NIEUW: Blog reclamevrij maken?

 

Actueel
Gemeenschapsraad
Nieuwsblad regio

Vers van de pers

Rollo spreekt

Informatie

Het Buurthuis

Kalender

Dokter - Tandarts - Kine
De Lijn
Handelaars
Containerpark

Verenigingen

ACW
Crescendo
Chiro
Historie Folklore
Folkloreraad
Harmonie
Gezinsbond
Gulden Leeftijd
KAV
KVLV
KWB
Landelijke Gilde
NEOS
Okra
Pimpeloentjes
St.-Antoniusfeesten
Toneel Trees
Verbroedering
Ziekenzorg
Parochie

Kerk en leven

Vormsel

Mededeling

Cultuur

Kerkbezoek

Verken Rollegem

Wandelgids
Noord            Kaart  
Zuid              Kaart

Historie

St.-Antonius Abtkerk
St.-Antoniusfeesten
Rond de kerk

Sporthal Weimeersen

Parochiezaal

Basisschool

Varia

Ne Rollo

Rollshausen
Foto
Foto
Foto
Hoofdpunten blog belleman
  • stabroekse roepsteen
  • Historiek van de roepsteen
  • De roepsteen te Rollegem
  • Gemeentelijke bekendmaking in den oude tijd
  • De wieg
    AAA
    Zoeken in blog


    Archief
  • Alle berichten
    Archief per jaar
  • 2017
  • 2016
  • 2015
  • 2014
  • 2013
  • 2012
  • 2011
  • 2010
  • 2009
  • 2008
  • 2007
  • 2006
  • 2005
  • 2000
  • 1999
    Beoordeel dit blog
      Zeer goed
      Goed
      Voldoende
      Nog wat bijwerken
      Nog veel werk aan
     
    Laatste commentaren
  • Armand Carbonné (Kurt Van Camp)
        op gesneuvelden
  • Rollegem wordt door zijn bewoners geliefd (alfacinha)
        op stond in min gazette
  • De huiskamer van B.Z.N. (Dirk)
        op stond in min gazette
  • Goedemorgen (Dirk)
        op stond in min gazette
  • Goedemiddag (Dirk)
        op kerk en leven
  • Van twee foto's een gemaakt. (Dirk)
        op okra
  • Goede morgen (Dirk)
        op toponiemen
  • Muziek Box met verschillende artiesten (Dirk)
        op St-Antonius
  • De beste wensen voor 2016 (Dirk)
        op toponiemen
  • Wensen u fijne feestdagen (Dirk)
        op kunst en cultuur
  • Foto
    Schepenhuisstraat 68
    Foto

    Bellegemseweg ( Roll) nr. 4

    Foto

    Rollegemplaats nr. 5

    Foto
    Klijtbergstraat nr. 4
    Foto
    Rollegemseweg nr. 20
    Foto

    Tombroekstraat 43

    Foto
    Tombroekstraat 45
    Foto
    Tombroekstraat 66
    Foto

    Tombroekstraat 249

    Foto
    Rollegemkerkstraat nr. 7
    Foto

    Rollegemkerkstr. nr. 21

    Foto

    Rollegemkerkstr. nr. 109

    Foto

    Schreiboomstr 104

    Foto

    Schreiboomstr nr.54

    Foto

    Schreiboomstr 53

    Foto

    Schreiboomstraat, 36

    Foto

    Schreiboomstraat, 1

    Foto

    Schreiboomstraat,2

    Foto

    Muynkendoornstraat 125

    Foto

    Lampestraat 113

    Foto

    Muynkendoornstraat 230

    Foto

    Lampestraat 173

    Foto

    Rollegemknokstraat 20

    Foto

    Het hof van Odo

    Walleweg 115

    Foto

    Walotex

    Foto

    Binnenstr nr. 8

    Foto

    Muynkendoornstraat 117

    Foto

    Lanteweg 12

    Foto

    Kwadebrugstraat 171

    Rolleghem en het werelds bestuur

    1146 heerlijkheid die bestond uit een

    monoir(soort kastel) gebouwd op een

    mote rondom in wallen.

    D'Halluins eerste heren van Rolleghem.

    eerste Heer Wulferius D'Halluin

    akte 1202- heerlijkheid kasteel van Kortrijk

    Aangifte te Wevelgem bij kanselier Gerard

    aan Balduin van Ronslo.

    1289 Fressende Vrouwe Van Rolleghem.

    1560 Bezit in handen van Carolus de Croi

    1635 Adrien Desmet Cinsheer van Porte-Ferèe

    (zie geschiedenis van Rolleghem)

    1735 Bezit in handen van Engelbert

           Frederik d' Ennetières

    1768 Pieter-Roger Joinville

            Baljuw(grafsteen aan de sacristie)

    1798 Franse Republiek Rollegem was deel

            van kanton Bellegem

    Joseph Jacquart was voorzitter en

    Constant de Brabander secretaries

     

    Foto

    Het schijnt dat de oude groote hofstede  een overblijfsel dier heerlijkheid is of dezelve vervangt

    Burgemeesters 1799

    of Maire de Rolleghem

    In 1769 werd te Moorsele Constantin France Vandermeersch geboren, hij trad in het huwelijk met Marie Theese Everaert en woonde op de plaatse. Hij bleef burgemeester en wierd lid van den Provincieraad, en stierf in 1849.

    Van 1849 tot 1866

    De zoon Constantin Vandermeersch

    Van 1866 tot 1870

    Joseph Warrot hij gaf onmiddelijk ontslag en August Herbau was dienst doende burgemeester.

    1870 tot 1872

    August Salembier

    1872 tot 1899

    Casimir Herbau

     

    Foto
    Foto

    van 1900 tot 1918

    Herbau Léon

    Foto

    van 1922 tot 1937

    Everaert Eugène

    Foto

    van 1937 tot 1747

    Everaert Maurice

    Foto

    Van 1941 tot 1944

    Tijdens de Duitse bezetting

    Castelain Maurice

    Foto

    Van 1947 tot 1970

    Polydoor Declercq

    Foto

    Van 1970 tot 1976

    Laatste burgemeester

    van onafhankelijk Rollegem

    Gerard Vandenberghe nu

    Nieuw in Kortrijk | Stad Kortrijk

    Rollegem blogt ...

    30-12-1999
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Gesneuvelden



                                           Gesneuvelden.                                       

     

    Mijn grootvader Ivo Vandenbulcke geboren te Moen op 4 juni 1889  en er den heer ontslapen op 9 september 1963. Oud-strijder 1914-1918. Oud schepen, Oud Veldwachter der gemeente gedurende 25 jaar.

    Vertelde zelden of nooit over de gruwel van den Oorlog. Toch gaf hij ons mee, het nooit te vergeten hoeveel bloed er gevloeid had in de beide wereld oorlogen. Het mag nooit meer gebeuren! Hij was de aanleiding om ook dit stuk  neer te schrijven bij de geschiedenis van Rollegem! Wij zijn te jong om er over mee te spreken maar, het maakt niet uit om het toch maar neer te schrijven.

    Bij het bekijken van de eervolle onderscheidingen welke hem werden toegekend, door het Ministerie van Landsverdediging,  denk ik terug aan zijn woorden:” DE HELDEN VAN DEN OORLOG ZIJN DAAR GEBLEVEN”

                                  

     

     

     

    Hij was bij het 3de Regiment jagers te Voet op 1 augustus 1914, en is overgegaan naar het 15de Regiment Artillerie, hij ging met onbepaald verlof op 4 september 1919.

    Hij had een tiental  eretekens.

    In de loop van het verhaal willen we ze hier beschrijven, telkens met wat uitleg erbij.

    Dit stukje werd  geschreven, om aan te tonen dat we deze helden niet mogen vergeten en om hulde te brengen aan allen die voor onze vrijheid hebben gestreden.

    Er ontbreken veel gegevens, deels omdat er al veel tijd is overgegaan maar ook omdat het zeer moeilijk is om er over te praten, kijk maar bij mijn grootvader, ook hij was er zeer spaarzaam met zijn woorden. We hopen dat dit stuk ook mag bijdragen “OM ZE NOOIT TE VERGETEN”

    Ook de bijdrage van het dagboek welke volgt, en waarmee we opzoek zijn gegaan naar de personen er in vermeld, gaan we proberen op het einde de resultaten van onze zoek tocht  mee te geven, verder veel leesgenot en indien aanvullingen, laat niet na deze door te geven.

    Welke eretekens deze jongens hebben gekregen weten we niet , doch dragen wij alle tekens ook en hen op.

                                       

    Gesneuvelden van Moen.

    Waar mijn grootvader over zei: Zij die daar gebleven zijn dat zijn de helden, en om hen in ere te houden ziehier hun namen

    Alidoor Kints Moen 25/4/1886, Soldaat 2 kl. Mil. 1908 9 Line 3/1 (In onderhoud bij Genie 3 D.A /1bn. Vader Eduard, moeder Van den Bogaerde Justine. Doodsoorzaak : gesneuveld (kogel in het hoofd) 29/08/1916 te Kaaskerke. 1ste Begraafplaats Adinkerke 30/08/1916. Plaats van herbegraven Adinkerke, Militaire begraafplaats Helderweg graf 1110. Was gehuwd met Vandenbulcke Zulma Clementina.

    Henri Rigole Moen 11/9/1886 Soldaat 2 kl. 2de linie. Vader Frederiek, Demeire Frederica. Doodsoorzaak: verwondingen, overleden te Tienen op 24/08/1941. 1ste Begraven te Tienen (groot graf , graf nr. 28) 2de begraafplaats te Tienen, stedelijk kerkhof graf 557. Hij was ongehuwd en stond bekend als fabrieksarbeider.

    Vandepopuliere Gentiel Rene Geboren te Anzegem op 17/01/1885. Adres Moen. Soldaat 2 kl. 6de Artillerie/ 8ste cie “travaillieurs . Vader Ivo, moeder Speleers Julie Doodsoorzaak: ziekte ( Tyfuskoorts) Overleden te Dunkerque (F) Tijdelijk hospitaal Kazerne Jean Bart. 1ste begraafplaats Dunkerque Begraafplaats, terrein nr. 6, lijn nr. 6, vak nr. 4 17/12/1914. Hij was ongehuwd

    Camiel Casimier Baert Moen 4/3/1892:soldaat 2kl 1912 stamnummer 107/98323 moeder Baert Zulma Overleden te Schoten Veldhospitaal “Schotenhof” eerste begraafplaats Schoten gemeentelijke gegraafplaats nr. 593. 10/03/1941 plaats van herbegraven Lier Mechelsesteenweg , militaire begraafplaats nr. 431. Doodsoorzaak, ongeval kleine schans oudaen (s’ Gravenwezel )Hij was ongehuwd: Accidenteel kogel in de buik gekregen van Kanonnier Lossez van de 12 Reservebatterij op 02/09/1914

    Baert Jules Joseph geboren te Gijselbrechtegem op 10/10/1891 wonende te Moen Vader Jean Baptiste moeder Marie Sylvie . Overleden te Parijs , rue d’ Arcole op 28/06/1916 doodsoorzaak ziekte. Begraafplaats Begraafplaats “Ivry”01/07/1916. Plaats van herbegraven; Parijs xx begraafplaats Pére Lachaise , crypte van het monument voor Belgische soldaten.Hij was ongehuwd, soldaat 2 kl. Mil. 1911 ruiter indiensttreding: 1911

    Corneille Octave geboren te Heestert op 22/07/1881. Stamnummer 52187; vader Leo, moeder Roobrouck Mathilde. Overleden 08/11/1918, schrik door obus ontploffing    

    Alfons Debue Moen 16/9/1891   soldaat 2 kl. stamnummer 102/58755 , vader Jules, moeder Vromant Alida. Gesneuveld: Zuidschote, Steenstraat, 30 meter achter loopgraaf, linkeroever Ieperkanaal te Ieper. Groepement   XIX. Ongehuwd gehergroepeerd ijzerkanaal te Ieper

    Georges Valentin Matton Moen 12/10/1893 Sergeant DV1911, 1ste Grenadier. VaderRemi, moeder Algoet Mathilde. Gesneuveld te Pervijze op 25/10/1914 Ongehuwd

    Julien Joseph Verdonck geboren te Bossuit op 01/01/1893, Adres Bossuitstraat 79. Vader Henri en moeder Jautelle Maria Sidonia. Doodsoorzaak: ziekte, hij overleed te Malo les Bains reu de l’Hotel de Ville 77, (F) op 04/06/1917 . Begraafplaats Malo les Bain begraafplaats 06/06/1917

    Emiel Cesar Verriest Geboren te St-Denijs op 26/03/1887 Adres Kanaalstraat 93 Moen. Soldaat 2 lk. 8ste Linie. Vader Hendrik, moeder Vanhulle Hortensia. Doodsoorzaak: gesneuveld/vermist 14-17/10/1914 te Stuivekekenskerke. Hij was gehuwd met Adens Rachel ( hij zou overleden zijn op 17/10/1914)

    Verriest Jules geboren te Moen op 20/11/1884. Soldaat 2 kl. 3de jagers te voet 1/1. Doodsoorzaak ongeval op 17/03/1917. 1ste begraafplaats Helmond (Nl) 20/03/1917

    Adolf August Vervacke, Geboren te Moen op 12/01/1889 Soldaat 2 kl. 5de Artillerie /2 groep 84 Bij. Vader Pierre, moeder Coussement Julia Maria . Doodsoorzaak: ongeval, te Elverdinge op 15/08/1916. Hij was ongehuwd 01/08/1914. Gedood toen hij een Franse obus probeerde te ontmantelen. Hij had 3 frontstrepen, was ridder in de Leopold II orde, en had de ijzermedaille

    Georges Prosper Emiel Desire Vromant Moen 27/11/1891 Sergeant bij de 3de jagers te voet 2/2 (6 cie). Vader Emiel, moeder Vanhoutte Emma Emerence. Doodsoorzaak: gesneuveld op 01/10/1918. 1ste begraafplaats Moorsele 01/10/1918. Hij was ongehuwd

     

    Saffers Julien geboren te Moen op 23/04/1882 : vader Charles en moeder Debruyne Julia . Hij was paarden menner van beroep. Gehuwd met De Coninck Clotilde en te Herseaux. Doodsoorzaak Ziekte (tyfuskoorts . Hij     overleed te Rosendael (Frankrijk ) Burgerhospitaal van Dunkerque, op 20/12/1914. 1ste begraafplaats Dunkerque(F) stedelijke begraafplaats “ Nord” Belgisch ereperk graf nr. 36/2 23/12/1914 Plaats van herbegraving stedelijke begraafplaats “Nord “ terrein nr. 6, lijn nr. 5 vak nr. 4 graf Nr. 3

    Peck Gustaaf Leon geboren te Sint Joris ten Distel op 12/07/1888 Moen, vader Karel Theodoor, moeder François Melanie. Doodsoorzaak: ziekte overleden te Moen Pezelstraat 21 op 19/11/1916 om 15.00 u Begraafplaats   Moen. Hij was gehuwd met Depaepe Irma Maria Madeleine en had als beroep Timmerman.

    Vanhulle Cyriel Alois Geboren te Moen 01/02/1888 Adres St-Denijs ; Soldaat 2 kl. V.M.P. 1908 brancardier eenheid T.A.S.I. Vader Jean, moeder Arens Theresia. Doodsoorzaak: verwondingen te Beveren a/d ijzer 20/04/1918. 1ste begraafplaats Beveren a/d ijzer 20/04/1918. Plaats van herbegraving de Panne, kerkstraat , militaire begraafplaats, graf j – 215 18/08/1924. Hij was ongehuwd.

    Daar er te Moen geen ereperk bestaat, toch brengen we hulde aan deze mensen welke we nooit zouden mogen vergeten.

    Volgens te toenmalige gouverneur Paul Breyne, zou er nooit een vraag gekomen zijn om een specifiek ereperk te hebben.

    Het is ook, zo zegt hij verder, dat ereperken uitsluitend voor Oud-strijders voorbehouden zijn . de echtgenote kan niet begraven worden bij haar echtgenoot Oud-strijder.

    Wellicht heeft men toen( voor de fusie van de gemeente ) gekozen om geen ereperk aan te leggen gezien de vernoemde beperktheid?

    Totnogtoe heeft de gemeente Zwevegem geen opmerkingen hierover gekregen van den Strijdersbond van Moen of van andere Oud-strijdersbonden.

    Misschien kunnen we langs deze weg toch voor eeuwig hulde brengen aan hen welke voor onze vrijheid hebben gestreden en het hebben overleeft met al de gevolgen van dien.

    Oudstrijders

     

     

    Baert Alberic G Moen 05/11/1882 St. Nr. 110 51960. Soldaat 2de klas. Gevangen in Biol.    

    Beunens Alfonse Moen 15/01/1888 St. Nr. 25256 Eenheid Artillerie.

    Crepel Edward Oscar Joseph Moen 20/10/1889                     Oorlogsinvalide

    Clairhout Achiel Alois Moen 4/8/1892 St. NR. 127/53938 Zoon van Henri en Vervaecke Pauline. Eenheid 3de Regiment te voet Oorlogsmedaille

    Buysschaert Raymond, Moen 14/12/1894 Eenheid 2de carabinieri Soldaat Mil. St. Nr. 132/5910. Kortrijkstraat 11. Frontstrepen drie

    Deconinck Firmin Moen 03/09/1881 St. Nr. 10751753 Eenheid Linie.

    Deconinck Ernest Moen 21/07/1885 St. Nr. 10851723 Eenheid Linie.

    Decraene Remi H. Moen 02/08/1878 St. Nr. 42028 Grenadier .

    Van den Bulcke Alfred Moen 25/6/1881 Soldaat Eenheid 2de linie St. Nr. 51 66  Artillerie.

    Vandenbulcke Charels Moen 24/04/1885 St. Nr. 108/51751 Soldaat Eenheid 8ste Linie Krijgsgevangen van 23/081914 in Namen tot 10/01/1919 .

    Van de populiere Richard 13/08/1886 St. Nr. 53617/12217 Eenheid Linie.

    Desire Vanhoenacker Moen 2/7/1888 69382 Eenheid Linie.  

    Ivo Vandenbulcke Moen 4/6/1889   Soldaat St. NR. 51793/1375 St Denijsstraat Nr. 85 Zoon van Charles en Kints Leonie Gehuwd met Decraene Maria . Regiment 3de jagers te voet / Genie 5A EU /3RieI/15. A

    8 Frontstrepen    

    Vanhoutte Alfons Moen 25/12/1888 St. Nr. 194/483 Eenheid corps transport

    Vanhulle Firmin Moen 4/2/1887 Eenheid Chasseurs à Pied

    Vanhulle Cyriel Moen 1/2/1888 St. NR. 197/24013 Eenheid I.G.S.S.

    Vanmarcke Emiel Moen 29/1/1886 St. NR. 1989 Eenheid Genie

    Vanwijnsberghe August Henri Moen 16/10/1891 Soldaat acht frontstrepen, oorlogskruis met sabel. Hoogkroon Nr8

    Vanwijngene Remi 29/2/1884 St. Nr. 51924 Eenheid Lini

    Vergote Henri 18/9/1885 St. Nr. 2334 Eenheid corps de transport                           

    Verriest Hubert 12/1/1879 St. Nr. 48501 Eenheid Carabinier

    Vromant Adolphe Moen 12/9/18873 St. Nr. 53517 Eenheid Carabinier

    Desmet Felix, 16/6/1849 Avelgem

    Dewitte Pierre (civielarbeider),

    Dewitte Valeer (civielarbeider),Moen 28/5/1896

     


    Categorie:gesneuvelden
    » Reageer (1)
    29-12-1999
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.gesneuvelden

     



                                    

     

    Gevallen tijdens de Napoleons veldtochten.

     

    In 1806 den 18 februari overleed Jean Baptiste Decock zoon van Bonaventure en Marie-Anne Dewitte geboren te Rollegem overleden in het militaire hospitaal ambulancier te Linz (Oostenrijk) N° 1 45ste regiment infanterie 3de bataljon 5de compagnie matriecule N° 2549 fusulier.

    In 1807 den 17 oktober overleed Piere Surmont zoon van wijlen J.H. en van Brigitte Decan geboren te Rollegem den 12 augustus 1780 gevolg van koorts in het militaire hospitaal van Spandau (bij Berlijn) fuselier 45ste linie regiment 3de bataljon 4de compagnie matriecule 5741

    Op 25 januari 1814 overleed in het militaire hospitaal te Rijsel, Mercier, geboren te Rollegem, soldaat bij het 112ste regiment de ligne.  

     

    De muil van de leeuw is gericht naar het zuide (Frankrijk) 

     


    Categorie:gesneuvelden
    » Reageer (0)
    28-12-1999
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Gesneuvelden
     

     

     

    In 1920 werd er te Rollegem voor de gesneuvelden een monument( van het Latijn monumentum aldus Winkelprins van monére= de herinnering opwekken)op gericht ter herinnering aan de wreedheden welke gebeurden 1914/18 en eveneens ter gedachtenis van zij die er achter gebleven waren. Het was de “Staat” die het voor iedere gemeente mogelijk maakte een standbeeld voor ze op te richten. De gemeente kon de keuze maken uit een afbeelding van een soldaat er boven op ofwel een afbeelding van het H.Hart. Hier te Rollegem koos men voor het H. Hart. Het werd het geplaatst op de hoek van de Rollegemkerkstraat en de Tombroekstraat. In die tijd de eigendom van Malyse ziet hoofdstuk lager onderwijs 1790.

    Op de voorzijde zien we in goud letters het opschrift; Het Dankbare Rolleghem Aan Zijn Gesneuvelden en Opgeeischten. Zij vochten voor Recht; Sneuvelden in Glorie. Hun vrienden wonnen Wat zij Wilden 1914/1918-1940/1945.

    Wanneer we voor het standbeeld staan en kijken aan de linker zijde dan vinden we daar de namen van de opgeëiste. Ze werden tot den arbeid gedwongen.

     

     

     


     


    Categorie:gesneuvelden
    » Reageer (0)
    27-12-1999
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.gesneuvelden



    Het ligt zeker niet in de bedoeling de oorlog te herschrijven, maar een stukje geschiedenis hoort erbij.

     

    “Zijn we als kinderen van deze tijd, er ons nog voldoende van bewust, dat de vrijheid en rijkdom die we hebben , te danken is aan de Oud-strijders?”

     

    De wortels van Wereldoorlog I moeten worden gezocht, aan de wedren naar kolonies, en het streven naar macht militaire prestige.. Aan die wedloop, nam ook de Duitse Keizer Wilhelm II deel, een besluitloze en beïnvloedbare militarist die zich zelf beschouwde als Duitslands “eerste soldaat “ welke in 1888 aan de macht kwam.

    Op 31 augustus 1913 waren er 340.000 Belgen klaar voor het leger, op 31 juli 1914 om 19 uur werd de algemene mobilisatie afgekondigd, ter vrijwaring van de neutraliteit.

    Op 28 juni 1914 werd de Oostenrijks-Hongaarse troonopvolger, aartshertog Ferdinand, tijdens een bezoek aan Sarajevo( hoofdstad van de Oostenrijks-Hongaarse provincie Bosnië) vermoord door een Servische nationalist. In 1914 geloofden de meeste landen, evenals de burgers en politici dat ze voor een gerechtvaardigde zaak zouden strijden. Algemeen heerste er een enthousiasme voor de oorlog, welke echter gedoemd was om te sterven. Bij het uitbreken zagen velen, de kans om scheefgelopen zaken recht te zetten. Men dacht dat het slechts enkele maanden zou duren. Tegen december begon men er echter anders tegen over te staan met op den achtergrond een enorm aantal gesneuvelden



    Koning AlbertI

    Wie nog niet gevlucht was voor de oorlogsdreiging, ging massaal weg toen op den 4de augustus 1914 de eerste Duitse schotten los barsten, geen men s kon vermoeden wat er dat jaar boven hun hoofd hing. Vluchters maandag 28 augustus zou voor velen in hun kop gegrift zitten.

    De Luikse forten hebben juist geteld 96 uur stand gehouden tegen het Duitse offensief (7 augustus 1914)

    Uit een verslag lezen we  dat tussen 18 en 28 oktober de Britten  oprukken naar het Belgische Menen en het Franse Rijsel, tijdens de openingsfase van de slag bij de IJzer.

    De eerste keer zette Hendrik Geeraert, een schipper het gebied rond Nieuwendam onder water en daarna opende Karel Cogge op 27 Oktober 1914, tot 6 maal toe de sluizen. Er ontstond  een reusachtig meer in de polder, die een niet te overbruggende bufferzone vormde tussen de Belgische en de Duitse troepen. Men moest de proviand en de munitie bevoorraden via loopbruggetjes.



    Belgische Karabiniers, opweg naar het front

    Begin november verover ze Diksmuide, op de Belgen. Ondanks verscheiden Duitse pogingen in de daarop volgende dagen is het ergste voorbij. Op den 12 valt de eerste sneeuw, de troepen graven zich in. 14 december Niet tegen staande het verslechterende weer en de toenemende sterkte van de Duitsers, had men toch loopgravensysteem onderschat, de meeste aanvallen eindigden tegen 24 december.1914

    22 april  1915 een aanvangfase van de tweede slag bij Ieper doet chloorgas zijn intrede op het westfront, onze jongens zoeken bescherming zich tegen het gas met zakdoeken in water of urine gedrenkt, ze kunnen voorkomen een grote Duitse doorbraak.

    2 juni 1916 Een Duitse aanval op Ieper, bekend als de strijd om Mount Sorrel, blijkt aanvankelijk succesvol, maar de Duitsers moeten hun winst grotendeels prijsgeven bij een Canadese tegenaanval.

    7 juni 1917, een groot offensief tussen de Noordzee en de Leie, in de hoop zo de Duitse linies nabij Ieper te doorbreken, zeventien dagen lang onder het vuur van 2000 artilleriewapens. In een dag tijd verovert men een heuvel ten koste van 17.000 soldaten, de Duitsers verliezen 25.000 soldaten, waarvan 7500 gevangen worden genomen.

    Wanneer deze heuvel veroverd was kon men denken aan de Derde slag van Ieper, of Passendale, die aanvangt eind juli.

    18 juli 1917 Begin van de aanval op de Ieperse saillant, zo een 1400 kanonnen vuren explosieven en gasgranaten af op de Duits loopgraven buiten de stad.

    Met de aanval van 31 juli of de derde slag van Ieper of Passendale heeft men ongeveer 3 km winst geboekt.

    Uiteindelijk op 6 november 1917 heeft men Passendale herveroverd. Den derde slag bij Ieper vormde een helse verschrikking, zo een 310.000 soldaten werden gedood , gewond of gevangen genomen, voor een krappe 8 km.



    Kanonniers, (met snor) grootvader Ivo

    Ook op andere fronten laat men zich niet onbetuigd, Midden-Oosten, Afrika, Frankrijk, Italië, Rusland, Japan,enz. enz.

    Bij het bevrijdingsoffensief van 28 september tot 11 november verloor België 28.000 soldaten en 986 officieren.

    Op 11 november 1918 werd de wapenstilstand ondertekend!

    Het is niet hier dat we de oorlog en zijn gebeuren vertellen, maar een stukje van de ellende en de dramatiek er rond. Om ons te kunnen voorstellen de ontbering welke de helden hebben mee gemaakt, om te begrijpen!

    Mijn grootvader was vuurkruiser, hij vocht aan het front tot aan het einde van de oorlog. Wachten op bevelen, honger koude ontbering! Hij sliep tussen de doden, in de loopgraven, ratten, water en de ellendige luizen. Zoals reeds hoger vermeld het onderwerp kwam zelden of niet ter sprake. Wanneer frontstrijders vertellen over: “ De lucht die rood zag van het vuur en de aarde van het bloed” dan komen koude rillingen op je rug.

    Moet je voorstellen dat zij die er leven uitgekomen zijn, vele jaren nog de herinneringen met zich mee droegen en zeer gelukkig waren wanneer ze een oorloogkameraad ontmoeten

    Het eeuwig wachten

     

    We willen niet heiliger zijn dan de paus, maar ere, ook aan zij die het overleefd hebben. Laten we ook hen niet vergeten!

     


    Categorie:gesneuvelden
    » Reageer (0)
    26-12-1999
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Gesneuvelden



             

     

                                             Zeg mij waar die bloemen zijn, van Gaston Durnez, Vlaanderen 1914-1918 blz92

     

    “Mocht tenminste een korte wapenstilstand, een kleine rust, een enkele straal van de goddelijke vredezon even de haat komen onderbreken”

    Dat stond te lezen in een oproep die paus Benedictus XV op 7 december 1914 tot de oorlogvoerende lande richtte.

    Zijn bedoeling was, naar aanleiding van Kerstmis, een godsvrede tot stand brengen.

    We kennen het vervolg in de kranten stond na de oorlog:

    “ Toen namen, aan de vooravond van Kerstmis, de simpele soldaten in de loopgraven het initiatief. Zonder afspraken, spontaan. Meestal waren het de Duitsers( vooral katholieken uit Beieren) die verbroederingen uitlokten door kerstliederen te zingen en verlichte kerstbomen op de borstwering van de loopgraven te zetten. Hun tegenstanders, die vaak op korte afstand verschanst zaten, reageerden met hun eigen liederen. Bordjes met “niet schieten” werden opgestoken, feestwensen geroepen. Ten slotte kwam men hier en daar uit de loopgraven en gingen met elkaar praten. Ook lagere officieren deden mee.

    Het meest bekende verhaal is dat van aan de “Hoge brug in Diksmuide, ongeveer waar de Yzertoren staat Soldaten van beide kanten zongen kerstliederen, beleid door een harmonica, en een Duitse officier overhandigde er aan de tegenstander een remonstrants, die door mensen van zijn afdeling in een Diksmuidense kolenkelder was gevonden. Op die kerstnacht 1914 was het zeer koud op het front” een bijtende oostenwind zweepte over de hard toegevroren Yzervlakte. Het verhaal staat op een handschrift geschreven door Jozef van Ryckeghem, het werd geschonken aan Jozef Geldhof. De Vlaamse kunstschilder Sam de Vriendt liet zich door de gebeurtenis inspireren voor een schilderij “ kerstnacht aan de IJzer”

    Duitse soldaten uit Beieren afkomstig waren, hadden bij de Belgen de naam niet zo “oorlogzuchtig te zijn als de Pruisen. Het heette dat er dan minder werd geschoten, dat er niet zo “moordlustig” tekeer werd gegaan. Sommigen schreven dat toe aan het feit dat de Belgische koningin Elizabeth van Beierse afkomst was.

    Alfons Vandewalle, in 1964 ereschoolhoofd van het West-Vlaamse Rollegem, die de oorlog als brancardier meemaakte, herinnerde zich de belevenissen van zijn broer Georges, een vrijwilliger die in maart 1915 aan het front kwam. In den eerste helft van 1915 moest Georges samen met de andere piotten dienst hebben gedaan aan de boorden van de Ieperleevaart, te Steenstrate. Zij zaten verschanst op korte afstand van de Duitsers, die zich aan de overkant van de zes tot acht meter brede vaart hadden ingegraven.

    De Belgen raakten in gesprek met de Duitsers, die uit Beieren bleken te zijn. De afkomst van de koningin vormde een geschikte aanleiding om te praten en een akkoordje af te sluiten. “Weldra” vertelde Alfons, wandelden zij aan beide zijden langs het water. En als ze moesten schieten, schoten zij boven de hoofden.

    Georges vroeg aan de Beieren waar zij met rust gingen. “In Kortemark” antwoorden zij. Dat is op een vijftal kilometers van Lichtervelde, waar de Vlamingen door ooms en tantes was opgevoegd. “ Kun je dan niet eens een brief voor mijn familie meenemen?” vroeg hij. “Jawoh!” zeiden de andere? Vandewalle schreef een paar zinnen, stak het papiertje in een fles en wierp die in de vaart. De Duitsers visten de fles op en trokken ermee naar Lichtervelde. Enkele dagen later brachten brachten zij het antwoord van de familie. “ Ik heb de brief zelf gezien” zegde Alfons. “ Mijn broer heeft wekenlang op die plaats vertoefd, maar het spelletje nam plotseling een einde toen de Duitsers aan de Belgen kwamen vertellen:” Morgen worden jullie vervangen!”

    En zo gebeurde inderdaad! Zij waren over ons beter ingelicht dan wijzelf.”

     



     

    7000 duitse soldaten van de 3de kaveleriedivisie marchenvan uit Bellegem over Rollegem op weg naar het front(dinsdag 6 november 1914)

    1914 Rampzalig oorlogjaar.

    Op 20augustus was er te Rollegem een algemene vlucht . Men zegde dat de Duitsers al het mannenvolk medenaam. Niemand langs hier had een Duitse soldaat gezien.

    Volgens gegevens kwamen de eerste Duitsers, ongeveer een honderdtal toe op de Knok, ze overnachten bij Remie Vanderheren en de gebroeders Warrot.

