam Marionetten werd ontleend aan de herberg de Marriontjes die in 1770 op het kruispunt van de Rollegemseweg met de Bosstraat stond. Het was een aardeweg die van Walle (bij Kortrijk) via Rollegem naar Dottenijs liep. Deze weg had de naam van “straete van Cortryk, naer Rolleghem”. Vroeger sloten Walle en de Marionetten aaneen. Sinds 1968 werden de gehuchten door de aanleg van de autoweg gescheiden.
Boven op de heuvel staat de vroegere school van Jan Royaert, ook nog meester Kleikop genoemd (Helkijn1814-Kortrijk 1887). Hij had de gewoonte in zijn doodskist te slapen. In 1905 vestigden zich hier de zusters Verrue. Zij lieten vier klaslokalen bij bouwen. Na W.O.II baatten de zusters van Don Bosco het schooltje uit. In het weekend was er ook nog een eucharistieviering in het schooltje.Door gebrek aan leerlingen werd vrijdag 28 juni 1996 de allerlaatste schooldag. Nu worden de gebouwen niet meer als school of kerk gebruikt.
Op het kruispunt Rollegemseweg, Bosstraat, Rollegemseknokstraat staat het rustgevende en bezinnende “Ostiahove”. Het is een oord van stilte en verkwikking.
Hier stonden tot begin 1900 aan de westkant van de straat drie caféshet nr. 107 was café “De Marionetten”. Het uithangbord is nog in de zijgevel zichtbaar.
Het nr. 11 een wat achteruit getrokken huis, “De Oude Marionetten. Het nr.123, de “Nieuwe Marionetten.
In de Bosstraat op een 500 meter wandelen of fietsen staat "De Libel". Wie met de wagen komt raakt die kwijt op een prachtige aangelegde parking.
Het adembenemende van dit wondermooie plekje willen we u ontnemen.
Het is een natuurgebied van zestig hectaren met ondermeer het geboortebos in de Don Boscolaan.
Het idee kwam uit Nederland: “ Men zag daar een gelijkaardig paviljoen in de vorm van een vlinder”. De constructie was bedacht door de Nederlander Thijs Van Der Wal.
Het is een zeilconstructie tussen palen gespannen, met een afmeting van 27 meter lengte, een breedte van 37 meter en een hoogte van 5 meter. De totale kostprijs bedroeg 378.000 euro. Het omstreden paviljoen werd op 8 juli 2006 opengesteld.
“De Libel is een wezentje dat als eerste weggaat bij het verdwijnen van de natuur.”
In de “libel” is er een observeercentrum en tentoonstellingsruimte. Ze staat symbool voor herstel van de natuur in het groene lint zuid.
De ruimte in het lijf biedt plaats aan 50 bezoekers!
De facetogen van het insect bieden prachtige panoramische uitzicht over het landschap.
De permanente tentoonstellingruimte biedt op speelse wijze informatie over de leefomgeving, milieu en herintroductie van de natuur.
Tegelijk dienen de vier immense vleugels als bescherming of schuilplaats voor de bezoeker.
Het panorama op het omringende landschap is vanuit deze zacht glooiende heuvels een troef voor de natuurwandelaars.
Het bezoekerscentrum komt er in “Hof te Coux, achter het ziekenhuis, dit is volop in aanbesteding en wordt later geopend.
“De Libel” was voor veel omwonende en natuurliefhebbers een doorn in het oog” Nochtans is het een streling voor de wandelaar!
We hebben in alle rust en stilte het verlaten en keren terug naar de Rollegemseweg
Op mijn terugweg dacht ik nog even aan mensen die vreesden dat bij de uitbouw van "De Libel" de rust zou verdwijnen en anderen die niets liever wilden dan veel passage van de wandelaars. In dat verband wil ik je de historie van de kapel aan het St.- Annabos niet onthouden. Aan de nieuwe Elleboogstraat ligt het park en het kasteeltje van de la Croix, in de 18de eeuw genoemd Bewalde speelmote van Penthevilles. Op de hoek staat een achtzijdige kapel van het H. Hart In het jaar 1935, in de oktobermaand dacht men aan een mirakel, toen men het beeld zag bloeden. Een onderzoek wees echter uit dat het om konijnenbloed ging. Wat was er nu gebeurd? De meid van het kasteel werd ontmaskerd als schuldige van dit opzet. Waarschijnlijk had het mens gedacht:"Het is hier zo stil, niemand verstoord hier de rust, het zou een welverdiende verandering kunnen zijn!" Uit eerherstel liet de kasteelheer een nieuwe kapel bouwen.
Intussen komen we op het einde van de huizenrij aan de oostkant. Vlak voorbij de voormalige grens, ligt het hoogste punt van Rollegem, 63,75m. Op de hofstede van Emiel Maes stond hier eens de bakstenen molen, “De Kimpemolen”.
Een koperen plaat herinnert er ons nog aan. De molen werd in 1910 afgebroken. Met de groene dreef aan onze linkerzijde verlaten we dit gehucht.
Op de nrs 45- 50 stond voor enkele jaren het café “De Reisduif” vroeger de “De Suikerij” en dat brengt bij een ander gehucht. Er was hier een vervoerdienst uitgebaat door Henri Delanglez, uit Rollegem. Zijn bekendste standplaats was: “In de Hert”. Tussen de Kortrijkstraat en de Munckendoornstraat. Langs de Segersweg was er een Eikenbos van iets minder dan drie hectaren, het bos was eigendom van Salembier. Het bos werd omgehakt gedurende W.O.I door het bevoorradingcomité bij gebrek aan kolen.
“Hof van Leverghem” ligt volgens het gewestplan in landschappelijk waardevol landbouwgebied. Het dateert van het einde van de 18de eeuw. De kabinetskaart van de Oostenrijkse Nederlanden van 1771-1778 nam de hoeve nog niet op, maar deze van 1789 wel.
In 1789 was de familie Fouliers De La Faille de Leverghem eigenaar van de hoeve. “Leverghem” was een heerlijkheid ten Zuidoosten van Waregem.
In 1846 was de familie De La Faille nog steeds eigenaar, het land en bouwareaal strekte zich toen uit over 46 ha.
Op het einde van de 19de eeuw vestigde Henri Beaucarne zich als pachter op de hoeve.
In 1914 werd Cyriel Deschamps pachter en in 1918 kocht hij het”Hof van Leverghem”
Het land en bouwareaal waren toen nog 40 ha groot In de jaren twintig van de vorige eeuw vernieuwde Cyriel grondig de hoevegebouwen en liet de overdekte toegangspoort slopen om grotere machines op het erf te kunnen toelaten.
In 1945 werd André Deschamps, zoon van Cyriel de nieuwe eigenaar en uitbater van de hoeve.
Tot in 1953 was de hoeve omwald, vanaf toen werd de omwalling volledig gedempt en stelselmatig opgevoerd. Door verkoop van gronden en de aanleg van verkavelingen verminderde de bedrijfoppervlakte tot 21 ha. André, intussen overleden heeft geen opvolging
Rechts van de toegangsweg tot de hoeve staat sinds 1979 de twee vogelmasten en het clubhuis van de inmiddels niet meer bestaande “Handbooggilde van Sint-Sebastiaan” van Rollegem.
Zoon Jaak een zeer goede schutter is intussen aangesloten bij de gilde te Bellegem waar hij al heel wat titels veroverde.
Bij de ingang van het erf is tegen de achtermuur van een berging een uitbouw gemetseld in rode bakstenen met een grote nis in, die dienst doet als muurkapel.
De muurkapel aan de ingang van het “Hof van Leverghem is onder het dak van de berging gemeten omtrent 3 m hoog. De nis is 1,25m. hoog en 90 cm. Breed. Ze is afgesloten met een houten raam met ronde boog waarin klaar glas aangebracht is. Boven de nis is een kruisje gemetseld.
Vóór de kapelmuur met nis is een bloemenperkje aangelegd met stapsteen erin om de kapel te kunnen bereiken. Dit voortuintje is afgesloten met een groen geschilderd ijzeren poortje.
Binnen in de nis staat een wit gipsen beeld van Onze-Lieve-Vrouw van Lourdes van 80 cm. Hoog. Het beeld van O.L.Vrouw van Lourdes in de muurkapel van het”Hof van Leverghem” is versierd met 2 vaasjes met kunstbloemen en 2 kaarsen.
De Klijtberg is met zijn 62,50m. één van de hoogste punten van Rollegem
De Klijtberg maakt deel uit van de waterscheidingkam tussen de stroomgebieden van de Leie en Schelde. Het “Klijtgat”, een winning gebied voor klei.
Het nr.2 in de Rollegemse weg is de “Klijtberghoeve”, gelegen aan het kruispunt van de Kannestraat en de Klijtbergstraat.
De hoeve voor het eerst vermeld in 1809
Tegen het wagenkot van de hoeve staat ”Rietjes Kruis”.
Het Kruisbeeld wordt zo genoemd omdat het opgericht werd door Henri Delanglez, de vader van de huidige uitbaters van de hoeve, Fidéle en Céleste Delanglez
Henri Delanglez richtte het kruisbeeld op omdat er vroeger op “het gehucht Klijtgat” een huis stond waar het spookte en Henri wilde met het kruisbeeld het gehucht beschermen tegen spoken.
Tot in 1967 stond het kruisbeeld aan de overkant van de straat onder twee beuken en omkranst door een haag. Toen de Rollegemseweg in 1967 verbreed werd, plaatste men het beeld tegen de muur van het wagenkot van de hoeve.