    Niemand durfde die nacht te slapen. Zij moesten dadelijk hooi hebben voor hun paarden en eten voor de soldaten. Er moest een burger meekomen naar de burgemeester en secretaris voor bevelschriften voor al het nodige te kunnen aanslaan.

    Op maandag 10 oktober trok een groot Duits leger van Rollegem naar Bellegem.

    In Kortrijk kwamen ze van langs alle kanten op de markt.

    De laatste trein met Belgische soldaten was die zelfde dag uit Kortrijk vertrokken.

    In Bellegem moesten de Duitsers overnachten, alle winkels werden leeggeplunderd, de paarden hadden hun logement in de kerk.

    Zeer vroeg in de morgen van zondag 30 augustus, passeerde er een Duitse Zeppelin

    In de namiddag, van die zelfde dag, was er brand op de hofstede van Weduwe August Everaert te Tombroek.

    Op het einde van de maand oktober, kwam de eerste inkwartiering van het paardenvolk? Van dan af zijn er altijd soldaten hier geweest.

    Zij eisten al de koeien en zwijnen op die zij dan zeer dikwijls ter plaatse afmaakten.(Sloegen)

    Keizer Willem was op 1 november te Kortrijk.

    De eerste bommen die te Kortrijk vielen was op de vlasmarkt en dit op 5 november.

    Hierbij werden twee Bellegemnaars dodelijk getroffen; Petrus Vanhuysse rentenier en Célina Vanhoenacker, echtgenoot van César Declercq 40 jaar.

    Georges Vanhoosthuize, Rollegemnaar werd hierbij gekwetst.

    Op iedere gemeente werd een Kommandatuur ingericht, zo ook te Rollegem, eerst bij Charles Christiaens in de Tombroekstraat en deze werd later overgebracht naar het gemeentehuis.

     



     

     


    Categorie:gesneuvelden
    » Reageer (0)
    25-12-1999
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.gesneuvelden



                            
                                                                                     Jules Depreester

    De vliegkunst ontwikkelde zich snel en het afweer werd ingericht.

    Gedurende de winter werd op iedere gemeente een bevoorradingcomité ingericht, dit werd bevoorraad door de verenigde -staten van Amerika en Spanje waar de bezetter niet mocht aankomen. Alle landbouw opbrengsten werden door de bezetter opgeëist.

    Door dit alles werd de sluikhandel ingericht.

    In 1915 werd het etappen gebied opgericht, die Kortrijk omvatte en alle gemeenten in het rond. In Gent was de Koop kommaduur, Rollegem, Bellegem, Aalbeke en Marke werden in het generaal gouvernement ingedeeld onder Doornik.

    Brussel was de hoofd kommaduur. Niemand kon nog weg zonder geldig pasport.

    Later werd Kotrijk afgezet met versperring van stekkerdraad van minstens drie meter hoog. Er was een ingang langs de zijde richting Rollegem aan het “Kanon”.

    “Feldgendarmen” stonden de wacht ook een ingang aan de Verhuelaan.

     

    Maandelijks werd er controle ingericht voor alle weerbare mannen.

    In 1916 werd er een vereniging gesticht onder het beheer van Alois D’Hooge hoofdonderwijzer en Gaston Vandeghinste gemeente secretaris. De bedoeling was, maken van elektriciteit, aangezien er geen petrol meer was, de mensen moesten zich verhelpen met carbure, smoutlicht en zelfgemaakt gas.

    Een motor van 40 pk(paardenkracht) werd aangekocht en geplaatst achter de wagenmakerij van August Hansens. De leiding was in handen van Jules Depreester.

    Een geldig pasport werd bekomen om het nodige te gaan afhalen naar Vichte, door verscheidene landbouwers.

     

    Op het einde van 1916 werden de eerste opeisingen gedaan om achter het front te gaan werken(in Verdun) Veel mensen zijn er bezweken door de zware arbeid en ondervoeding. Veel voedsel werd van hieruit verzonden, met kleding en eetwaren maar kwam zelden ter bestemming.

    Dag en nacht werd er geschoten met zwaar geschut.

    Er was van alles een tekort, de sluikhandel vierde hoogtij.

    In 1917 en 1918 werd het operatie gebied en was er wekelijks controle, niemand mocht de gemeente verlaten.

    René, Joseph Vandevijvere werd op 27 januari 1917 door de Duitse wacht dood geschoten, toen hij vluchtte van de hofstede van Henri Maes in de Knockstraat naar de tramstatie van Bellegem, waar hij woonde.

    In de maand juli van het zelfde jaar, gedurende een controle, werden een vijftigtal opeisingen gedaan, en aangeduid om twee dagen later naar de kommadatuur te komen, doch er kwamen er slechts 2à3 zich te melden. De gemeente werd gestraft niemand mocht nog op straat voor acht dagen, men kreeg een uur vrij voor het hoogst nodige te doen.

    Sommige ouders werden opgehaald tot hun zoon hem kwam aangeven. De ouders werden ondergebracht in het huis Depraeter, nu de beenhouwerij Vandevenne.

    Zo zijn er een dertigtal zich komen aangeven. Ze werden overgebracht naar Geluwe, waar ze in barakken logeerden, ze werden verplicht aan het front te werk gesteld.

    In september werden er nog opgeëist om te gaan werken naar Marke, deel in het station en deels in de pannenfabriek, deze konden dagelijks heen en weer gaan , van het werk naar huis en omgekeerd.




    Categorie:gesneuvelden
    » Reageer (0)
    24-12-1999
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.gesneuvelde



                               

    Alle ambachtslieden van de gemeente werden in het station te werk gesteld. Zo wel Russen of Italiaanse krijgsgevangen werden er te werk gesteld, ze waren allen uitgehongerd, z g zouden ze vechten voor een stuk zeep.

    Na vijf à zes weken moesten drie Timmermans naar de hofstede van Vandaele, ze moesten de schuur ombouwen tot kazerne.

    In de boomgaard van Leon Debaere (nu Autobaan achter de hofstede van Vandaele ’s hof) werden twee houten barakken geplaatst, ook metsers met hun dienders waren er tewerkgesteld, onder leiding van de Duitse wacht.

    In het eikenbos gelegen aan de Segersweg, werden bomen afgezaagd, de stammen voor planken en de kronen om te verbranden, dit laatste werd verdeeld door het comité.

    In het zelfde jaar was ieder gezin verplicht het koper in te leveren

    In 1917 kwamen de Verenigde- Staten in oorlog

     

                                        

    In oktober 1917 werd de kommandatuur van het huis Charles Christiaens overgebracht naar het gemeentehuis.

    In de Rijselstraat te Kortrijk werden opnieuw bommen geworpen

    In maart 1918 een groot offensief op de Kemmelberg.

    In de gemeente werden zeer veel huiszoekingen gedaan, en alles aangeslagen wat diende ingeleverd te worden, dit gebeurde door een Duitse boersoldaat “Flikkie “genaamd. Hij werd daarbij geholpen door een andere soldaat bijgenaamd de “Koperdief”

    Alles moest ingeleverd worden op het gemeentehuis.

    De eerste Engelse soldaten werden gemeld op zaterdag 16 oktober 1918 op de Knok. Kort daarop schoten de Duitse soldaten, welke zich terug trokken naar Kluisbergen, van op Tombroek, er vielen er soldaten en paarden. Deze werden begraven op het kerkhof van Rollegem, zicht op de Tombroekstraat, ongeveer ter hoogte van de woning nu apotheek.

     

     

     

     

     

     

    We kregen informatie van overgrootvader Emiel Derdeyn, vader van Jules den drukker.

    Hij was gehuwd met Marie-Sidonie Vancaeneghem.

    Geboren te Zececote den 30 oogst 1860 en is godvruchtig overleden te Rollegem den 14 mei 1937

    Lid van alle godvruchtige Genootschappen; Koster te Rollegem sedert 28 november 1885.

    Ontvanger van het armbestuur sedert 19 augustus 1894.

    Gemeenteontvanger sedert 16 september 1896.

     

     





                                         



     

    We mochten meekijken in de zakagenda en we onthouden er van het volgende:

    3 oktober 1918: Grote controle in Beaucarnes weide.

    4 oktober 1918: al de koeien en zwijnen weg.

    15 oktober: 2 Duitse soldaten op het kerkhof begraven

    16 oktober: 1 Duits op het kerkhof begraven

    17 oktober: begraving Gaston Deconinck, burgerlijk slachtoffer.

    18 oktober: Kommadatuur weg.

    19 oktober: De Engelsen aangekomen




     

     


    Categorie:gesneuvelden
    » Reageer (0)
    23-12-1999
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.gesneuvelden



    De muziekanten werden gevraagd om op maandag 26 oktober de Engelsen tegen te gaan tot aan “De Lampe”

    Op maandag 11 november werd de wapenstilstaand gesloten.

    In 1918 waren er 56 sterfgevallen ten gevolge van de Spaanse griep

    In 1919, 42 en in 1920, 40 allen ten gevolge van de Spaanse griep.

    Zes inwoners van de gemeente zijn niet teruggekomen met name; Ze waren de civielarbeiders:  Leopold Desfossez, Alois Devos, Denis Desmet, Cyriel Libeer, Hector Van Cauwenberghe en Remi Cosaert.

    Burgerlijk slachtoffer; Gaston Deconninck.

     

    We konden putten uit eigen archief, en danken hen die ons verder helpen

     

     

     

                   

     

     

     

     

     

     

    Paul Desfossez:

    Echtgenoot van Mathilde Solle

    Gesneuveld te Amermont (Frankrijk) op 16 maart 1917                 

           

    Alois-Cyrille Devos:

    Zoon van Frederick en Theresia Pattyn Echtgenoot van Aline Vanhaezebrouck. Hij werd geboren te Winkel St. Elooi den 9 Augustus 1891.Door de Duitse Overheid werd hij overgebracht naar Frankrijk als op geëiste Burger Arbeider

    Den 2 december 1916 na een pijnlijke ziekte overleed hij er te Bouligny(Frankrijk) op 4 april 1917Op vreemde grond rust nu het ontzielde lichaam.

     


    Categorie:gesneuvelden
    » Reageer (0)
    22-12-1999
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.gesneuvelden



                    

    Denis Desmet:

    Echtgenoot van Elonie Devos

    Gestorven in het hospitaal te Namen op 6 mei 1917
                            

    Cyrille Libeer:                                                                   

    Echtgenoot van Sylvie Vercaempst (’t Withuis)

    te Rolleghem op 24 december 1917

    Gestorven

    't withuis, was een kruiderniers winkel in de Schepenhuisstraat


    Categorie:gesneuvelden
    » Reageer (0)
    21-12-1999
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.gesneuvelden



                           


     

    Hector Van Cauwenberghe:

     Zoon van Charles Louis en van Eugenie Larue, echtgenoot van Maria Vancauwenberghe

    Geboren te Luinge den 11 maart 1873

    Over gebracht als Burger-Arbeider den 1november 1916

     Gestorven in het hospitaal van La Nourriere(Frankrijk) 17 januari 1918.

    Begraven op het soldatenkerkhof La Nourriere, grafsteen nr. 43


                              

    Henri Remi Cosaert:

    Zoon van Ludovicus Charles Louis en Nathalie Vanhuysse

    Geboren te Rolleghem den 14 juni 1882

    Te Halluin overleden na een vliegaanval waarvan hij slachtoffer werd op 1 juli 1918

    Hij werd getroffen door een granaat te Wervik.

                                

    Gaston Deconninck: Gestorven te Kortrijk 14 oktober 1918

                             


    Categorie:gesneuvelden
    » Reageer (0)
    20-12-1999
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.gesneuvelden



    Aan het kapelletje van boer Ginste in de Bellegemseweg.

     

    En toch bracht de oorlog ergens een sprankeltje hoop. Op 13 mei  1917 verscheen De Maagd Marie te Fatima aan drie kinderen. Het gebeurd maandelijks tot 13 oktober. Ze zegt:” Ik ben Onze-Lieve- Vrouw van de Rozenkrans” en verteld erbij “ De oorlog loopt af en de soldaten kunnen binnen kort weer naar huis”.

    Ze voorspelde dat het niet lang zou duren eer er weer een oorlog kwam(1940/1945) Dat Rusland de wereld veel kwaad zou berokken, maar zich zal bekeren. Een derde geheim waarover veel geruchten zich voordeden is nog steeds niet bekend.


    In het dal van Cova da Ivia was die dag 13 oktober 1917 reeds drie maand vooraf een wonder voorspeld, het was aangekondigd tegen de middag.

    Het regende pijpenstelen, om half twee stonden de mensen klets nat op het punt om weg te gaan. Toen plots een van de kinderen met name Lucia uitriep “Daar gaat ze! Kijk naar de zon! Daar gaat ze!

     

     

    Uren liggen wachten!

    Duizenden mensen waren aanwezig. De regenwolken rond de zon gaan uiteen. De zon begon als een tol rond haar as te draaien. Na drie minuten stopte het fenomeen, het herbegon, het stopte opnieuw, de zon viel zigzaggend naar de aarde. Ze verheft zich opnieuw en nam haar normale positie terug aan. De massa welke aanwezig was dacht dat de wereld verging. Het hele zonnewonder heeft 12 minuten geduurd.

     

    Van de opgeëiste kennen we helaas geen namen( wie kan ons helpen?)


    Wie weet er meer over?

     

     

    Bijlagen:
    1917 bij Leon Delbaere.jpg (353.8 KB)   


    Categorie:gesneuvelden
    » Reageer (1)
    19-12-1999
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.gesneuvelden



    nooit meer

    “Nooit meer oorlog” in alle talen staat het geschreven op de Yzertoren”REMEMBER”de herinneringen in leven houden. Dat is de opdracht dat we als jeugd meekregen, maar eerst moeten we weten wie waren ze, wat was hun opdracht in dat grote oorlogspel.

     

    In de zomer van 1920 (28/6/1920) werd het H.Hart beeld geplaatst als oorlogsmonument.

    Men kon de keuze maken tussen een onbekende soldaat of het H. Hart. Rollegem koos voor het H. Hart van Jezus,

    In die tijd was dit het symbool van de bescherming der gemeente, hoe groot was toen de bewondering van iedere gelovig mens, het vertrouwen dat men toen stelde was onmetelijk. Men wijde zelf het dorp toe aan het H. Hart, nu is dit voorbij, of de soldaat beter zou tot zijn recht gekomen zijn laten we in het midden. De vraag is alleen wil men onze helden nog erkennen? Ieder jaar werd er een grote herdenking gehouden, voor zij die vochten voor onze vrijheid, ons welzijn!

    De namen van de gevallen soldaten werden er in gebeiteld:

    Désirè Beyls- Honoré D’Hooghe- Alfons Corsellis - Edmond Dendievel – Maurice Carette – Henri Van De Maele – Oscar Demuynck – Aloise Verfaille – Camiel Sagaert – Alfons Castelain – Ernest Rondaert – Jerome Barbe     

     

    1916 opgeëist naar werkkampen van Sedan

     

    Adolf Maes wonende in de Tombroekstraat 293 samen met zijn zoon overgebracht waar hij 22 maanden verbleef en waar hij de grootste ontberingen kende

     

    Désirè Aimé Désirè Aime Beyls zoon vanDésirè Aimé Beyls:                                                            Beyls:                                                           

     

    Zoon van Theophiel en Sidonie Dejaens

     

    Geboren te Heestert 3 maart 1892

    Soldaat bij het 3° Jagers te voet (Doornik)

    Gesneuveld op het veld van eer te Breendonck

    (westen van Mechelen) 4september1914                         

     

     

     

     

     

     

    Het vorstelijk antwoord was neergepend” Langs België komt men niet door…” De noodklok luidde: ’t vaderland was in gevaar.

    In alle gemeenten werden d’ inlijvingsbrieven besteld: “ te wapen, te wapen” ’t vredeswerk viel stil en…” vaarwel vader, moeder, broers en zussen

    Vaarwel en tot binnen kort …….

    Barbe Jerome: geboren te Rollegem

     

    Barbe Jerome: geboren te Rollegem

    11 Linie Hoogstade21 april 1915 

    aldaar een alhier twee ze trokken op …. De strijd was bloedig….de weermannen stonden in ’t vuur en ’t huis bad men om bescherming.

    En als er een woordeken nieuws kwam het zo een deugd…. Doch de snode vijand beukte dieper en dieper in… De soldaten kwamen over hun gemeente om de frontlijn aan de IJzer te verleggen en elkeen vroeg achter zijn eigen volk.

     

     



    Honoré-Joseph-Antoine D’Hoohge

     

     

     



    Honoré-Joseph-Antoine D’Hoohge

     

    Zoon van Aloise en Pauline Hostins                      

     

     

    Geboren te Rolleghem op 14 februari 1890

    Soldaat van het 2de Jagers te voet in Mons

    Gekwetst op het veld van eer in een gevecht D’Eppeghem op 28 augustus 1914

    En aan de verwondingen overleden te Brussel in het klooster de Berlaymont (Belgisch veldhospitaal) de 12 september 1914

     

    Alfons Corsellis

     

    Alfons Corsellis

    2de Jagers te voet                                                                                                  

     Gesneuveld te Eppeghem 12september 1914

     

    En onzen Alfons, Désiré,Henri, enz. “Hij zal wel achter komen” men hoopte en wachten, doch zie de vijand

    rukte binnen en met een barbaarse dwingelandij van meer dan vier jaar werpt hij sluier en nevel over alle inlichtingen,

    en laatonzekerheid het menselijk hart beangstigen.

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     


    Categorie:gesneuvelden
    » Reageer (0)
    18-12-1999
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.gesneuvelden



                                         

    Zoon van Polydor en Sidonie Vanhoutte

    Zoon van Polydor en Sidonie Vanhoutte

     

    Geboren te Rolleghem den 13 april 1890

     

    Soldaat bij het Derde Jagers te voet te Doornik

     

    Dodelijk gekwetst op het ereveld te Lier

     

    Op 6 oktober 1914 en godvruchtig overleden

     

    In Duitsland op 19 oktober 1914

     

    Henri Van de Maele

     

    Soldaat bij Jager te voet

     

     

    Overleden te Diksmuide op 7 mei 1915

     

    Maar hoogvaardigheid komt ten val. De vijand zijn leger werd overwonnen. Het terrein kwam vrij- en

    d’ overblijvende broeders kwam zegevierend binnen “Ik ben hier” men juichte….

    En Oscar, Alois, Edmond, Kamiel en zoveel ander kwamen helaas niet meer terug….en na maanden

    Kwam…de ruwe doodsmare


    Oscar Demuynck, onderwijzer. Oscar Demuynck, onderwijzer.

    Oscar Demuynck, onderwijzer

    zoZoon van Louis en van Nathalie Delobelle.

     

    Geboren te Sint-Denijs

     

    Was brancardier bij Rode Kruis

     

    Edelmoedige gevallen in dienst van het Rode Kruis en

     

    Godvruchtig overleden te Alveringhem op 11 juni 1915

     

    Ouderdom van 26 jaar. Hij was hier te Rollegem onderwijzer

     

    Bij de gedachte van dien heiligen heldenmoed, bij ’t offer van dit martelaarsbloed, geve de Heer ons allen een

    Een haart om Hem te dienen, en zijn wil te volbrengen met een groot hart en een gewillig gemoed

     

    Aloise Verfaille.                                                                            

           

    Zoon van Theophiel en van Marie Verfaille

     

    Geboren te Belleghem1993 den 3 februari

     

    Woonachtig te Rolleghem

     

    Wever van beroep

     

    Soldaat bij het 3de Regiment Jagers te voet,2de Bataljon,

     

    1ste Compagnie, 22 jaar en 7 maand oud

     

    Krijgsgevangene, een besmettelijke ziekte tyfus

     

    Overleden te Alten-Grabow (Duitsland)

     

    19 september 1915

                                                                               

     

     

     

     

     



    Edmond Dendievel zoon van Charel en Elodie vVandevenne

    Edmond Dendievel

     

    Zoon van Charles-Louis en Elodie

    Vandevenne Geboren te Rollegem den Geboren te Rollegem, den 12 november 1890Overleden in het krijshospitaal te Antwerpen den 5 oktober 1914 Soldaat Bij het 3deregiment jagers te voet.

    Hij was van vak kuipenmaker

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

    Voor hun beiden werd een doodsprentje uitgeven zoals hier bijgevoegd, men kon er op terug vinden, dat beiden, vol van plicht en heldenmoed, U brengt gans Rollegem, den rouw en zegegroet, in rouw, omdat gij beiden als enig kind, met mannenkracht moest schragen.

    Doch zege roep, van plichtbesef en moed den koepel draagt en spant van weidse wereldroem van kleine Belgenland.

     

     

     


    Categorie:gesneuvelden
    » Reageer (0)
    17-12-1999
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.gesneuvelden



    Sagaert  Ziekenoppasser(infermier overleden in het militaire hospitaal (milt) mei 1916

    KamielSagaert 

     

    http://www.bel-memorial.org/thanks.htm

     http://www.bel-memorial.org/cities/abroad/france/avon-les-roches_indre-et-loire/avon-les-roches_carre_belge.htm

    Klik op memorial, zoek onder namen de s en je krijgt de foto van Van de heer Roland Bruneau wie we zeer dankbaar zijn voor zijn medewerking                                                               

     

    Alphonse Castelain

    Alphonse Castelain

     

    Zoon van Auguste en van Eugenie Stichelbout                                       

     

    Geboren te Rolleghem op 24 februari 1886

     

    Soldaat van het 9de Regiment voetvolk

     

     Krijgsgevangen genomen, door onmacht en naar Duitsland gevoerd

     

    in 1914. Hij stierf een heldendood op 9 februari 1917.

     

    Hij werd op een Katholiek Kerkhof begraven te

     

    Sproekhovel (Westphalie)-n° 57, sectie 6 13 februari 1917

    Ernest Rondaert.

     

     

    Zoon van Jean Baptiste en Marie Sidonie Lamotte

     

    Broer van Camille

     

    Geboren te Rolleghem den 28 februari 1894

     

    Soldaat bij het 2de Regiment Carabiniers

     

    Gesneuveld op het veld van eer te Langemarck                                  

     

    Den 28 september 1918

    Overlevenden Oud-strijders 1914/1918

     

    In 1931 overleed de heer Henri Bonte, burgemeester van Aalbeke

    Hij was te Rollegem geboren op den 28 februari 1851. Hij was vereerd met het burgerkruis van eerste klas.

    De Gouden medaille van de kroon orde en de herinnering medaille van 1914/18

    Jules-Henri Vandekerkhove geboren te Dottenijs op 8/12/1882 overleden te Rollegem op 12 maart 1977. Hij was gehuwd met Celina Schoore, vader van Basile.

    Was stichter en voorzitter N.S.B. 1914- 1918 afdeling Rollegem.

    Vereremerkt met verscheidene militaire en burgelijke eretekens

     

    In 1937 overleed Jules-Joseph Ferlin

    Hij was bestuurslid van den oud-strijdersbond V.O.S.

    Vereerd met de Herinneringsmedaille van de oorlog 1914-1918, de zegemedaille, het Yzerkruis en het Oorlogskruis met palm

     

    Justin-Germain Lemahieu overleden op 15 november 1942

    Rollegem soldaat 8 ch. fr.,(frontstrepen ) 1 ch. bl.(kwetsuurstrepen) opgenomen in het guldenboek van de vuurkaart boekdeel 35-36 blz. 309 10 linie J.P.G.

    Oorlogskruis 2.P.

    Zegemedaille

    Herinneringsmedaille 14/18

     

    Emiel-Nestor Leman Overleden op 11 januari 1951

    Oorlogsvrijwilliger 1914-1918 – Lid van N.S.B. Rollegem.

    Ridder in de Leopoldsorde met zwaarden Oorlogskruis met palm- Yzerkruis

    Medaille van den strijdervrijwilliger- Zegemedaille – Overwinningsmedaille

     

    Remie  Germain DeGraeve overleden op 31 Augustus 1956 Oud-strijder 1914/1918

     

    Desire Holvoet Overleden op 1 maart 1959

    Weggevoerde – Civilarbeider 1914- 1918

     

     

    Hippoliet Buyse Overleden 31 augustus 1960 Oud-strijder 1914-1918

    Ridder in de Kroonorde – vereerd met de medaille van Leopold II – Yzerkruis

    Vuurkruis – Overwinningsmedaille 1914-1918 – Herinneringsmedaille

     

     

    Alfons – Jozef Hinnekens overleden op 16 mei 1961 Oud-strijder 1914 -1918

    Vereerd met het militair Ereteken met palm – Oorlogskruis met palmen

    IJzermedaille – Zege- en Herinneringsmedaille

    soldaat 8 frontstrepen opgenomen in het guldenboek van de vuurkaart boekdeel 34- 35 blz.422 5de Artillerie jpg

    Oorlogskruis 2.P.

    IJzerkruis 2de klasse (art 4) P.

    Zegemedaille

    Herinneringsmedaille 14/18

     

    Marcel Liefooghe overleden 24 juli 1970  Oud-strijder 1914-1918

    Vereremerkt met verschillende militaire en burgerlijke eretekens

     

    Jules Kinds overleden op 26 augustus 1966 Oud-strijder 1914-1918

     

    Charels – Louis Haemers overleden op 8 april 1967 Z.A.B. 1914-1918

     

    Jozef – René Lepoutre overleden op 28 maart 1976

    Civilarbeider 1914-1918

     

                                                                                                                                               

    Ziekenoppasser (infirmier)

     

    Overleden in het militaire hospitaal (milt) mei 1916.

    Bijlagen:
    SAGAERT_Camiel_1_10964.jpg (49.3 KB)   


    Categorie:gesneuvelden
    » Reageer (0)
    16-12-1999
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.gesneuvelden



                                

    Camiel Bauwens overleden op 15 februari 1967 Civilarbeider 1914 -1918 x

     

    Remi – Robert Verfaille overleden op 30 november 1969 Civilarbeider 1914-1918

     

     

     

    Gaston Holvoet Overleden op 19 april 1973 Oorlogsinvalide – Vuurkruiser 1918-1918

     

    Robert – Maurice Soens overleden op 22 april 1973 Oud-strijder – Vuurkruiser 1914-1918

    Vereremerkt met verschillende militaire en burgerlijke eretekens

    Lid van de N.S.B. Rollegem

     


    Remi – Frederic Castel overleden op 26 januari 1966 Oud-strijder 1914-1918 x

    Remi – Frederic Castel overleden op 26 januari 1966 Oud-strijder 1914-1918 x

    Groot- Invalide   Vereremerkt met talrijke eretekens

    soldaat milicien 8 frontstrepen 1 kw. Str. opgenomen in het guldenboek van de vuurkaart boekdeel 37 blz. 399 3de J.T.V. (jagers te voet)

    Oorlogskruis 2.P.

    IJzerkruis

    Militaire medaille 2de klasse (art 4) P.

    Zegemedaille

    Herinneringsmedaille 14/18

     

     

      

           

     

     

     

     

     

     

     

     

     

    Maurice Vlericq overleden op 8 april 1974 Oud-strijder – Vuurkruiser 1914-1918

     

     

    Maurice Vlericq overleden op 8 april 1974 Oud-strijder – Vuurkruiser 1914-1918

    Vereremerkt met het Oorlogskruis met palm IJzermedaille – Zege- en Herinneringsmedaille.

    Het ereperk van Rollegem

    Florimond –Jozef Libeert overleden op 26 december 1975 x

    Weggevoerde van de Oorlog 1914-1918

     

    Julien – Henri Verschelde overleden op 31 oktober 1970 Weggevoerde 1914-1918

     

    Remi Decock overleden op 1 februari 1979 Oud-strijder Vuurkruiser 1914-1918  x

    Vereremerkt met verschillende militaire en burgerlijke eretekens

    Lid van de Militaire Verminkten 1914-1918 Lid N.S.B.

     

    Karel – Barthélemie  Millecamps  Overleden 13 maart 1979 Oud-strijder- Krijgsgevangene 1914-1918 x

     

    Petrus  Vanderginste geboren op 9 september 1892. Op 22 jarige leeftijd werd hij opgeroepen om zijn dienstplicht te vervullen Ingelijfd bij het 1ste artillerie via Mechelen naar Namen. Bij het uitbreken van de oorlog had hij nog 13dagen te kloppen toen de Duitsers het land binnen vielen. Daardoor heeft hij nog vier jaar lang in de modder van de ijzervlakte geploeterd. In november 1919, één jaar na de wapenstilstand en na de “Rijnbezetting” te hebben meegemaakt, werd hij gedemobiliseerd.

    Hij was houder van het oorlogskruis met palm, het ijzerkruis, de zegemedaille en de herinneringsmedaille 1914/18 hij overleed in december 1988

    M.D.L. 8 ch. fr. opgenomen in het guldenboek van de vuurkaart boekdeel 37 blz. 336 10de Artillerie J.P.G. met foto.

    Oorlogskruis 2.P.

    Zegemedaille

    IJzerkruis

    Herinneringsmedaille 14/18

    Civiel arbeider

     

     

     

     


    Categorie:gesneuvelden
    » Reageer (0)
    15-12-1999
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.gesneuvelden



                                   

    Pee Ginste Pertus Vandeghinste

     

     

    In maart 1912 vertrok hij naar Mechelen om zij dienstplicht te vervullen toen hij nog slechts dertien dagen moest doen brak de oorlog uit. Hij werd gemobiliseerd naar Luik.

    De Duitsers rukten op en ze werden naar Namen gestuurd. Van uit Namen werden ze te voet naar de Franse havenstad La Havre gestuurd Ze marcheerden elf dagen lang van 3uur ’s morgens tot 10uur ’s avonds. Ook dat was nog niet de eind bestemming.

    Van uit La Havre per schip naar Zeebrugge om dan per spoor naar Kontich en St-Niklaas om ten slotte via Brugge naar het front aan den IJzer te verhuizen.

    Het was daar dat hij voor de eerste maal naar den vijand schoot, die zich verschanste in de toren van Diksmuide.

    Een grote opluchting was het bij hem toen hij achter de frontlinies twee vroeger vrinden tegen kwam, namelijk Briek Bettens en Fonske Barbe.

    Zeven jaar en acht maanden was hij soldaat en had slecht tweemaal naar huis mogen komen.

    Het duurde tot 1919 voor hij van het leger ontslagen werd.

    Ondanks de zware oorlogsjaren werd Pierre toch meer dan 90 jaar oud. Hij was de laatste oud-strijder van 1914/18 hier te Rollegem

                                        

     

    Verklaring: P. staat voor onderscheiding met “Palm”

    “Fronstst.” En “kw. Str.” Staan voor afkorting van frontstrepen en kwetsuurstrepen. In het Frans zijn dit ch.fr. en CH. bl.

    J.T.V.: Jagers te voet.

    Commeijne Hector soldaat 7 frontstrepen 1 kw. Str. opgenomen in het guldenboek van de vuurkaart boekdeel 37 blz. 399 3de J.T.V.

    Oorlogskruis 2.P.

    Zegemedaille

    Herinnermedaille 14/18

    Dejonghe Alfons Rollegem brigadier 2 frontstrepen opgenomen in het guldenboek van de vuurkaart boekdeel 37 blz. 65 1st. Art. J.P.G.

    IJzerkruis

    Zegemedaille

    Herinnermedaille 14/18

    Dornez Louis Rollegem soldaat 8 frontstrepen opgenomen in het guldenboek van de vuurkaart boekdeel 37 blz.79. 1ste genie J.P.G.

    Oorlogskruis 2.P.

    IJzerkruis

    Zegemedaille

    Herinneringsmedaille 14/18

    Dubrul Maurice Rollegem soldaat 8 frontstrepen opgenomen in het guldenboek van de vuurkaart boekdeel 37 blz.70.7de artillerie J.P.G.

    Oorlogskruis 2.P.

    Zegemedaille

    Herinneringsmedaille 14/18

    Ghijssel Jules Rollegem soldaat 8ch. fr., 2 ch. bl. opgenomen in het guldenboek van de vuurkaart boekdeel 37 blz.395 3de jagers te voet met foto

    Oorlogskruis 2.P.

    IJzerkruis

    Militaire medaille 2de klasse (art 4) P.

    Zegemedaille

    Herinneringsmedaille 14/18

    Maertens Leon Rollegem Brigadier 7 frontstrepen opgenomen in het guldenboek van de vuurkaart boekdeel 37 blz. 338 10de Artillerie J.P.G.

    Oorlogskruis

    Herinneringsmedaille 14/18

    Samijn Jozef Rollegem korporaal 8 frontstrepen opgenomen in het guldenboek van de vuurkaart boekdeel 37- 38 blz. 640 Gezondheidsdienst J.P.G.

    Oorlogskruis 2.P.

    IJzerkruis

    Militaire medaille 2de klasse (art 4) P.

    Herinneringsmedaille 14/18

    Vermeld in boek 37 blz. 653 en ook in 38/39 blz. 654.

    Van Daele Achille Rollegem opgenomen in het guldenboek van de vuurkaart boekdeel 35- 36 blz. 640 2de grenadiers

    Van Gheluwe Alphons Rollegem soldaat 7 frontstrepen opgenomen in het guldenboek van de vuurkaart boekdeel 37 blz. 400 3de jagers te voet J.P.G.