Rietjes kruis is een groen geschilderd kruis dat beschermd wordt door een houten dakje. Op het kruis hangt tegenwoordig een klein metalen beeld van Jezus van Nazareth(afkomstig van op een doodskist) met het opschrift “INRI”
Oorspronkelijk hing er aan het kruis een houten beeld dat na jaren in weer en wind te hebben gehangen, helemaal vermolmd was en niet meer kon gerestaureerd worden. Het werd in 1967 bij de verplaatsing vervangen door een wit gipsen beeld dat toen ingewijd werd door E.H. Desimpele, toenmalig onderpastoor van Rollegem.
In 1984 werd dit witte gipsen beeld vernield door vandalen. Aan de voet van het kruisbeeld staan bloemen.
Indien we nog een prachtige “Lourdes grot” willen vinden dan gaan we tot bij het nr.
Aan de rand van een bosje van een halve ha. liet juffrouw Helena Vandorpe in 1983 een veldkapel bouwen met oude herbruikbare bakstenen.
Juffrouw Helena Vandorpe was tijdens haar actief leven provinciale inspectrice in het technisch onderwijs. Zij was diep doordrongen van de westerse mystiek en bewonderaarster van de zalige Jan van Ruusbroec, Hadewijch e.a. en zij leefde vegetarisch. Het bosje, dat ze liet aanplanten, staan alleen soorten bomen die alleen in het westen groeien.
Het veldkapelleke van O.L.Vrouw is opgetrokken in oude stijl met een overstekend houten dakje belegd met rode pannen.
In de voorgevel van het Kapelleke zit een moderne bruingeverfde houten deur met binnenverdeling en ruiten.
Boven de deur is een arduinsteen ingemetseld met het opschrift “Oorzaak onze blijdschap”
Het Kapelleke is 2,50m. hoog, 1,20m. breed en 1,20m diep.
In de kapel staat op een voetstuk een merkwaardig polychroom houten beeld van Maria. Zij staat op een wolk en wijst naar haar vlammend gouden Hart, rond haar hoofd is een aureool aangebracht met 12 koperen sterren.
Juffrouw Helena Vandorpe kocht dit prachtige beeld in 1960 in Brugge, het toont veel gelijkenis met het Mariabeeld van de paters Passionisten te Kortrijk.
Het beeld is versierd met twee muurkandelaars. Aan de kapelmuur hangen ook twee gedichtjes van Antoon van Wilderode:
“Maria, gij hoort, en gij weet het wel, onder het dak van uw koele kapel” en “Bij kaarsen en blauwe plavuizen, hoe heerlijk de loofbomen ruisen”
Het huis nr.1 op de weg naar containerpark, was “de dubbele arend”of nog de “de leeuw van Vlaanderen” . “In den Berg “ het werd uitgebaad door Vanasten .
Om naar het gehucht de Kwadebrug te gaan, moeten langs de kerk in de Tombroekstraat. Voorbij de beekweg, ligt de toegang tot het nieuwe kerkhof dat werd aangelegd in 1963 en dat in gebruik werd genomen na de afschaffing in 1965 van het oude kerkhof dat rond de kerk lag,; Tegenover het kerkhof staat nabij het nr. 44, de kapel van Onze-Lieve-Vrouw- Middelares-aller- genaden. Het is een grote veldkapel in rode bakstenen die werd opgericht in 1946 door de zusters van de Heilige Theresia( nu de Heilige Jozef) uit het klooster in de Tombroekstraat nr. 6 en de giften van Charles en Melanie De Pauw.
De kapel Onze-Lieve-Vrouw- Middelares-aller- genaden. werd gebouwd uit dankbaarheid aan O.L.Vrouw voor de bescherming tijdens de Tweede Wereldoorlog.
In de voorgevel van de kapel zit een houten neogotische bruine dubbele deur met glas. Boven de deur is een Maria monogram in de muur gemetseld. Op de nok van het dak staat vòòraan een arduinen kruis. De zijgevels van de kapel zijn bekleed met schaliën. De kapel is 3 m. hoog, 1,50m. Breed en 2m. diep.
Binnen in de kapel staat een houten sokkel met een wit stenen beeld van Maria die op haar rechterarm het Kindje Jezus draagt. Maria heeft een gouden kroontje op het hoofd en een gouden druiventros( symbool van genade) in de linker hand. Het kindje Jezus heeft een gouden wereldbol in de hand.
Op het beeld staat het opschrift” O Maria Middelares aller- genade B.V.O.
Het beeld is versierd met een koperen kandelaar met zeven kaarshouders. Er staan ook twee bloempotten en een bloemstuk met kunstbloemen.
Aan de muur van de kapel hangt een houten kruis met een tinnen beeld van de gekruisigde Jezus erop.
In de kapel staan twee bidstoelen.
Van in oktober 1945 werd een bedevaart gehouden van aan de kapel van O.L.Vrouw -van Bijstand op de Rollegemplaats en vanaf de verdwijning van deze kapel, van bij haar beeld in de St-Antoniuskerk, waar haar beeld verder vereerd kan worden, naar de (eveneens verdwenen) grot van O.L.Vrouw van Lourdes op de koer van het klooster van de zusters naar de kapel van O.L.Vrouw Middelares aller- genaden onder het bidden van de rozenkrans en het zingen van Maria liederen.
Deze bedevaart wordt niet meer ingericht sinds de jaren zestig
We stappen door tot aan de hoeve op de rechter zijde “Nevele-Rosendaal”. De hoeve dateert van de 17-18de eeuw. Einde 19de eeuw was Vanneste eigenaar en uitbater. Paul Renard volgde hem als pachter op in1906. In 1945 werd Pierre Dumortier de eigenaar en sinds 1979 volgde zijn zoon Roland hem op.
Al van in 1601 had “Nevele-Rosendaal” een rechthoekige wal en dit bleef ongewijzigd tot einde 19de eeuw.
De wal verdween in fasen: het linkerdeel langs de weg verdween omstreeks 1900, de wal achter het woonhuis in de jaren vijftig en rond 1964 het laatse deel achter de schuur.
Pastoor Slosse vermeldt dat het vierde doodsprentje in Rollegemwerd uitgegeven voor het overlijden van Cathrientje Ghequiere, vulgo Cathrientje Louage. " Ze wierd op hare hofstede binst de hoogmis vermoord op 1 januari 1846."
In zijn uitgebreide collectie vinden we het prentje ook niet terug (oproep naar zij die het in hun bezit hebben om het te mogen gebruiken)
De oproep werd gehoord, met dank aan zij welke geholpen heeft, hier het resultaat;
Passage uit Slosse: “Intusschen, voor het geven van dergelijke santjes waren ze te Rolleghem late aan den gang: E.H. Du Boccage heeft het eerste; de weduwe Ghequiere Herbau het tweede; pastor Mullier, het derde en Cathrientje Ghequiere, dochter van Ghequiere Herbau het vierde. Cathrientje Ghequiere, vulgo Catrientje Louage, wierd op hare hofstede binst de hoogmis vermoord den 1 januari 1846.
Passage uit Thesis: Joannes Christiaens , 22 jaar, werkman, geboren en wonende te Wareghem, werd beschuldigd van moord met voorbedachten rade op Catherina Ghequiere en diefstal ten aanzienvan dezelfde persoon. Hij werd op 10 maart 1846 door het Assisenhof van West-Vlaanderen ter dood veroordeeld, en op 7 april 1846 om twaalf uur terechtgesteld op de Grote Markt te Kortrijk.
De stad Kortrijk heeft binnen haar stadsmuren vijf maal een executie gekend. De eerste twee executies (De Beuck 23/02/1816 en Nijs 2/02/1835) vonden plaats op de grote markt voor het stadhuis. De executie van Van Gheluwe vond plaats op 23/05/1835 op de Graanmarkt. De executie van Christiaens op 7/04/1846 verhuisde opnieuw naar de Grot Markt, en de laatste executie te Kortrijk, die van Algoet, werd voltrokken op het Jan Palfijn plein.
Ook het bidprentje welke hier werd aan toegevoegd werd ons door een vriendelijke Ann Augustyn opgezocht en gevonden met zeer veel dank aan zij die ons hierbij geholpen hebben.
Zij die dachten dat Cathrientje, een kind was vergisten zich. Katrien was een volwassen vrouw van 52 jaar oud. Ze werd niet vermoord op de hofstede, zoals aanvankelijk gedacht aan Rietjes kruis maar op de hofstede: “Nevele-Rosendaal”. Hoe kwamen we dit op het spoor?
Bij zulke gelegenheden denkt men direct aan de krant. Doch in die tijd waren kranten zeker niet gericht naar het brede publiek. Tot na de tweede wereldoorlog werden naar aanleiding van roofovervallen, moorden, verkrachtingen, en andere zware misdrijven door Markt- en straatzangers het thema beschreven en bezongen. En toch was er een klein verhaal, uit het krantenartikel in Journal de Bruges 3/4/1846” konden we lezen: "On écrit de Courtrai: Un crime horrible vient d'être commis hier matin à Rollegem, durant la grand' messe, la fille Ghesquière agée de 52 ans et habitant une ferme avec son frère dans ladite commune, située à une lieu d'ïci , a été assassinee de la manière la plus atroce pendant qu'elle était seule nu logis. Son cadavre a été ensuite jeté dans un étang qui entoure .lLa ferme et d' où on l'a retiré. Le cràne est horriblement fracassé, Cet assassinat a étè suivi d'un vol d'espèces et de bijouteries de femme. Hier après-diner , immédiatement après avoir reçu la nouvelle, les membres du parquet se sont rendus sur les lieux et ont fait les recherches les plus actives pour découvrir l'auteur de ce crime, car tout fait présumer qu' il a été commis par un seul individu. La nuit seule a pu mettre fin à leur leurs investigations qu 'ils ont dû recommencer aujourd'hui de bon matin."
We vernemen wel degelijk, dat “Son cadavre a été ensuite jeté dans un étang”.
In de "Journal d'annonces de Courtrai' van 7 januari 1846 lezen we dat de moordenaar van zuster van boer Ghesquiere in Rollegem zijn daad bekend heeft. Voor Catherientje was de moordenaar geen onbekende. Op de boerderij was hij een tijdje knecht geweest maar na 20 maanden hadden Cathrientje en haar broer hem zijn ontslag gegeven wegens ontrouw en slecht gedrag. De moordenaar kwam net uit de gevangenis toen hij zich op oudjaarsavond ongemerkt liet opsluiten in de schuur van de boerderij. Toen de boer en de knechten op nieuwjaarsdag vertrokken naar de hoogmis sloeg hij zijn slag. Cathrientje was echter nog thuis en gealarmeerd door lawaai in de kamer ging ze een kijkje nemen. Ze herkende de weggezonden knecht en vroeg wat hij zocht. De knecht antwoordde niet maar sloeg haar met een schop op het hoofd tot ze badend in het bloed neerviel. Hij doorzocht de woning en stal wat hij kon. Bij het verlaten van de woning liep hij voorbij de gewonde Catherine en bemerkte nog een teken van leven. Razend sloeg hij haar opnieuw en sleepte zijn vroegere werkgeefster naar de wal waar hij haar in het water gooide.
Ook vonden we door dit aan te klikken, heel wat informatie over ons Katrien.
In die tijd was de guillotine gebruikt als executiemethode. Het is pas bij de invoering van de guillotine in onze gebieden dat de men geen onderscheid meer kon maken tussen de veroordeelden uit verschillende standen. Op het uur van de dood werd iedereen gelijkgesteld
De veroordeelde Chrisiaans werd op de middag geëxecuteerd. Hij werd niet de avond ervoor, maar pas diezelfde morgen van Brugge naar Kortrijk vervoerd.
Uit de krantenberichten bleek ook dat de laatste actie van de ter dood veroordeelde vaak het kussen van het kruisbeeld was. Deze handeling ging meestal gepaard met de woorden “Seigneur, je remets mon âme entre vos mains”Mon Dieu, je remets mon âme entre vos mains”
“Heer in uw handen beveel ik mynen geest
“De veroordeelde had wel hoofdzakelijk een zwijgende en passieve rol, een kort woordje tegen de priester zoals hierboven vermeld werd, paste wel in het ceremonieel. De enige veroordeelde die zich wel tot het volk richtte was Christiaens (1846). “(…) Hij heeft met een flauwe maar kalme stem gezegd; mensen ik vraag u allen vergiffenis (…)”[
De executie van Christiaens op 7/04/1846 gebeurde op de Grote Markt,
Wat dit toilet inhield? Het eerste artikel dateert uit 1846 en stelt: “(…)Eenige
oogenblikken voor den middag zyn den beul en zyne hulpen in het gevang gekomen om het hair en hembd-hals (sic) van Christiaens aftesnyden, hij heeft die bewerking met droefheyd en tevens met overgeving onderstaen. Onmiddelyk nadien hy is op de kar geplaetst…(…)”[
Bij de executie van Karel Algoet te Kortrijk (1855) stonden er rond het schavot zo’n 120 man van het 4e regiment. Dit waren ongeveer 3 maal zoveel ordebewaarders dan 9 jaar ervoor toen Christiaens te Kortrijk werd terechtgesteld. Toen werd er slechts melding gemaakt van een détachement van 40 man van het 5e regiment van de politie
Tekst uit de openbare terechtstelling door Marleen Dupont. Zeker een aanrader wil je het verloop kennen uit die periode.
Waarom zei men, Cathrien Louage in plaats van Ghequiere?
Cathrientjes overgrootmoeder was getrouwd met Nicolaus Ghequiere. Twee jaar na de geboorte van Joannes Baptiste, grootvader van Cathrien, hertrouwde Cornelia met Joannes Baptiste Louage klik hier
De “Kwadebrug” welke in den ouden tijd van een zeker “Strategische” belang was.
In 1648 legerde de Franse troepen te Luigne. Ze maakten de streek hier onveilig door hun plunderingen. Daarom beslist de parochie de “Kwadebrugge” af te breken opdat de soldaten niet meer in staat zouden zijn te komen plunderen op de parochie.Zie hier den authentieke tekst uit de “Pointynghebouck” of de belastingsrol van 1652: Betaald aan Jan Esquenet over
Handhedaan (handenarbeid) en leverynhe van hout van het vermaecken de brugghe, genaempt de Quabrugghe, gebrocken synde bij laste van de prochie van het beletten de passage van de soldaten die quaemen dieven(?) als ’t legher in Luigne(?) lag anno 1648.
Het moet wel zijn dat de beek en de dijken groter waren dan nu, en dat er meer water vloeide, anders ware het voor de plunderende soldaten een klein kunstje geweest om er over te wippen. (Tekst uit het Bellegemse parochieblad)
In 1941 werden verbeteringswerken uitgevoerd omdat het wegdek was beschadigd door de voorbijtrekkende zware artillerie.
Aan de Kwadebrug verdwenen drie cafés zijnde aan de noordkant van de straat “De Rivier”
Bij de beek het nr. 210 “Au Mal Pont
In de Hoevedreef, bevindt zich de hofstede “Dadecotboghaert” een hoeve welke dateert van de 17de eeuw gezien de hoeve in 1629 verlaten was. Het was een omwalde hoeve, welke in 1970 volledig werd gedempt. Deze wal had een dubbele functie, namelijk bescherming en ontwatering.
“Dadecotboghaert” staat immers in de alluviale vlakte van de fabrieksbeek.
Ook al zijn de cafés verdwenen toch is er nog jaarlijks de “Kwabrug Kermis” op het 3de weekend van de maand juni.
De hofstede nr. 171 of de Kwabrughoeve al bekent van in 1834. Een meerzijdig gesloten hoeve het woonhuis werd verbreed en vernieuwd
De naam van de hoeve verwijst naar het gehucht
“Au Coq Chantant” later de “De Commerce” is de hoeve nr. 218. De historische naam is te danken aan: vroegere was in de hoeve een café ondergebracht met deze naam. De hoeve werd gebouwd tussen 1813 en 1846. Het was een hoeve met amper 1 ha. Omstreeks 1900 werd in de hoeve de herberg ondergebracht, de bewoners hadden zich gespecialiseerd in de aardappelteelt. Later kwam een metser uit Nederbrakel, en breidde de oppervlakte uit tot 11 ha. Tijdens WO II doken voorname Kortrijkse figuren onder op de hoeve. Na de oorlog werden de herbergactiviteiten stop gezet. Het is een gesloten U- vorm gebouw, met als oudste gegevens 1860, woonhuis en ovenbuur.
Tussen Tombroek en het Forest ligt een klein groepje huizen. Voor de fusie begon de Moeskroenstraat aan de beek van de Kwadebrug, welke de scheiding vormt van Bellegem met Rollegem. Nu vangt ze aan op het kruispunt met de Tombroekstraat. We dwarsen de Tombroekstraat, richting MoeskroenstraatHet gehucht de “Zevenkote”, de Popp-kaart duidt op die plaats zeven woningen aan, die hun naam aan deze buurt gegeven hebben. Nu bestaan er nog drie van die huisjes: de nr. 7, 25 en 29.
De hofstede ”Zevenkote”werd in 1898 nieuw opgetrokken, na afbraak van de bestaande hoeve welke dichter bij de straat stond. De oude funderingen werden in 1979 terug gevonden
Het
Vroeger zouden hier zeven zogezegde koten gestaan hebben.( huizen zonder achterdeur werden koten genoemd) De weg naar de hofstede was lang geleden de verbinding weg met Tombroek.
Hoeve Ghequiere, Moeskroenstraat 24 dateert uit 1756. De naam verwijst naar de familienaam van de huidige uitbaters, welke al een kleine eeuw de hoeve bewoont. Het is een gesloten vierkantshoeve met open ingang.
In 1945 werden de gebouwen aanzienlijk beschadigd door een neventreffen van een VI bom
Op de hoek van de Moeskroenstraat en de Schreiboomstraat(zuidkant) ligt een stuk grond van ± 800 lands.Dit werd tijdens de Hollandse bezetting voor 1830, voor een “kantje” (een stuk brood,) omgewisseld. Er heerste toen een grote hongersnood onder de bevolking. Ze moesten hoge belastingen betalen op het slachten en malen. Dit stuk land noemt nu nog “Het Kantje”
Het “Forest” op de grens van Moeskroen, 50 meter hoogte was een bosrijk gebied.
Het was bewoond door veel grensarbeiders en was bekend voor zijn talloze vinken liefhebbers.
Verscheidene wegels laten ons genieten van dit heerlijke gehucht.
Terug naar de Schreiboomstraat, welke ook nog deel uit maakt van het Forest,
De hoeve “Te Brou” In 1756 was Frans Hoornaert de uitbater. De eigenaar was Verbyst volgens de Popp-kaart. In de tweede helft van de 19de eeuw werd de familie Brou eigenaar, deze vrijgezel schonk in 1910 de hoeve aan het armengoed te Kortrijk. Karel Vandewoestijne afkomstig van een verdwenen hoeve op den Rodenburg te Marke, werd de nieuwe uitbater in 1910. Door het beperkte landbouwareaal, specialiseerde men in de jaren tachtig in de varkenskweek.
Stond tot voor de eeuw wissel dit huis. Aan het nr. 71
In de gevel was een steen ingemetseld die de wapens vertoonde van de abdij van Groeningen;drie zilveren rozen op rood veld; en links deze van de abtdis Victoria Dubois, alias Van Houtte, op zilver veld een rode keper, met twee groene bomen langs boven en een zwart kruis langs onder.
Het de hoeve (± 9 hectaren) was bewoond door Ambriosius Van Neste, ze behoorde toe aan vrouw Crommelinck-Vanden Borre uit Moen.
.
De “Foresthoeve” Schreiboomstraat 54.