    Oorlogskruis 2.P.

    Zegemedaille

    IJzerkruis

    Herinneringsmedaille 14/18

    Vermeulen Jules Rollegem. 484 2de Grenadiers, zonder verder vermelding.

    Yzerbyt Jerome Rollegem soldaat 8 frontstrepen opgenomen in het guldenboek van de vuurkaart boekdeel 37 blz. 522 1ste gidsen J.P.G. met foto

    Oorlogskruis 2.P.

    Zegemedaille

    IJzerkruis

    Herinneringsmedaille 14/18

    Beyls Julien Rollegem soldaat 7 frontstrepen opgenomen in het guldenboek van de vuurkaart boekdeel 34- 35 blz. 493. 2de grenadier jpg

    Oorlogskruis bronzen leeuw

    Zegemedaille

    Herinneringsmedaille 14/18

    Deruyck Camiel Rollegem soldaat 8 1 kw. Str. frontstrepen opgenomen in het guldenboek van de vuurkaart boekdeel 34- 35 blz.77 . 7de artillerie jpg

    Oorlogskruis 2.P.

    Zegemedaille

    IJzerkruis

    Herinneringsmedaille 14/18

    Camille Leplae geboren 1890 overleden 1980 begraven op het kerkhof te Rollegem.

    Oud-strijder 1914/1918

    Ere gemeente secretaris.

    Was gehuwd met Flore Desmet geboren 1892 en overleden 1984.

     

    We weten niet of deze lijst nog moet aangevuld worden, indien er zijn die nog namen kennen laat het gerust weten, we vullen aan.

    Het is zeker niet de bedoeling om mensen te kwetsen, het is zeker niet moedwillig, we verontschuldigen ons indien ze niet vermeld zijn.

    Onze oprechte verontschuldiging.

                                    


    Categorie:gesneuvelden
    » Reageer (0)
    14-12-1999
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.gesneuvelden



                            

                        NOOIT MEER OORLOG

     

    Mijn grootvader welke 3 jaar soldaat en vier jaar aan het “westelijkfront” 1914/18 was, vertelde daar niets over, hij mompelde, “de helden die zij er gebleven”! Wij hebben geluk gehad!

    Zij die de grote verhalen vertelden waren meest de mensen die het gelezen hadden of hadden van iemand die het gehoord hadden een blinde welke het gezien had.

    Kun je het iemand kwalijk nemen! Op het ministerie van “landsverdediging” deed ik navraag over de heldendaden van mijn grootvader, (hij kreeg er voor medailles maar wat heeft hij gedaan?) met nog andere vragen erbij. Juist die vraag krijgt nog geen antwoord! Maar hoe wil je dan dat er over gepraat wordt! Iedere dag is er ergens oorlog! Het is zo mooi in al talen te schrijven: ”Nooit meer oorlog”!

    Maar gelooft het, als jullie die het mee gemaakt hebben, zwijgt!

    Wij kunnen het niet weten als Julie zwijgen

    Zwijg niet lager, doe het in naam van al de mijnen!

    Om helden te vinden moet je niet veel inspanning doen, ga in den westhoek bezoek Ieper, “Flanders field” Engelse, Amerikaanse begraafplaatsen, overal liggen ze verspreid.

    Doe eens de moeite om een Oud-strijders, men noemt ze veterane, op te zoeken op de kerkhoven, of begraafplaatsen, ja mijn grootvader zei “Helden zijn daar gebleven” Wat is er van hen gebleven, met welke eerbied worden zij nog omringt, wat doet men voor hen, zullen we ook voor hen herdenkingen houden, hun graven verder onder houden. We komen er op terug aan het einde van ons verhaal.

                                    

    Want Ook de gruwel van de tweede wereld oorlog is hier niet zonder helden voorbij gegaan.

    Ook hun namen werden toegevoegd om ze nooit meer te vergeten.

     

     

     

     

     


    Categorie:gesneuvelden
    » Reageer (0)
    13-12-1999
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.gesneuvelden



    De overwinningsmedalle

     

    Het eerste teken dat we vermelden, herinnerd u nog bij de aanvang de eretekens van mijn grootvader :

     

     

     

    Werd toegekend aan de militairen die tussen 1 augustus 1914 en 11 november 1918, effectief deel uitmaakten van de Belgische strijdkrachten

     

                       De 18 daagse veldtocht

    Juliaan Wyffels in de volksmond Gerard. In 1935 vervulde hij zijn militaire dienstplicht en in 1939 werd hij gemobiliseerd. Bij de capitulatie was hij in Handzame gestationeerd.

     

     

    Mabbe Joris Geboren te Wielsbeke en te Rollegem gehuisvest Plaats 8

     

    Hij heeft tussen 1940 en 1945 in het Belgische leger gediend. Hij werd niet krijgsgevangen genomen, maar is wel oorlogsinvalide ten gevolge van verwondingen op gelopen strijdende in een eenheid van de Duitse weermacht.

    Hij bezat geen hoedanigheden van politieke gevangene, gewapende of burgerlijke weerstand, door de sluikpers of agent der inlichtingen en actiediensten, erkend bij toepassing der wetten.

     

    Telken male de verjaardag van de oorlog in het vooruitschiet is wordt er gepraat en geschreven over den oorlog, alsof horen en zien zou vergaan. De jeugd wordt verweten niet genoeg aandacht er aan te schenken, de scholen zouden er meer les over geven. Het is zo vreselijk geweest dat er over moet gepraat worden. Maar o wee indien u aan iemand vraagt hoe hij het gemaakt heeft, bij andere was er hellende maar bij ons, wij hadden geen honger, we werden met rust gelaten. De mensen waren vinding rijk Je kunt er moeilijk bij welke ellende er geleden was.

     

    Zo kwam een dagboek van een iemand van Rollegem, wie we 50 dagen mogen volgen vanaf vrijdag, 10 mei 1940.

    Met het 57e op den dompel

     

     

    1ste dag vrijdag, 10 mei 1940-

     

     Plots komt een van de onlangs benoemde sergeanten ons wekken: “ Opstaan! Mannen er is alarm!”-”Heu!”. Roept sergeant Verhoeven, “Van Roy, jong, waarom laat die ons niet -slapen?” Hij ie oprecht kwaad omwille van zijn gestoorde nachtrust!-“ Vodden!” grommel ik op mijn beurt en draai me nog eens om? Als hij aandringt, zend ik hem wandelen met: “ Als ’t echt is, kom zeg het maar we hebben nog al den tijd!”- Maar algauw worden we gewaar dat het menens is. Gestommel in de gang paardengetrappel op de harde glibberige plaveien onder onze kamer( we slapen boven de ingangspoort) beletten ons, terug in te slapen. We gewaardigen ons eindelijk op te staan, te meer daar nu ook de adjudant, een echte kater, bijgenaamd” de man van Düsseldorf” of “ De Man met de groene ogen” ons is komen diets maken dat er een kwestie is van” er algauw te zijn!” “ Er” dat is in de kamers van onze mannen! Daar is alles in vollen gang: Matrassen wandelen op lange stelten van benen,( onze compagnie is die van de ventjes van +- 1,75m tot 1,93m) naar het magazijn toe, bedden

    worden met donderend geraas tegen de muur gezet(zolang als het maar de bedden zijn!) gasmaskers worden uitgewisseld tegen nieuwe, of liever tegen minder versleten, brood wordt uitgedeeld, ook de nooit geziene noodrantsoenen, suiker en beschuiten, een doos in aluminium waarvan wij niet eens het bestaan vermoeden, enz., enz.!

           Het duurt natuurlijk, spijts het “gebrul”, van de adjudant heel wat, vooraleer allen enigszins paraat staan. Gewekt rond 11/2 uur, raken we op de binnenkoer verzameld tegen 4 uur 15 of zo. Stelt u maar eventjes dit paar uurtjes voor met al dien rompslomp! Te 4u 30 de Antwerperse baan op, allemaal ezelzwaarbeladen. We zijn er echter allen zeker van: “Te middag zijn we hier terug en deze namiddag spinnen we de rest van onze dromen van vannacht kalmpjes verder af!

    Op een paar kilometer van de stad horen we zo langzaamaan vliegtuigen naderen uit de oostelijke richting. Het zijn er weldra tientallen die wijd uit elkaar verspreid boven onze helmen brommen. “ Jongens, jongens” roept er iemand, “ Engeland zal iets gaan krijgen!

           We houden stil te Waalhem bij een fabriek. Geweren in bundels. Rust. Soldatenrede getrouw, vallen we bij onze zware zakken neder om wat te bekomen van die lastige morgenwandeling. Het wordt 6, 7, 8, uur, als(er) opeens een van de minst slaapachtigen Komt aangedraafd met het nieuws: “We zijn in oorlog met Duitsland.” We geloven hem niet, hij is van onze compagnie, gekend om haar grappen makers, maar.. daar is de adjudant: “ Het is heel ernstig!” En hij geeft ons, zonder zijn traditioneel gebrul(wonder hoe die “beer” zo ineens getemd is) de voornaamste punten weer van wat hij op de radio hoorde. Als allen paf en onthutst staan, roept Figoureux, bijgenaamd “Figaro” van uit de laatste rij: “Dat de Duits zich maar goed vasthoud, de 7e Compagnie is daar nog”

        

     Zie zo, dat heeft, geloof ik een beetje meegeholpen om de stemming te vormen van heel onze “bende” tot de laatste dag 5-6 weken later.

                Het slechte nemen, voor wat het is, het weinige goede, dat er te vangen is, meesnappen met een: “Dat is dan weeral iets dat ze niet meer kunnen ontnemen, en dan ’s avonds slapen gaan ; als dit kan, met de enige bekommernis: “Hoe sla ik er mij morgen best door?

             Nu verloopt de verdere dag in zoeken naar slaapgelegenheid, praatjes met mensen van het gehucht, luisteren naar de verontwaardigde en zelfzekere stem daar uit Brussel, een spelletje kaarten enz. Veraf wordt al eens naar een vliegtuig geschoten, tot er, tegen den avond, een rakelings boven de bomen komt geschoren, we zien een sliert zwarte rook en roepen: “ Die werd getroffen!.- Niets van!”

             Het donkert en we genieten van de zwoele meiavond die, te meer daar nu Mechelen wordt gebombardeerd. Ergens rechts van St. Rombauts woedt een grote brand en we hebben de indruk dat heel de stad in vlammen opgaat. Hoe raakt in de kleine uurtjes vóór we, elk in zijn strolager, in een onrustige slaap vallen. Wanneer voelen we nog eens een bed onder onze rug?

     


    Categorie:gesneuvelden
    » Reageer (0)
    12-12-1999
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.gesneuvelden





    Herinnerringsmedaille van oorlog 1914 1918 van de veldtocht

    2de dag: zaterdag, 11de mei.                                     

     

     

    Weer vóór dag en dauw het “bed” uit en met pak en zak de weg op, naar Mechelen. Spijts de ernst van de toestand zitten we weldra volop in het “lijflied” van de compagnie: “Het eendenlied van de compagnie van Laurel en Hardy” gevangen. Altijd weer opnieuw wordt het aangevat, nu eens zijn het de voorste mannen, dan weer is het een kliekje in de achterste rangen dat het aanheft. U zij wel verplicht in de pas te gaan.

           Door de stad gaan we niet, maar langs de buitenboulevards. Nog bijna niemand te zien. Vele woningen schijnen al ontruimd te zijn; hoe is het mogelijk? In het station wacht de trein die ons westwaarts zal voeren. Sommigen van ons bemachtigen al de eerste dagbladen met berichten over de laffe overval. De verontwaardiging vlamt uit de grote titels, uit de onderschriften van illustraties.

                Het is al laat in de voormiddag als we met een opgewekt gemoed de treinreis aanvatten, het onbekende in. Het duurt geen 10 minuten of allen zitten weer te eten zoals alleen jonge soldaten en landsvolk dat kunnen! Opeens gebeurt er iets we weten niet goed wat. De trein stopt met een schok, kogels doorboren ergens de wanden of de zoldering van de wagens, sommige mannen “vliegen” letterlijk onder de banken of in een hoek, drie, vier zware slagen bonken op enkele meter van ons compartiment: Bommen!... en het is één vlucht, de wagons uit de velden in! Ik zie Van Diepenbeeck die kalm en traag zorgvuldig het deksel op zijn confituurdoos vijst en nog al de tijd neemt om zijn mes af te vegen! Die blonde Antwerpenaar zal goud waard zijn als ’t op sterke zenuwen aankomt!

              In de verte zien we nog even een vliegtuig dat ons intermezzo bezorgde. We staan hier in volle vlakte bij de mooie, sterke splinternieuwe betonbrug die de autobaan Antwerpen- Brussel over de spoorweg leid Ik lees op een bordje: Londerzeel-Oost.

              Het schijnt dat “ze” gaan terugkomen. Een eind verder werd de spoorbaan getroffen en we moeten op herstelling wachten.

           

     In de korte tijdsspanne die onze “Ontscheping” volgde, lagen we onder de bloeiende peerlaars van een boomgaard op onzen buik in het gras. We hebben er eventjes ons hart kunnen ophalen dat we oorlog en alles vergaten. Een “schacht” van een andere compagnie was als ’t u belieft tot over zijn oren in het slijk gesprongen! D e verschijning was onbetaalbaar.

    Zijn lange haren hingen in vette, zwarte klissen over zijn wezen dat glimt van inktzwarte modder. Kaki was veder aan hem niet meer te zien. Een “camouflage” zonder weerga. Zijn eigen moeder zou hem niet meer herkend hebben!

    De officieren waren woedend om al dat gelach, maar kunt u nu iemand beletten te lachen? Zij echter hadden schrik genoeg voor ons allen samen. Een luitenant was eveneens met zijn mooie rijbroek in die gracht geraakt en was nu druk in de weer om opnieuw “Presentabel” te raken.

            We vertrekken na tweede alarmperiode, want de “Fritz” is ondertussen teruggekomen, wat verder van de trein weg. We zitten met 5 à 6 man in een kleine geitenstal waar een jong wit geitje van honger en wellicht ook van angst om al die grote venten staat te trappelen en te blaten. Daar klinkt het bevel ten allen kanten herhaald:” Instappen en alles uit de trein halen!” We geraken zonder gevaar tot in ons compartiment en maken de cynische opmerking:” Hij zou beter terugkomen, dat we kunnen dat arme geitje gaan verlossen!” ’t Is er maar niet uit of …rrrr daar is hij weer de velden in en wij naar “ons” geitje. We hebben ditmaal ruimschoots de tijd en laten het de velden inlopen. Het is, zomogelijk, nog gelukkiger dan wijzelf.

            Het Is wonder hoe sommige mannen in alle omstandigheden den kop koel houden en van alles gebruik maken. Keulemans staat achter de toonbank van een pas ontruimde herberg te “tappen voor de mannen van Kiel en andere gekende lustige kerels die “schrikdorst” gekregen hebben en hem nu, gratis, aan het lessen zijn. Andere zaten zelfs al in de laden van de kasten van lege burgerhuizen en komen met zilverwerk maar ook met waardeloze prullen voor de dag. Dat is allemaal opdat de Duitsers het niet zouden stelen!

     Eindelijk, na meer dan 3 uur oponthoud, geraakt onze trein weer op dreef. We hebben een, kleine wandeling tussen boomgaarden en groene velden moeten doen om een kilometer of zo voorbij de brug, weer instappen. Traag met veel halten, alarm in verschillende stations. Van verre zien we Duitse “stukas?” de banen volgen op zoek naar Engelse legercamions die het oosten inrijden. We zien autobussen van een heel, heel ouderwets model over de grintwegen razen dat het stof tot boven de huizen opwalmt! In Cappelen- op-den- Bosch liggen vrachtschepen in de vaart en een er van kreeg een bom midden op het dek. We verstaan niet hoe het nog samenhoudt.

               In Maldegem was het geloof ik, dat ze het stationsgebouw getroffen hadden, maar gelukkig niet de sporen. Het donkert bijna als we in Brugge aankomen en vóór we veel tijd gehad hebben om uit te rusten zijn we al van dienst. Er is geperst stro te halen naar St. Andries, meer dan een halfuur ver. Het is een heel vraagstuk hoe die blokken van 40 à50 kgr. Aan te pakken en in Brugge, Gistelsteenweg, te krijgen. Het beste blijkt nog te zijn, ze om beurten een 500 meter ver op de rug te dragen, dubbel gebogen als een bezwijkende kariatide! We raken er op de duur, de ene wat vroeger,

     

     

    de andere wat later( er waren herbergen en winkels onderweg) mee thuis, dat is in een soort kasteeltje waar we, met 60 à70 man, noch roeren noch keren kunne, war aanleiding geeft tot de gewone kibbelarijen om een hoekje, een stuk “meubel” of een achterkeukentje. Overal ligt er stro, slingeren uitrustingen, staan wapens en hangen kledingsstukken. Ik schrijf, zo goed als ik kan, met potlood een brief naar huis, er niet oprekende dat hij daar zal geraken. Het wordt zo donker dat de laatste regels allesbehalve leesbaar zullen zijn!

               Het is na middernacht als allen, in de overbevolkte kamers en gangen, tot rust komen. Ik slaap in met mijn gedachten thuis, allen die mij dierbaar zijn in Gods genade bevelend.

    Ik denk dat velen van onze mannen hier, die nooit bidden, en dat zal wel een heel groot procent zijn, toch eens het weinige bovenhalen dat ze nog van hun gebeden kennen. Het is vanavond, nu de eerste opwinding van het “nieuwe” voorbij is, dat we voor ’t eerst verwezenlijken wat verschrikkelijke zaak het woord “oorlog” beduid. Hier zijn mannen uit Limburg en Antwerpen. Wat gebeurt ginder ver met hun huis, hun ouders?

     

     

     

     

     

     

     

     


    Categorie:gesneuvelden
    » Reageer (0)
    11-12-1999
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.gesneuvelden





                                        Oorlogskruis

    Werd toegekend, induvidueel of collectief, vanwege een daad van moed tegenover de vijand. De bijkomende palm op het oorlogskruis werd verleend omwille van " De moed en de toewijding waarvan hij blijk heeft gegeven tijdens zijn lange aanwezigheid aan het front"

     

    3de dag: zondag, 12de mei.

     

    Vroeg uit de “ veren” gaan we vol nieuwsgierige verwachting deze eerste oorlogszondag in.

    Er is uitgangsverbod, maar waartoe bestaan troepenverboden tenzij om te overtreden te worden? We moeten immers naar de Heilige Mis, In de St. Baafskerk, een mooi modern kerkje, zit het stampvol en we zijn blij achteraan een staanplaats te vinden, waar we ons, onder de preek, plat op de vloer zetten, “ militairement.” Niemand wordt er om geërgerd, ’t is immers Krieg! Tot ons vermaak zien we er Kapitein- Commandant Kortleven zitten, onze bataljonsoverste. Die zal toch niet uit den “Tempel” drijven,… Hij doet alsof hij ons niet  eens zag!

              Na de Mis nemen we er nog een paar uurtjes “ verlof” bij. o.a. om bij de kapper onze lelijke baarden van donderdag 9de mei, voor mij is het zelfs van woensdag 8ste mei, kwijt te geraken. En daar hebben we de Hoogmis mee bijgewoond! In de stad komen uit de richting Torhout en Oostende Franse troepen voorbij. Er zijn Bretoenen bij, die ons, meteen “ON LES AURA!” (we hebben ze) doen geloven dat het zal gaan.

             In een melkwinkel koop ik een liter lekkere verse melk en beloof, iedere dag terug te komen, zolang we in Brugge liggen.

            In ons kasteel ga ik algauw eens op ontdekkingreis uit, te beginnen met de kelder, waar weinig te zien is, vandaar naar boven. Hier doe ik een verblijdende ontdekking. Er staat op de zolder, een waterbak van wel 2000 liter, die echter maar te bereiken is na een flinke klauterpartij over bestoven en spinnenwebben balken. Beneden, tegen de tuinmuur is de perspomp om die bak te vullen. Morgen heel het spul in orde maken: W.C. met spoelstelsel, lavabo met kraantje! Waar kunnen we beter zijn?

     

      

       De zondagnamiddag verloopt, nog kalmer en eentoniger dan gelijk welke “garnizoenszondag!”  Doch met de avond komt er groot nieuws “Parachutisten” zijn waarschijnlijk neergekomen in de omtrek! Groepen worden aangeduid, en in ploegen verdeeld, om er jacht op te maken! Ik moet van 10u tot 2 u met korporaal Vermote en soldaat Petit ( een worstelaar van beroep a.u.b.) over de veldwegen een hele strook grondgebied van Brugge en St. Andries gaat zuiveren van dat “ongedierte”. Wij er op los, geweer in de hand, gereed om al wat verdacht is tot pulver te schieten!

    Ik ondervind, naarmate we buiten de stad komen, dat onze “lutteur” misschien wel stalen spieren, maar toch zulk een klein hazenhartje heeft. Hij is, als een hondje, altijd aan mijn zijde. Korporaal Vermote is wat stouter, maar die babbelt van pure opwinding. Plots is er iets dat ons de oren doet spitsen: we komen bij een ander ploeg “ jagers” en die hebben iets of iemand verdachts langs een woning zien sluipen en dan geruisloos door de voordeur verdwijnen. Als dat er geen is ja dan… zou het eigenlijk jammer zijn, zo denken we een beetje. Snelle bevelen worden gegeven op fluistertoon: “Gij hier, gij daar, allen de deur in het oog houden, niet vuren zonder bevel!

                “ Met doodsverachting gaan we samen met sergeanten allebei aankloppen en treden dan enkele passen terug, op zij, om de anderen een schietveld te laten! De deur wordt op ons kloppen geopend en een beangst vrouwenwezen glimt zwakjes in het duister, er achter vermoeden we vaag een andere figuur klaarblijkelijk “hij”!- “Is hier niemand binnengekomen mevrouw,”- “ja meneire ’t is mine zeune, die van ’t patronaat kwam!”- “Ha zo”- “de jonge kerel treedt voor, een snuiter van een jaar of 17. Hij staat er bedremmeld bij en als ze nu beiden de duisternis gewoon worden en ziet wat er zoal op hen gericht is, klinkt hun stem wat beverig. Onze “patronaat” komt er met één ferme uitbrander wegens zijn onvoorzichtig sluipen( is die jongen wel “geslopen?”) vanaf -“Slaap wel”- en we zijn weg, een beetje spijt dat het zo koel gewoon, eindigt. We trekken weer elk naar zijn “jachtgebied”

              We zijn weldra helemaal te lande en opeens horen we niet veraf, herhaaldelijk hoesten. “Een overeengekomen teken, het kan niet anders”- Petit houdt onmiddellijk stil en korporaal Vermote zegt:” Daar is iemand!” Ik ken echter een beetje dat soort hoesten en zeg, zonder nochtans helemaal juist te weten, wat hoesten:” ’t Is een koe!”- .. ’t Was een paard! Het dier weet niet wat gevaar het gelopen heeft. Was het bij toeval recht op ons komen aangestapt, vooraleer we het konden onderscheiden, dan was het er geweest. Want een paard Zou op ons “Halt of ik vuur!” heel waarschijnlijk wel niet gereageerd hebben! Petit zou misschien algauw gevuurd hebben uit schrik!

              We komen op de Oostendse baan en daar bollen Franse legerauto’s het oosten in, met gedoofde lichten. Een er van staat op zij, in het mulle zand. De twee inzittende zijn half ingedommeld. Z zien op als ze ons horen naderen en vragen ons of we zulke en zulke voertuigen niet zagen voorbijrijden.

     

     

    -Messieurs, nous venons seulement d’ arriver sur la route. Nous avons fait la chasse aux parachutistes”- Meneer we zijn zo juist aangekomen op deze weg. We hebben alleen gejacht op een parachutist! – Ziezo, Fransmannekens, in België, zijn ook nog moedige piotten!

             Ze vertellen ons dat ze van St. Omer komen, ze zijn hun eenheid kwijtgeraakt en gaan nu kalmpjes de dag afwachten. Dat is echt Frans onbekommerdheid. “On est perdu, Tant pis! On attendra!-(we zij verloren, ’t is jammer, we wachten) – Korporaal Vermote zegt:” Sergeant, onze soldaten zouden dat zo niet opnemen!”- “ Ik denk van wel jong!” Korporaal Vermote is toch zo ijverig!

              We komen, dan thuis met lege “Jachttassen”, maar met volle “patroontassen”, en brengen in het geïmproviseerde bureeltje, verslag uit!:” Niets gezien!”- We zijn blij ons na die nachtelijke expeditie in ons stro te mogen laten neerploffen. Ik droom dien nacht van vreemd geklede venten, gewapend met genoeg schietgerief voor een half peloton!...

     

     


    Categorie:gesneuvelden
    » Reageer (0)
    10-12-1999
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.gesneuvelden





    Ijzerkruis:

    Het werd hem toegekend aan diegene die, tussen 17 en 31 october 1914, deel uitmaakten van de Belgische strijdkrachten en op uitmuntende wijze gestreden hebben

     op de foto: Raymond Coussement, uit de schreiboomstraat, hij was ziekenverzorger bij de luchtmacht, lag in Wevelgem,zij trokken naar Maroko, een van zijn collega's Korporaal Stefaan Demeere verloor het leven in Wevelgem(zie Kortrijk tijdens de tweede wereld oorlog) 


    4De dag: maandag, 13 mei.

     

             

     We vatten dus onze eerste oorlogsweek met veel moet, en nog veel slaperigheid, aan . Deze morgen worden we verzameld en trekken op stap naar een …velodroom, niet om te spurten, maar om te zien waar we ons zullen wegstoppen als de vliegtuigen komen bombarderen, namelijk onder de tribune. Het ziet er daar sterk uit, zoveel beton, zoveel aarde. We kunnen ons niet voorstellen, dat daar iets zou doorgeraken.

    De adjudant deelt ons met leedvermaak mede dat onze groep deze namiddag van wacht is, op 3 à 4 km van hier, op de Torhoutsebaan. We krijgen een machinegeweer en “ echte” kogels mee! Wat een verantwoordelijkheid voor zulke jonge rekruten!  We worden opgesteld naar het zuidenwesten toe. We begrijpen er niets van. Nu, het is ook om te begrijpen, maar om uit te voeren, dat we soldaat werden!.

     We moeten alle auto’s tegen houden of liever doen stoppen, zoals Figoureux opmerkt, en de inzittende hun eenzelvigheidkaart vragen. Vervelend karweitje, zo voor ons als de vele mensen die haast hebben en om vijf minuten zo een post voorbij moeten. Sommigen nemen het heel kalmpjes op, anderen sakkeren en schijnen het ons sukkelaars van piotten, te willen wijten.

             In de namiddag hebben we een buitenkansje.” Een luchtgevecht!” Het gevaar kennen we nog niet en we staan er op te zien hoe die twee, ginder hoog, elkaar omcirkelen en hoe ze lijk boze katers, hun brandende adem naar elkaar blazen. Welke vriend en welke vijand is, daar hebben we geen besef van! Ik geloof dat we ze liefst alle twee zagen neerploffen! Het zou den oorlog inkorten.. ’t Einde geblazen, trekken ze af, elk naar zijn nest.

             Als ’t donker wordt, moeten we weer uitzien naar ons wild van verleden nacht: de fameuze  “valschermnisten“(valschermspringers) zoals een Waalse luitenant ze ons noemde, enkele maanden geleden in het 37ste ! Wat is de tijd lang voorbij!

             Ik ga er dus met een paar mannen op af. We halen enige patronen uit de laders van ons machinegeweer en duwen ze in het magazijn van ons wapen. Daar komt een fiets met gedempt licht en ik weet niet waarom, die vent schijnt ons verdacht. – “ Stop!”- “ja” zegt hij,-

    “ Gij zijd de eerste niet die me verdenkt!” En hij begint ons zijn echt ziens waardige fiets te beschrijven en te tonen. Er staat a.u.b. een echte accumulator op voor zijn lantaren en voor een miniatuurclaxon. Die velo is een ware centrale. Daar is nu eens van alles aan wat niet bij een fiets behoort. De man is nochtans voor de rest met zijn papieren in orde, we lachen eens hartelijk om de “ parachutistenkoorts ” en stappen door.

     

     

     

             Van rechts komt, uit een zandweg, de burgerwacht van St. Andries en zodra ze ons met onze wapens in het oog hebben, zijn ze bij ons en vertellen ons dat er iets ongewoons moet gaande zijn. Ze hebben, van op een kilometer afstand, een licht met regelmatige tussenpozen zien uit en aan gaan in een van de huizen hier niet ver af.

    Zie, daar is het weer! Ja, waarachtig, en na enkele seconden gaat het weer uit. We zien al een hele spionorganisatie, dat huis is wellicht een echt arsenaal vol Duitse wapens, er worden tekens overgeseind naar de parachutisten in den omtrek, enz. enz.(Staan er ook niet op de reclameplaten van de Pacha, Cichorei van die geheimzinnige tekens) We naderen geluidloos en als we er bijna zijn gaat weer dat geheimzinnige licht aan. Ditmaal zien we dat alles niet veel om het lijf heeft. Een vrouw komt voorbij dat verlichte venster met een heel pak kledingstukken, ze is klaarblijkelijk bezig haar waardevolste zaken in te pakken of weg te stoppen vóór “ze” komen. Het licht knipt uit. We vergenoegen ons er mee aan te kloppen en de vrouw, die open doet, te vermanen, een papier voor haar venster te spannen, wat ze ons ergens rouwmoedig beloofd.

             Onze nacht verloopt verder rustig, de kolommen Franse troepen hebben opgehouden voorbij te komen. De sukkelaars zullen een beetje nachtrust nemen. Wij volgen hen dus maar na…

     

     

     op bij gevoegde foto Valeer Dendievel

     

     

    Bijlagen:
    Dendievel Valeer.jpg (290 KB)   


    Categorie:gesneuvelden
    » Reageer (0)
    09-12-1999
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.gesneuvelden





    Vuurkruis: werd toegekend aan militairen die in het bezit zijn van de "Vuurkaart". De "Vuurkaart" werd uitgereikt aan zij die aan het front onder vuur hebben gelegen

     

     

    5De Dag: dinsdag, 14 mei.

            

     Van in den vroegen morgen komen al afgematte Franse troepen voorbij. Velen zijn te voet, andere liggen op een ouderwets legerkarretje. We hebben allen een droevig gedacht van wat zou gebeuren, ginder ver in het oosten. En toch zijn al ongeschoren zonverschroeide mannen nog vol opgewektheid.

            In een dreef waren er van nacht alle soorten wagens gelegerd, die ze nu stilaan aan het opkramen zijn. De mannen trekken het zich al niet veel aan dan de paarden! Ik heb de indruk dat iedereen dien vijand, ginds in het oosten, toch zo onbekommerd tegemoet gaat. Laten we hopen dat we niet een vreselijke ontgoocheling te gemoed gaan.





            Ineens komt uit Brugge het bevel: “ Alles bijeenverzamelen we verreizen”- Was onze zending hier dan zo weinig van belang dat we het ieder ogenblik konden laten staan?

     We zijn weldra in Brugge en ja, daar is ’t volle gang met de verhuizing. Ons kasteel wordt natuurlijk in een toestand gelaten zoals het er sinds zijn bouw geen heeft beleefd!

    Hoe daar eenmaal weer een bewoonbaar huis zal kunnen van gemaakt worden?

    Trapleuningen zijn in splinters, deurpanelen liggen midden de kamers, overal steken muren en ramen vol nagels en haken, zolderingen gapen, hele ruiten zijn er bijna niet meer te vinden, de W.C…, maar kom, “tirons un voile!(Laten we vergeten) En dat op 3 à4 dagen tijd! Wat een mentaliteit, en dat tegenover eigen volk, in eigen land!

               We geraken ten slotte aan het station we verwachten ons aan een paar uurtjes “ schoon leven” voor er een trein gereed is. We gaan er zo gemakkelijk mogelijk bij liggen, er wordt gerookt, gegeten, gedronken, gekaart en..gevloekt dat horen en zien vergaat. De twee uurtjes worden er vier, zes, we lopen ‘tallenkante om eten en drinken en schrijfpapier, postzegels en wat niet komt, is de trein! Ten einde raad zenden ze ons terug naar het “kantonnement” terug.

    Het wordt de meest luie en zinloze dag van heel ons kakileven!

                We voorzien slechte dagen met weinig bevoorrading en elk koopt zoveel hij dragen kan! De melkerij ook is al gauw leeg gemolken.