De vroegere bosrijke omgeving, waarnaar de naam verwijst is volledig verdwenen.
In 1756 werd de hoeve uitgebaat door Jean Frans Lemerchie, we vinden ze terug op de kabinetkaart van de Oostenrijkse Nederlanden van 1771- 1778.
Omstreeks 1860 huwde Louis en Jean Baptiste verhuisde naar een kleinere hoeve, die recht tegenover de ouderlijke hoeve stond. Gedurende de Eerste Wereldoorlog werd een Duitse geschutseenheid gevestigd op het land, waarbij de boomgaard ten dele werd vernield.
De hoeve werd grondig vernieuwd en gemoderniseerd. In 1962 werd gestart men met het kweken van varkens in het kader van de Euromarkt.
“Goed te Castel” reeds in 1637 werd het op kaart voorgesteld. Het was de familie Herbau die er tot in 1901 de uitbater en eigenaar van was. Van af toen werd de hoeve opgevolgd door Alberic Depestel. De Na een blikseminslag werd de hoeve in 1903 bijna volledig vernield. De brand ontstond op het “Goed te Castel tevens bij het drogen van graan. Er werd een vuur gestookt en via een ventilator werd warme lucht door het graan geblazen. Vermoedelijk werd het vuur meegezogen zodat de brandt ontstond.
In 1915 verhuisde Alberic naar het “Goed te Bottelrie. Hij werd opgevolgd door René geboren op “’s Costers” Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden de stallen door de Duitsers opgeëist.
In 1990 veranderde de hoeve opnieuw van eigenaar, de gebouwen werden aangepast voor een AVEVE -winkel met magazijn.
“De Schreiboom” Heeft geen archiefmateriaal daar ze slechts dateert uit 1901.
De vrouw van de eerste uitbater, was afkomstig van het “Goed Castel” Bij haar huwelijk werd de hoeve gebouwd en land gekocht aan een oom.
Aan de hand van de Popp-kaart Rollegem en legger van omstreeks 1834 kan men vaststellen dat de hoeve nog niet bestond.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de hoeve licht beschadigd. De bedrijfsleider verhuisde in 1971 naar Ledegem, en bewerkte hier verder de gronden. De hoeve stond in 1992 leeg, nu werd ze grondig verbouwd en heeft geen landbouw functie meer sinds 2000.
“De Schreiboom” Heeft geen archiefmateriaal daar ze slechts dateert uit 1901.
De vrouw van de eerste uitbater, was afkomstig van het “Goed Castel” Bij haar huwelijk werd de hoeve gebouwd en land gekocht aan een oom.
Aan de hand van de Popp-kaart Rollegem en legger van omstreeks 1834 kan men vaststellen dat de hoeve nog niet bestond.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de hoeve licht beschadigd. De bedrijfsleider verhuisde in 1971 naar Ledegem, en bewerkte hier verder de gronden. De hoeve stond in 1992 leeg, nu werd ze grondig verbouwd en heeft geen landbouw functie meer sinds 2000.
De kapel van de Schreiboom, een boom van heidense oorsprong, bij voorkeur aan kruisstraten en hofpoorten, om vrij te blijven van rampen en ongevallen. Een schreiboom of treurboom is een boomvorm waarvan de takken neerhangend zijn, het zijn bomen van verdriet.
Onze-Lieve-Vrouw –van –de –Schreiboom of Renardskapelle in de Aalbeeksestraat.
Langs de noordkant van de straat en op de hoek van de Marksestraat staat de Neoklassieke bakstenen kapel. De volkse naam verwijst naar de “Steenbakkerij” van Renard- Vandeputte die voor de Tweede Wereldoorlog in de weide juist voor de Marksestraat gelegen was.
De oudste gegevens van deze hoeve dateren van 1637. Toen in 1773, op last van de Staten van Vlaanderen, een kaart moest worden opgesteld worden van de hoeven waar runderpest was uitgebroken, kwam ook “ de Steenbakkers -hoeve” erop voor; daardoor werd toen de hele veestapel van de hoeve op last van de overheid, afgeslacht. Op de “Steenbakkers -hoeve” was er rond de eeuwwisseling 1800/1900 een kleine steenbakkerij gevestigd.
Het kruispunt werd hier gevormd door de Schreiboomstraat en de Lerberg ( aardeweg langs de hoeve naar de Lampestraat, de Aalbeeksestraat was er nog niet)
In de topgevel van de kapel is een nis met Romaanse boog ingemetseld, afgeboord met grijze façadesteentjes. De nis is 80 cm hoog en 50 cm breed. Daar staat of stond een beeld van het H.Hart van Jezus van 40 cm hoog. De kapel werd op het einde van de 18de eeuw gebouwd.(voor 1850) Zij is 3,80 m hoog en 2,60 m breed en 2,30 m diep.
Binnen in is de kapel in het lichtblauw geschilderd, de achtermuur, waartegen het houten altaar staat, is evenwel witgeschilderd.
Op het altaar is het Mariamonogram (AM) aangebracht.Op het altaar staat een gipsen beeld van O.L.Vrouw van Lourdes van 60 cm hoog met er boven het opschrift” Ik ben de Onbevlekte” Het beeld is versierd met 6 vazen met kunstbloemen en rond het beeld is een krans aangebracht met witte papieren rozen. Er hangt een ex-voto met de tekst “ In Lourdes hebben we voor U gebeden. Dank”
“Steenbakkerhoeve”
Ze datert van de 16 de eeuw, de oudste vondsten gaan terug tot 1637. Het was Jacobus Vanneste welke huwde met Delputte Elisabeth omstreeks 1733 die er kwam wonen. Het was in 1773 dat op last van de Staten van Vlaanderen een kaart werd opgesteld met weergave van de hoeven waar runderpest was uitgebroken. Daarop komt de “Steenbakkershoeve” voor, en om verdere uitbreiding te voorkomen werd de hele veestapel afgemaakt.
Omstreeks 1867 richten de broers Renard een kleine steenbakkerij op die gewerkt heeft tot 1900. In 1934 werd de hoeve door een zware storm geteisterd waarbij stallen en schuur werd vernield. De hoeve was volledig omwald, vermoedelijk werd het poortgebouw gesloopt inde periode 1846- 1873, waarbij een deel van de omwalling werd gedempt. Tegen 1918 was reeds de helft van de cirkelvormige omwalling verdwenen. Het was tussen 1930 -1940 dat het resterende gedeelte werd gedempt.
Het Kruisbeeld welke aan de zijkant bij de oprit naar de hoeve, stond tussen twee lindebomen. Het is er tweemaal tijdens stormen in 1942 en 1975, omgewaaid Het kruis is in hout en werd in 1976 herschilderd in een licht- bruine tint; het beeld van Jezus van Nazareth is van gietijzer. Het is waarschijnlijk een Frans beeld want de voeten van Jezus staan op elkaar en niet naast elkaar zoals bij ons gebruikelijk is.
Onderaan het kruis is een zwart geschilderd doodshoofd aangebracht en bovenaan het opschrift “INRI”.
Het kruisbeeld is beschermd door een houten dakje, het geheel is 2.40 meter hoog.
Het kruisbeeld is versierd met bloemen in een bloembakje. Vroeger stopte de Kruisprocessie bij dit kruisbeeld.
“Ter Linde”
Dateert van 1756, begin de 20ste eeuw werd de hoeve geteisterd door een storm waarbij de schuur totaal vernield werd. Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd de hoeve door de Duitsers Bezet. Begin van de 20ste eeuw werd de schuur door een storm totaal vernield, ze werd gelukkig opnieuw heropgebouwd.
Achteraan staan de “Barakken” welke dienst deden voor de Bussen van de firma Hoornaert uit de Aalbeeksestraat.
Bij de hoeve nr. 7 Is een grote kapel in de hoevegebouwen ingebouwd. De hoeve welke een omwalde hoeve was dateert uit 1637. Het “ Hof Ter Magne” Ze had de benaming van “ Dquasmagne” het was niet zeker of de omwalling nog bestond, zeker is dat tegen 1809 de wal volledig gedempt was.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd op deze hoeve voor een korte tijd een geschutseenheid geïnstalleerd.
Na de oorlog werd de overbouwde poort toegemetst. Een nieuwe toegang werd voorzien, voor de grotere machines. Voor de aanleg van de A17 in 1973 werden 2 ha landbouwgronden onteigend.
De hoevekapel van O.L.Vrouw Hulp der Christenen is een openkapel, opgetrokken in rode baksteen. De toegangsdeur zit onder een grote Romaanse boog, het is een groengeschilderde smeedijzeren deur met tralies. In de witgeschilderde boog boven de deur staat in het zwart de naam van de kapel te lezen:” O.L.Vrouw –hulp –der -Christenen” De kapel is 2,60 m. hoog, 4 m. breed en 1,50 m. diep.
De binnenkant van de kapel is witgekalkt, de achtermuur even wel lichtblauw.
In de kapel staat een klein houten altaar met twee houten kandelaarblokken zonder kandelaars. Niettegenstaande de naam van de kapel is het beeld dat op het altaar staat een gipsen beeld van O.L.Vrouw –van -Lourdes. Het staat op een blauwgeschilderde houten blokje met het Mari – amonogram. Het is 60 cm hoog en versierd met kunstbloemen.
Vroeger werd in de meimand iedere avond door de mensen uit het gebuurte een rozenhoedje gebeden; na de Tweede Wereldoorlog is dit gebruik verdwenen.
Wanneer we de brug over de autosnelweg op gaan zien we aan de linkerzijde de hoeve met in de dakpannen verwerk het jaartal 1912. Het laat vermoede dat deze hoeven, zeer recent gebouwd werd. Oorspronkelijk stond ze waar nu de boomgaard is.De Kabinetkaart van de Oostenrijkse Nederlanden van 1771. Popp-kaart van 1834.
Het was in 1912 dat de broers Vandaele, toenmalige eigenaars, de hoeve volledig naast de bestaand gebouwen bouwden. De zware balken van het schuurgebinte zijn het afbraakmateriaal van de Sint- Antoniuskerk, zoals reeds vroeger neer geschreven werd in 1904 neer gehaald en zo verhuisden vele matrealen naar plaatsen waar gebouwd werd.
Zo staat ook een huis in de Kerkstraat van rond de zelfde periode waar je nog zo een balk kunt terug vinden.
Het hof werd inde Eerste Wereldoorlog door de Duitsers bezet. Er werden ondermeer barakken opgericht met gasinstallaties voorzien om huidziekten te bestrijden Enkel de kop van het paard bevond zich in de buitenlucht. Na de oorlog werd met het materiaal loodsen gebouwd. In de gevels van de hoeve zijn nog sporen te zien van de lichte beschadiging van de Tweede Wereldoorlog. In 1949 kocht een nieuwe uitbater deze hoeve welke in 1952 zijn eigendom werd. Met de aanleg van de autoweg (A17) omstreeks 1976 werd het hoeveareaal gehalveerd. Tussen de jaren 70 en 80 werd door de huidige eigenaar inspanningen geleverd voor een positieve toekomst van dit bedrijf.
Aan de ingangpoort van de hoeve “Goed te Coulembier” is aan de straatzijde een moderne hoevekapel aangebouwd.
“O.L.Vrouw hulp der Christenen.” Uit 1945.
De hoeve zou, volgens de deurbalk op de koestal dateren uit 1773. Ze wordt reeds vier generaties lang bewoond en uitgebaat door de familie Coulembier. De huidige uitbaters zijn de familie N. Coulembier – Coussement.
Oorspronkelijk was het een gesloten vierkantshoeve, met als ingang de grote poort van het wagenhuis. De ingang bestaat nog maar de poort werd vastgehecht. Zoals bij vele hoeven was de ingang te klein voor de grote machines.
De kapel welke in 1945 werd opgericht door René Coulembier om van O.L.Vrouw de genezing te bekomen van een gehandicapt kind dat in het gezin was geboren. Het kind is spijtig genoeg enkele jaren later overleden.
De kapel is een rechthoekig gebouw met een plat dak, opgetrokken in rode gevelstenen. Op het dak staat vooraan een smeedijzeren kruis.
In de voorgevel van Coulembiers kapel zit een groengeschilderde houten deur met in het bovenste deel een ruit achter traliewerk. Boven de deur is een arduinen steen aangebracht met de bede: “ Maria Hulp der Christenen, B.V.O.
De kapel is 2,60 m hoog 1,40 m breed en 2.m diep.
Aan de zijgevel is een bloemperkje aangelegd.
In de kapel staat een blauw- geschilderd houten altaar met een geborduurd altaarkleedje.
Op het altaar staat een beeld van “Maria, hulp der Christenen” dat waarschijnlijk afkomstig is uit het klooster van de zusters van Don Bosco op St-Anna, waar Marcella Coulembier kloosterzuster was. Het beeld stelt Maria voor met haar Kindje Jezus, beide hebben een gouden kroontje op het hoofd, Maria draagt een blauwe mantel op een rood onderkleed en Jezus een groene mantel op een rood onderkleed. Het beeld is 60 cm. Hoog.
Het laatste gehucht of kleine dorp, maar daarom niets minder”De Knok” 51 meter boven de zeespiegel ligt We willen het bereiken daarom stappen we langs de binnenstraat, aan de Rollegemseweg gaan we links af en daarna de Groene dreef en dit gedeelte betreden we het uiterste noorden der gemeente. Het vormt de grens met Kortrijk, een deel ervan ligt op grondgebied Kortrijk. De Knok bevindt zich op 4à5 km van het centrum van de stad. Op dit gehucht komen vijf wegen samen. De Muynckendoornstraat was de bijzonderste en ook de langste, ze begint vanaf Walle(Kortrijk) en eindigde in Dottenijs, sinds de fusie is ze opgesplitst. Ze was tien kilometer lang. Op het gehucht waren zeven herbergen, met de brand van de “Fliefouter” was de laatste herberg ook hier verdwenen.
De Knok is volgens sommige een naam welke afstamt van het woord knokken= beenderen; nl. een plaats waar kadavers werden begraven. Het is buiten de stad gelegen, kan het een begraaf plaats? Nu een woonwijk van heel wat mensen welke werken in de stad en hier komen wonen en rust vinden. Van een viertal hofsteden zijn de gronden ingenomen door woningen. Het is een prachtige woonwijk geworden.
“Rollegemknock:” Munkendoornstraat 125,
Werd gebouwd in 1813/14, op de Popp-kaart van 1834 staat deze vermeldt een Scherpereel was eigenaar.
Het was een gesloten hoeve met open ingang
Nu de bergplaats, stond in de jaren zestig een ovenbuur. In de zijgevel van de wagenbergplaats is een kleine kapel.
Sinds 1987 heeft deze hoeve geen landbouwuitbating meer
We maken onze wandeling af langs de Walleweg. We komen ter hoogte van het nr. 115 bij de hofstede “Hof van Odo” de grenssteen tegen welke enkele jaren terug werd opgegraven met het wapenschild van Kortrijk met data van 1743 in een nis ingemetseld.
De naam verwijst hier naar Odo Vandenberghe welke sinds 1927 de eigenaar werd, de bedrijfsoppervlakte was toen 13 ha groot. Het oudste gebouw dateert uit 1779.Hier zou een vluchtende Franse koning Lodewijk genaamd, in de achterkamer overnacht hebben. Vermoedelijk gaat hier om de Frans koning Lodewijk XVIII, welke de troon besteeg nadat Napoleon in 1814 voor de eerste keer werd verbannen naar Elba. Napoleon welke in 1815 begon aan een triomfantelijke terugtocht naar Parijs, zou Lodewijk XVIII gevlucht zijn over Kortrijk naar Gent, waar hij enkele jaren woonde in de Veldstraat te Gent. De Gentenaren noemden hem “Zwiet” in plaats van Louis Dixhuit omdat de ex-koning enorm kon zweten. De bestaande gebouwenworden verhuurd aan derden..
Bij het nr. 101 staan we voor het “Goed te Castaigneboom. Een gesloten vierkantshoeve met de oudste gegevens uit de 18de eeuw, leesbaar in een datumsteen, welke zich bevond in het poortgebouw, 17?? Die verdween na de Tweede Wereldoorlog. Tot in de veertigerjaren werd hier Vlas en Cichorei geteeld.
In 1948 Het jaar dat Onze-Lieve-Vrouw van Fatima naar Bellegem werd gehaald
In 1834 was C. Van Tiegehem eigenaar, en telde ongeveer 22ha. Later was het eigendom van Goethals uit Kortrijk, zijn dochter Simone, getrouwd met Baron Kervyn de Volckaertsbeke, erfde het goed. Hun kinderen waren pachter.
De hofstede voorbij staan we in Bellegem, halfweg de beklimming naar de kerk aan de kapel nemen we de oude tramroute en komen terug op grondgebied Rollegem.
We volgen de Oude Bellegemsestraat en ter hoogte van het nr. 1 zien we Het vernieuwde “Goed te Bottelier”
Deze eeuwenoude gesloten omwalde ( de omwalling verdween in 1958) hoeve was het foncier van de heerlijkheid bottelier. Naast de hoeve was er een vijver, deze werd in de periode van 1846 tot 1873 gedempt.
Al in de 15de eeuw bewoonde Jan van Nest het goed. Op het einde van de 15de eeuw, werd de nieuwe uitbater de Familie Cannaert en verbleef er ruim 100 jaar. Rond Het jaar 1834 was het de beurt aan de familie Cottignies, en telde het domein ongeveer 18 ha. en in 1915 was het eigendom van Albriek Depestel, daarna was het de beurt aan Cristiaans. Toen werden de gronden verkocht.
Het is de huidige eigenaar welke de gebouwen en de omliggende grond naar deze restauratie uitwerkte.
Op het einde van de weg gaan we links af we komen voorbij “Ter kanne” den eigenaar verteld: "vroeger noemde deze straten de Kannestraat,en de kleine kannestraat, ze hebben dit gewijzigd, voor mij was de naam vlug gevonden, het werd "Ter kanne" Een “rustge stek” die ons terug doet denken aan het verleden.
Op het einde rechts af onder de snelweg,
Voor ons, mijn dorp. Ik ben er wel niet geboren of getogen, toch wil ik er tot het einde ter tijden wonen.
Rollshausen verliest in 1974 zijn eigenheid en wordt een fusiegemeente van Lohra. Het is een “woondorp” in het plattelandsdistrict Marburg-Biedenkopf en telt 320 inwoners. De oppervlakte bedraagt 501 hectare, waarvan 162 hectaren voor de landbouw en 284 hectaren bos. Met zijn vijf bedrijven stelt het circa 50 persoenen tewerk Daar het dorp een woondorp is zijn er de laatste jaren een dertigtal huizen bij gebouwd en is het dorp met ongeveer een 100-tal personen toegenomen.
Het leerlingenvervoer is zeer goed geregeld naar Gladenbach, Wiermar-Niederwalgern en de universiteitsstad Marburg.
Het openbaar vervoer van uit Marburg of Giesen (23:24 u.) en met de belbus kan men zekerlijk na middernacht nog in Rollshausen aankomen.
De deelgemeenten van Lohra met zijn Damm, Nanz-Willershausen, Rodenhausen, Reimershausen, Altenvers, Weipoltshausen, Rollshausen en Seelbach. Samen goed voor meer dan 5.000 inwoners.
Rollshausen, en zijn verleden, 1256-2006 of een levensloop van 750 jaar.