     


    Categorie:gesneuvelden
    » Reageer (0)
    08-12-1999
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.gesneuvelde



                                    Mijn grootvader was gemachtigt een bij komende palm te hechten op het lint van het oorlogskruis. Koninklijk besluit nr 8901 van februari 1921 om de moed en de toewijding waarvan hij blijk heeft gegeven tijdens zijn lange aanwezigheid aan het front

    Mijn grootvader is gemachtigd een bijkomende "Palm" te hechten op het lint van het "Oorlogskruis"

    Koniklijk besluit NR. 8901 van februari 1921 om "De moed en de toewijding waarvan hij blijk heeft gegeven tijdens zijn lange aanwezigheid aan het front"

    6de dag: woensdag, 15de mei

     

     

              Ik slip in de voormiddag even uit het kasteel weg tegen het verbod “Kortleven” in, tot bij de kapper. De laatste berichten over de toestand aan het front worden hier natuurlijk heftig besproken. Wij zelf, worden als een soort “experts” aanzien en ze zijn allen wat verwonderd dat we er zo weinig van weten te vertellen. Wij zijn zo spijtig dat we ginder ver niet een beetje in den dans gezeten hebben! Een beetje!...

             Hier komt echter ne piot binnen die “ze” wél gezien heeft! Hij was aan ons fameus kanaal. Weinig opwekkende en ook niet veel samenhangends weet die vent over den slag te vertellen. Het is altijd maar van vliegtuigen en bommen en mitrailleren en ..paniek en ..vluchten!

                   Er moeten volgens hem massa’s Duitsers door onze scherpschutters weggemaaid zijn, maar altijd weer kwamen nieuwe opdagen, tot onze mannen door de jachtvliegtuigen van den vijand werden verdreven of gedood. Doch als we aan onzen verslaggever vragen of hij dat alles zelf gezien heeft en waar, dan heeft hij slechts ontwijkende antwoordden. Het zal ook wel niet een oog – maar een oorgetuige zijn, of zoals ze dat hier noemen: “Gezien van ene die ‘t horen zeggen heeft!” De vent is anders ontdaan genoeg hij ziet er nu nog bleek van.

    Hij weet ook te verhalen van een tank die met ’n twaalftal die er als vliegen opzaten, te Mechelen in onze kazerne is komen binnengereden, gevlucht van het front. Een luitenant stuurde! Waarheid? Leugen?

               Vroeg in den namiddag weer naar het station, ditmaal niet naar het oud maar naar het nieuw. Natuurlijk is nog van een trein geen spraak. We liggen dan weer te wachten, langs de vesten. Wat een geluk dat het mooi weer is. Rond 16 uur geraken we op de kaai en, na veel geroep en tegenstrijdige bevelen mogen we eindelijk instappen. We hebben ons nu zelfs te haasten want spoedig komt er beweging in het konvooi. Het wordt een reis in stukjes en brokjes. Tussen Brugge en Torhout komen brave mensen aangelopen met wat ze zo vroeg op ’t jaar, voor eetbaars hebben in de “hovingen”: Rabarber! Er wordt een hele voorraad in een hoek van onze wagon gestapeld. Van honger omkomen, is niet zo erg als van den dorst!

    In Torhout sleur ik een stuk beton van de N. M. B. S. of hoe dat ding heet, naar boven in onze “beestenwagen”. Het zal dien als stoel en tafel! Het is echter niet ver geraakt. Het nam te veel plaats in en was te hard!



               Hoe we reizen? Erbarmelijk slecht! We zitten met 30 à 40 man in een “fourgon”, (goederenwagen)drie van hen “logeren” in het soort bijgebouwtje dat wat hoger uitsteekt en dat gewoonlijk ten dienste staat van de treinwachters. Ik ben samen met een Mach. - geweerschutter en een bevoorrader de huurder van dit “appartement”. We hebben een M.G. met 180 patronen voor het geval dat er weer zouden luchtaanvallen gebeuren. Bewust van onze waardigheid en verantwoordelijkheid laten we niet gauw iemand in onze “ geschutstoren” binnen. Het is er niet zo heel aantrekkelijk, vuiler nog dan daar beneden, koel met het vallen van den avond. We hebben wel zo een soort stoel bij elk van de twee venstertjes, de 3de man zal op de vloer kunnen liggen. Wij, schutter en sergeant, zullen aan geen liggen moeten denken. Voor en achter hebben we een beetje uitzicht over de daken van de wagens. We zijn heel ver van de locomotief, dus minder in gevaar als ze ons zouden bekogelen. De officieren zijn bijna helemaal achteraan.

           

     Het is een rij van wel 25 wagens, van alle grote en model, daarbij ook platte “boomwagens”, door het keukenpersoneel bezet. We zien de schouwen van de veldkeukens.

    Met de hoop, dat er binnen afzienbare tijd, soep en koffie tot hier zullen doorsijpelen!

      


           Als ’ t donkert, geraken wij tot Roeselare en daar schijnt het voorlopig te zullen bij blijven. Officieren zijn uitgestapt, wij hebben streng verbod gekregen dat te doen. Maar weldra zijn ten allen kante mannen opzoek naar drinkbaar water. De kilte van den avond verplicht ons weldra de deuren toe te rollen, elk zoekt op een menselijke wijze te gaan liggen. Wij kruipen onze gevechtstoren binnen zen zitten er nog uren lang ongemakkelijk, op den slaap te wachtend. Voor de eerste maal ondervindend wat het betekend niet eens een bos stro en een paar vierkante meter vloer te hebben om er het moede lijf uit te strekken voor den nacht.

     

     

     

     

     


    Categorie:gesneuvelden
    » Reageer (0)
    07-12-1999
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.gesneuvelde

    7de dag, donderdag,16 mei.

              ’s Morgens staan we nog altijd met onze miseries in Roeselare. Nu en dan geraken we een kilometer verder, maar dan komt er alweer een kink in de kabel en kwartieren lang staan we dan te wachten. In Izegem is het een geloop naar links en rechts om een fles bier, een liter melk, koffie, als er niets anders is, water! Huisvrouwen komen weldra met emmers fris, helder, deugddoend water. Er is natuurlijk, verbod er zelf op af te gaan. De stoutste vegen er, even natuurlijk, hun botten aan! Het ergste is telkens de onzekerheid nopens den duur van die intermezzo! U waagt u 100 meter ver, ge neemt plots iets verdachts te zien, ginder ver, in de richting van de locomotief, ge loopt op een draf tot bij u wagon-lit, en… ’t is een vals alarm geweest. Als u er dan eens zeker van zijd en u loopt 300 à 400 meter ver opzoek naar mondvoorraad, ja dan gilt plots de stoomfluit en u hebt nog juist de tijd om op de laatste wagens te bereiken, terwijl de trein, gelukkig niet sneller dan aan ‘n 15 à 20 per uur, weer een eind verder bolt! Het schijnt dat er zo al mannen achterbleven.

             Wij bereiken waarachtig in de namiddag Kortrijk. Hier is opeens alles in verwarring en in zenuwachtige spanning .



    Er cirkelen, voor het eerst sinds we Brugge verlieten, enkele vliegtuigen, tamelijk laag, boven ons “land verhuiskonvooi”.We zitten, wij gedrieën, in onzen “periscooptoren” uit te zien naar..slachtoffers, de schutter met de vinger aan de trekker, wij alle drie aan het loeren. Plots een geronk vlakbij en daar scheert hij over de daken van de wagens. We hebben niet eens de tijd om te vuren. Ik heb zo vaag den indruk dat dit geen Duitser is; Ik beveel tot den schutter:

    “ Niet zonder bevel vuren ik geloof dat het een Engelsman is!” Daar is er weer een! Als we gereed zijn om te vuren, roep ik op het laatste nippertje: “Niet schieten! ’t Is een Engelsman!”

    we hadden hier gemakkelijk een decoratie kunnen verdienen. Ik geloof dat we er nogal zouden van langs gekregen hebben. We beginnen alle drie te zweten van, van ..ja, van wat zou het zijn? Van na – angst? Van blijdschap dat we niet vuurden. Wat moest die vent ook zulke dubbelzinnige “manœuvers” uithalen?

     

     

    We zouden hem waarschijnlijk op verre niet getroffen hebben, dat ware, voor ons althans, het ergste niet geweest, maar wat zou hij gedaan hebben, hadden we hem een twaalftal kogels achterna gezonden? Hij kon heel den trein voor een Duits konvooi nemen!

                 In Lauwe zien we, van heel dichtbij ditmaal, onze eerste Engelse soldaat. Het ventje ziet er nog jonger uit dan onze mannen van klas ’40. Hij staat bij een zware M.G. dat met een dreigend gebaar hemelwaarts wijst. Die zal toch wel beter de typen van vliegtuigen uit elkaar kennen dan wij? De ene en de andere roep een woord Engels toe, hij antwoord iets onverstaanbaar, voor ons althans, op iets dat hij waarschijnlijk evenmin verstond…. En we zijn weer weg, ditmaal zonder oponthoud tot… bij Moeskroen!

                 Hier zie ik Lucien Lepoutre uit de Rollegemstraat en doe hem de groeten thuis overbrengen.

    Wanneer zie ik ooit deze zo bekende heuvels terug? Het schijnt ons een beslissend afscheid te worden aan heel ons voorgaand leven. Het is dan ook met iets of wat beklemd gemoed dat we, een half uur later, de Franse grens overschrijden? Tussen Moeskroen en Toerkoenje. Het is ondertussen avond geworden en in de richting van Rijsel zien we tientallen schijnwerpers den donkeren nachthemel aftasten op zoek naar vijandelijke vliegtuigen die we veraf horen brommen.

    Weer gaan we een nacht tegemoet met weinig slaap in een onmogelijke houding, met rukken en stoten van de trein, waardoor we telkens gevaar lopen uit onze “stelling” te worden geworpen. We sakkeren dan even op den onbekende machinist ginder ver vooraan en trachten weer, maar gewoonlijk tevergeefs, den slaap te hervatten. We zijn ’s morgens altijd wakker vóór er een spoor van licht in het oosten te ontwaren is!

     

     

     


    Categorie:gesneuvelden
    » Reageer (0)
    06-12-1999
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.gesneuvelden

    8ste dag: vrijdag 17de mei

     

     

    Het is dus al een week oorlog ginds in België. Als we buiten zien om “sterrenhoogte” te nemen, besluiten we dat we dien nacht toch iets zijn vooruitgekomen! Hazebroek zijn we doorgereden en nu zitten we ergens rond St. Omer.

    Ik zoek vruchteloos de bekende en onlangs, per fiets, bezocht “ Pont d’Ardres” te ontwaren. De soep en de koffiebedeling begint, eindelijk,te werken. Brood en wat er bij hoort bereiken ons ook, als ’t kan, dit is, in een van de onvoorziene en in duur onzeker stilstanden. Doch alles met een apothekersschaaltje gewogen.

    Het is nog Belgisch soldatenbrood, al oudbakken, maar toch zo welkom!

    ’s Avonds zijn we al in “Boulogne”. Naast onze trein staan wagons vol oorlogsmateriaal, vooral vliegtuigonderdelen. We vragen ons af: Is er dan niet meer haast bij, daar die hier zomaar staan te wachten? Sperballons hangen tegen avondhemel te blinken en te wiegelen in de stalen van de ondergaande zon. We voelen ons hier tamelijk ver van het gevaar en van den oorlog.

             Traag, trager dan ooit glijden we weer zuidwaarts, langs de kust, de wind brengt ons een wilden geur van zee en zand en duingewas. De nacht is toch zo aangenaam en zacht en er schijnt ditmaal geen taptoe te zullen komen. We laten de benen bengelen, uit de open schuifdeuren, van tijd tot tijd wipt er ene af om aan iets dringend te voldoen en hij heeft al den tijd om de laatste wagen binnen te springen, zo traag rijden we door in de manschijn.

             Zouden ze ons hier dan afzetten om ergens stelling te bezetten of moeten we te voet verder? Neen, later op de nacht terwijl we weer het hopeloze gevecht aanvatten, voelen we de snelheid vergroten en we verwachten er ons aan dat we morgenvroeg , of liever, als ’t klaar wordt want nu is het al zaterdag, heel ver in Frankrijk zullen wakker worden.



    Categorie:gesneuvelden
    » Reageer (0)
    05-12-1999
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.gesneuvelde

    Mijn grootvader is gemachtigd een bijkomende palm te hechten op het lint van het Oorlogskruis.

    9de dag: zaterdag, 18de mei.

     

    Het valt niet zo uit! We hebben het laatste deel van de nacht in een uitholling tussen twee heuvelruggen geslapen, trein en personeel en passagiers in een woord iedereen. Nu, als ’t dag wordt kucht onze overbelaste locomotief de helling op. Doch als we achterom zien, bemerken we dat er daar nog ene aan puffen is!

    Het wordt een sukkeldag. Zijn we zoveel zwaarder geworden of zijn de locomotieven moe, met twee raken ze bijna nog niet vooruit. Urenlang staan ze uit te blazen. Wij zelf zullen ook moeilijk onder stoom geraken met een paar onsen brood en de anderhalve sardien die we vanmorgen kregen.

            Gelukkig komen we wat later voorbij een Engels kamp. ’ t Is al thee en beschuiten en sigaretten dat we horen en zien. De kantinejuffrouw geven en geven, met twee handen ineens. Sommige zijn weeral gulzig en nemen uit de pakken waar ze kunnen.

             We kommen nu stilaan wat sneller vooruit. Zou ook de machinist wat thee en sigaretten gekregen hebben. Voorbij Eu en de Tréport, waar ditmaal Franse juffers onze honger en onze dorst komen stillen, mits betaling, natuurlijk: “ maar wat zijn vijf broden en twee vissen tegenover zulk een menigte?”

     


             In Aumale, rond 5uur, stopt de trein met een beslissende zucht van de locomotief: ’t schijnt een tijdje te willen duren.” Weldra zit het stationgebouw zo vol kaki en Vlaamse klanken als het dat wel nooit geweest is! Ik tracht van de bediende een van die mooie platen met modellen van Duitservliegtuigen los te krijgen, die hier aan de muur hangen, om ze in ons “fort” te hangen, maar die vent wil niet bijten. We zijn van zin er toch mee aan te gaan, maar hij is waarschijnlijk ook soldaat geweest en hij komt ze gauw losmaken om ze in zijn lade te schuiven tot we weg zijn!

             De stad ondergaat een grondig onderzoek naar brood, chocolade, Vache-qui-rit- kaas, bier, tabak en alle mogelijke eetwaren en…zuigwaren, maar…. Een trein is ons al voor geweest en ’ t waren waarschijnlijk ook Belgen want de magazijnen, tot 10 à 15 minuten van het station werden nogal gewetensvol “ bewerkt”!

             Plots weerklinkt het gefluit van de locomotief, ginder ver, in het station. Als er hier gene blijven hangen, dan nooit! Het is één deren naar de kaai, links rechts klauteren “kakipoppen “

     

    Over het staketsel, velen springen nog op het nippertje op den al bollende trein. Er wordt geraamd dat er wel 30, andere gewagen van 60, achterblijvers zijn, maar het zal alles wel zo erg niet geweest zijn. Ten andere, er komen nog treinen.

    Die onbekommerdheid vanwege de officieren wordt heftig besproken. Bijna nooit krijgen we te weten hoelang ongeveer de “rust” zal duren. Zouden ze ons gaarne kwijt spelen misschien?

            Ik zit in mijn “ clubzetel met een volle veldfles rode wijn en een lekker Frans witbrood..

    Zo kunnen we toch weer een tijdje uithouden!

            Thans naderen we snel Parijs, we worden ’t gewaar aan de talrijke fabrieken, vooral links en ook daaraan dat er een drukker verkeer op de banen is. De vierde “treinnacht”, gaan we in met tenminste een tevreden maag. De moraal is opperbest, spijts onze ongemakkelijke “bedden”. We hadden tot nu toe af en aan wat last met het remwiel van de wagen dat horizontaal vlak vóór onze troon staat, wij hebben het nu vastgebonden. Als het op remmen aankomt, zullen we het, bij onze het, bij onze gewone snelheid wel tijdig kunnen los maken!

     


    Categorie:gesneuvelden
    » Reageer (0)
    04-12-1999
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.gesneuvelde





    Kruis van ridder in de orde van Leopold II met zwaarden: "Ter bijzondere verering voor de Oud-Strijder in het bezit van meerdere oorlogstitels"

    10dag: zondag, 19de mei

     

    Onze tweede oorlogszondag! De Eifeltoren is in ’t zicht als we onze deuren openrollen om zon en frisse lucht binnen te laten. Een geluk dat er sleten en gaten in die wagens zijn, het zou anders, na een 6 à7 uur gesloten zijn, nog heel wat erger “geuren”!

             In een kringbaan rond Parijs rijdend, komen we voorbij Versailles. Van het kasteel, dat ik verleden jaar bezocht heb is allen de buitenzijde van het park te zien!

             In een station voorbij de hoofdstad is er drinkgelegenheid.

    Het was geloof ik, in Dourdan. We zitten al heel de voormiddag in de brandende zon, nergens was er tot nu toe iets te bemachtigen, nu is één rush naar de waterkraan. Ze is kort bij de trein. Het is levens gevaarlijk! Er wordt gedrumd en gestoten, getrokken en geduwd, om niet te geloven! Nu en dan geraakt er ene uit dat kluwen. Soldaten, druipnat en de haren in wanorde, de muts tussen de gordel, triomfantelijk aan zijn koele veldfles zuigend!

    Het gaat er op zeker ogenblik zo erg aan toe, dat er een hitsegard zijn bajonet trekt en hadden enkele koelbloedige mannen, waar bij natuurlijk Vandiepenbeek, hem niet “CITO” ontwapend, hier zou warempel bloed gevloeid hebben bij al dat water! De vent is na een paar minuten gekalmeerd en staat daar nu beschaamd wegens zijn zotte kuren, beteuterd om zich heen te kijken.

             Intussen zijn een paar stationmannen met goud - en rood gerande kepies’ bij de kraan geraakt en trachten een orde vollen drinkdienst in te richten. Doch vlot van stapellopen, dat zal voorlopig nog het geval niet zijn; Ik hoor zeggen dat er nog een kraan is, doch 600 meter ver! Wat het, als we maar water hebben!

    Ik krijg, als ik langs onze wagen voorbij stap, wel een dozijn veldflessen mee. Ze hangen aan mijn riem, aan mijn kleerhaken, ik ben een levende kapstok Ja, die kraan vind ik, maar het is een hele wandeling over sporen en wissels en hopen as.

             Van wassen en kammen en scheren is sinds 4 dagen nog geen sprake geweest. Bij gelegenheid de handen en de omgeving van de mond en neus even met de rest van het drinkwater op het ogenblik dat je er vers ziet in het bereik komen. Het is zelfs gebeurd dat we ’t grofste vuil met warme koffie van onze handen spoelden! Dat geeft ze een bruine tint! Op den duur zijn we nog naar de mode! Bruin van vel en slank van lijn!( Van het vasten en te weinig slapen?)

             Wat de WC. betreft, dat is nog een heel wat erger capitel! Voor een gewone “petite” is niet zo ingewikkeld. In een periode van”petitevitesse” springen wij “ er af “en wat later kunnen we, mits een “sprintje” de laatste wagen bereiken om dan, bij de eerste vertraging ( er zijn wel 6 snelheden, of beter “traagheden”!) weer tot hier te geraken. De mannen van de laatste wagens kunnen zoiets niet doen. Nu, die zullen er ook wel een “remedie” op gevonden hebben!

             Voor wat de kinderen op school “ ma grande” noemen zijn heel wat gunstiger omstandigheden van doen? Zoniet kan men op een volgende trein wachten! Het is dan ook, bij iedere stilstand “ te velde” hoe kort hij ook dure, een vlucht uit de wagens vanwege de mannen voor wie het “uur H “ gekomen is!

    Met de “documenten” gereed in de hand de broek met de ene hand ophouden( want als ge ze op het “terrein” nog moet losmaken is dat een gevaarlijk tijdsverlies!) zie je ze overal uit de wagens glijden, in een struik of achter een haag verdwijnen en spoedig daarop, in minder dan geen tijd dat ge ‘t vertellen kunt, komen ze weer te voorschijn. En toch moeten ze soms spurt inzetten, willen ze zelfde wagen weer bereiken…

    Onze brave Petit was zo eens bijna verdwenen in zulk een “rit tegen het uurwerk” of liever “tegen de trein”…. Hij is al niet te handig en was maar pas in zijn schuilplaats toen de trein al terug vertrok, met het gevolg dat Petit hem kon gaan achternalopen, de broek met beide handen ophouden. Op een gegeven ogenblik liep hij zo naast de wagens, maar kon er niet op, hij kon zij handen immers niet gebruiken. Opeen gegeven ogenblik liep hij zo naast de wagens, maar kon er niet op, hij kon zijn handen immers niet gebruiken. Wij barsten van het lachen! Hij verloor natuurlijk aldra veld en geraakte helemaal achteraan, vooral daar de trein er, als om hem te treiteren, nu ook nog meer vaart dan gewoonte achter zette. De laatste wagens zag Petit voorbijrijden…

    Van verre zagen we hem stilvallen, met een wanhopig en dramatisch gebaar ons een vaarwel toewuiven en dan zijn broeklijsten vastmaken!... Gelukkig voor hem bleven we een kilometer verder weer staan, ditmaal voor langere tijd en zo kon Petit, hijgend en zwetend, zo rood als een pioen, ons weer vervoegen, midden het gelach en de spottende gelukwensen van heel den “stal” Hij viel seffens aan het eten! Wie zou daar ook geen honger bij krijgen, hij mag dan al “lutteur” van beroep zijn!



    Categorie:gesneuvelden
    » Reageer (1)
    03-12-1999
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.gesneuvelde





    Kruis van Ridder in de Kroonorde met Zwaarden: Als nieuwe blijk van Prinselijke welwillenheid aan de Oud-Stijder

     

    11 de dag: maandag, 20 mei

     

     

     

    Het gaat vanmorgen heel wat sneller. “ Hij” krijgt echte trein manieren! Hoe is het mogelijk! Doch als we onze schuifdeur open rollen, zien we algauw van waar die plotse verbetering komt. We zijn op een elektrisch baanvak en dus zonder gepuf en rook dat we thans het zuiden in razen.

              Onze mannen gaan hier moeten mensen manier gaan krijgen. Tot hiertoe was met die ossenwagensnelheden alles toegelaten. Stoops en Borrey bijvoorbeeld en later nog andere mannen, verder vooraan, die woonden overdag meer op het dak dan binnenhuis. Soms waren ze zo zat als een Zwitser en dan kwamen ze daar boven waarachtig hun roes uitslapen! We hadden ze vlak vòòr ons venster, op de voorgaande wagen. Zo is er ook eenmaal, bij het naar beneden klauteren, tussen de twee wagens een vent van een ander peloton die bij Borrey en Stoops op “pinard-visite” gekomen was, bijna naar de haaien gegaan. De trein had juist een beetje snelheid( het was nog onze “oude”) en toen onze klauteraar halfweg tussen het dak en het achterplatformpje geraakt was, verminderde ineens de snelheid, de tweedakranden naderden elkaar tot op minder dan een voet afstand… Onze Slimmerik had nog juist de tijd om zijn borst van tussen de twee te laten neerzakken en een ogenblik scheen het alsof onze wagen hem de nek zou toe duwen, doch gelukkig hield de machinist opdat ogenblik op met remmen, de afstand vergrote en de zwarte krullenkop, op een paar meter van ons verdween achter de zwarte dakrand. Wij hadden nog meer dakbezoekers maar dien ene hebben we nooit meer gezien. Dit soort vermaningen waren de enige die een zeker uitwerksel hadden. De officieren hadden mooi te dreigen, soms zelfs kwamen ze persoonlijk de mannen onderhanden nemen, tucht zat er niet veel meer in. Elk deed waar hij lust in had.

    Ze voelden te zeer dat zelfs onze “ bazen” niet goed wisten waar en hoe dit alles zou eindigen. De mannen redeneerden zo: Wat in den bak draaien! Er is er geen! Straks staan we misschien aan front en wie spreekt dan nog van straf. Daarbij: “ ventre creux n’a pas d’oreilles” (een lege buik heeft geen oren.)

                In de avond, heel laat, het is wel 11 uur komen we door “Saumur”. Van lichtdemping is hier nog geen spraak. Wij voelen ons hier zo ver van dat oorlogsgeweld. De kantine van het stationsgebouw werkt op volgas. U kunt er zich noch draaien noch keren. De gelukkigste bemachtigen bier, chocolade, beschuit….. tabak.

                We razen daarna door de nacht verder het zuidwaarts. De vaart is veel regelmatiger en we worden dan ook niet meer alle ogenblikken door onmenselijke schokken wakker, zoals dat tot nu toe het geval was.

     

     

     

     

     


    Categorie:gesneuvelden
    » Reageer (3)
    02-12-1999
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.gesneuvelde





    Kruis van Ridder in de Leopoldsorde met Zwaarden: Als blijk van Koninklijk welwillendheid aan de Oud-strijder 1914-1918 derde bevordering

    12de dag: dinsdag, 21 mei.

     

     

    Een warme dag teweeg. We bollen volop door de wijnstreek. Wijn is ten andere ons hoofdvoedsel geworden. Overal waar maar mensen te zien zijn en een oponthoud ons toelaat met hen in verbinding te komen, daar worden de veldflessen, ja ook de eetbussen of “gamellen” gevuld, ook flessen geraken, tegen het verbod in, wederom, de wagens binnen.

            S’ Avonds zijn we in “Toulouse”. We hebben veel tijd, wordt er ons gezegd. Alleman de stad in. Doch er is weinig te bemachtigen. Hier is het al vol mannen van 18 tot 35 jaar, waarbij zelfs Vlamingen. Die reizen in gewone personenrijtuigen en ze hebben er met krijt allerlei “Hitler” weinig vleiende en alles behalve welwillende beloften en spreuken op gekrabbeld.

     Ik bezoek eens grondig onze locomotief. De machinist of mecanicien, een typisch Franse kop met donkere kijkers en zwarte krullen en bruin als een Sengalees, met een accent op zijn “ Marius ” vertelt me dat ze zomaar eventjes 800 ton aan 120 kilometer per uur kan meesleuren. Dat begint te tellen! Het ie er binnenin volstrekt niet geruststellend. Er is amper plaats genoeg tussen de afsluiting in “kiekendraad door te stappen, waarachter, om de 3 à 4 minuten reusachtige vonken met één drogen knal overspringen. Het ruikt er naar vet en olie. Ik ben bijna de enige van ons groepje dat durft binnenkom.

    Borrey en Stoops komen uit de stad, zat als ze nog nooit geweest zijn. Er is thans geen sprake meer van nog op het dak te gaan liggen, ze moeten dus op hun smal balkonnetje hun roes uitslapen! De draden van de elektrische leiding komen immers op een paar voeten boven de daken en op sommige ogenblikken, als we onder een brug doorrijden, zo laag, dat wie op het dak ligt zeker en vast zou geraakt worden. Er werd trouwens al in een ander compagnie een man duchtig verbrand, een hele streep haar is van zijn kop geschroeid. John Vandiepenbeek, die toch op het dak gekropen was, heeft er ik weet niet meer in welke statie het was, een streling van mee gekregen. Gelukkig bolde de trein heel traag, het was bij het binnenrijden onder de spoorhallen. John rolde van op het dak tot naast de wielen. Hij moet door wat duizelig geworden zijn.

    Hij heeft er een flinke bruine plek op het voorhoofd bij opgedaan, die hij nog lang zal meedragen!

                 De kapitein weet ons te vertellen dat we morgen ter bestemming zullen zijn. Hij denkt dat L’Isle-Jourdin het eindpunt is. Het ligt op 33 km. Van hier. We hebben die naam nog nooit gehoord. Hij heeft zoiets Oostenrijks, zoiets helemaal vreemds.

     

     

     

     


    Categorie:gesneuvelden
    » Reageer (1)
    01-12-1999
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.gesneuvelde





    Werd exclusief toegekend aan gewezen militairen wegens goede en trouwe dienst en die minstens één jaar gediend hebben tussen 16 december 1865 en 18 december 1909

    13de dag, woensdag 22ste mei  

     

     

     

    Eindelijk dan het bevel: “ U klaar maken om uit te stappen!” Het wordt een hele zaak om elk het zijne weer bijeen te krijgen en op een draagbare manier om het lijf te hangen. Doch gelukkig mogen de blauwe zakken in het station blijven liggen, ze zullen dan tot in het kantonnement vervoerd worden. Heremijntijd, wat oude, vervallen huizeke hier toch woekeren! We worden al een beetje ongerust. Als ze ons maar als ’t u belieft niet in zo ’n huis inkwartieren, nog liever in de bossen slapen!

              Doch we stappen almaar door over een brug, het stadje uit in westelijke richting. Het is nog heel vroeg in de morgen en we ontmoeten enkel enige vrouwtjes, klaarblijkelijk op weg naar de kerk. Ik bereken even bij mijzelf hoe lang het wel geleden is sinds we nog Godshuis konden binnentreden. Het is sinds Brugge, 10 dagen geleden. Wat een week we toch beleefd hebben in die stoffige spoorwagens!

    We durven elkaar bijna niet bezien. Zo zwart, met zulke lange, woeste baarden, de piepjonge schachten uitgezonderd. Precies een bende frontratten!

              Wij krijgen inkwartiering langs de baan naar ” Lombez ”, op 500 à600 meter van het stadje in een hoeve. Doch niet binnen in de gebouwen, onder een soort afdak.

               We krijgen wederom geperst stro, ditmaal niet een halfuur ver te slepen. We maken er echte muren mee om de wind af te sluiten. Een  van de acrobaten van ons peloton durft van boven op zo een muur naar beneden springen, meer dan drie meter hoog;

    Op de grond ziet er ten anderen niet hard uit, het lijkt een soort vergane mest, daar tussen de pijlers. Hij springt…Christenzielen, ik dacht dat hij voorgoed verdween! Tot over zijn knieën zinkt hij in de vette, stinkende mestpoel! Of hij succes heeft! Zelfs de adjudant lacht en gekt mee! Het is als een heruitgave van … Londerzeel!

             Die adjudant is weer wat erger geworden, sinds het gevaar zo ver ligt, maar de mannen werden ook wat driester!

             In de namiddag komt er me daar een zuiders onweertje opzetten dat niet van de poes is. We denken allen onmiddellijk aan onze blauwe zakken, die daar buiten liggen, tegen het stationsgebouw. Ze zullen er lief uitzien! Als alles voorbij is, worden we verzameld om ze te gaan halen. Ze zijn wel tweemaal zo zwaar als vroeger! En vuil! We sukkelen er mee tot op ons stro. Alles is met blauwe strepen bevlekt, hemden, hand – en zakdoeken, onderbroeken. Alle draden en touwen en alles wat als waspaal kan dienen wordt in beslag genomen en voor de rest van den dag is het één schrobben en spoelen en uitwringen en is de weide in een blekerij herschapen.

     

     

     


    Categorie:gesneuvelden
    » Reageer (0)
    30-11-1999
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.gesneuvelde





    Herinneringsmedaille van Regering van Zijne Majesteit Albert I

    Deze werd toegekend aan de militair wegens goede en trouwe dienst tijdens de regeerperiode van Zijne Majesteit Albert I, tussen 18 december 1909 en 18 februari 1934 

                               14de dag: donderdag, 23ste mei

    14de dag: donderdag, 23ste mei

     

     

    Het is vandaag Vermote’s dag: scheren, scheren en nog eens scheren! Nu eerst valt het ons helemaal op, welke ontzettende baarden dat we gekweekt hebben van Brugge tot hier! Ik dacht dat Vermote door mijn “ stoppels “ niet zou geraakt zijn! Hij zweet er bij en ik nog veel meer.

            Keulemans heeft al de slijpsteen van de boer ontdekt en is nu zijn bajonet aan ’t slijpen dat ze snijd als een vliem!

           Het loopt hier vol kinderen. De boer is een Zwitser, Armand Burger, een ruwgebouwen, bruin gebrande kerel, met zwarte, venijnige oogjes en een wilden haarbos. Het ziet er een resolute gast uit! We zijn algauw met heel de familie op goede voet. Vooral de kinderen kunnen ons goed lijden. Het oudste, een meisje van 12 à 13 jaar, heeft werk tot over haar oren met melken en melk rond venten in het stadje. De anderen een jongentje van 7 à 8, een van 5 en een kleintje dat nog wat waggelend, rond sukkelt, zijn van ons niet weg te krijgen.

     De tweede vooral heeft een woordenschat die wellicht nog uit Zwitserland stamt, van moeder gedeeld! Je vais te foutreu un “ bratch “! Zegt hij met rollende r !

            De mensen van de streek verstaan we vooralsnog volstrekt niet, vooral als ze onder elkaar bezig zijn. Ze zijn heel vriendelijk tegenover ons en we denken bij ons zelf: “ Hier zijn we goed gevlogen.”



                        

             Eerst word ons logies ingericht en dat neemt heel de dag in beslag. We liggen op een 200 meter van de keuken, het magazijn is een beetje verder, alles ondergebracht in die kleine huisjes met hun vervallen zandstenen muren die met kalk bepleisterd werden en met licht af hellende pannendaken.

             Voor onze was en onze morgentoilet hebben we de beek in de weide met kristalhelder water.

             Als het avond wordt zijn we vermoeider dan ooit en het duurt niet lang vòòr de laatste achterblijver, niet meer zo heel nuchter, tastend en struikelend, tussen de slapende mannen komt gekropen zich gans gekleed, zoals de andere tussen zijn dekens te glijden….

     


    Categorie:gesneuvelden
    » Reageer (0)
    29-11-1999
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.gesneuvelde

     

    15de dag: vrijdag, 24ste mei

     Glasje wijn

     

    We hebben nog altijd weinig belangrijks verricht, althans in de voormiddag. Er is enkel de gewone reeks verzamelingen, mededelingen, opruimingen die alle inkwartiering meebrengt.

    In de namiddag moet ik met een dozijn mannen met schoppen en borstels naar het station die er, na het onweer en de troepenbewegingen van gisteren en eergisteren nogal uitziet. Het is een echte mesthoop! We hebben werk tot over ons oren, maar ook nog tijd om een ferm glas wijn te drinken, aan echte soldaten soldenprijs! We zullen hier, geloof ik, “ lekkere” dagen beleven!

     

     

     

     

     

     

     

     


    Dit is een beeld van de mobilitatie Gent 1939


    Categorie:gesneuvelden
    » Reageer (0)
    28-11-1999
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.gesneuvelde



    16de dag: zaterdag, 25ste mei

     

     

    Het is nu de moeite niet meer om iets ernstig te beginnen, de laatste dag van de week en ze laten ons helemaal onze gang gaan. We zijn algauw overal verspreid. De ene trekken naar de “ Save “, een klein riviertje van 3 à 4 meter breed, maar tamelijk diep. Ze zijn er, spijts het strenge verbod weeral, heel de voormiddag aan ’t plassen en aan ’t plonsen dat het klinkt tot halfweg de weide. Van Diepenbeeck en Janssens en veel andere Antwerpenaars zijn er bij, ze denken aan geen adjudant, geen oorlog geen vraagstukken of bekommernissen voor de toekomst. Andere zijn al het stadje in getrokken en komen terug met eetwaren, maar vooral met aanlokkelijke flessen wijn! Ze betalen hem 2,30 fr. in Franse munt = 1,5 fr. in onze “ solde”! Denk eens aan: “ Voor een beetje meer dan de prijs van een Mechelse “ demi “ een volle liter wijn!” ’t zal hier wat gaan worden!

               Ik ben opzoek naar de klokkenluider om te trachten eens op de toren te geraken een heel eigenaardig stuk vestinggebouw. De brave man is opgetogen om de belangstelling en stelt me zelfs voor, hem te helpen bij het luiden, aangezien de jonge man die hem gewoonlijk bijstond, het leger heeft moeten vervoegen en nu in de “Maginotlijn “ zit. Ik aanvaard gretig en tegen de avond trekken we samen den trap op, daar er ’s anderendaags processie is en er vandaag moet geluid worden, ter inleiding van de plechtigheid van H. Sacramentsdag.

                Ik heb er gauw de slag van mee, van dat luiden, want de klokken hangen aan een soort u U-vormige as, waardoor het omwentelen veel vergemakkelijkt wordt. We luiden dat het deunt en nu zie ik dat die bescheiden man een kunstenaar in zijn vak is. Met enkele klokken, waarvan twee grote binnen en drie kleintjes boven het dak, bekomt hij heel wat effect, zodat de mannen in het kaki, daar beneden, eventjes verrast opzien. Ze zien nog heel wat meer verwonderd op als we na het luiden, eens tot op het platte dak van het torentje klimmen en ze daar nu nog een Belgische sergeant ontwaren. L’Isle-Jourdain werd dus wel degelijk tot op de toppen van de torens door ons leger bezet!

               Doch, jongens, jongens, wat een mooi zicht op de Pyreneeën! 70 à 80 km, van hier liggen ze en u zou denken:

    Ik zal er eens heen wandelen. Mijn “Cicérone” (gids) weet me al die “Pics”(spitse berg) en “Nevé’s” en “Soums” te noemen die daar, in de ondergaande zon, hun witte sneeuwkap laten glinsteren! In de beschaduwde vlakken, is het al purper en rood en grijsgroen terwijl lager nog de grauwe rotsen de schittering van al die kleuren komen te onderlijnen. Waarlijk, hier is het: “ Zegent, bergen en heuvelen den Heer, looft en verheft Hem hoog in eeuwigheid!”

               Bij het naar huis gaan laat ik mijn veldfles, die bijna altijd mee is als we naar L’Isle-Jourdain komen, eventjes vullen, voor 1,90 fr. ! met het inzicht, ze uit te drinken op mijn stro, maar tegen ik aan de dreef geraak, die naar de hoeve leidt, is ze al lang leeg! Het is laat en ik ben lichtjes aangeschoten want het was al de 2de liter sinds 6 uur vanavond en het duurt niet lang vóór ik lig te dromen dat ik zweet! Het gaat er van klokken en bergen en ook van mijn fietstochtjes naar Lourdes, verleden jaar!

     

     

     


    Categorie:gesneuvelden
    » Reageer (0)
    27-11-1999
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.gesneuvelden

     

                                                 17de dag: zondag, 26ste mei



    Het is du lijn grote dag als klokkenist! Er valt te luiden vóór en gedurende de Hoogmis, na de Hoogmis binst de Processie en ’s namiddags vóór de Vespers. We zijn samen de “patron” en ik, weer eens tot op het dak geklauterd waar de drie klokjes in weer en wind te sidderen hangen; Hij heeft me daar binnen een grote bloedvlek getoond op de balk naast “ mijn “ klok, waar eenmaal een man, wellicht een eeuw geleden, de hand tussen klok en balk verbrijzeld werd. Ik ben in elk geval goed op mijn hoede, het bloed “ roept”: “pas op”!

              Beneden wandelen onze mannen die de “Dépèche de Toulouse”(mededelingen van Toulouse dagblad van daar) aan het lezen zijn. Die geeft ons regelmatig veel optimistische beschouwingen en verslagen over de toestand van de krijgsverrichtingen, toestand die nochtans van dag tot dag verslecht.

              Die beklimming van den klokkentoren met zicht op de Pyreneeën doen me watertanden. Het is amper 80 km. Ver. Kon ik voor een dag een goede fiets huren om eens tot aan de voet van die reuzen te bollen, wie weet, om eens terug Lourdes te bezoeken? Voor zondag aanstaande wil ik daar werk van maken.

              In de namiddag na de Vespers, heb ik eens op het kerkhof lopen mijmeren. Dat is een van de nuttigste lessen die u in een onbekende streek kunt opdoen. U hebt er enig gedacht van de verspreiding van de familienamen, van de groter of geringer langlevendheid, enz. enz. Er staan hier weinig prachtzerken maar zoveel ter mooier taxusbomen, wat spreekt voor de schoonheidszin van het volk. Een twintigtal, hoog opgeschoten, donkergroen, “boomgezond” staan er in de hete zon van Zuid-Frankrijk een eeuwig lied van vrede en rust te neuriën.

                                  

    Het valt me op hoe kort de schaduw hier is zelfs nog nu rond 4 uur ’s namiddags. We zijn hier ook een duizend km. Korter bij de evenaar! We zullen niet weinig zweten als er zal te lopen of te marcheren zijn!

               Tegen avond wandel ik, tussen de wijngaarden door, tot op een heuvelkam, zuidelijk van de baan op Lombez. Het is een wilde omgeving met braambessenstruiken en brokken bruine rotsen waarrond het onkruid woekert, maar vooral is er een zicht op de Pyreneeën dat eventjes oorlog en alles doet vergeten… Doch ik moet binnen voor het appel.

              We liggen dien avond nog langen tijd op onze dekens in de weide te praten over al wat in ons gemoed opkomt. Enige mannen, hoewel niet pratikerend, zijn toch goed van inborst en tonen veel belangstelling voor vraagstukken die het bovennatuurlijke in betrekking zijn. Ze vragen en vragen en maken opwerkingen, er wordt al eens een koddigheid uitgeflapt, maar alles bijeen kan het hun toch maar deugt doen. Peretz, een jood, is natuurlijk een onbeheersbaar tegenstrever, maar hij verdwijnt aldra uit ons “ concilie”…

     

     

     

     

     

     

     

     


    Categorie:gesneuvelden
    » Reageer (0)
    26-11-1999
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.gesneuvelden



    18de dag: maandag, 27ste mei

     

     

    Het nieuws uit België is met de dag slechter. Onze troepen worden op een altijd kleiner wordend terrein samengedrongen, ergens tussen Leie en Zee

              Doch wij hebben niet veel tijd om daarover te redekavelen: “ Verzameling”! voor de oefening. Het is de alledaagse rimram van “schoudert” en “zet af” en “presenteert” en “omlaag geweer” en van” rechts” of “ links” per tweeën en “liggen” en “knielen” enz. enz.

    We zijn blij als de adjudant met een andere groep bezig is, dan stappen we eventjes flink door, desnoods bajonet op geweer geschouderd, tot we, aan een kromming van de weg uit het zicht van de “vijand” verdwijnen om daar ons zweet te laten opdrogen… eer het er is! We hebben één groot geluk bij onze evoluties in die gloeiende zon. Overal waar we marcheren, is er macadam, niet de Mechelse keikoppen. De mooie streek en daarbij nog een wandeling meer dan waard. ’s Middags moeten we, tegen alle kazernetraditie in, weer de baan op, ditmaal echter heel kortbij. We krijgen het nieuwe speelding in handen, de goniometer of hoekmeter voor het opstellen van het M.G. Het is wel altijd het zelfde liedje: richten op een bepaald punt en dan de goniometer regelen, er af nemen tonen aan de schutter welke streepjes tegenover elkaar staan, het wapen ergens anders op richten en dan laten zoeken waar het eerst naar gericht stond.

    En toch zijn we dat spel niet zo gauw moe. We richten op alle mogelijke bomen en schouwen en weide palen, op heuveltoppen en telefoonpalen. Natuurlijk zitten de drievierden van het peloton met ergens een visnet of een spelletje whist den tijd te doden, doch voor wie een beetje van wapenkunde houdt is dit toch het mooiste stuk “ speelgoed” dat we tot hiertoe mochten gebruiken.

             ’s Avonds zitten we dan weer in Armand Burgers’ keuken naar de Zwitserse zender te luistern die ons nuchter en objectief de triestige waarheid zegt over den toestand. Burger vertelt van zijn soldatendienst en is niet te spreken over een mogelijke overrompeling van zijn bergachtige Vaderland. We zijn, wij allen scherpschutters en er zou geen enkele Duitser binnen geraken! Ja, vent, dat dachten wij met ons “ kanaal “ ook!

     

     

     

     

     

     

     

     

    Bijlagen:
    Jozef Libeer.jpg (498.1 KB)   


    Categorie:gesneuvelden
    » Reageer (0)
    25-11-1999
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.gesneuvelden

    19de dag: dinsdag, 28ste mei.



    We hebben vandaag, dinsdag, kazernegewoonte getrouw, een flinke mars. Hij lokt ons wel aan, omwille van de nieuwe landschappen waarvan we zullen genieten, maar schrikt ons ook wat af wegens de onbarmhartige zon die van in den vroegen morgen op onze ruggen te branden zit! We stappen op Lombez toe, heuvel op en heuvel af, langs graan – en aardappelvelden, wijngaarden en al dorre weiden. We hebben veel bekijks. De mensen uit de streek zagen hoogstwaarschijnlijk nooit een Belgische soldaat tenzij op papier! Jongentjes met zwarte krullenkoppen en bruingebrande benen volgen ons, kilometers ver, met krijgshaftige gebaren stokken en knuppels zwaaiend. We zweten en drinken en eten en zweten meer en drinken nog meer, tot we inzien dat al dat drinken, evenmin als in België, bij gematigder temperatuur, de goede methode is.

           We komen thuis met doorweekt linnen en na het noenmaal en verfrissende afspoeling slapen we natuurlijk heel de namiddag, uitgenomen de mannen die nooit moe zijn en die op een deken zitten te kaarten, te naaien, wapens kuisen of een ransel op de knieën, zitten te schrijven aan hun “mémoires”!

            Als de koeien gemolken zijn, het werk van de oudste zoon en dochter, koop ik een liter melk dien ik uitdrink, vóór onze traditionele liter wijn, indachtig de spreuk “ Melk op wijn is echt venijn, maar wijn op melk is gezond voor elk”!

                                             

            We horen dan later op de radio plots het grote nieuws dat Koning Leopold gecapituleerd heeft! Armand Burger vindt het nogal verstaanbaar, maar de Fransen hier in de streek zijn gloeiend kwaad en spreken van “ trahison” (verraad) en van “ lâche “ ( lafhartig, lafaard) en

    “ indigne de son pére “ (onwaardig, laag, schandelijk) zelfs van “ boche “( mof ) en “vendu “ (verkocht ) en al wat lelijk is, bij zo verre dat we oprecht in ruzie vallen en maar liever naar ons stro terug gaan. We liggen dan in de weide nog langen tijd, als al de glimwormen, opgehouden hebben onze belangstelling te boeien en als de streep licht in het westen al lang verzwonden is, te raden en te gissen naar wat de volgende dagen of weken ons nu zullen brengen.

    Gaan we dwars door het front heen naar huis? Worden we, langs Zwitserland en door Duitsland in België gebracht? We zouden daar met plezier nóg een week “ beestenwagen” voor beginnen! Of  moeten we weldra naar ’t front, om er, in de Franse regimenten verspreid, te helpen vechten? Of blijven we eenvoudig hier, tot na de oorlog? Het is een opwindende bespreking geworden en er is nog niet eens wijn van doen om de koppen warm te krijgen! Er ritselt dien nacht, veel later dan gewoonlijk, nog langs hier en langs daar wat stro onder de dekens. Mannen die den slaap maar niet kunnen vatten!...

     

     

     

     

     

     


    Categorie:gesneuvelden
    » Reageer (0)
    24-11-1999
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.gesneuvelde



                                     20ste dag: woensdag, 29 mei.

     

     

    Er zit elektriciteit in de lucht, van ’s morgens al. Een geest van opstand dreigt al door de verwarde koppen te waaien. Iedereen heeft de Koning volle gelijk, al zijn niet allen akkoord over wat de oversten nu zouden moeten doen. Als de adjudant me vraagt: ” Wat zeggen de mannen,” dan antwoord ik een beetje zenuwachtig, op aanvallenden toon:

    “ De mannen zeggen: “ leve de Koning!” – “Ja, zegt hij: “ alles goed en wel, maar dan? Wat moeten wij daarmee doen, hier, en nu?” Dat weet ik ook niet! – We zien het wel in. Naar huis gaan, door het front door, hoe kan dat? En toch hebben we voortaan maar die bekommernis meer, zo gauw mogelijk thuis geraken!

               De dagbladen, vooral de fameuze “Dépêche” zijn walgelijk om te lezen:. Ze gaan er oplos van: “ Roi félon” (Koning verrader) en heel de woordenschat van opgezweepte mensen die alle waardigheid verloren hebben. Een soort geestelijke op rust, die ook geloof ik, met zijn geloof zijn zinnen kwijt geraakt is, haalt foto’s te voorschijn van Leopold III die dagtekenen, van 5à6 jaren terug: “ Vous voyez bien,sur ce visage, que cet homme et faux et hypocrite?” (gij ziet zeer goed op zijn gelaat dat deze man vals en hypocriet is) – “ Vous trouvez, monsieur l’ Abbé”? ( vind u het ook niet Eerwaarde)- “ Certainement!” (zeer zeker) Ziezo, de zaak is klaar. Hoe is het mogelijk dat wij dat niet eerder gezien hebben?

              Dien dag wordt er niet veel uitgericht, wie zou er denken aan verder oefenen. “ Wij “ hebben immers den strijd gestaakt! De grootste optimisten spreken al van over drie dagen thuis! Zo een vaart zal dat welniet nemen!

              Gelukkig is er de Save, die ons heel den namiddag al dat gezeur en gezaag helpt doen vergeten. We snijden ons elk een stok uit elzenhout langs de oevers. Ik kerf er een mooie versiering in, met de namen Londerzeel( ons bombardement) Brugge, L’Isle-Jourdain, met nog plaats vrij voor volgende staties op onze kruisweg.

              ’s Avonds ben ik in de gelegenheid een Zwitsers weekblad, in het Duits opgesteld, waarop onze gastheer geabonneerd is met veel gretigheid te lezen. Heel objectief bespreekt het de toestand en laat reeds voelen, hoewel het thans 4 à 5 dagen oud is, dat de zaken aan het front in België op de manier zoals ze nu verlopen spoedig een noodlottige afloop zullen hebben.

                We zitten dien avond, Janssens, Braeckmans, Franssens en Smulders en nog ergens een paar nachtraven, en ik zei den “hond “! Op onze dekens, midden de weide, te zagen en te vragen over strategie en tactiek en later als de nachthemel in al zijn rijkdom boven onze hoofden koepeld, over sterrenkunde. Niet om te geloven hoe weinig de mannen daarvan afwisten.

     

     

     

     

     

     


    Categorie:gesneuvelden
    » Reageer (0)
    23-11-1999
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.gesneuvelden



    21ste dag: donderdag, 30ste mei. Deel I

    Voor mij begint de dag eigenlijk al terwijl iedereen nog rustig ligt te grollen! Ik moet met J.J.B. Caron naar de infirmerie. Hij wordt geweldig geplaagd door buikpijn. Zijn buurman is mij komen wekken, daar ik juist “ sergeant van dag” ben. Ik stap dus, den braven Caron ondersteunend, door de hol klinkende straten van L’Isle-Jourdain, enige levende die in den schijn van de maansikkel nog buiten zijn. Het hospitaal is gemakkelijk genoeg te vinden, maar er binnen geraken, vraagt wat meer inspanning!

    Eindelijk, wanneer ik al begin te vrezen dat ik heel de wijk wakker gemaakt heb, hoor ik de brede halldeur openen en iemand komt, sloffende op te grote pantoffels, de grendel, van de voordeur wegschuiven. “ De infirmier!” Hij schijnt het mij heel kwalijk te nemen dat Caron ziek werd en de nachtrust komt storen. Gelukkig is er weldra een andere soldaat, zelf in verpleging, die het zich nauwer ter harte neemt en de nodige “buikpijnstillende “ middelen bijhaalt.

    Een infirmier of “ziekenverpleger” moest eigenlijk, natuurlijk als ’t om echte zieken gaat, een engel in… piottengedaante zijn!

              Overdag krijgen we weer onze gewone wandeling te maken. Thans echter nemen we zoals zo vaak in Mechelen, opnieuw een echte “vijand onder handen”. Enkele mannen liggen in het bos opgesteld, dat ten zuiden van de baan op Lombez, een smalle heuvelkam begroeit. Daar zij houthakkers aan het werk. Ze interesseren ons natuurlijk veel meer dan ons eigen gedoe. Ik vraag hun welke die mooie bomen zijn, op de volgende heuvelglooiing, of het soms geen “pin(s) maritime” zijn? -“Non” zegt er mij een, “ce son des pin(s) parasols!” (pijnbomen) Een mens leert nog alle dagen bij!

                                  

              Van Den Bulcke is niet mee, deze morgen, die heeft het middel gevonden om niet meer deel te nemen aan de gezamenlijke oefeningen en speelt maar liever hoeveknecht. Hij heeft nog enkel broek en schoenen aan en staat nu van ’s morgens tot ’s avonds onder bevel van… Armand Burger! Hij mest de koeien en ook de stier, een ontzaglijk stuk vee, hij gaat er reeds met de paarden opuit gelukkig een paar zachte dieren, hij rolt en egt, enz. Hij leeft dan ook opkosten van zijn nieuwe baas, behalve voor wat zijn soldij betreft! (Die krijgen we in Franse munt, werd ons beloofd, met vanzelfsprekend, de verhoging wegens de wisselkoers.) Ik denk dat er veel Van Den Bulcke benijden, want Burger ziet niet op een paar liter wijn. Hij vertelt dat hij zelf er in de oogsttijd, tot 12 à 15 liter per dag nodig heeft!

              We trekken er dezen namiddag met een heel groepje ook op uit naar Burgers akker. Hij wil maïs zaaien maar eerst moet het onkruid uit de weg. Ik heb er nog nooit zoveel bijeen gezien! Er waren er tientallen hopen van wel een man hoog. Toen we nog maar half gedaan hadden met ons wieden stapte Burger al met de zaaizak over het onbewerkte veld en strooide met kwistig gebaar zijn maïs uit. Boeren op zijn Frans!

    Het komt er niet nauw! We kregen natuurlijk onze glazen wijn te drinken. Burger had een kruik van 7 à 8 liter meegebracht en we waren met ons achten! Restjes naar huis meenemen doet hij nooit!

     

     

     

     

     

     

     

     

     


    Categorie:gesneuvelden
    » Reageer (0)
    22-11-1999
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.gesneuvelde





    Deel II     van 21ste dag donderdag, 30 mei    

    Bij het naar huis komen valt het ons op hoe het hier woekert van “coloradokevers”. De kinderen lopen in de avondkoelte door de aardappelvoren met een lege conservendoos in de hand, die spoedig wemelt van dat ongedierte. Ik zag voor het eerst hoe het er hier mee stond toen een van de kinderen met een fles water stond te spelen waarin wel honderd volwassen kevers verdronken waren. Dat de aardappelen ons schaars toegemeten worden omdat ze 2 fr. en meer het kgr kosten, zal daarin wel zijn reden vinden! Sinds een paar dagen is ten andere al ons eten gerantsoeneerd. Brood wordt ’s morgens aan elke sergeant uitgereikt en die moet dan zijn mannen bedienen. Ik heb gelukkig in Brugge een goed stalen mes gevonden, zonder hecht. Ik heb er hier een hecht voor gemaakt en het is een spelletje, zelfs door de hardste korsten heen, de vijftien stukken gereed te snijden. Petit staat altijd bij en speelt de brokken wit zuur brood droog naar binnen van als hij ze in handen krijgt.

               Om ons goesting te kunnen eten zijn we verplicht regelmatig uit winkelen gaan. Vleeswaren zijn echter niet veel te krijgen. De rantsoenen die we in de keuken bekomen zijn ook maar de schaduw van wat we in het kantonnement te St. Mariaburg verduwde, tijdens de mobilisatie!

                Wie veraf gelegerd ligt, langs de baan naar Lombez, moet er natuurlijk niet aandenken, twee, driemaal op een avond in het stadje te gaan winkelen. Doch er zijn tekens die er opwijzen dat ook de mannen hun plan kunnen trekken. Er komen hier dagelijks drie of vier voorbij in het mooiste kleurige koetsje van heel de streek ze hebben er een heel hups paardje in gespannen en heel ’t gedoe zou nog voor een generaal niet mis staan. Een andere “ equipage” legt nog veel langere rit af.

    Een oude huurkoets met openklappende treeplank Het gaat er nog plechtiger aan toe dan voor een grijze “douairière”(weduwe van hoge stand) telkens de sergeant wil uitstappen! Of er gelachen en gespot wordt!

    Vanavond wordt er, in de avondkoelte, een voetbalmatch gespeeld, met de adjudant zelf in een van de ploegen. Of zijn tegen ploeg er schik in heeft om punten te maken! Ploeg adjudant lijdt dan ook een schitterende nederlaag!

                De worstellessen van Petit, die in Mechelen op zulke brutale manier werden onderbroken, hebben hier in de weide hernomen eveneens op dekens. In de kazernekamer was het operatieterrein beperkt door muren en bedden en wapenrek, maar hier rollen de tegenstrevers van de dekens af over het gras, soms tot vlakbij een koe die er dan met een zotten sprong vandoor loopt. Ik zelf neem het soms op tegen Franssens, een vent van 1,80m, maar die mannen zijn zo jong amper 19, dat u ze, mits u hun aanvangsgeweld kunt doorstaan, later stilaan kunt uitputten en vloeren. We zijn beiden even blij als het uit is. Eens duurde het twintig minuten vóór Franssens er lag. Of we zweten onder ons zomervestje!

     

     

     

     

     

     


    Categorie:gesneuvelden
    » Reageer (0)
    21-11-1999
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.gesneuvelde

    22ste dag: vrijdag, 31ste mei:      

     

    Er is sprake van uitgangsverbod, vanaf zondag aanstaande. De gemoederen raken ten andere stilaan aan ’t gisten. Luitenant Van den Berghe, een vriend van Rafaël Renard, van Rollegem, verklaard, zegt men, ronduit aan zijn mannen: “ We vechten niet voor Frankrijk noch voor Engeland!” dat moet ze natuurlijk geen tweemaal horen!

                 In ons peloton zijn twee soorten mannen: Peretz, bvb, een jood, is er natuurlijk voor te vinden dat er gevochten wordt. Hij heeft een geweldige schrik en een hartsgrondige afkeer voor den Duits! Best te begrijpen! Andere verklaren maar steeds: “De Koning vecht niet meer, wij gehoorzamen aan de Koning!” Die vlaag van gehoorzaamheid is vanzelfsprekend maar opgekomen sinds gehoorzamen betekend: “ De wapens neer!” Ik vergat nog een derde categorie waartoe een onlangs in Mechelen bij de compagnie gevoegde korporaal een “volontaire de gamellen” behoort die op niets anders denken dan op de goede “pinard” en de sterke “Picon” en die regelmatig in hun stro komen gerold, om hun roes uit te slapen.

                Vandaag voel ik keelpijn. De oorzaak is niet te ver te zoeken. In de weide liggen worstelen tot het donker wordt en er dan zitten redekavelen tot uw ogen toevallen, dat kan zelfs iemand die door die door buiten slapen gehard begint te worden, niet lang ongestraft volhouden! Ik vraag dan maar het visite onmiddellijk, krijg wat pastillen mee zonder veel hoop op beterschap. Tegen de avond kan ik geen woord meer op hoorbare wijze uitbrengen. Het “ brullen” van bevelen zal de adjudant wel moeten een tijdje zelf aanvatten. Burger is gewaar geworden dat ik verkouden ben en staat er op: “ Vanavond komt ge bij mij een “grog” drinken en morgen bent u genezen”

               Deze namiddag zaten we in de weide kaart te spelen, toen we opeens vliegtuigengeronk van uit het westen hoorden naderen. We zagen een zware bommenwerper tamelijk hoog in de helder – blauwe lucht en trachten te vergeefs te ontdekken of dat nu een Duitser een Engelsman of een fransman was. Sommige werden ongerust en raden aan, maar onder ons afdak te vluchten!

              Deze avond, bij het terugkomen van de keuken ( ik heb me voor 1,50 fr! een teloor gekocht in L’Isle-Jourdain) vinden we een geelgroene hagedis van wel 30cm lang en meer dan een duim dik. Ze werd waarschijnlijk door een steen gedood. We zijn er niet al te gerust in, niemand durft ze aanraken, wellicht leeft ze nog en sommigen spreken van giftige soort enz.



                                             

            In de weide hebben we een nieuw spel uitgevonden. Daar groeien in de hoek naast de mestput een soort wilde wortelen met hoogopgeschoten stengels. Ze zijn hol en door knopen in vakken van een voet lengte ingedeeld. Nu is het een hele kunst om 7 à 8 van die stukken op verschillende lengten zodanig te snijden dat u er de noten van het gamma kunt op blazen. Er klinkt weldra een oorverdovend dooreen gewarreld van lage en hoge klanken dat er horen en zien bij vergaat! Overal zitten er te kerven en te blazen, hier is er al een aan de sol, daar klinkt reeds de hele toonladder, maar met nog 3 à 4 valse noten!  “Soldaten zijn grote kinderen!”.. Vindt Janssens. Of hij gelijk heeft! Doch wat hebben we hier anders te doen? Als we dan toch beslist zijn, niet te vechten voor de Fransman, noch den Engelsman, dan moeten we er ons toch niet op voorbereiden?

              Als het donkert, gaan we dus de “ziek” sergeanten, Verhoeven, Van Rooy en ik, naar Burgers keuken, waar de radio al op Zwitserland ingeschakeld staat. De Duitsers winnen maar steeds terrein, vooral daar de geallieerde troepen belemmert  worden door de stroom vluchtelingen uit België en Noord Frankrijk. Burger heeft echter niet veel lust om naar de radio te luisteren! Hij is met de fles “Armagnac” voor de dag gekomen en maakt nu vier sterke grogs klaar. “Armagnac” en grogs zijn immers ook goed voor niet zieken! Met warm suikerwater en veel “Armagnac” roert hij in vier grote tassen een drankje dat de neuszenuwen meer dan prikkelt. Hij strijkt dan met een brandend stekje over dat goedje waar op een subtiele blauwe vlam boven de tassen walmt. Uitgeblazen en gedronken…Een ogenblik zien we noch Burger noch tas meer, zo geweldig slaat de “ Armagnac geest “ ons naar de kop. We staan alle drie met tranen in de ogen. Als we dan weggaan om, zwetend uit alle poriën, ons strolager te gaan vervoegen, zijn we blij ons plaatsje te vinden. Burger is niet gewoon, geloof ik, Belgen met zijn grogs te genezen. Hij heeft de dosis voor een Zuid -Franse wijnkeel toegepast!

               Ik weet niet dat ik die avond inslaap gevallen ben. Ik weet zelfs niet eens, dat ik mij neergelegd heb!... Ik herinner mij vaag dat ik aan onze “Stropoort ” gekomen bij me zelf dacht: “ Als ik morgen nog wakker word, dan ben ik genezen, doch ik kan evengoed niet meer wakker worden!...




    Categorie:gesneuvelden
    » Reageer (0)
    20-11-1999
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.gesneuvelde

    23ste dag: zaterdag, 1ste juni 

    Er is bepaald slechte wil mee gemoeid, schijnt het. De mannen zijn ’s morgens veel te laat wakker, het morgenappel en – rapport worden meestal verwaarloosd, kledij en wapens zien er alles behalve netjes onderhouden uit, nooit worden de schoenen geblonken, enz., enz.

    De adjudant bijt ons dan ook toe, beslist: “ Het moet veranderen!” De generaal, schijnt het, zal de gegradueerden die hun plicht niet doen, naar het front sturen! Als hij echter denkt dat hij ons daarmee zal zoet houden!

    Aan ’t front krijgt ge eten en ge zij er vrij en er is kans eventjes door de lijnen van de Duitsers in België te geraken, enz. ’t Is echter te vrezen dat wij na een halve dag front niet weinig zouden verlangen naar L’Isle-Jourdain  weer te zien!

             Er hangt in de stad, aan de uitstalramen van enkele winkels een proclamatie van de generaal waarin hij betreurt wat op 28ste mei gebeurd is en waaronder hij besluit met: “ Vive la France!” Is hij nu overtuigd van wat hij allemaal zegt of doet hij het enkel voor ons welzijn, om de mensen hier beter te stemmen ten onze opzicht, we weten het niet, maar toch zijn we gloeiend kwaad op dat stuk generaal! “ Dat hij zelf vecht, hij is er tenminste dubbel en dik voor betaald geworden!”

             Vandaag is er hier ook op de hoeve een “ Coup de théâtre “ voorgekomen. De boer is zijn beklag gaan doen bij de kapitein, dat er allerlei eetwaren verdwijnen sinds een paar dagen: eieren, wijn, kiekens en ik geloof ook dat er duistere dingen gebeuren. In de schemering is er soms zulk een gefladder van vleugels en zoveel angstgeschreeuw van in het nauw gedreven kiekens! Het verwondert mij niet dat Burger iets ontdekt heeft. Dat er mannen zijn die weten waar de wijnvaten liggen is al voldoende om veel meer te veronderstellen! En bij wijn horen toch eieren,  De minst scrupuleuze vinden het ten andere niet zo erg, van de eieren. De kiekens eten toch de afval uit onze gamellen! Dan mogen wij wel eens iets terug … krijgen!

                Deze namiddag is er “ echte inspectie “ van de wapens. Gewoonlijk wordt ze wel aangekondigd doch enkel in de hoop dat ze dan ten minste iets zullen doen. De mannen vragen echter, brutaal weg, wie hun de nodige vodden zal geven? Velen proberen het met papier. Ditmaal worden, gezien de al te “schitterende roestvlekken” vele namen opgenomen, doch wat zegt ons hier nog arrest, waar geen wel omschreven kwartiergrenzen bestaan en waar dan ook de controle zo moeilijk valt?

     


    Categorie:gesneuvelden
    » Reageer (0)
    19-11-1999
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.gesneuvelde



    24ste dag: zondag,2de juni.                         

     

     

    Vandaag gaan we met meer nieuwsgierige verwachtingen dan ooit te voren in ons leven het geval was, naar de Hoogmis en het sermoen. Wat zal onze aalmoezenier vertellen nopens de capitulatie? Het is voor hem een beetje het dilemma dat ze Christus zelf vóór de voeten wierpen. Bent u er voor, dan zijd u onze vijand, bent u er tegen, dan bet u de vijand van onze vijanden!

             Hij beklimt de predikstoel onder een onaangenaam zenuwachtige stilte. De Fransen zitten, zo mogelijk, met nog scherpere gespitste oren gereed dan wij zelf! Doch onze Eerwaarde Heer aalmoezenier is geen “ groentje”. Hij geeft ons een flink voorbereid sermoen, waardig, vol vaderlandse gevoelens, maar de grondgedachte van heel zijn redenering is deze: “ Nous sommes bien trop loin, dans l’espace, et trop près, dans le temps, des lieux et du jour, pour juger de cette matière! “ “Of het waar is ook!”