De adellijkheid “von Rol(l)shausen, de stamvader is Henricus von Rolshausen, een ridder geboren op 1/10/1556 en overleden op 11/2/1263 hij was gehuwd met Sofia von Haiger en had twee kinderen.
Op het wapenschild zie je twee gekruiste spaden. Volgens de legende zou von Rolshausen in zijn jeugd zo arm geweest dat hij zelf op de akker moest werken.
Op zoek naar een verbroederingsdorp speurden we naar dorpen of gemeenten met gelijkluidende namen of namen die etymologisch naar dezelfde stam verwezen. Zowel in Frankrijk als in Duitsland ontdekten we dergelijke dorpen. In het boek van L.Slosse staat volgende geschreven: “ met ons Rolleghem staan in verband Rollingen in Limburg; Rollingen in het afgestaan Luxemburg; Rollingweer en Rollemastate in Nederland; Rollingshausen en Rollshausen in Duitsland." Sindsdien is de band met Rollshausen ontstaan!
En… om deze band te vereeuwigen werd in1988 een internationale estafetteloop tussen beide dorpen gelopen. De sportievelingen hadden het lumineus idee om een estafetteloop vanuit het verbroederde dorpje Rollshausen naar het thuisoord Rollegem te organiseren. Dat hield in dat er maar liefst 502 km dag en nacht ononderbroken gelopen werd. Een veertigtal Belgen en een tiental Duitsers liepen het traject over Duitsland - Nederland - Frankrijk en België. Via Herborn-Marienberg-Hachenburg-Altenkirchen-Asbach en Bad Honnef naar Koningswinter. Via Bonn, de hoofdstad van de Duitse vrienden naar Bruhl en via Duren en Eschweiler komt men in Nederland. De grensoverschrijding gebeurt tussen Herzogenrath(Wets-Duitsland en Kerkrade(Nederland) Inmidddels was men 220km onderweg. Door de voerstreek, Berneau, op het Waals grondgebied. We vervolgen via Vise,Tongeren, St-Truiden, Tienen en Overijse, naar het Zoniënwoud. Na 380km bereiken we Alsemberg, en Halle. Richting Lessines lopen we naar Ronse, dan een klein ommetje in Frankrijk(Wattrelos) alvorens in België (Herseaux) om de laatste kilometers af te leggen die ons scheiden van de thuishaven: Rollegem Klik op het kaartje en je kan de route via google volgen.
Het kerkgebouw werd in 1500 herbouwd, (Evangelische Kirche)
Tussen 1992 en 1997 werd ze opnieuw gerestaureerd. In de zuidmuur herkent men het leigesteente dat ter plaatse gevonden werd en waarmee men bouwde.
De ingang is gelegen aan de Westkant.
De meer dan driehonderdjarige klok werd tijdens de oorlog in 1942 opgeëist. Ze kwam uiteindelijk terug uit Hamburg en ze kon opnieuw in deklokkentoren geplaatst worden. Tot op heden roept ze de mensen ter kerke. Sinds 1963 worden de klokken elektrisch geluid.
Rond de kerk vindt men nog oude zerken van het vroegere kerkhof. Die worden voorlopig rond de kerk bewaard.
<
Aan de ingang van de kerk ziet men een monument met de beide schilden, Rollegem-Rollshausen
Twintig jaar geleden slaagden enkele lopers erin de afstand Rollshausen- Rollegem tijdens een aflossingsmarathon te overbruggen.
Nu willen enkele fietsers die prestatie overdoen. De folkloreraad is op zoek naar getrainde fietsers uit de regio die willen deelnemen aan de sportieve uitdaging op 23 en 24 augustus.
Een infovergadering is er op 9 mei om 20.30 u in het buurthuis van Rollegem. Info via e-mail: stephane. debevere@ telenet.be
In 1745 was er geen schoolmeester, de kinderen liepen school in Altenvers. Pas in 1913 werd beslist een school te bouwen Tien leraars zouden de school leiden tot op 31/7/1970, de dag dat de school definitief de deuren sloot.
Nog enkele zichten op Rollshausen.
Brunnenstraat, hoeve "Schucherts"
Een pracht van een vakwerkconstructie.
Het bakkershuis.
De gemeenschappelijke opslagplaats van vlees.
Rollshausen lacht ons toe, het biedt ons op alle vlakken mogelijkheden. Duits, Engels, of Frans, de taal mag geen barrière zijn. Misschien een tip voor ouders die hun kinderen de Duitse taal leren. In ieder geval de wielerfanaten staan klaar om met de Rollofeesten 22/23/24 augustus 2008 er een mooi begin van te maken. Rollshausen wil je alvast met open armen ontvangen! De officieuze start vanaf het “Burgerhuis” officiële start waar, aan de kilometerpijl. Wij wensen ze alvast een goede vaart, behouden thuis !!!
Voorstelling van de deelnemers van uit Rollshausen voor een tocht van 570 km voor de aanvang
Hier zijn ze op de terugweg naar Rollegem, bij het verlaten van Rollshausen
Op zondag 24 augustus rond 16.00 uur kwamen de fietsers uit Rollshausen onder begeleiding van de Belleman terug aan te Rollegem. Ze hadden de kilometers in de benen, en waren zeer verrast dat het zo een heuvelland was “het land van Hessen”.
Het publiek was hier niet overweldig groot bij de aankomst, maar het enthousiasme van de wielerfanaten des te groter, bij het onthaal welke hun te beurt viel bij de aankomst in Rollshausen. Ze kunnen hen niet genoeg bedanken voor het onthaal! Het beloofd misschien zijn dit de nieuwe “ambassadeurs” voor Rollshausen.
Na de aankomst werden ze dan met een daverend applaus ontvangen in de feest tent. Het was een blij weerzien voor iedereen De vraag blijft is het beter dan de “Mont Ventoux”, is het voor herhaling vatbaar.
Zicht op Rollshausen bij het binnenrijden komende van Altenvers
Het was een greep uit het moois dat het land van Hessen te bieden heeft! Toch boven dit alles staat Rollshausen!
Wat maakt het zo aantrekkelijk, dat wij Rollegemnaren daar zo graag naartoe reizen?
In de eerste plaats, de omgang met de mensen, de vriendschap, de goede ontvangst en vooral de gastvrijheid. Telkens weer ontvangen ze ons als koningen of prinsen. Wat zij ons bieden is onvergetelijk.
Vrijdag in de namiddag zijn onze vrienden aangekomen in café “De Platse”
Alwaar het blijde weerzien met een opgang werd gebracht.
Zaterdag na het ontbijt (frühstüch) even gaan wandelen of naar de zee, om terug te zijn tegen 18.00u alwaar we werden ontvangen door plaatsvervangende burgemeester Lieven Lybeer.
Na de bijbehorende beeldenformatie van pers en amateurs, was het tijd voor een uitgebreid avondmaal aangeboden door Beheerscomité & Gemeenschapsraad Rollegem.
Om daarna ons aan te sluiten in de tuinen van het Buurthuis voor de Duitse avond, onder muzikale begeleiding van “ Die Lustige Freunden “
Met veel bier en veel muziek, vertelden onze Duitse vrienden dat ze een prachtige avond hadden meegemaakt en bedankten ons voor de grote inspanningen welke werden geleverd.
Van onze kant willen wij langs deze weg de heren/dammen inrichters en ook de medewerkers van harte bedanken.
Op zondag hebben we uitgebreid getafeld, geschenken uitgewisseld, om rond vijf in de namiddag menige traan te vegen bij het afscheid, en met de handen op het hart” Bist zum nächsten Jarh” tot volgend jaar.
Velen onder ons die er bij waren weten dat dit niet volgend jaar zal zijn als we hen terug spreken, vrienden onderhouden zich meer dan eens met elkaar.
Want zoals (Joris Declercq zegt):” È vrind is lik è stekkerdraad. Je kut’ dr’an vaste roak’n
En ojje were weg wult gaan ’t Doe zeer, je los te moak’n.”
Het programma van de Rollofeesten 2008 (vroeger Folklorefeesten) staat “ verre van vast’... Nochtans laat veel vermoeden dat er dit jaar opnieuw een estafette op het programma staat.
Op 3 december 1983 nam men het initiatief in handen om een soort verzustering op het getouw te zetten met een klein gezellig dorpje in Duitsland dat niet zo heel ver af ligt en toch nog aan de gevraagde criteria beantwoordt. Rollshausen is volks, levendig en heeft bepaalde folkloristische aanrakingspunten. Het is gelegen in de driehoek Siegen, Marburg en Giessen. Gekazerneerden in Siegen herinneren zich nog Herborn, Seelbach, Altenvers op enkele kilometers van Rollshausen . Hoe dikwijls zijn we er niet voorbij getrokken?
Rollshausen is een deelgemeente van Lohra, en maakt net zoals Rollegem deel uit van een grotere entiteit.
Op zaterdag 27/3/1985, kwamen om 10.30 u. vijf “Rollshausers” te Kortrijk aan. Tijdens de ontvangst op het stadhuis mocht Burgemeester De Jaegere een geschenk in ontvangst nemen van Karl-Heinz Schneider.
Herr Schneider liet zich ontvallen:” Wij zijn verrast door de goede ontvangst die wij hier genieten. Wij hebben niet durven vermoeden dat er hier zo een belang aan de gehele ontmoeting wordt gehecht. Meteen werd van beide kanten beloofd om de zaak in goede banen te leiden.
Na hun terugkeer in Duitsland werden er in onze gemeente opnieuw vergaderingen belegd met het oog op de eventuele verbroedering.
Als je nu hier klikt leer je van uit je zetel het verbroederings dorp kennen. Veel geluk! Wens je meer te weten, vragen kan nooit kwaad.