    ( We zijn ver weg in de ruimte, en zeer dicht in de tijd, de plaats van de dag, om te oordelen over deze materie.)

                   Na de middag krijgen we totaal onverwacht en verrassend bezoek van een Antwerpenaar! Die komt natuurlijk niet rechtstreeks uit België, maar hij heeft zo een en ander vernomen over de toestand daar. Hij spreekt zo maar van 27 fr voor een brood! Dat wil er bij ons niet in. Het is ook moeilijk na te gaan, zo ver van hier.

    De Antwerpenaar geven die mens, die in korte schikt om naar huis te rijden, nieuws mee voor hun familie. Ik denk echter bij mezelf: “ Och wat, ze zitten thuis met ons zeker al niet veel in, ze zullen daar voor ’t ogenblik al meer miserie genoeg hebben met de bezetters. De Antwerpenaar( uit Toulouse komende) weet ons te vertellen dat zoveel steden, waarbij ook Kortrijk, helemaal verwoest zijn. Wat kunnen we anders doen dan te geloven? En dan bedenk ik hoe dicht bij Kortrijk ons arm Rollegem ligt. Ik zie het daar vóór mij Één puinhoop! Was die vent maar liever in Toulouse gebleven!

     


    Categorie:gesneuvelden
    » Reageer (0)
    18-11-1999
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.gesneuvelde



    25ste dag: maandag,3de juni

     

     

     

    Het is zover: “ Uitgangsverbod!” In elke compagnie mogen 2 à 3 mannen, onder het bevel van een gegradueerde, uit winkelen gaan ten gerieve van de andere mannen. We zullen dus maar het stootkarretje mobiliseren waarmee Burger zijn melk vent en nemen nota van wat de mannen verlangen: suiker, brood, chocolade, wijn confituur, tabak, enz., enz. Mijn notaboekje lijkt wel een ordeboek van een reiziger in kruidenierswaren. En onderweg naar de oefening komen er al maar meer cliënten bij!

             Als we dan bij de andere pelotons komen, op een weide, vertellen de mannen van het 2de peloton ons, met veel voldoening, dat 4 mannen gedeserteerd zijn! Ze weten ze ons te noemen en het treft mij welk een ideale ploeg het is die thans, aan zich zelf overgelaten, het onbekende is ingetrokken. De ene is een reus van een vent, die in geval van tegenstand vanwege de Fransen of Belgische troepen onderweg, er gemakkelijk, als het op pure kracht van de vuisten aankomt, een half dozijn knock-out zou slaan vóór ze zich rekenschap van zouden geven! De tweede, die een hele voornaam en innemend voorkomen heeft, spreekt vloeiend, Nederlands, Frans en Duits en zal dus desnoods de diplomatie kunnen in het spel brengen!...De derde is een doortrapte deugniet, die het zijn lotgenoten aan niets zal laten ontbreken, als het maar enigszins in ’t bereik van een gewoon inbreken ligt De vierde, is al van nut geweest vóór het vertrek, want die schreef op het bureel van de compagnie en heeft er, schijnt het, de hand gelegd op een flinke som in Franse bankbriefjes, met de sleutel van ’t magazijn is hij tot bij de broden en andere eetwaren geraakt, zodat die mannen, als ze enigszins in “ gezegend worden, hun onderneming wel tot een goed einde zullen brengen. Hun doel zou de Spaanse grens zijn die niet zo heel ver af is. Een interneringkamp zal wel niet zo een hel zijn. Ze hebben uit het bureel ook een paar Michelin- kaarten op schaal 1/200.000ste gevonden en wie daarmee de weg niet vind is maar triestige deserteur!... Het merendeel van onze mannen zou wel willen mee zijn met die vier, maar van de andere kant zijn ze toch wat vervaard voor het onbekend, het onzeker en gewaagde van zulk een tocht.

    We zien niet goed in hoe ze op die wijze België kunnen bereiken. Opzoekingen zouden al aan de gang zijn maar dat die niets zullen opleveren, daar zijn we ten stelligste van overtuigd. Die mannen zullen wel enkel ’s nachts “reizen” en zullen ook zeker niet lang in “kaki” rondlopen, als ze maar aan burgerkleren geraken. De adjudant beklaagt hen grondig, maar dit beklagen is wel meest als propaganda bedoeld, om de mannen hier op het hart te drukken: “ Blijf maar bij ons nog beter wat dwang en een beetje honger dan véél honger, vrijheid en zelfbeschikkingsrecht en levensruimte.., maar onzekerheid en gevaren!

                                            

            En vanavond dan dat bevoorradingsuitstapje! Als ik mijn lijst overloop, dan vraag ik mij af: waar krijgen we dat ooit op ons karretje? Doch van de eerste winkel wordt het ons al duidelijk dat we gemakkelijk al onze aankopen zullen kunnen vervoeren. De twee derden van wat we vragen is er niet, het moet nog binnen komen of is al uitverkocht voor de zoveelste maal. Het is wel van een kale reis dat we thuis komen. Of we moeite hebben om onze klanten te paaien! Elk wil ten minste een deel van al wat hij vroeg. We worden niet weinig van partijdigheid beschuldigd en we nemen ons stellig voor, als er nog met karretjes te winkelen valt, het voor andere groepjes te laten. Wij hebben hier eens goed ondervonden wat rantsoeneringmoeilijkheden betekenen!...

     

     

     

     


    Categorie:gesneuvelden
    » Reageer (0)
    17-11-1999
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.gesneuvelde



    lombez26ste dag dinsdag, 4de juni.

    De adjudant zou willen dat ik me de turnlessen aantrek. Waarvoor wordt hij zelf dan betaald? Ik kan het ten anderen voor het ogenblik, met mijn uitgedoofde stem, onmogelijk doen.

             Er komen geruchten uit Lombez, dat daar een compagnie “oude, mannen, familievaders en zo meer, aan het muiten geslagen zijn nu door Sengalezen worden omsingeld, die bevel gekregen hebben, neer te schieten al wie tracht de cirkel te verbreken.

             Bij ons is alles betrekkelijk kalm en het uitgangsverbod werd heel wat verzacht, we mogen enkel in de stad te zien zijn na 6 uur en moeten ons van alle polemiek met de burgerbevolking onthouden. Ik ontmoet Van Belle en Van der Vreken die zo erg naar Buggenhout verlangen als ik naar Rollegem. Dit belet ons echter niet, elk een liter “Pinard” te gaan “siroteren”(opslurpen) in een koele beneden vloerse gelagkamer van “Le café du Garouge”

     


    Categorie:gesneuvelden
    » Reageer (0)
    16-11-1999
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.gesneuvelde



    27ste dag: woensdag, 5de juni.

     

     

     

    “Dépaquetage!” (uitpakken)  Zou er wel iets op til zijn? De Kolonel komt toch niet? We hebben er eigenlijk geen! De Majoor- Kapitein – Commandant Kortlevend? Neen, het is enkel de Kapitein en hij is al even erg gegeneerd als wij. Hij ziet onze spullen na met zo een uitdrukking van: Jongens, kan ik het ook helpen? Och, ja, wat nut heeft heel dien rimram nu nog?

               We mogen vandaag om strozakken! De compagnie wordt verzameld en we stappen weer eens mooi in de pas, per vier over het asfalt van L’Isle-Jourdain. Op de grote markt staan legerauto’s van de onze: een er van is vannacht totaal uitgebrand. Kwaadwilligheid vanwege een Frans heethoofd, nijdige kwaadheid nog altijd wegens dien 28ste mei? Of enkel onvoorzichtigheid van één rokenden schildwacht? Een geluk nog dat ze konden de brandende camion van onder de markthallen en van tussen de andere auto’s uittrekken, anders brandde heel het boeltje af. De pompiers van L’Isle-Jourdain hebben ferm geblust wanneer alle gevaar geweken was. Nu, de wakkerste zullen wel ergens in Noord-Frankrijk vechten?

               Wij houden halt vóór de “Mairie”(gemeentehuis) waar we, na wel een uur tegen de muren en de kolommen of op de monumentale stoep hebben “ geplakt” elk een sterke grof linnenzak in de handen krijgen. Hij wordt gesloten met knoppen, u hoeft er maar uw stro in te duwen om een fatsoenlijken beddenzak te bekomen. Op den duur willen we hier niet meer vandaan.

    druiven

             Vanpoutre is vandaag eindelijk naar de dokter geweest. Hij zat al een tijdje met een soort uitslag geplaagd die na enkele dagen rood te zijn gebleven “rijpte” in geelachtige blazen van wel een centimeter doormeter die weldra openbarsten. Is dat nu een gevolg van verandering van lucht of is het ongedierte of is ’t de kost of… de wijn? Of wellicht die onbarmhartige zon. “Het is melaatsheid” zegt Figoureux, alias Figaro. Die Figaro zal nog spotten als hij al op apegapen ligt!

     

    28ste dag: donderdag, 6de juni.

     

     

    Wasdag! Het is vandaag wel geen zaterdag, maar het werd sedert een paar dagen zo onbarmhartig heet dat we niet meer weggingen op oefeningen, tenzij tot rond  11 uur in de voormiddag. In de namiddag dan, aangezien het al niet veel zin heeft nog veel theorie te geven, zijn we dan maar eens, allemaal naar de openbare wasplaats ons linnengoed en onze katoenen broeken gaan wassen. Het is er zo lekker koel dat weldra de wasbakken vol plassende en plonzende voeten en benen zijn, ook in de beek naastbij is het een gegiechel van natgespoten die elkaar met handsvolle ijskoud water te lijf gaan. ze zijn er algauw met zwembroekjes en het wordt een “ plage” in regel. Wie in “burger” gebleven is, doet best op afstand te gaan zien naar dat spelletje, wil hij nog een drogen draad aan zijn lijf hebben.

                Terug in de weide mogen we dan de wapens kuisen met de vodden en het vet die we hebben. Ik laat het mijne ingevet zoals het al verscheidene weken is en wat we nooit hebben aangedurfd: Ik neem de kolf van het M.G.(machinegeweer) helemaal uiteen en dit als ‘t u belieft, in het bijzijn van de adjudant die naast ons te praten staat met de boer. Dat moest er eens iemand in Mechelen gewaagd hebben, 4 weken geleden.

     

     


    Categorie:gesneuvelden
    » Reageer (0)
    15-11-1999
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.gesneuvelde



     

    29ste dag, vrijdag, 7de juni.

     

     

    Denk eens aan: We gaan hier weg! Er is bevel gekomen, al de wapens, uitgenomen de geweren van het 2 peloton, goed ingevet in het magazijn te verzamelen. Ook het gene wat we niet strikt nodig hebben blijft hier, in de valiezen of papieren pakken. Niemand mag meer meenemen dan hij dragen kan, er komt zo een vage belofte dat we hier terug zullen geraken. Het zou slechts voor een week of zo zijn dat we weg moeten.

             Ze zijn in het magazijn ineens zo mild met het vet dat we tot hiertoe zo moesten afbedelen. We smeren en smeren, de loop steekt vol! We hebben wellicht nog nooit met zoveel voldoening ons wapen ingeleverd. Is het immers niet een teken dat we niet naar het front reizen? Doch ongeluksprofeten hebben het weeral gevonden. We gaan wel naar het front, we krijgen ginder Franse “Lebel” geweren! Het is omdat ze voor de “Mausers” niet genoeg munitie hebben!

                 De strozakken ook worden uitgeschud en ingeleverd. Onze laatste, nacht kunnen we weer op het stro slapen. Nu pas voelen we welk een verbetering die strozakken betekende. Jammer dat we ze niet eerder kregen!

                 We zullen morgen heel vroeg op te staan hebben. Voor 48 uur eten krijgen we mee. Als het maar weer geen reis van zeven dagen wordt! Het is ten strengste verboden stokken mee te nemen, bevel of verbod van Kortleven zelf. Sinds enkele dagen zag u weinig van onze mannen zonder een ferme knuppel waarvan er sommige heel mooi versierd zijn. Het merendeel van de “ stokkendragers “ zijn dan ook vast besloten, hem toch mee te nemen. De mijn is amper twee voet lang en ik zal hem dus wel ergens kunnen camoufleren, tot in de trein! Als we maar eenmaal zo ver zijn…

                Het wordt voor onze laatste nacht heel laat. Het is ver in de kleine uurtjes vóór we, na een worstelpartij en onze traditionele uiteenzetting in de weide ditmaal hoofdzakelijk aan ons afscheid van L’Isle-Jourdain gewijd, voor de laatste maal in ons stro “kruipen”.



    Categorie:gesneuvelden
    » Reageer (0)
    14-11-1999
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.gesneuvelde



    30ste dag: zaterdag, 8ste juni.

     

     

     

    Oei, oei, oei, wat is het nog vroeg als de adjudant ons al komt wekken! Is er nu toch zó een haast bij? En zeggen dat er al mannen helemaal gekleed aan het rondlopen zijn in de halve duisternis! En daar zijn  zelfs de minst ijverige van het peloton bij! Zijn die dan wakker gebleven? Ja, toen ik vannacht, om niet te zeggen “ vanmorgen” slapen kwam, scheen het mij wel toe, dat er rond de hoevegebouwen nog beweging was.

    God weet wat er werd uitgericht! In de duisternis, die echter voor onze geoefende ogen alles behalve ondoordringbaar is, verzamelen we dan zo goed en zo kwaad als het kan onze uitrusting en vóór het helemaal dag is zitten we al op onze blauwe zakken langs de weg naar Lombez, op onze stokken leunend.

    We schuiven of werpen die echter gauw achter ons tussen de pakken, als “onbescheiden” ogen naderen. Daar is warempel Körtleven zelf die zich er van komt te vergewissen of zijn bataljon er niet als een bende koewachters of baanstropers uitziet. Hij ontdekt dan ook een paar “ verboden wapens” en die mannen krijgen een uitbrander met belofte van “ later er meer van te horen! “ Dat we allemaal een beetje onze “stokkenkoppigheid” zouden gaan berouwen!

                Ineens staat daar, op vijftig meter van ons… Burger’s stier! Op een onverklaarbare wijze is die kerel uit de stal geraakt en staat ons daar nu zijn afscheidt “auboude” toe te … brullen… Wie dààr weer de hand in heeft? Het beest kwam omzeggens nooit uit de stal en ik vrees voor ongelukken. Doch hij heeft thans mals gras langs de wegrand bespeurd en ziet de piotten niet staan!

                  “ Op uw plaatsen! Ransels op! “ Luie lange lijven komen overeind, de ransels vliegen met een zwaai over de schouders en de stokken verdwijnen onder de mantels. Doch aangezien Körtleven voorop ging en in de verste verte niet te zien is, komen ze na een paar honderd meter stilaan allemaal te voorschijn om de blauwe zakken te helpen dragen, over de schouder.

    Er zijn zelfs praktische mannen die heel hun verhuizing aan twee samen gelegde stokken tussen elkaar in dragen. Deden we er goed aan, ze toch mee te nemen? Had Körtleven, een blauwe zak te dragen en den ransel en bijgebouwen! Hij zou ook wel trachten een stok te hebben!

                In het station staat waarachtig … de generaal. Er is algauw geen schaduw van een stok te ontdekken. Ons aller “ vader “ staat er te grinniken, met een air van “  Hé! Daar heb ik ze eens fijntjes geleverd!”  “Die Judas! “ Knarsetandt er iemand naast mij. Och, wat heeft die vent al veel in de pap te brokken? Hij schijnt onze officieren tot spoed aan te zetten. Om zelf mee te komen maakt hij geen aanstalten. Wij leggen dit als een slecht voorteken uit. Waar wij heengaan, zal het niet best zijn, aangezien hij hier blijft.

                Daar is echter alweer iets dat aan onze overweging en beschouwingen een bruusk einde komt stellen. Boer Burger is uit het stationsgebouw gekomen, met twee Franse gendarmen. We zitten al in de trein en daar komen ze recht op onze kapitein af? Die naast onze beestenwagen staat. Ik hoor den boer zo iets van “ Saucissons” (kruitworst) en van “échelle”(ladder) vertellen en ik snap zodadelijk het verband tussen het geheimzinnige gerucht van vannacht en Burger’s “saucissons!”De gendarmen zijn spoedig met onze kapitein overeengekomen nopens “huiszoeking die verricht moet worden. Ze nemen gedrieën elk een wagon onderhanden om er zeker van te zijn dat ze de daders zullen hebben, doch dat is juist de redding voor de kerels.

    Een man alleen kan onmogelijk in dien hoop zakken en ransels en soldaten op alles en allen tezelfdertijd het oog houden terwijl hij ransel voor ransel en blauwe zak na blauwe zak tot op den bodem aftast. De gestolen waar kan ook heel gemakkelijk, ongemerkt van tussen den inhoud in de broeken verdwijnen. En aftasten wordt nu niet gedaan, daar de hoeveelheid door Burger aangegeven wel alle verbergen in de broek - of  vestzakken zal uitsluiten! Doch op de ruime soldatenbroeken, langs onder “ water of beter worstdicht” gehouden door de lederen beenstukken, heeft wel geen van de “speurders” gedacht. Er zijn als ’t u blieft zelfs een paar mannen die staan te eten achter de rug van de “ kaper”! er wordt gegiecheld in de hoek en onze Kap die veel te goed is, geeft het algauw op, vooral dar nu de trein aan het rollen gaat en de gendarmen zijn uitgestapt. Ik ontwaar nog even Burger, uit wiens zwarte ogen de moordgevoelens stralen. Hij is blijkbaar woedend dat de trein, door te vertrekken, heel de zaak met een slag heeft geliquideerd.De gendarmen zijn echter volstrekt niet kwaad. Wat moesten ze ook aanvangen met de daders, als ze, ze ontdekten? Burger zou zijn worsten terugbekomen hebben en het was al geweest.

    Deel I


    Categorie:gesneuvelden
    » Reageer (0)
    13-11-1999
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.gesneuvelde



    30ste dag: zaterdag, 8ste juni. Deel II

              

     

     We leren weldra allemaal den smaak of althans den geur van  die worsten kennen. Zelfs de kapitein moet ze in de neus hebben doch hij vertikt het, even om te zien ten einde de dader te kennen. Die man is ten andere van gisteren niet, hij kent zijn “Pappenheimers.” (soldaat van generaal Pappenheim in de dertigjarige oorlog Ik ken mijn m’n pappenheimers, ik ken mijn mensen, ik weet wat ik aan hen heb.) Ik weet heel zeker dat hij ze zo op de man af zou kunnen noemen, zonder verder onderzoek.

    Wij keuren onder ons die onbekommerdheid af en vooral de diefstal, terwijl Burger steeds zo “ fair” tegenover ons gehandeld heeft. Hij was volstrekt niet krenterig, hij had ook vertrouwen in ons en zou ook niet gauw iemand bij de legeroverheid hebben aangeklaagd als ’t enigszins anders kon.

    Doch ditmaal kon hij niet anders want het is toch wel wat over zijn hout gegaan. Wie weet hoeveel voorraadvlees ze hem hier lafhartig ontstolen hebben? Hadden ze maar “geplukt” voor 48 uur, maar wellicht is het hun voor weken te doen geweest!

              Doch het incident is zo gauw vergeten. Onze reis schijnt een heel verloop te zullen hebben dan die van drie weken geleden, van Brugge naar hier. We hebben bijna geen stopplaatsen buiten steden als Auch, Livourne, Angou, Lême, Poitiers. Als het zo doorgaat konden we morgenavond thuis zijn, moesten ze ons althans tot daar willen voeren!

     

    Ik krijg niet weinig “ onder mijn voeten” van Verhoeven en de andere “Schakers” omdat ik mijn schaakbord en spel ’ Isle-Jourdain gelaten heb! Ja daar hebben we onze vorige reis heel wat uren mee dood gekregen. Ik weet zelf niet waarom ik het achterliet. Het steekt bij mijn vulpen, mijn kerkboek, mijn Duits woordenboek, mijn burgerschoenen allemaal zaken die ik voor deze reis als nutteloze ballast beschouwde.

                 Als ’t avond zijn we dus waarachtig de Loire heel dichtbij gekomen en ’t is met een eigenaardig mengsel van allerlei  tegenstrijdige gevoelens dat we voor de nacht onze schuifdeuren toerollen. Geraken we nog ooit weer in dat L’Isle-Jourdain waar we aan begonnen te houden! Ontwaken we vannacht door het kanogebulder? Hoe velen van ons zullen de volgende week mogen uitdoen?

              Doch ik zelf lig ditmaal heel wat gemakkelijke dan verleden maand, in dien “Geschuttoren” en daar de voorgaande nacht voor enkelen van ons maar een paar uurtjes geduurd heeft, is het weldra een ronkende en grollend kluwen dat in de koele nacht het noorden tegemoet bolt. In slaap in mijn gedachten bij Armand Burger, wellicht is de lucht hier binnen zo bezwangerd met “Saucissengeuren” dat die mij tot in mijn slaap de figuur van onzen “hospes” zullen voortoveren.

     

     

     


    Categorie:gesneuvelden
    » Reageer (0)
    12-11-1999
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.gesneuvelde



     

    31ste dag: zondag, 9de juni.

     

     

    Gelukkig zijn de deuren al open als ik wakker word. Het moet hier nogal gegeurd hebben, dezen morgen!

                Een stralende dag! We zijn al ver voorbij de Loire en bollen op Parijs toe. We volgen de “grande ceinture “ rond de hoofdstad en stoppen te St. Germain- en - Laye, in een goederenstation. We zijn er nog maar of we moeten ons spoeden om uit de statie te zijn. Men vreest luchtaanvallen. We gaan dan maar uren lang in de zon liggen luieren onder het weinig sympathieke oog van de Parijzenaars die nog altijd 28ste mei in de neus hebben.

               In de straat werken dikke roodneuzige mannen aan versperringen. Ze breken de mooie macadam open en planten er bomen en ijzeren bolken in. Ze bezien ons ook als menseneters. We trekken het ons allemaal niet veel aan.

               Het is al heel laat als we eindelijk naar het “Collége” geleid worden waar we de nacht zullen mogen overbrengen. Een ongehoorde luxe wacht ons hier: bedden! Het zijn de ijzeren eenpersoonsbeddekens van de internen. Het is wel treffend hoe we die allemaal zo spoedig gewoon zijn, hoewel het thans zo wat een maand is dat we er geen meer zagen, verre van er in te mogen liggen!

                                           

     

     

     

     

     

     


    Categorie:gesneuvelden
    » Reageer (0)
    11-11-1999
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.gesneuvelde

    Ze zijn ons aan het verwennen: wassen onder de kraantjes, lekkere warme koffie bij ons brood, een stoeltje naast het bed om op te zitten!...

             We mogen deze voormiddag natuurlijk niet uitgaan. De bewaking aan de poort van onze school is echter zo weinig nauwlettend dat ik, als sergeant, gemakkelijk op straat geraak, waar ik even een dagblad ga kopen. “Forges-les- Eaux zou door de Duitsers bereikt zijn, ’t is al van “Tête-de-pont” alhier en van “colonne motorissée” aldaar, zodat het begrijpelijk is dat de mensen hier in de voorsteden van Parijs een beetje zenuwachtig beginnen te worden.

              Ik koop mij ook een “Evangelie”, daar we zo volledig van alle ernstige lectuur werden gespeend, 5 à6 weken geleden. Het treft me hoeveel mensen hier nog ernstige degelijke boeken aan het kopen zijn, in deze zo angstige en beroerde dagen.

               Doch wat een droevige stoet op de grote baan die, van uit het noorden, uit de richting van “Pontoise”, dwars door St. Germain over Versailles naar het zuiden leidt. Het zijn meestal boeren uit “Picardië” waarvan vele ongetwijfeld van Vlaamse afkomst zijn. Ze hebben reusachtige tweewiel karren met in de tramen een zwaar voskleurig of een wit paard gespannen, soms zelfs is dit nog door een of twee ander voorafgegaan, want de lading moet soms duizenden kgr wegen. Hele geslachten zitten bovenop een mengelmoes van alle mogelijke, nuttige en overtollig huisraad. Grootmoeders en kleinkinderen zitten in hun stoel ergens tussen een matras en een keukenkast, tot vogelkooien toe en salonstoelen, zie ik er hier en daar bovenop liggen. Onderaan, in een soort vierkante hangend trog, ligt een zak haver of zitten in een kooi een paar hennen met een haan of een half dozijn konijnen. En van tijd tot tijd moet dat alles stoppen en een legerauto of moto dan doorgang verlenen, daar deze met drukdoende haast alles opzij drummen en toeteren dat de paarden er van opschrikken.

                ’s Middags stappen we de wijd open poort uit, per vieren naar de kazerne, een tiental minuten gaans, om te noenmalen. We zitten in een reusachtige eetzaal met “echte” tafels en troepenbanken. Het duurt natuurlijk langen tijd vóór de “tafelbediening” tussen haakjes Franse soldaten, waarbij enkele van de onzen, iedereen hebben geriefd.

    We krijgen een flinke “schep” van een soort “bouillabaisse” een stuk brood en daarna dan nog wat zoetigheid, een onbekend vruchtenmoes, alles een beetje vreemd voor onze Vlaamse magen, maar het schuift toch vlot naar binnen.

    Later mogen we op de koer aanschuiven met wat we als drinkgerief mee hebben, daar voor elk een kwartliter rode soldatenwijn, voorzien is, dien wel niemand zal geweigerd hebben!

                 

     

     

    Bij het naar huis gaan is Van Diepenbeeck weer eens gehoorzamend aan zijn goed hart, de barmhartige Samaritaan geweest, toen een paard van een van de verhuiswagens gevallen was en de boer het niet alleen op de been krijgen  kon. En zeggen dat John vroeger nooit met paarden omgegaan heeft!

                  ’s Namiddags, weer in gesloten gelederen, naar de goederenstation om onze blauwe zakken die gisteren in de fourgon(goederenwagen) mochten blijven liggen toen we uitstapten. We ontmoeten er een hele groep zwarten. Ik ben algauw in druk gesprek met een van hen, die tamelijk goed Frans spreekt. Hij laat ons zijn mes zien, zonder het echter ooit voor lange tijd uit handen te geven! Het is wel 40 cm. lang en vier vingers breed, een echt slagersmes, en snijden! Als een scheermes. Onze zwarte spreekt over de “boches”(moffen) als over wild en maakt het gebaar, oor af, neus af. Wee den Pruis die in de handen van zulk een kerel geraakt!

     

     


    Categorie:gesneuvelden
    » Reageer (0)
    10-11-1999
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.gesneuvelde



                                                   

     

    Met hun vettige bruine vingers zitten ze nu achter hun rijstebrij waarin fijngehakt vet vlees gemengd is, naar binnen spelen. Ze zien er met hun witte kijkers en grote tanden in die zwarte wezens alles behalve zoete mannekens uit. Een van hen laat ons ook zijn armbandplaatje zien met zijn stamnummer en adres, waarop ik lees dat hij van de klas 38 is en uit Frans equatoriaal Afrika komt. Zijn naam vergeet ik bijna onmiddellijk!...

               Terug binnen gaan we op onderzoekingstocht in de school en ik ontdek er onder meer een Lutherse bijbel in het Duits, ook Engelse leerboeken. Sommige van onze kamer gaan veel verder en eigenen zich alles toe wat maar enigszins hebbers waarde toeschijnt! Ze zijn achter de feestzaal om, in de woonkamer van de bestuurder geraakt en geen enkele lade is voor hen veilig, geen enkele vaas op de schouw waarin ze niet snuisteren.

               Deze avond mochten we opnieuw naar de kazerne, om er te eten. Weer hebben we een incident beleefd, dat ditmaal een noodlottige afloop had kunnen hebben.

    Een Algerijn is zo goed als razend geworden, naar het schijnt komt hij van het front en daar zal het hem op de zenuwen te machtig geworden zijn. Hij wil volstrekt iemand te lijve, hij is echter zo zat als een Zwitser en zo weet hij niet waar hij terecht komt. Hij heeft thans een revolver te voorschijn gehaald en iedereen vlucht weg als hij maar even in onze richting nadert. Hem gaan ontwapenen durft niemand, al zijn hier honderden Franse en Belgische soldaten op de koer. Van Diepenbeeck heeft weer goesting genoeg, maar wij weerhouden hem. Eindelijk is een reus van een vent, een Fransman, hem langs achter genaderd en is er bovenop gesprongen, de revolver is op de grond gevallen, een van de onzen springt toe om hem uit de wildemans bereik te houden en nu wordt deze onder sterk geleide terug in de doos geduwd van waaruit hij daar even ontsnapte. Hij schuimbekt van woede…

                Terwijl  we dan staan te wachten op onze kwartliter komen een zestal piotten ons vertellen dat ze daareven een Duitse parachutist hebben mogen “Fusilleren”. Wij keuren hun vreugde af, onder ons, en in het Vlaams, maar sommige verstaan wel enigszins de zaak. Die wijze, om achter de linies neer te komen en de vijand in de rug te nemen is zo nieuw dat ze ons iet of wat onvriendelijk voorkomt, al is het een manier van oorlogvoerend lijk een andere.

               Voor we ons te bed leggen, moeten we nog iemand die naast de kazerne woont, een beetje mores leren. Hij heeft zomaar, daar beneden, een onafgeschermde lamp van wel 60 watt aangeknipt, dat het straalt als een zon! Het is dan ook in weinig vleiende termen dat we hem aan ’t verstand brengen: “ Ze moet uit… Of!...



    32ste dag: maandag, 10 juni. deel II


    Categorie:gesneuvelden
    » Reageer (0)
    09-11-1999
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.gesneuvelde



    33ste dag: dinsdag, 11de juni.

     

     

    Het is nog niet laat in de voormiddag of daar hebben we het al. De schoolbestuurder is vanmorgen of gisteravond binnengekomen en heeft er zijn woning overhoop gevonden en ontdekt dat er voor honderden en zelfs duizenden franken werd gestolen aan gouden en zilveren uurwerken, ringen, enz. Hij eist dan ook een streng onderzoek en voorbeeldige straffen.

    De ene dader zal weldra de andere uitbrengen en onder de 5 à 6 ondervraagden zijn er een paar die zeker heel eenvoudig getuige waren van het misdrijf, hun verleden is er borg voor. We hebben bijvoorbeeld allen innig medelijden met Smet, de grootste en wellicht de braafste soldaat van ons peloton. De kapitein ziet het voor hen alles behalve rooskleurig in. Hij vreest, gezien de oorlogsomstandigheden, dat ze er het leven zouden kunnen bij inschieten.

            Moet de Fransenoverheid de zaak in handen nemen, zegt hij, dan kunnen wij er niets meer aan doen. De beklaagden zitten er dus heel bedremmeld bij. Toch wil geen van hen de gestolen zaken te voorschijn halen, wellicht vrezend dat hij dan, als hoofdschuldige zou boeten voor allemaal.

    Niets hebben de zorgvuldige opzoekingen in de ransels en blauwe zakken teweeggebracht. Bij gebrek aan cachot worden de booswichten maar in een klas opgesloten, met een schildwacht vóór de deur.

                 Vanavond zaten de officieren in de eetzaal van de leraars, wij waren al terug van de kazerne waar we lekker geavondmaald hadden, toen opeens een hele formatie vliegtuigen, vlak boven ons aan het mitrailleren gingen, naar elkaar, of naar een doel op de grond, dat weten we niet. De officieren, vertelden later de ordonnansen die hen bedienden, sprongen over de tafels om het eerst in de kelder te zijn. Wij zelf in plaats van de schuilplaatsen vlak naast ons te gebruiken, staan er op te zien, zoals we deden in Brugge, vier weken geleden. Tot de gevaarlijke vogels, de ene in zuidelijke richting, de andere in noordelijke richting verdwijnen. We laken eenparig de handelswijze van onze oversten die, zonder aan hun onderhorigen te denken, maar gauw hals over kop hun eigen vel redden. Was er gevaar, dan moesten ze ons de schuilplaats in drijven, was er geen, dan hoefden ze niet hals over kop in de kelder vluchten.

                Als alles voorbij is horen we de officieren in hun eetzaal druk beraadslagen, waarschijnlijk over wat er nu te doen valt, gezien het front schijnt te willen de hoofdstad bereiken. Om aan de verdedigingswerken van Parijs te helpen arbeiden, zullen we wel te laat zijn! Ja, daar komt onze kapitein ons mededelen dat we vannacht van hier vertrekken. Hij leest ons een hele reeks mededelingen die waarschijnlijk van onzen aftocht, al lang werden gereedgehouden.

    Elk mag maar zo en zoveel linnengoed en de aller- nodigste zaken meenemen want we gaan te voet tot “Etampes” waar we de trein ons zal opnemen! En we hebben maar drie nachten om daar te komen, overdag valt er niet te reizen uit vrees voor de vijandelijke vliegtuigen.