Wenst u direct "Lohra" te kennen druk dan hier onder
Rollshausen ligt op 18 km van de universiteitsstad Marburg in de deelstaat Hessen. Je moet er eigenlijk eens naar toe, het vakantieland bij uitstek. We doen een greep uit wat de streek te bieden heeft. De wandelaar kan er alleen of met zijn tweeën urenlang dwalen door de eindeloze bossen van het specifieke middelgebergte. Maar het Hessische landschap bekoort ons ook met zijn weiden, akkers, rivieren, meren, steden en dorpen. Het Reinhardswald aan de bovenloop van de Weser, tussen Kassel en Göttingen, is een romantisch oud bos met een oppervlakte van meer dan 25 000 ha. Het is het oudste beschermde natuurgebied van Hessen met meer dan 300 jaar oude beuken- en naaldbossen en metershoge varens. De gebroeders Grimm vonden hier inspiratie voor hun sprookjes. In het midden van het bos staat dromerig de Sababurcht, het sprookjesslot van Doornroosje. Vlakbij is het Mauerpark een reservaat voor dieren die vroeger in de bossen leefden en bijna uitgestorven zijn. Buffels en oerossen, zeldzame herten en wilde paarden staan er te grazen. In de Taunus, een ander middelgebergte in Hessen liggen de grote steden Frankfurt, Offenbach en Wiesbaden. Hun bekende geneeskrachtige bronnen hebben vroeger al de Romeinen naar deze bosrijke streken gelokt. De hoofdstad Wiesbaden bezit 26 warme bronnen. Het is er gezellig winkelen. Of wat denk je van Gersfeld, een rustige Kneipp-badplaats in het landschappelijk mooie Rhön. De geneeskrachtige badplaatsen en kuuroorden zijn er het gehele jaar seizoen. Op vele vakantieplaatsen kan je paardrijden en tochten maken per koets. Haast alle plaatsen hebben verwarmde overdekte en openluchtzwembaden. Bezienswaardigheden zijn er niet alleen in de musea maar ook in het stadsbeeld, de kerken, burchten en kastelen. In het land van Hessen vormt de abdij van Lorsch samen met die van Fulda en Hersfeld het centrum van de orde der Rijksmonniken. De St.-Pauluskerk in Frankfurt is een Duits nationaal monument. Het Hessenpark is het bokrijk van Duitsland. Er zijn goede verbindingen met de steden Marburg, Giesen en Biedenkopf, Wetzlar, Herborn en Dilleburg. Alle inkopen zijn er mogelijk. Gasthuizen en pensions geven de bezoekers overnachtingsmogelijkheden. Ook moderne campings staan garant voor goed verzorgde vakanties.
Op de dorpsplaats zie je de historische hoeve Het hof van Rollegem. De geschiedenis ervan klimt terug tot de 13de eeuw, maar de huidige gebouwen zijn heel wat jonger. Het poortgebouw is van 1735.
Het wapenschild van Engelbert-Frederik M.J. d’Ennetières is aangebracht boven de ingang van het poortgebouw. Hij was de eigenaar van de hoeve en heerlijkheid zodat hij zich “Heer van Rollegem mocht noemen. De steen dateert van 1735. De imposante schuur is gebouwd in 1835. De hoeve is nu een beschermd monument. Het wegeltje van het Hof van Rollegem naar 'Het Platske' heette de Ketsenweg. Tussen 1962 en 1969 werd de dorpsplaats grondig vernieuwd. Huizen en kerkhof moesten wijken voor de parking, de kasseien werden vervangen door asfaltwegen.
In 1920 werd op de hoek van de Tombroekstraat en de Rollegemkerkstraat het standbeeld van de oudstijders geplaatst. Tijdens de werken zocht men tevergeefs naar de fundamenten van ons 'eerste schooltje.
Op het logo van de folkloreraad ontworpen door A. Platteau in 1977 staan de kerk en de oude treurbeuk afgebeeld. De treurbeuk is een restant van de prachtige "pastoorshof" die behoorde tot de pastorij. Bij Slosse lezen wij dat de pastoor bij het kerkbezoek in 1788 het volgende bezat:"De pastor heeft eenen hof van 1100 roeden. (9742m2). Daarin staat zijn eigen huis en dat van den onderpastor,die 3 pond en 10 stuivers pacht moet betalen."
E.H. Pieter Joseph Mullier was pastoor van Rollegem in de periode van 1809 tot 1842. Men veronderstelt dat hij de oogstrelende tuin met de treurbeuk liet aanplanten. De tuin strekte zich uit van aan de Tombroekstraat tot de bloemenwinkel "Den Bloembol" en van de Kerkstraat tot aan de straatwegel voor de zijgevel van van de pastorij.
In 2006 werd het gebouw nog eens grondig gerestaureerd. Aan de achterzijde van de woning werd een polyvalente zaal in staal en glas bijgebouwd. Zo wordt het buurthuis geïntegreerd in het gemeentenhuis. Op de benedenverdieping van de oude pastorie vind je in de inkomhal de balie van het gemeentenhuis, enkele vergaderzalen en een sanitair blok. De trap naar boven leidt je tot de kantoorruimtes voor burgerzaken en politie. In de nieuwbouw zie je een bar en de bibliotheek. De 5000 boeken zijn ondergebracht in verrolbare kasten. Er is een leeshoek met computer voorzien.
De huidige naaiboetiek Kathy was vroeger de bakkerij van 'Stantjes' (Constant Desmet) ook vermaard om zijn snoep. De snoepen lagen uitgestald in een aparte toonbank.
Links van De Volksvriend zie je de in 2000 gerenoveerde huizenblok in zijn oorspronkelijke stijl: classicisme, fin de siècle. Vroeger bevonden zich hier een kruidenierszaak waar je ook ijzerwaren, potten en pannen, vazen, serviezen kon kopen en een loodgieter.
In 1871 vestigden zich 4 zusters van de orde der Onbevlekte Ontvangenis uit Tielt in de Tombroekstraat nr 6. Daarvoor behoorde de woning toe aan Louis Deltour die er een bedrijf uitbaatte. De zusters gaven er les en stichtten een nieuwe congregatie: De zusters van de H. Theresia. Nu nog prijkt er een prachtig brandraam van de patroonheilige in de inkomhal van het klooster. De zusters gaven er les in het Frans en richtten een gerenommeerd pensionaat op voor jongens en meisjes. De kloosterboerderij werd gerund door de zusters. Ze hadden zelfs een elektrische melkmachine. Voor het zware werk lieten ze zich helpen en in de jaren 1950 besloten ze de kloosterboerderij over te laten aan landbouwers. Bejaarden uit het dorp konden in het klooster een kamer huren en er zich laten verzorgen. In 1956 beslisten de zusters van de H. Theresia om kinderen met een verstandelijke handicap een aangepaste begeleiding en opvang te bieden. De Kindervriend was geboren en al vlug bouwde men op de grond achter het klooster aangepaste accomodatie met een zwembad voor de kinderen. De school groeide en de Kindervriend wou aan de internen een warme thuis bieden. De leefgroepjes ruilden de slaapzalen voor nieuwbouwpaviljoentjes. Meteen kreeg De Kindervriend een eigen toegang via de Rollegemkerkstraat. Heel recent werd er een nieuwe keuken gebouwd met een eigen diensttoegang via de Tombroekstraat. Tot in 1980 liepen de meisjes van het dorp school in de Tombroekstraat. Naast een mooie grote speelkoer had de school een grote zandbank met daarachter een prachtig speelplein. Tijdens de grote vakantie was het speelplein in de namiddag open. Je kon plezier maken op de grote boten, de draaimolens, wippen, glijbanen... of verstoppertje spelen achter de prachtige bomen op het plein. Midden in de tuin stond er een tuinhuisje waar er zelfgemaakte ijsjes werden verkocht. In de kloostertuin stond er een mooie grot. Ook de Kroonwacht en later Chiro kon op zondagen spelen op de koer en de speeltuin. Bij slecht weer konden ze er terecht in de huishoudklassen in de kelderverdieping. In 1980 werd de school afgebroken en mocht de meisjesschool haar intrek nemen in de Rollegemkerkstraat.
Op de foto zie je de nieuwe dienstweg in de Tombroekstraat. Achter de oude schoolgebouwen die werden afgebroken zie je nu de nieuwbouw van De Kindervriend en de kloostertuin. Vroeger zag die ruimte er zo uit:
Rollegemstatie is zowat het laagste punt van het dorp. Weet je dat het topje van onze kerktoren op dezelfde hoogte ligt van de dorpel van de kerk van Bellegem? Bij felle onweders werd het pleintje ook getroffen door overstromingen. Ook in de jaren 80 en 90 bleef ons dorp niet gespaard van wateroverlast. De uitbreiding van het dorp en het wegennet zorgden ervoor dat de beken het water niet tijdig kon afvoeren. Onlangs werden bufferbekkens en gescheiden riolering aangelegd die het dorp moeten behoeden van overstromingen
We volgen links de Beekweg. Voor de jaren 1950 was dit een aarden weg. Begin de jaren 70 werden de kasseien vervangen door asfalt. Op de hoek rechts startte Gerard Stichelbout een betoncentrale. In 1969 werd de betoncentrale overgebracht naar de industriezone van Moeskroen. De rust in de woonwijk keerde terug en het bedrijf kon ongehinderd uitbreiden.
De zetel van het bedrijf bevond zich wat verder aan de linkerkant. Kort na de oorlog nam Gerard Stichelbout de juiste beslissing om het kleine landbouwbedrijf met bijhorende kolenhandel te ruilen voor de handel in allerlei bouwmaterialen. De gebouwen worden nu gebruikt als depot voor de stad Kortrijk. Het woonhuis biedt voorlopig onderdak aan de Chiro.