                  De kapitein heeft niet eens de tijd om alles af te lezen, want daar zijn alweer de vijandelijke jagers, hij springt van de hoop grond waarop hij stond en waaronder de schuilplaats ligt en verdwijnt weer als de bliksem, recht naar de deur van de eetzaal terwijl ook de andere officieren de kelder binnenbuitelen. Die zal wel veel veiliger zijn dan de lichte schuilgangen op de koer die enkel van takken en aarde gemaakt zijn.

                 Wij van onze kant gaan dus zonder verder bevelen af te wachten onze ransels “marsgereed maken”, met wat hartzeer sommige zaken achterlatende, want ditmaal voelen we heel goed dat we onze blauwe zakken nooit meer zullen weerzien, spijts de belofte dat ze per auto achterna zullen worden gestuurd! We zitten daarna onder de overdekte galerij te wachten tot het helemaal donker geworden is en stappen dan de wijd open poort uit, nauwe en pikdonkere, verlaten straatjes in, het onbekende tegemoet.

     

     


    Categorie:gesneuvelden
    » Reageer (0)
    08-11-1999
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.gesneuvelde



              

    33ste dag: dinsdag, 11de juni.  Deel II

     

     

    We komen langs de Seine kaai bij “Port Marly”, wat ik op een verlichte wegwijzer lezen kan. We moeten zo dikwijls links en rechts inslaan dat we telkens  de hemelkoepel met de bekendste sterrenbeeld moeten raadplegen om te weten of we zuid, dan wel noordwaarts aan het stappen zijn in de stillen donkeren nacht.

                  We hebben nogal wat last met de heuvels in de Seine bocht. Bergop stappen is niet zo erg, gesteund wat harder op de stok, want die heeft het merendeel van ons bewaard, maar bergaf is het een lastig werk de ransel wil vooruit, ook het lichaam komt telkens met al zijn gewicht op de arme voeten neer die niet goed weten of ze op dan wel tussen en van de grote rode “pavés”(straatsteen) van het noorden zullen terecht komen.

    We worden op den duur zo moe dat niemand nog op zijn plaats gebleven is, de kolom rekt en rekt. Gelukkig komen we na een tijd op asfaltweg, bij elke uurhalte, die echter soms wel anderhalf uur op zich laat wachten, vallen de mannen midden de baan neer waar ze na een paar minuten in slaap vallen!

    Er zijn er die een flinke por in de ribben van doen hebben, anders blijven ze liggen wanneer de halte over is. Ik was het al spoedig beu, voor mijn kepie te zorgen, en voor we een uur gegaan hadden vloog hij de lucht in dat hij drie of vier rijen achter ons tussen de mannen neerviel. Borrey had hem te stekken en zette hem lachend op. Hij heeft er heel wat succes mee gehad, dien nacht.

     


    Categorie:gesneuvelden
    » Reageer (0)
    07-11-1999
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.gesneuvelde



    34ste dag: woensdag, 12de juni.

     

     

    Een van onze luitenanten, ik vermoed dat hij van een peloton ver achteraan tot hier is doorgedrongen, werd door een heilige gramschap aangegrepen toen hij zag hoe lam en lui ze bij ons de zaken opnemen. Hij dreigt zelfs de slapers met de stok zodat sommige van de kwaadste het met hem lelijk aan de stok krijgen. Ten laatste vinden er enkelen een middel om in een café binnen te geraken en zitten er nu op een echte “mensenstoel”hun razende dorst te laven, op gevaar af dat ze heel de colonne zullen zien voorbijgaan.

              Als de dag aanbreekt ben ik ook wel een half uur ten achter bij het hoofd van de colonne, maar daar komen de vluchtelingen al uit het noorden en ik spring op de treeplank van een zwaarbeladen auto waarmee ik triomfantelijk tot helemaal vooraan rijd. Het is tijd dat we stoppen zoniet is Körtleven, eer het een half uur later is, heel zijn batterij kwijt, want alleman ziet nu uit naar een vervoermiddel.

              Doch gezien het gevaar dat van uit de lucht dreigt, over dag, houden we dan ook stil nabij het stadje “Plaisir”! (In Plaisir maar verre van plezier!) We mogen slapen onder de bomen van een boomgaard doch in het natte gras vind ik het weinig interessant en ik heb weldra een mollig nest in een stal op den overkant van de baan waar ik Körtleven en alle rustverstoorders uit het vaarwater blijft. Franse soldaten zijn in het huis gelegerd, heel waarschijnlijk op eigen initiatief en broederlijk delen ze wat ze nog veel broederlijke uit de kelder hebben gerobberd! Ik ga daarna even zien wat er in onze “keuken” te profiteren is en zo heb ik bijna half mijn goesting! Want de hoger die men voelt na zo een nachtelijke wandeltocht is iets merkwaardigs!

    De vluchtelingen die voorbij komen hebben vers brood mee van wel een meter lang, doch enkel de gelukkigste. Ze kochten het, zeggen ze mij, in Plaisirs, na uren wachten. Daar zal ik dan maar ook eens mijn kans wagen. Het is een hele wandeling, doch zonder uitrusting is dat nu niet zo erg. Bij de bakkerij, die potdicht is, staan al wel vijftig mensen en nog altijd komen er bij. Aan de Franse soldaten op den overkant van het dorpsplein, worden uit een legercamionette broden genoeg uitgedeeld, maar daar is voor de Belgen niets te krijgen; 28ste mei! Eindelijk gaat de bakkerijdeur open, de veldwachter laat nog een tiental personen binnen en .. weer toe. Langs achter komen ze buiten met elk een pond lekker vers witbrood! Ten langen laatste sta ik ook voor de toonbank als er juist een nieuwe voorraad, nog dampend, van uit de bakkerij wordt binnengebracht.

              In het terugkeren, ontmoet ik bendekens piotten die thans ook de bakkerij hebben “ geroken”. Ze gaan op hun beurt afwachten. Hun succes ginder in Plaisir groeit met het uur het pleintje staat nu vol!

              De verdere dag wordt één luieriken onder de bomen en langs de wegrand waar aldoor de colonnes vluchtelingen uit de streek rond Parijs te voet, per fiets, met karren, wagens, auto’s en moto’s voorbij sukkelen. Tegen avond, als de baan zowat verlaten geraakt, moeten wijzelf dan weer opstappen. We zijn gloeiend kwaad omdat ze ons niet overdag laten verder gaan, dan hadden we minstens nog onze nachtrust.

             In het begin is het macadam maar na een paar kilometer komen we op lelijke grote plaveien die van het gaan een ongemakkelijk werk maken. Vooral in Neauphe-le- Chateau is er een sterke afzink en met onze zware verpakking is het bij iedere stap als een duw in de nek die ons wel 10 kilo zwaarder maakt. We zijn het allemaal beu en plannen worden gesmeed om er uit te trekken, de rest van de nacht ergens in het stro te slapen en dan overdag verder in Etampes te geraken dat nog zo ver af is! Onze eerste poging mislukt natuurlijk. Ik spreek af met Raets, een kerel uit de Limburgse bossen die niet van een kleintje vervaard is. We springen dus samen over de gracht, zogezegd om te wateren en staan achter een muur met het inzicht de colonne te laten voorbij stappen. Doch een kapitein ziet ons en jaagt ons weer voorop. Vijf minuten later is er weer een kans. Een Franse legercamion rijdt ons voorbij, we zien nog juist op tijd dat ze achterop zo een mooie treeplank is, hup! Er op en we zijn weer weg!

    Nu zijn we helemaal vóór de hele colonne, maar onze chauffeur zwenkt plots naar rechts, we vrezen dat hij weer het noorden inrijdt en we springen er af.

     


            De weg is nu weer beter, we hebben tijd gehad om tien minuten extra rust te nemen en bij volgende uurhalte halen we weer een poging uit; ditmaal is Lhoneux mijnploegmaat. Met lege drinkbussen in de hand gaan we door als alleman neerligt of zit. Helemaal vooraan zitten echter mannen van de état-major (generale staf): Körtleven, een paar officieren, onze adjudant. Körtleven vraagt: “ waar gaat u geen, om drinken mijn Majoor” “Weeral drinken? Wacht nog maar een beetje!” Met hangende oren terug op ons plaats!

            Dan maar grote middelen gebruiken! We springen Bij de eerste struiken die we bemerken weer eens over de gracht. Sluipen tot achter het lover, zogezegd weer om iets wat niet uitstelbaar is te verrichten en zitten er nu gehurkt af te wachten tot allen voorbij zijn. Ditmaal zetten we geen stap verder, we wachten hier desnoods een uur, als het moet. Doch na zo ongeveer 15 minuten, ja zo lang is de colonne geworden, sterven de laatste voetstappen in de verte weg! We slaken beiden een zucht: verlost, vrij!

            Het is nu zaak, niet ver meer lopen, anders dient het tot niets, van de karavaan af te zijn. Rechts van de weg, op een paar honderd meter, staat een hangaar ver van alle huizen, waar we veilig zullen slapen.

            Doch hoe nader we komen, hoe meer we bedenken dat de zaak niet zonder gevaar is. Daar kunnen mannen liggen die ons op het lijf vallen, uit schrik. Dan maar onze wapens getrokken: Ik mijn stok uit L’Isle-Jourdain en Lhoneux een flinke Lierenaar van een halve voet lang. Er zijn zo een heel groepje mannen, dat er zulk een zitten hebben in een lederen, schede, ik had er soms gezien in Mechelen. Zo sluipen we nader en nader tot we opeens een geritsel horen, ginder boven in het stro. We houden stil, gereed om toe te slaan en te steken op al wat te voorschijn mocht komen. Het geritsel houdt echter aan en is heel waarschijnlijk van een kat of een hen afkomstig. We leggen ons dan maar in het stro neer en slapen weldra als marmotten.


     


    Categorie:gesneuvelden
    » Reageer (0)
    06-11-1999
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.gesneuvelde



    35ste dag: donderdag, 13de juni

     

    Honger komt ons wekken. We houden er echter aan, ons eerst te wassen en vinden weldra het nodige, want hier hebben troepen gelegen. Er ligt van alles, zodat we besluiten dat ze haastig vertrokken zijn: valiezen die niet ledig zijn, scheergerief, brood, schoenen, linnen zelfs vesten en soldatenmantels, een drinkbus van zeker twee liter inhoud, die onmiddellijk de onze vervangt, enz., enz. Al wat dienst kan doen wordt opgeëist! Onze versleten spullen gaan de hoop vervoegen! Een ding is niet veel te vinden en dat is drinken, zodat we zo snel mogelijk opkramen en op zoek gaan naar de pomp. Bij een oud boertje mogen we putten zoveel we willen, er is een soort kettingpomp die het water van uit een buis bij middel van gummi ronde schijven naar boven brengt. Het boertje zit bij zijn radio te luisteren en doet zijn beklag over dat het nu al zijn derde oorlog moet beleven.

              Van daar trekken we verfrist en versterkt, op le Tremblay- sur- Mauldre  toe als Lhoneux opeens een goede kennis ontmoet, een piot die eveneens zijn eenheid heeft laten gaan waar ze wilden. Ik stap op het gemakje verder, Lhoneux: “zal mij wel weer achterhalen” zegt hij. Doch ik wacht en wacht en hij blijft weg…

                Onder een appelaar zitten vijf van onze mannen. Het is een plezierig weerzien. Daar zijn de onafscheidbare: Keulemans en Caron, verder Van Hoyweghen, Slegers en Janssens. Ze schijnen er al een tijdje te hebben gelegen, ik zie een heel ontbijt uitgestald op een deken. Ja, ze hebben daar geslapen, doch heel laat in de nacht. Ze hadden eerst ferm gedronken na de colonne te hebben verlaten.

               Nu worden allerlei plannen besproken. Er zouden al heel veel mannen op eigen houtje over Franse wegen dwalen. Het beste plan is volgens sommigen een hoeve bezetten, daar deze nu toch allemaal verlaten zijn. Ze voort uitbaten en de troepen er laten voorbij komen. Waarom niet?

     

     

              Doch het is nu de tijd niet om plannen te maken maar wel om ze uit te voeren. Ransels op en weg, naar St. Remy l’ Honorè. In de verte zien we reusachtige rookzuilen, zwart en onbeweeglijk. Iemand weet ons te vertellen dat het de voorraden brood zijn die de Franse overheid in brand steekt.

    Jammer dat we er niet elk een paar kilo van in onzen broodzak steken hebben! Om ons te troosten staan echter de lekkerste aardbeien Ver in de hovingen wagen we ons toch niet, er kunnen altijd honden op de loer liggen! Als we niet ver meer van de grote baan N10 naar Versailles gekomen zijn, komt uit het noordoosten een vliegtuig op tamelijk geringe hoogte. Een vrouw vraagt mij of dat wel een Franse machine is. “ Ik geloof het niet,” madam! Ik heb het nog maar gezegd of we horen hem mitrailleren. Het moet op de grote baan zijn dat hij het gemunt heeft, waar een ononderbroken stroom van vluchtende burgers en troepen het zuidwest in sukkelt.

            De grote baan verlaten we bijna onmiddellijk nadat we er op gekomen zijn. Bij Les Essarts- le Roi staan pylonen van de Parijse radiozender en als we er nauwelijks 500 meter voorbij zijn, horen we met een geweldige ontploffing de instellingen dynamiseren. Het is wel een teken dat de zaken er bedenkelijk beginnen uit te zien voor het Parijse.

     


    Categorie:gesneuvelden
    » Reageer (0)
    05-11-1999
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.gesneuvelde




    Vervolg van de 35 ste dag

      In het dorpje zelf zit een herberg stampvol Belgische soldaten. Een sergeant die we voor een grappenmaker kenden en die er altijd de moed hielp inhouden, zit er helemaal gedemoraliseerd. Slechte voeten! “Ik ga niet verder” zegt hij, “ik laat mij krijgsgevangen maken”.

             Een eindje verder ligt ons eetmaal zo maar voor het rapen langs de weg: een heel paard! Het vertoont echter geen wonde en we betrouwen het spel niet verder. Ik snijd met mijn scherp mes en met veel moeite een mooi vierkant venstertje in de achterdij en de lap vlees geven wij aan onze hond, die ons sinds enkele uren volgt. Hij wil er echter niet van en zo betrouwen wij het spel ook niet.

             Het dunkt ons dat we veel tijd verliezen zo zonder “reisplan” voortdrijvend op goed geluk af. Ik trek dan maar mijnstoute schoenen aan en vraag in een “Mairie” of ik niet een kaart van de Seine-et- Oise kan meekrijgen, die op de kalenders van de P.T.T. afgedrukt staan. Heel vriendelijk zijn ze daar en ik mag seffens dat kaartje meenemen. Nu gaat het heel wat beter om de kortste weg te vinden naar Etampes, als we daar nog wel ooit zullen geraken, vóór de vijand ons te stekken heeft.

                                           

              In het bos staan veel wilde “aardbeziekens” doch om onzen groeiende honger te stillen is dat toch wat klein. We hebben daar op dit tiental kilometer, van St. Benoit tot bij Clairefontaine eens goed gevoeld wat het is , te moeten verder sukkelen zonder eten met een immer prangende leegte in de maag. En dan zien we nog mannen met het geweer aan de riem. “ Gooi die weg! Wat kunt gij daar nu mee uitrichten,”

    Doch ze willen er niet van weten en doen heel krijgshaftig zo voort! Wat zijn er toch “ bleus” in de wereld!

              Eindelijk is een Franse onderofficier ons genadig en ziende dat onze smeking om eten dubbel en wel gerechtvaardigd is, zendt hij ons naar een veldkeuken, enkele minuten voorbij Clairefontaine. We zien niet goed wat we krijgen, zo een haast hebben we om het in het ruim te stouwen! Doch het smaakte, en daar het toch maar overschot is van het avondmaal van de compagnie mogen we eten tot alles op is. Een mens kan toch tegen veel vóór hij er bij valt, zowel in het honger lijden als in het eten.

              Dan wandelen we met veel meer moed verder in de richting van St. Arnoult. We zijn in volle “ Franse bezetting “;;; overal soldaten camions, kanonnen. Vliegtuigen komen over, wij trekken het ons niet veel aan, er zijn tamelijk veel wolken, waarom zouden we niet doorstappen? Doch de Fransen hebben het zo niet op en ze verdwijnen in het bos als muizen in hun holleken!

               Dorst, vrienden lief. Daar is echter een lokkende put met een emmer aan de ketting. Wat we daar geplast en gezopen hebben met zes man ware genoeg om een hele kudde te leven. Ik vergreet er zelf mijn helm mee te nemen die ik aan het hekken gehangen heb.

              Nu komt de vaak, het is ten andere al goed aan het donkeren. We geraken in een schuurtje tussen Franse troepen die ons heel vriendelijk ontvangen. Ze hebben ook al enkele dagen “ gejoold” en dat maakt een mens medevoelend voor het leed van een ander.

              Er valt van weerszijden heel wat te vertellen doch alleman is te moe en er komt maar weinig van. Daar de maag ons ditmaal gerust laat komt de slaap heel gemakkelijk.

                                         


    Categorie:gesneuvelden
    » Reageer (0)
    04-11-1999
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.gesneuvelde



    36ste dag: Vrijdag,14de juni.

     

     

    ’s Morgens, als we ons gewassen hebben en de resten brood en wat er al meer eetbaars te vinden is, hebben “in zekerheid” gebracht, is ons eerste werk, een terdege onze slaapzaal af te zoeken naar al wat ons kan van dienst zijn. De dertig of veertig mannen die hier gelegerd waren, zijn vannacht, zonder ons te wekken, verder getrokken. Keulemans vindt weer het eigenaardigste en het vreemdste.

    Een roden armband met hakenkruis, gestempeld: “ Saarbrücken” Hij durft hem echter niet bij zich houden en zo steek ik hem dan maar op zak. We zijn nu toch stilaan aan het veranderen van uniform, ons gasmasker was ons ook al te zwaar, ik ben zonder helm, Janssens heeft al een Franse rugzak in plaats van zijn ongerieflijke en onesthetische “Mills” enz. We zijn nog niet vergeten dat we gisteren hoger leden en daarom zoeken we nog even alles af, doch er is weinig eetbaars te vinden. Dan maar, op goed geluk af de baan naar Dourdan genomen. We zijn nog niet ver of daar treffen we een buitenkansje. Een compagnie Franse infanterie, die haar stukgeschoten camions moet in de steek laten. Brood sardienen en wijn worden uitgedeeld en eerst en vooral aan wie maar enigszins met het leger iets te maken heeft. Met elk een paar broden van twee pond en een paar dozen sardienen zijn we nu toch voor een paar dagen tegen honger verzekerd. Een eindje verder ligt een half pak “zandchocolade” in het natbedauwde gras, dat we heel broederlijk delen. Vroeger zou niemand het zelfs hebben willen proeven!

             Doch nog veel beters wacht ons: een hele reeks, wel acht of tien grote autobussen rijden op Dourdan toe, enkele burgers zitten er al in en als we teken doen naar een van de voerders laat hij ons heel vriendelijk meerijden! Nu zijn we er uit; eten, drinken en gratis vervoer.

              De grote banen worden stelselmatig gemeden zodat we enkel weten dat we zuidoostelijke richting rijden. Dat we Etampes voorbij zijn verontrust ons niet in het minst. Negen kansen op de tien dat daar al evenmin als in St. Germain een trein zal staan te wachten op ons en dan rijden we toch nog liever per auto naar de “Midi” dan er te voet heen te “tjolen”!

              Keulemans, die is weeral de man van de situaties; heeft hij niet, in een soort bergplaats onder zijn bank allerlei lekkers gevonden, tot confituur toe? Waarschijnlijk van vluchtelingen die met deze wagen hebben meegereisd, al kan het ook wel de eigendom van de voerder zijn! Doch zonder blozen wordt alles in “veiligheid” gebracht in heer “Keulemans” broodzak.

     


    Categorie:gesneuvelden
    » Reageer (0)
    03-11-1999
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.gesneuvelde



                                      

      Heel de colonne stop stopt rond Pithivier en al de burgers moeten er uit. Wij mogen verder mee en zijn er een beetje fier om! We rijden nu langs smalle veldwegen een bos binnen dat tamelijk groot moet zijn.

    Eindelijk worden al de wagens langs de zoom van een dicht perceel struiken opzij gezet en een officier komt ons mededelen dat er niet verder gereden wordt.

                 Het ziet er voor ons nu juist niet zo rooskleurig uit: midden in een bos, de zon al heel laag bij de horizon, zonder iets om enigszins de nachtelijke koelte van ons lijf te houden ten zij de deken die we dinsdagavond meenamen. Doch we hebben niet te kiezen en moeten er door. Gelukkig zien we, op een 500 meter van de weg een soort hut in een open dennenbos en wat het ook zij verder zoeken we niet.



                                         

                Het is een kolenbranders hut. Het is er onmogelijk vuil! Een bed als er daar stond heb ik in mijn leven nog niet gezien. Het rook er zoals het er wel moest ruiken, met zo een huisraad.

    Lang kan het niet verlaten zijn, vinden wij, want er ligt een dagblad van verleden zondag. Wat er ook gebeurt, hier binnen slapen we niet. Nog liever sterven van de koude, dan door longvergiftiging! Buiten liggen onder een afdak, tientallen zakken waarin de houtskolen worden vervoerd. De oven staat op 20 meter; een kegelvormige hut, met aarde dichtgemaakt en waar we binnen kunnen langs een opening van nog geen vierkanten meter groot. We spreiden er onze zakken uit, daarboven wat heidekruid, weer zakken en jagen de talloze muggen buiten door sigaretten rook en veel gezwaai met onze handdoeken. Dan nog een paar zakken als voorhangsel in de deuropening en ons lager voor vannacht is weeral eens veertig. Janssens wil er niet van weten en verkiest buiten te slapen, in zijn deken gewikkeld, ten prooi aan al de muggen van het bos!

               Het is hier zo stil en zo vredig dat we bijna niet kunnen geloven dat enkele minuten verder hele colonnes langs de wegen dwalen en dat enkele tientallen kilometers noordwaarts de tanks en de kanonnen aan het razen zijn.

     


    Categorie:gesneuvelden
    » Reageer (0)
    02-11-1999
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.gesneuvelde



               

    37ste dag: zaterdag, 15de juni

     

     

    ’s Morgens gebruiken we al wat ons maar dienen kan, we hebben regenwater in overvloed, een driepikkel waaronder we vuur kunnen maken, doch dat zal ons alles van niet veel nut zijn, we blijven hier niet.

    De ene stelt voor, terug naar het noorden te gaan om achter het front in de bezette streek te geraken, een ander zou hier willen blijven, maar de bevoorrading zou wel te wensen overlaten, zodat we dus maar weer op de baan van Pithiviers aanstappen.

               Daar wacht ons een verrassing: een hele sectie Franse artillerie heeft er evenals wij de nacht overgebracht, beschut door het dichte gebladerte en nu zijn zij juist aan hun morgenmaal als wij bij hen komen. Ze delen broederlijk van hun lekkere macaroni en vleesconserven mee en ook het wijnvat mogen we hartelijk aanspreken. Er zitten mannen op de loop van de kanonnen, zo overbevolkt is hun groep. En toch wordt er nog middel gevonden om ons gezessen te logeren. Die kerels maken grappen onderweg als waren ze op een uitstapje. Waarom er ook verdriet in gemaakt? Als we de Loire naderen gereken we stilaan in zo dichten stroom van vluchtelingen, dat er omzeggens geen doorkomen aan is. We horen mensen die er over klagen dat ze in 24 uur niet meer dan 20kilometer zijn vooruitgekomen. En toch moet onze colonne nog voorrang hebben. Onbarmhartig worden fietsers en mottorijders, boerenkarren en zwaarbeladen toeristenwagens opzij gedreven en zodoende geraken we toch tot in de nabijheid van de stroom.

                                                       

             Doch nu begint het er uit te zien dat we niet meer verder komen zullen. De menigte voertuigen wordt zo dicht dat er noch rechts noch links meer kunnen worden uitgeweken. Eindelijk kwamen we te voet veel sneller verder. We nemen dan ook afscheid van onze gastvrije kanonniers en stromen met de menigte over de lange brug.

           Janssens en nog een paar andere stellen voor nu we de brede, maar ondiepe stroom over zijn, even een deugd doende bad te nemen in de Loire, maar ik ben er niet voor, ook de voorzichtige Slegers raadt het hun af, die brug kan immers elk ogenblik het doelwit van de vijandelijke vliegtuigen worden en dat zou ons kunnen een “’ warm” bad bezorgen!

             We wensen ook de stroom van de vluchtende niet te volgen die zuidwaarts doorrolt, doch we nemen een zijweg die naar het westen afleidt. Van het lange  zitten  op de camions zijn we echter het stappen ontwend en vòòr  we 10 minuten voorbij “Jargeau” gevorderd zijn, beslissen we er de rest van de dag en ook den aanstaanden nacht ter plaatse over te brengen.

             Wat een geluk dat we ons voorgenomen bad hebben opgegeven! Uit het zuiden komen onverwachts drie bommenwerpers, ze dalen en dalen en duidelijk zien we uit elk van hen vier bommen loskomen die, met een boogje eerst, daarna al sneller en sneller recht op de zo pas verlaten brug neerkomen. Drie à vier seconden later komen de zware lagen, een van de bommen is in het water terecht gekomen en we zien in de ondergaande zon de sierlijke, reusachtigste waterpluim opspatten die we ooit zagen. We bezien elkaar eens en Keulemans zegt:” He onze badkuip!”

     

                                               


    Categorie:gesneuvelden
    » Reageer (0)
    01-11-1999
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.gesneuvelde

     

    Een kleine hofstede rechts van de baan zal nu ons “Kwartier generaal” worden er is enkel de huisvrouw, denken we, doch de bewoners zijn weg sinds gisteren en zij die ons ontvangt is een Parijse die er genoeg van heeft, op de wegen te sukkelen en die nu leeft van wat neerhof en tuin haar bieden. Wij zijn gauw tevreden, wij willen haar niet tot last zijn en vergenoegen ons met een soort schuurtje uit gegolfde platen waar wat stro ligt.

    We hebben bij de kanonniers onze eetketeltjes mogen vullen met de resten uit de schotels, maar ik heb geen vork. Ik vind er geen bij onze gastvrouw, daar alles werd meegenomen… of geplunderd en ik moet er op een op een villaatje, een eind verder, om een schooien gaan. Het is een kloeke en niet eens uit gewoon metaal! “Terugbrengen moet ik ze niet”, zegt mij het brave vrouwtje.

             Weer zijn er vliegtuigen en ze mitrailleren als ze bijna boven ons zijn, ik weet niet naar wat of wie. Enkele vluchtelingen zijn op de baan en maken misbaar als waren ze al getroffen. We geven hun de raad telkens achter een boom te gaan staan op de tegenovergestelde kant van waar “ze “ schieten maar de schrik ontneemt hun alle koelbloedigheid en redeneringvermogen.

               Brood is bij ons heel schaars om niet te zeggen op, en spijts onze goeden wil kunnen we de mensen niet helpen. Sommigen kunnen van vermoeidheid en honger waarlijk niet verder meer.


                                        

                Ik ga op zoek naar wijn. In een hoeve zijn de Franse soldaten in de wijnkelder geraakt en vullen hun grote drinkbussen. Er is echter veel “Piquette”(zuur voor wijn) in al die vaten en ik zoek en proef tot ik de beste soort gevonden heb. We manœuvreren , met kraan en kurken van het ene vat naar het andere, want er is maar één kraan, al de andere vaten zijn nog toe met een kurk.

    Ik vul een heel wasbekken en kom er mee bij onze mannen. Ik ben nog niet dikwijls zo welgekomen geweest. Ik moet zelfs nog eens terug met Janssens die eens aan de “ bron” wil drinken. Ook vluchtelingen, vrouwen met kleine kinderen, zijn blij een teug te mogen drinken.

              We zullen dus maar allen in het schuurtje slapen, de wind is west en van die kant zijn we afgesloten. Altijd komen sukkelaars voorbij op zoek naar een onderdak.

              We zijn nog niet in slaap of daar horen we de bommen op”Orléans” dat onze platen rammelen tegen de kepers.



    Categorie:gesneuvelden
    » Reageer (0)
    31-10-1999
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.gesneuvelde



                                                  

    38ste dag: zondag, 16de juni.

     

    Het is de mens eigen, zelfs in de moeilijkste omstandigheden dat hij op lotverbetering uit is!

    Deze zondagmorgen gebruiken we om te verhuizen. Onze schuur staat voor alle winden open en daar zo veel mensen hun huizen verlaten vinden we algauw wat we zoeken. Een schuur, met stro in overvloed en waarvan we ‘s avonds de poort kunnen sluiten. De bewoners zijn juist bezig alles te verzamelen wat ze willen meedragen en de rest is voor ons.

             Keulemans, zodra onze “ huisbazen” weg zijn, geraakt door het venster in de keuken en daar vinden we enkele van de sterkst Franse “Cordials” (hartversterkende)die er op een hoeve te vinden zijn! Ene van de flessen is zelfs halfvol met een reusachtige peer! Die moet aan de boom gehangen hebben terwijl de peer groeide. Ze wordt het succes van de dag!

             Er valt niet enkel te drinken doch ook te eten. Ik zit een half uur  lang witte bonen uit te lezen, dan zien we uit naar een kookgelegenheid; het wasfornuis zal het doen! Maar hoe aan vlees geraken? Daar lopen kuikentjes van amper zes weken oud met de zorgzame kloek middenin. Doch zal iemand dat over zijn hart krijgen? “Och wat, “ zegt Keulemans, ons leven gaat voor dat van alle kloekhennen van Frankrijk!

    “Als gij ze durft vangen “ zegt hij; “durf ik de rest doen.” Ik heb ze gauw vast en twee minuten later heet ze” la cause alliée” gediend! Dat wordt dan de soep om er uw vingers van af te likken. De groenten komen uit den hof, waar ik ook, in de aardbeienbed, voor het nagerecht “ ijver “!

              De pomp, dat is nog eens iets bezienswaardigs! Een ketting zonder einde met om de zestig à zeventig cm een ronde gummischijf die telkens een paar liter water mee naar boven haalt. Ge hoeft maar te draaien en de zegen Gods vloeit in volle gulpen in de emmer. De bonen te weken gezet voor morgen en dan is alles ongeveer klaar. Nu krijgen we volk bij en onze soep heeft succes. Een gulle Fransman biedt ons “ du singe” (vlees in blik) aan in ruil voor een paar tassen warme soep. Daarmee bedoelt hij dozen vlees die we zorgvuldig in onze ranselstoppen.

            Maar hemeltje lief, wat is me dat voor een gedonder. Alles schudt en beeft, de vrouwen gillen en vliegen hun venten om den hals terwijl wij vruchteloos de gemoederen pogen te bedaren.

            Als dat vliegtuiggeronk een half uur later weer nadert springen we gauw tot op de baan en zien ze gevieren hun bommetjes lossen, terwijl ze een sierlijk tuimelingetje maken naar de “Loirebrug toe.

             Dat nieuwsgierig zijn berokkent ons vanwege de Franse soldaten die in “Onzen kelder” zitten een uitbrander van belang. De sergeant laat me zelfs zijn revolver zien en dreigt hem te zullen gebruiken als we niet binnen blijven!

    Alsof die venten daar boven “ hun” brug zouden in plan laten voor een paar onooglijke Belgische piotten!

              Het publiek in ons schuurtje heeft echter nog veel meer honger dan schrik, maar ongelukkiglijk hebben wij, buiten onze soep al niet veel aan te bieden. Doch honger en dorst worden weldra weer vergeten als er, bijna vlak boven onze hoofden, een Duitse bommenwerper in gevecht verwikkeld geraakt met een Franse jager.

    Deze wordt ongelukkigerwijze getroffen en we zien, voor het eerst, een mooie witte valscherm, waaronder zulk een Lilliputtertje bengelt, sierlijk omlaag zweven.

               Hongerige, afgematte Franse soldaten stappen voorbij. Keulemans schenkt druppels bij hele flessen. Ook wijn uit de kelder, waaruit ondertussen de “ Bezetters” vertrokken zijn, drinken ze dankbaar uit. Ze willen zelfs betalen, maar daar heeft zelfs Keulemans het hart niet toe. Of de jongens blij zijn, even een versterking te genieten! Hoger hebben ze al zoveel als dorst.

    Er is echter zo weinig. Bij tientallen zagen we er die gretig een ajuin en een vroege wortel aan het knabbelen waren. Een adjudant bedankte ons om de kleine dienst aan zijn mannen bewezen en met tranen in de ogen vertelt hij ons dat ze gevochten hebben als leeuwen. “ Mais, que voulez-vous” zegt hij (maar wat wil je) “ on a étè trahi!” En of!.. Zijn mannen waren dan in alle geval beter dan die we hier in onze kelder hadden. Die waren eens achter op de koer gekomen en vluchten hals over kop in hun “sous-sol”(ondergrond, souterrain) toen er een vrachtauto aankwam: ze dachten dat het een “Messerschmied”(messenmaker) of een “Heinkel” was!