Aan de achterkant van de depot op het statieplein bouwde het bouwkantoor Lippens een nieuw Chirolokaal naar een concept van een jonge architect. De Stad Kortrijk betaalde de ruwbouw maar de jeugd moet zelf instaan voor de afwerking geraamd op 25 000 EUR. Binnenkort gaat de stad over tot het aanleggen van een wandel-en fietspad naast en een groene speelzone voor het gebouw. Binnenkort kan de jeugd opnieuw spelen op het statiepleintje waar hun grootouders in hun jonge jaren ook ongestoord konden ravotten na schooltijd.
De Beekweg heeft haar naam niet gestolen. Op het einde van de weg vloeien de Bondillebeek en de Weimeersbeek in de Fabrieksbeek die de grens vormt tussen Rollegem en Bellegem. We verlaten nu even Rollegem en volgen het pad dat ons naar de Kwabrugstaat leidt. Halfweg het pad zien we rechts het waterzuiveringstation dat in 2007 in gebruik werd genomen. Het station zuivert het rioolwater van Rollegem en Bellegem. De Fabrieksbeek leidt het gezuiverde water samen met het regenwater van de Bondillebeek en de Weiweersbeek naar de Schelde. Het bufferbekken met rietbeplanting moet het dorp vrijwaren van overstroming.
Het loont de moeite om tot het verbodsteken door te lopen. Je hebt er een zicht op de kerk van Bellegem en de brouwerij Bockor. Je begrijpt waarom er wel eens gezegd wordt "Bellegem boven".
Tussen 1977 en 1978 werd de autoweg aangelegd. De weg doorsneed de akkers van de grote Bellegemse boerderijen. De Kwabrugstraat werd omgelegd. Net over de autoweg zie je de hoeve van 'Putjes Kapelle'.
Het duurde tot 12 juni 1998 vooraleer de autoweg in gebruik genomen werd. Door de perikelen Pecq-Armnetières werd een kort stukje autoweg niet afgewerkt ter hoogte van Dottenijs. Twintig jaar lang cultiveerden landbouwers de middenberm en maaiden het gras af. Het asfalt verstoorde het zicht maar de dorpen genoten toen nog van de stilte.
Sla de Eindemunkendoornstraat in en geniet van schilderachtige vergezichten in de richting van Kooigem, Bellegembos, Dottenijs en bij goed weer zie je de Mont St.-Aubert.
Net over de grens van Rollegem herkent men de eeuwenoude hoeve het "Goed te Brasseye" In de Archeologische en Historische Monografieën van Zuid-West-Vlaanderen lezen we dat de hoeve in 146647 bunder of 66 ha groot was waarvan ca. 50 ha. op Rollegem. Bij de hoeve die op Bellegem lag, hoorde ook een tiende en het recht om in de Fabrieksbeek een "hultheweere" of visfuik te plaatsen. De voorkant van de hoeve bereik je via de Grote Straat. De hoeve bestaat uit een woonhuis, poortgebouw, stalvleugels en een mooie schuur.
Op je pad dwars je de Fabrieksbeek. Op de gronden zamelde de Archeologische Stichting van Zuid-West-Vlaanderen een aantal werktuigen van ca 70 000 tot 30 000 voor Chr. in.
Op de hoogte in de Einde Munkendoornstraat slaan we rechts af en houden halt bij de hoeve "Goed te Tombroek". Het is een gesloten hoeve met bijhorend kapelletje. Voeger was de toegang tot de hoeve een verharde voetweg. Op de Popp-kaart van 1834 staat ze vermeld als de "Ferme Herbau", een omwalde gesloten hoeve. De familie Herbau leverde 3 burgemeesters: August Herbau van 1866-1870 en zijn broer Leo Herbau van 1900 tot 1918 Casimir Herbau van 1872 tot 1899. De families waren met elkaar verwant: klik hier Later werd de hoeve bewoond door nog twee burgemeesters: Eugène Everaert van 1922 tot 1937 en zijn broer Maurice Everaert van 1939 tot 1947. Tot in de zeventiger jaren was de Sterrestoet een traditie in het dorp. Twee dagen lang trok een versierde wagen met een levende kerststal met engels, herders en drie koningen te paard door het besneeuwde dorp. De opbrengst ging naar de 5 actieve missionarissen van Rollegem: Broeder André, de gezusters Marie Louise en Marie Josée Brouckaert, Afra Theys en Zr. Marie Madeleine Millecamps. E.H. Norbert en Raymond Leplae waren de bezielers van het initiatief. Op de hoeve 'Goed te Tombroek' kregen de deelnemers aan de stoet een maaltijd aangeboden door Madame Everaert. Aan de kapel begint het Tombroekschoolpad. Vanop het pad hebben wij een mooi zicht op het gehucht Tombroek en de hoeve.
Mensen stellen zich de vraag wat omsluit dat Tombroek? Volgens bewoners van Tombroek kun je het als volgt beschrijven: we beginnen bij café de tramstaie tot aan het vroeger café "De Congo" in de Schreiboomstraat, we vervolgen tot aan het café "au Froubour" Vanoosthuysse tot aan de Chein Debus.
Over de "Malchance"( Luigne) naar den "Breda"( Dottenijs) en zo terug naar de "Tramstatie. Vergeet niet alls was vroeger West-Vlaanderen.
Op het Tombroekschoolpad zie je links een gebouw met een klokje. Dankzij de zusters van het klooster van Rollegem kreeg Tombroek hier vanaf 1903 een bewaarschool en lagere school. Het schooltje had 1 bewaarklasje voor de kleuters van 3 tot 6 jaar. De kinderen konden hier blijven tot en met het 4 de leerjaar. Twee leerkrachten hadden er elk een graadklas. De ruime zolder was ingericht als knutselhoek. Twee dames bereidden er een warme maaltijd voor de middagblijvers. Midden de jaren 70 werd het schooltje verkocht en de klaslokalen omgevormd tot woonruimten.
Het gehucht had ook zijn slagers, meubelmaker, kleermaker en een eigen schooltje. De bakkerij bevond zich eerst links van de Tombroekstraat en later op de rechterkant van de straat. De bakkerij en kruidenierzaak zijn gesloopt en vervangen door nieuwbouw. Op de foto zie je nog de bakkerij en de gesloopte woningen.
Pas in 1950 kreeg het gehucht zijn eigen kerk op grondgebied van Luingne. Het kerkje met patroonheilige St.-Elooi kent nog altijd veel succes door zijn korte, sobere en stijlvolle dienst. De pastoor gaat de ene week voor in het Frans en geeft een korte samenvatting in het Nederlands, de andere week andersom. Vlak voor het kerkje zie je de restanten van de molen van Tombroek.
Tombroekmolen dateert van voor 1689. Toen was het een houten oliemolen. Charles Dassonville werd in 1834 eigenaar. In 1905 werd de staakmolen door brand vernield. Hij werd onmiddellijk herbouwd als graanmolen. In 1919 werd de molen opgekocht door Arthur Dufort-Cottenier, molenaar van Moorslede, die hem naderhand verkocht aan zijn neef, Robert Spriet-Van Assche. De geklinknagelde roeden van deze molen werden in 1946 geplaatst op de Hoogmolen van Aalbeke. De molen maalde elektrisch tot in 1967. Alleen de cylindrische kuip met bouwjaar 1905 is nu nog te bewonderen.
Wie van Luingne naar Rollegem komt ziet even voor de kerk een oud naambord "Tombrouck". Dat wijst erop dat Tombroek meer was dan zomaar een gehucht. A. Coulon verklaart de naam als "marais des tombes ". Dat kan wijzen op de aanwezigheid van Gallo-Romeinse graven. Tombe komt van het Latijn tumulus of grafheuvel. Volgens de traditie zou de molen van Tombroek gebouwd zijn op zo'n Gallo-Romeinse tumulus.
Marais is Frans voor moerassig grasland. Bij Slosse vinden wij diezelfde verklaring voor "brouck": " Tombrouck, de weersplete (= evenknie) van Tembrouck, op Kesteren, heette in de jaren 1200 'del brueh' of ad pabula, dat is in de moerassige weiden. Het land is er bijzonder vruchtbaar."
In de loop der tijden hebben boeren, landarbeiders en ambachtslui zich gevestigd op Tombroek om er de vruchtbare flanken van de heuvelrug te bewerken. De uitgestrekte groene vlakte tussen Tombroek en Moeskroen is nu ingepalmd door de industriezone van Moeskroen.
We zetten onze tocht verder via Tombroekmolenstraat richting Foreest. Het nr.14 was in de 18de eeuw een hoeve met de naam "d'Hof van de Bourgerie". Eind 19de eeuw kwam er een veehandelaar op de hoeve. In de woning was er naast de beenhouwerij ook een herberg tot 1929. Vanaf dan kwam er een nieuwe uitbater en werd de hoeve uitgebreid.
We komen voorbij een mooie vierkantshoeve uit 1871. Een eeuw later werden de uitgestrekte landbouwgronden tussen Tombroek en Moeskroen onteigend of verkocht voor de industriezone. Daardoor was er geen toekomst meer voor de boerderijen op Tombroek. We stappen rechtdoor voorbij de Schreiboomstraat en volgen de smalle weg op de grens van Rollegem en Moeskroen.
Den Falsen ontleent zijn naam aan de landbouwer die de vierkantshoeve uitbaatte in 1756 en waarschijnlijk weinig betrouwbaar of vals speelde. De laatste boer ging in 1985 op rust. In 1994 werden de gebouwen verkocht en omgebouwd tot woning en paardenstallen.
De Calvinistenhoek komt reeds voor op de Tiendenkaart van 1776. Tot 1984 was de Calvinistenhoek eigendom van de familie Husquin. Frank Husquin was dominee en een afstammeling van de calvinisten. Bij Slosse lezen we dat de Calvinisten zich in die hoek gevestigd hebben na de wederroeping van het Edict van Nantes in 1685. Wat betekende dat "Edict van Nantes" voor de calvinisten?