                 Die lelijke Duitse piloten vallen ander niet kieskeurig uit. Ze mitrailleren maar alles wat op de wegen beweegt, tot groten schrik van de vrouwen vooral. Wij hebben al mooi le in strategie te geven, van” Achter de boom, Madam, daar schieten ze niet door!” telkens ze horen schieten verliezen ze alle koelbloedigheid en lopen het gevaar tegemoet!

              Van een rijk madammeken, dat vertrekkend gereed is, krijg ik op mijn vraag om een vork een van haar zwaarste verzilverde rijke mensen vorken, en ik moet ze niet terugbezorgen. In zulke tijden is de mens toch mild!

              Hier vinden ook mijn eerste proeven in het boeren plaats. Ten allen kante lopen koeien op de wegen en ik zou er gaarne een melken. Drank en voedsel! Ik slaag er in, er ene te vangen, bind ze aan een betonnen paal, zoek een melkemmer en begin maar te “pompen”.

    Doch al wat ik bekom dat is, dat ik de koe zenuwachtig te maak, zodat ze zich met een wrong losmaakt en er van door is. Ik heb dan bij mezelf het vaste voornemen gemaakt, zodra ik de gelegenheid heb, leer ik melken. Een poging van een Fransman, bij een andere koe, die ik samen met Caron bij de horens hield, bezorgt ons een armen liter melk en ….   nog een koe die er van onder is.

               Doch hier kunnen we niet blijven, Keulemans vond al twee fietsen en nu gaan Janssens en Caron er op uit om er nog enkele te “Vinden” Ze kunnen echter nog maar amper in “Jargeau” zijn of daar wordt door een hele reeks Duitse Bommenwerpers een aanval van belang uitgevoerd op de Loirebrug en de baan door het dorp. Wij geven onze mannen maar weinig kans het er levend af te brengen. Doch een uur later komen ze lachend het hof opgestapt met aan elke hand een fiets!

    Zo hebben we er dan zes en we kunnen morgen verder reizen. Alles wordt goed nagezien. We zijn zodanig wel geriefd dat we elk een binnenband als reserve onder het zadel kunnen binden! Doch in een ogenblik van onoplettendheid zijn plots twee van onze damesfietsen verdwenen. We springen de poort uit, daar staat een vrouw en een jongen elk met een er van, gereed om te vertrekken. Ze hadden ook maar gedaan zoals onze mannen:” A la guerre tous est à tous! ( in de oorlog het komt er vooral op aan)

             Morgen trappen we het hier dus af. Ik wandel nog even tot bij de eerste huizen van Jargeau, ik vind nog een paar ontspanningsboeken en bij een villa staat een hele familie rond de limousine. Een auto,-brandstof,- maar geen chauffeur. Die wil sturen mag de reis naar het zuiden meemaken. Caron kan sturen maar hij bedankt er voor: “ Liever met de fiets “ zegt hij, dan die auto, die na een paar dagen van geen nut meer zal zijn wegens gebrek aan essence.

    Wij rollen ons  dan maar in ons stro, de velo’s naast ons en de poort gebarricadeerd met al wat beschikbaar is!..


                                             


    Categorie:gesneuvelden
    » Reageer (0)
    30-10-1999
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.gesneuvelde


    Brug Beaungncy met 22 boggen

    39ste dag: maandag, 17de juni

     

     

    ’s Morgens vroeg verzamelen we al wat we hebben van eetwaren, onze fietsen zijn goed beladen en we zijn weldra op weg, in de richting:” La Ferté St. Aubin.” Het eerste dat we vandaag beleven is een brand. Het gemeentehuis van ?????? staat in lichtelaaie, waarschijnlijk het werk van Duitse vliegtuigen.

    We blijven eventjes staan kijken als we plots van uit het brandende gebouw katten gemiauwd horen Caron en Keulemans willen dat beest volstrekt gaan redden. Gauw de velo tegen de gevel, op gevaar af, dat hij mee in de brand opgaat en zij de “Mairie” binnen. Ze zijn daar echter gauw terug, want binnen is het al vlam en rook en bij de kat is het niet te geraken.

             Voorbij “La Ferte St. Aubin komen we op de grote baan N 20, Orléans- Vierzon. Het is een rechte brede macadamweg en we voelen ons hier volstrekt niet veilig; Volk! Het is één processie van burgers en troepen, allen op weg naar het zuiden. Rond een legercamion is het een gedrumd van belang, om brood te verkrijgen.

     We vernemen dat er maar is voor de troepen. We zouden willen beproeven of dat ook voor Belgen geldt, maar de vrees voor Duitse bommen is vooralsnog sterker dan de trek naar Franse broden. Het is al bomput wat we zien, links en rechts van de baan en soms er middenin, gauw met aarde en steen gruis dicht geworpen. Een klein baantje rechts: “Neung sur Beuvron.” Hier zijn wij zo goed als alleen,.. met onze honger. Nu krijgen we wat spijt dat we niet wachten bij die broodwagen.

                  We zitten op de rand van een bos de rest van onze magere eetvoorraad op te knabbelen, over de smalle baan komt thans zware Franse artillerie uit de richting van waar wij straks gekomen zijn, doch geen van de camions neemt nota van de zes sukkelaars die hun moraal al meer en meer voelen zinken. Ook de fietsen helpen mee om ons terneer te drukken.

                      Elk heeft iets te herstellen of te verbeteren, maar het nodige gerief ontbreekt. Kon een fiets maar vermaakt geraken met gesakker en gevloek, dan waren de onze rap in orde geweest!

             Zo geraken we dan op de baan “Beauqency”- (wat verschil bioj verleden jaar in augustus, toen ik daar de boorden van de Loire langs fietste!) “Romorantin” en even voor deze laatste stad wacht ons een verrassing, die voor ons echter ver van een blijde verrassing is.
    een bij riviertje van de Cher

    Een sergeant van het 7de van onze divisie dus, staat naast een café al de Belgische soldaten binnen de koer te drijven. We moeten er ook aan geloven en daar vinden we aan een tafeltje, niemand anders dan onze goede majoor Kortleven. Hij is dus verder geraakt dan Etampes, waar nochtans de trein stond te wachten. Hij heeft niet veel branie meer en deelt ons zonder veel overtuiging mee dat we moeten verzamelen in een kamp nabij Vierzon, een goeie 30 kilometer van hier af. Dat zegt ons niet veel. Wij brengen dan ook onze opwerkingen voor, dat we fietsen hebben en aan eten zullen geraken, enz., maar hij vraagt:” Ja, maar tot waar denkt gij zo heen te fietsen, toch niet tot L’Isle-Jourdain?” Ik antwoord:” Jawel, mijn majoor, waarom niet?” Hij lachte eens, ik vermoed dat hij wel begrijpt dat het ons niet om L’Isle-Jourdain te doen is! We moeten dus met een ganse groep Belgische piotten naar een kazerne in “Romorantin “ , waar, tot ons groot ongenoegen, een Franse soldaat de poort bewaakt! Wat de zaak nog erger maakt, aan de overzijde loopt een zijarm van de “Sauldre”, een bijriviertje van de “Cher”, zodat we goed gevangen zij.


    Categorie:gesneuvelden
    » Reageer (0)
    29-10-1999
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.gesneuvelde

    Weinig eten ook, er is te veel volk, elk krijgt een stuk brood en een klak soep. “ Te weinig voor te leven en te veel om dood te gaan!” oordeelt Keulemans. Die kijkt onweerachtig. Ja, er is reden te over!

               Al mag niemand buiten toch krijg ik het gedaan. Ik heb de schildwacht maar mijn baard laten zien om seffens toelating te krijgen, een coiffeur te gaan zoeken. Hij ziet ten andere dat ik geen uitrusting bij heb en dus van zin ben terug te komen.

               Ik ben echter nog niet terug aan de poort, na mijn bezoek bij de haarkapper, of zie ik daar mijn vijf mannen die op mij staan te wachten? En ze hebben dan nog mijn fiets en heel mijn uitrusting bij! Hoe ze dat met hun “sukkelfrans” hebben klaargespeeld kan ik maar niet begrijpen! Het schijnt dat ge om te liegen niet veel van de taal moet kennen!

              Dus maar weer de weg op, maar dit zweren we bij elkaar, niet naar “Vierzon!” wij zijn eigenlijk blij dat we majoor Kortleven ontmoetten nu weten wij dat we daar alleszins moeten weg blijven!

              Ik tracht van een Franse officier die langs de baan zijn troepen laat rusten, wat eten los te krijgen. Maar die begint ons daar uit te maken voor al wat hem door de kop komt. Woedend is hij om onze Capitulatie. Ik wens hem overal waar hij niet gaarne zijn zou en wij weer verder. Langs de weg is van alles te vinden, uitgenomen eten. De rijkdom aan al het overige wordt echter zo opvallend dat we ook maar eens afstappen even buiten een klein gehucht, waar boeren uit “Picardië” bezig zijn heel hun klederen en linnenvoorraad te vernieuwen. Hier moet een heel stoffenmagazijn achtergebleven zijn. Daar ligt voor een fortuin in het gras onder ruisende bomen. Wij vervangen al onze vuile hand- en zakdoeken en kousen door splinternieuwe, veel meer kunnen we al niet meesleuren.

    Te “Villefranse-sur-Cher” stoppen Wij.

    Op een hoeve krijgen wij van de boerin toelating om in een schuurtje te slapen. Haar man zit in de “Maginot-lijn” en ze is eigenlijk blij weer mansvolk op de hoeve te hebben, dat geeft zo wat meer gerustheid voor wat komen kan, zegt ze. Een weinig verder liggen boeren uit het noorden, ze hebben hun paarden in de weide losgelaten en we krijgen hier later op de avond nog een paardengevecht in regel, met hoefgestamp en vreselijke muilen, die happen met reusachtige kiezen. Schoon!

    We kruipen dan in ons hooi met weer eens een verzadigde maag, want de boerin heeft ons de rest van het avondeten gebracht, de kinderen en de naar hier uitgeweken familie hadden geen honger en zo is dat “restje” een heel eerbiedwaardig      avondmaal voor zes dolende piotten! Slapen doen we echter niet rap, onze geest is te veel bezig met de vraagstukken voor de nabije toekomst. Hier blijven of waarheen? Zich laten gevangen nemen? Maar dan?

    De eerste Duitsers moeten we nog zien en hier beven de mensen al wanneer ze er aan denken! Onzeker is de toekomst. Doch iets zit in onze kop als een nagel vast. Naar Vierzon rijden we niet, slechter zouden we niet kunnen kiezen!



    Categorie:gesneuvelden
    » Reageer (0)
    28-10-1999
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.gesneuvelde

    40ste dag: dinsdag, 18de juni. 

    We zijn hier eindelijk zoals men zegt:” Goed gevlogen!” Heel de hoeve met tuin en al staat ons ter beschikking. Er is een pomp met parelhelder fris water en om ons was te slaan mogen we kuipen en zelfs de zeep gebruiken. Ten anderen, heel het gebuurte leeft hier zowat als een familie samen en wij maken deel uit. Zelfs kookgelegenheid is er. Tegen de muur is een soort wasvuurtje waarop al heel vroeg in de voormiddag water staat te warmen voor een grote hoeveelheid soep, ge kunt nooit weten of er geen hongerige magen bijkomen. Terwijl ik de soep gereedmaak en er onder stook, klim ik van tijd tot tijd tot boven in een reusachtige olm die vlak bij de hoeve staat. Ik wil niet verast worden door Duitsers en tracht op de baan de eerste grijze uniformen te ontdekken. Doch alles is vooralsnog heel kalm.

                Terwijl ik zo in mijn boom zit te loeren, ontdek ik plots, vlak bij mijn hand, een groot insect zoals ik er nog nooit een gezien heb. Het is een iepenspintkever, een kereltje om bang voor te zijn, al is hij wel niet zo gevaarlijk als hij groot is. Ik stop hem in een van mijn patroontassen bij den hakenkruisarmband.

    In de keuken zitten we ook van tijd tot tijd te luistern naar het nieuws dat ons van alle lijfsgevaar zou kunnen verlossen. “De capitulatie van het Franse leger” We hebben de laatste dagen genoeg gezien dat ook zij de weg van onze troepen daar in Vlaanderen zullen opgaan. Ook de Franse burgers zijn merendeels van ons gedacht, al durven sommige hun mening niet klaar uiten.

    Hier komt nu, in de vooravond, het meest opwindende avontuur van heel onze odyssee. Er staat op een paar minuten lopen van hier een lange trein die opgepropt is met alle mogelijke waren.



                                                      

    Nu zij opeens burgers en soldaten samen de wagens begonnen open te breken, aangezien alles toch in de handen van de vijand zou vallen. Wij op een drafje er heen. Het is een toneel om nooit meer te vergeten. Wel een vijfhonderdtal mensen is hier aan het lossen en aan het wegsleuren, overal horen we roepen:” Par ici le pain” (langs hier brood) - “Ou est le wagon du riz?” ( waar is de wagon met rijst) Want er is van alles. Wij sleuren natuurlijk ook ons aandeel tot op de hoeve en gerieven rijkelijk onze goede gastvrouw. Keulemans bezorgt haar wel 20 kilogram geurende koffiebonen, iemand komt met 50 kilogram, zout aangesjouwd, er is macaroni, suiker, rijst, chocolade, al wat maar eetwaar is. Sardienen houden we meest voor onszelf. We hebben elk een half dozijn broden, grote stukken “Marseillezeep” halen Janssens en ik uit een nog gesloten wagen. Doch, er schijnt onraad te dreigen. Als we voor de zoveelste maal bij de trein aankomen, is er bijna niemand meer. Wat is er ten anderen ook nog weg te halen. De wagen met brood is nog maar voor een tiende deel leeg, er zijn nog duizenden broden in, maar wat kan een mens er op de duur mee doen?



                                                     


    Categorie:gesneuvelden
    » Reageer (0)
    27-10-1999
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.gesneuvelde

    Wij vinden echter beter; de wijn. Het zijn een half dozijn wagons-citernes, gelood en alles, mar dat schrikt een soldaat niet af. Doch als het deksel er af is, kunnen we er nog niet van proeven. De opening is amper 10cm. Breed en we zien maar weinig kans om uit dien ontzaglijke voorraad te putten. Janssens zegt opeens:” De Duitsers moesten ons eens zien van ver en ons hier met een machinegeweer af blazen.”  Doch ik denk aan iets beters. Konden we maar een buisje vinden, dan zuigen we de wijn op!

    Ik loop gauw naar een van de geplunderde wagens die vol papieren ligt van een of ander regimentsbureel en van grote foliebladen maken we buisjes van een vinger dik.

    Of het smaakt! We worden echter kieskeurig en zoeken naar het beste vat! Ik moet eindelijk mijn spitsbroeder aanraden er mee op te houden, straks rollen we er af!

    Terwijl ik naar de hoeve stap, met een moraal als nog nooit te voren wordt Janssens bijna het slachtoffer van zijn gedienstigheid. Een burger vraagt hem waar die wagen met zeep staat. Gustaaf, gedienstig als altijd, toont hem die en gaat mee binnen, om nog even te zien of er niets vergeten werd. Plots rolt de deur achter hun rug dicht en ze horen een dreigende stem:” Nous allons un peu voir, je m’en vais avertir” Ik weet niet wat al en hij schuift de grendel voor zodat die twee daar nu netjes in de kooi zitten. Janssens is opeens helemaal nuchter van schrik. De burger is echter nog veel meer uit zijn lood geslagen en staat er bij te jammeren en te zuchten. Als ze zo een kwartier lang aan alle mogelijke handvatten en stangen aan de deuren geschud en gerukt hebben, geraken ze er eindelijk uit en lopen elk naar zijn “huis” zo rap als ze kunnen.

    We zijn pas met het opbergen van onze voorraad klaar, die we in een lege betonnen vergaarbak schikken, als het geschut van de Franse op enkele honderden meter van hier, tegen de Duitsers wordt geopend. Het duurt niet lang of ook van die kant kommen obussen over onze hoofden geraasd. Wij beleefden nog nooit zulk een duel en weten dus niet of er gevaar is of niet. Eerst blijven we een tijdje luisteren hoe het eigenlijk ineenzit, we zien, of beter we horen er geen klaar in en gaan dan maar mee tot in de kelder. Het is daar echter zulk een huilpartij en zodanig overbevolkt dat we er maar liever uittrekken en tot onder de spoorbaan meegaan met diegenen die daar het gevaar ontlopen. Het is echter maar een ellendige schuilplaats, een beek die onder de spoorwegdam doorloopt en waar ge goed moet oppassen om geen natte voeten te krijgen. Ook daar zijn we het al gauw beu en zoeken weldra weer de gezonden buitenlucht. De vrouwen daarbinnen en ook enkelen van de mannen vinden natuurlijk dat we waaghalzen zijn en roekeloos met ons leven spelen.



                                    

    Honger kregen we er van. Er staat al sinds een paar uur macaroni te week en nu koken we die. Maar tot onze spijtige verrassing is het bloempap geworden. Nog juist goed om plakbrieven er mee te bestrijken! Doch als we er genoeg suiker in geroerd hebben wordt het een eetbaar iets, dat ons echter gauw de keel uithangt.

    Als de avond valt komen weer obussen over onze hoofden gezweefd en ik lig nog lang met Janssens in de wei, op de rug, vruchteloos omhoog starend om er de voorbijrazende projectielen te ontdekken.



             


    Categorie:gesneuvelden
    » Reageer (0)
    26-10-1999
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.gesneuvelde



    41ste dag: woensdag, 19de juni.

    Het is nog maar amper dag, of ik zit alweer in de olm. Er is echter noch geen spoor van Duitsers te zien, noch op de baan, noch in de velden. De radio brengt ons ook vandaag nog het nieuws van de capitulatie van het Franse leger niet. Nu is het te verwachten dat onze dagen hier geteld zijn, wellicht al onze uren. Gans de voormiddag ben ik aan ons noenmaal bezig. De boerin liet ons een hen de hals omdraaien.” Les boches les prendront q. même:” zegt ze. Dat zou wel kunnen! Zo zitten we dan in ons schuurtje lekkere hoendersoep met wit brood te genieten als plots zonder dat iemand op dat ogenblik aan vijanden dacht, onze eerste Duitser de hoeve komt op gestapt.

    Hij draagt een “mitraljette” onder de arm, de vinger aan de trekker. Hij ziet er een kerel uit waarmee niet te lachen valt. Wij trachten ons niet weg te stoppen, hij heeft ons ten andere gauw in de gaten, nog andere komen, de ene te voet, de andere per fiets, druk in de weer, schijnt het ons, recht op de hoevepoort aangestapt. Ze hebben ons al gauw aan het verstand gebracht dat we onder hun bevel staan. Ik vraag aan de eerste die naar ons toekomt of hij geen trek voelt naar een bol soep. “Nein:” zegt hij, doch loert ondertussen begerig naar de pot waar het grootste deel van onze lekkere hen nog ronddrijft. Hij zal er wel gebruik van maken, straks. Terwijl hij een ogenblik de aandacht naar de andere gebouwen wendt, bergen we zoveel brood we kunnen in onze rugzakken.

    Gelukkig dat we van morgen, sardienen en chocolade verdeeld hebben en in de rugzak en broodzak gestopt. Konden we nu maar de boerin verwittigen dat er nog zoveel eten in dien vergaarbak staat, maar wij mogen niet meer van plaats veranderen en de boerin staat bij haar familie de ruwe Duitse infanteristen te bezien die ten allen kante snuffelen op zoek naar Franse militairen. Bijna al de mensen staan er bij te wenen, het is ook voor het merendeel van hen de eerste maal in hun leven dat ze Duitse uniformen te zien krijgen.



                                                    

    Nu komen ze weer op ons af. Onze fietsen moeten ze hebben. Daar is Janssens volstrekt niet mee akkoord en hij begint warempel tegen de Duitse infanteristen, die  hem beveelt de rugzak van de fiets los te maken,uit te vallen. “Zeg jongen, dat gaat zo niet hoor, zij zijn voortaan de baas.” Zeg ik hem. Wees maar blij dat ge al de rest moogt houden. Mopperend, gehoorzaamt hij en de andere is al gauw met de fijne machine de poort uit. “Ik wou dat hij er de hals mee brak;” zegt Gustaaf. “Ja”; zeg ik, “kon hij dat maar doen!” Nu komen er nog meer grijzen, wij zwaaien de ransels over de schouder en laten ons dus maar leiden waar ze ons hebben willen. De burgers bezien ons als was ons laatste uur geslagen. Wij nemen het veel lichter op. Ze vangen ons? Dan moeten ze ons eten geven!

    Wij gaan tot op een andere hoeve waar al meer Belgische en Franse krijgsgevangenen zitten, , de ene op de grond, andere op hun ransel. Ook burgers wachten er het voorbijrazen van de slag af, om terug naar huis te trekken.

    Nog geen tien minuten duurt het of daar gaan de poppen aan het dansen. Obussen slaan in, wij denken, vlak achter de hoeve. Het is immers de eerste maal dat we zo horen kraken, het is iets dat openscheurt, vlakbij. Met een gil vliegen de vrouwen naar binnen, ook sommige soldaten springen rap ergens achter. Andere zetten kalm den helm op en wachten af wat komen kan.

    Het moet zijn dat er gevaar is, want een officier komt het bevel geven om op te trekken. Nu stappen we een heel eind naar het noorden op en komen eindelijk in een soort smidse met ruim magazijn terecht, waar het gezellig fris is. Jonge piepjonge Duitse infanteristjes liggen lui langs de muur en vertellen hun wedervaren aan het front, in het noorden.

     


    Categorie:gesneuvelden
    » Reageer (0)
    25-10-1999
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.gesneuvelden



                                                        

    Ze lachen en zingen en wij worden zowat als vrienden aanzien, nu ons leger toch niet meer aan de strijd deelneemt. Een majoor komt er al bij. “Dat zal de laatste oorlog zijn voor eeuwen ver;” zo verklaart hij mij, zeker van de zegepraal van de Duitse Wehrmacht(1935-1945)weermacht. “En Engeland”; vraag ik hem langs mijn neus weg.

    “Drei Wochen”; zegt hij, “en dat ligt er ook.” Ik denk er het mijne van, al begin ik nu ook te twijfelen. Zouden die het nog wel lange tijd uithouden?

    Tegen de avond mogen we dan weer op mars, het noorden in. Ja zelfs meer dan wat ons lief is, mogen we marcheren met die zware bepakking en die warme kapote. (kapot’jas lange soldatenjas) Onze bewaker heeft den zwarten band gezien om mijn linker mauw. “ Was ist das?” Ik doe hem uiteen dat, dat voor een sterfgeval is? “Todesfall” “Dat doen we bij ons niet.” Zegt hij. Ik denk bij mij zelf: “ Ja bij u is het een plezier, te sterven, voor de Führer!” Wat verder vraagt hij mij, ziende dat ik er bij zweet:” Waarom gooit gij die zware mantel niet weg!” Het is waar ook denk ik, en ik gooi hem in de gracht. Als ik weer mijn rugzak vasthaak heb, denk  ik plots” Nu moest ik eens doen zoals verleden week en achterblijven. Maar hoe aan eten geraakt?” En daarbij, de volgende dag word ik toch weer ergens gesnapt en dan ben ik nog van mijn vijf ploegmaten gescheiden. Zo sukkel ik dan maar weer verder en kom stilaan weer in de groep gevangenen.

    In “Neung-sur Beuvron” staan we een tijd op zij van de baan en zien er iets dat ons een gedacht geeft van wat het zeggen wil, soldaat te zijn in het Duitse leger. Een meelijdende Duitser van zowat 40 jaar heeft aan een Franse krijgsgevangene een stuk brood gegeven en een snotneus van ergens een korporaal heeft het gezien. Wat die sukkelaar daar nu moet horen omwille van die onschuldige overtreding van het reglement. Dat dan nog, terwijl hij stram moest in houding staan. Dat kan men zich met onze Belgische piottenmentaliteit niet indenken. “Dat moesten ze met mij eens geprobeerd hebben in Mechelen” zegt Keulemans.

    Eindelijk, na uren gaans, komen we op een hoeve terecht, onze derde vandaag. We moeten aanstonds boven de stallen onze bedden gaan opzoeken! Een hoop hooi of stro. We vragen niet beter. Voorzichtigheidshalve trekt een schildwacht de ladder van onder het deurtje weg, maar wat kan ons dat schelen?

    Hier boven liggen meest Franse soldaten. Niemand heeft veel eten, wij met ons brood en onze chocolade worden hier als de rijke kapitalisten aanzien en benijd. We kunnen ze natuurlijk niet allemaal helpen anders zitten we morgen ook op droog zaad! Allen zijn zo moe dat na tien minuten niets meer ritselt; het gevangenenlager slaapt!..




    Categorie:gesneuvelden
    » Reageer (0)
    24-10-1999
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.gesneuvelde





    station van "La ferte saint Aubain

    42ste dag: donderdag, 20ste juni

     

    Voor de eerste maal worden we in het Duits gewekt. Het geeft een eigenaardig gevoel van afgesneden te zijn van het verleden en van de vrijheid.

    We moeten te voet verder. Sommigen van de Franse krijgsgevangenen kunnen maar moeilijk mee, ze hebben gewonde voeten, ze legden immers al een groot deel van de weg sedert Holland te voet af. Gelukkig zijn er camions op weg, terug uit het zuiden en zo worden we dan hobben en sloppel opgeladen, Fransen en Belgen, kolonialen en territoriale dooreen. Bij ons zit een neger die een schot in de voet gekregen heeft. We zitten hem allen meewarig aan te zien zoals hij daar met zijn omwonden voet zit te grijzen van de pijn, maar de Duitsers zijn niet zo teerhartig. Ze zijn zomogelijk met hem nog ruwer dan met de andere kolonialen.

    Zo mogen wij dan mee tot in “La Ferté Saint Aubain” Ditmaal worden we in een kleine school geduwd, met veel te weinig plaats voor een bende van wel 200 man. Doch we hebben niet veel tijd om hierover te klagen of te zuchten, want het is alweer verzamelen ditmaal zonder ransels.

                                                       

    We gaan werken. We zijn tevreden eens te mogen iets anders doen. We zijn weldra ter bestemming. Een soort kamp waar waarschijnlijk Franse troepen geleggen hebben. Alles is er in wanorde, het is duidelijk te zien dat ze hier de plaat poetsten zonder nog naar iets om te zien. Er is heel wat werk, maar de beloning ligt voor de hand. We bezitten weldra allemaal een warme soldatendeken.

    Aangezien ik echter moet voor “Dolmetscher” of tolk spelen, daar de Franse soldaten de bevelen van de “Feldwebel” (sergeant-majoor) niet verstaan, geraak ik maar los om mijn loon te gaan halen wanneer alles uitgedeeld is. Ik vind dan toch nog iets wat ze allen schijnen op zij geworpen te hebben en wat nochtans blijkt evenveel waarde te hebben als een deken.

    Ik zie namelijk op een van de matrassen een rode mantel van een “opahi” liggen. Hij is van mooie dikke fries gemaakt en als ik hem aantrek heb ik niet zoveel spijt meer dat ik mijn “kapote” wegwierp. Hij valt mij tot ver beneden de knieën en de kap is ruim genoeg om er met helm en alles in te verdwijnen. Ik heb er eigenlijk succes mee als we terug naar de school gaan. Hij zal mij vannacht al van pas komen. Ook eetwaren vonden we in dat kamp ‘tallenkante, zoals brood, dozen vlees, beschuiten enz.

    In de school wordt nu ook nog brood uitgedeeld en wij als Vlamingen krijgen van de “Feldwebel” nog een extra rantsoentje bij, al voelen we het een beetje als een onrechtvaardigheid aan tegenover al die Franse jongens die wellicht al meer en veel meer gesukkeld hebben dan wij. Het is achter een soort verhoog dat als een toneel moet dienen, dat we ons, zo goed als het kan, een slaapstede trachten te maken. Het is een van onze slechtste nachten sedert de treinreis uit Brugge, vijf weken geleden.

     

     

     

     


    Categorie:gesneuvelden
    » Reageer (0)
    23-10-1999
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.gesneuvelden



    43ste dag: vrijdag, 21ste juni.

     

    Deze morgen zijn wij allemaal stijf van het slapen in die vochtige ruimte en dan nog in ongemakkelijke houding. We zijn ook blij als de “Feldwebel” ons meedeelt dat we verhuizen. We gaan op het “Schlosz” wonen verteld hij ons.

    En warempel, we mogen op het kasteel langs de grote baan van Orléans gaan wonen. Voor het ogenblik zitten we echter nog maar in de weide van het kasteel, als konijnen achter onze draadversperring. Stilaan zijn we honger gaan krijgen want de stukken brood waren deze morgen nog kleiner dan gisteren.

    Er is echter weldra spraak van gekookt eten, het eerste sinds we onze lekkere kippensoep in Villefranche sur Cher in de steek moesten laten. Ze brengen door de poort van het park een heel stuk rundvlees binnen van wel 10 kilogram en een zak rijst. De “Feldwebel komt mij halen om als “Dolmetscher” of taalman in de keuken te blijven. Ik moet er aan de koks die Franse soldaten zijn, de bevelen uit het Duits vertalen. Nog geen slecht postje. In een keuken zult ge moeilijk van honger omkomen, zolang er tenminste iets te vinden is. Het duurt niet lang of we krijgen er een Duitse Kok op bezoek. Het staat hem allemaal niet aan. De koks hebben het vlees in stukken gesneden met het inzicht ze zo te braden en elk soldaat zijn stuk te geven, doch hij doet hen alles terug uit de kookketel nemen en in blokjes van een vingerhoed grootte snijden. Zo,en dan de rijst er bij en maar alles dooreen geroerd. Ja, hij heeft het bij het rechte eind, die kerel moet al heel wat soldatenmagen bediend hebben. Als alles goed aan het koken en aan het pruttelen is komt er een luitenant binnen. Die ziet er niet kwaad uit maar hij zegt toch in mooi Hoogduits: “ Als het niet goed is wanneer ik kom proeven, dan krijgt gij, als keukenoverste, den Kogel! Smakelijk!”kogel!

     We hebben, terwijl onze rijst verder gaar wordt, al de tijd om eens rond te lopen. Er is hier zowat van alles te vinden zodat we weldra over al het nodige beschikken, zowel keukengerief als kruiderijen om onze rol van keukenpiet goed te spelen. In de tuin staat een mooie ruime kapel en een schooltje van twee klassen, waarschijnlijk voor een deel van de bevolking, daar de dorpskerk nogal ver van dit deel van “La Ferté St Aubin” gelegen is. We zijn hier nogal vrij en lopen na ons middagmaal weer eens overal rond. Ook tot bij onze mannen ga ik eens zien, die zijn bezig een autobus, die in het park door een bom letterlijk  tegen een boom werd geworpen, helemaal te pluimen. In de tuin wandelt een Franse priester die met droefheid in de stem over de toestand spreekt, die volgens hem hopeloos is voor Frankrijk. Het ware voor ons heel gemakkelijk, te vluchten, we hebben maar onze ransels uit de keuken te halen en langs den hof in de velden en de bossen te verdwijnen. Maar dan? Hoe aan eten geraakt. Ook mijn vijf makkers van het 57ste wil ik niet in de steek laten. Waarom de Fransen de vlucht niet nemen, dat begrijp ik niet. Maar ja, Frankrijk is ook zo groot, sommigen wonen wel 500 km. Hier vandaan. S’ Avonds mogen we al ons gepak in de kapel binnendragen en daar slapen.

    Een Duitser van om en bij de veertig jaar zal de wacht houden. “Hij wil niet hebben”, zegt hij,” dat er gedurende de nacht meer dan een van ons terzelfder tijd buiten de kapel zij om aan een dringende behoefte te voldoen. Natuurlijk, wij verstaan dat ook,  wij zouden heel gemakkelijk, de ene na de andere kunnen verdwijnen om niet meer terug te keren. Hij toont ons een oud damesschoentje en legt het op de bank naast de kapel. “Die buiten komt,” zegt hij, “ neemt het schoentje mee waar hij gaat en als dan een tweede buitenkomt, blijft hij op de bank zitten tot de eerste met het schoentje terugkomt. Zo iemand toch weggaat, zonder schoentje, dan schiet ik, en ik kan juist schieten, verzekert hij ons.”  Een mus op 50 meter. Het moet eens waar zijn. Ik denk dat hij moe is en ergens zal gaan slapen. Dat schoentje zal dan in zijn plaats op schildwacht staan. Wat kan ons dat schelen? Wij slapen in de kapel zonder aan vluchten te denken, het doet eigenaardig aan al die mannen, er zijner wel 150, die op alle mogelijke plaatsen, tot zelfs op de trappen van het altaar en tegen de biechtstoelen liggen te snorken. Ons Heer zal het ons wel niet kwalijk nemen!

     

     


    Categorie:gesneuvelden
    » Reageer (0)
    22-10-1999
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.gesneuvelden

     

    44stedag: zaterdag, 22ste juni.

     

     

    Na het gewone geplas bij de pomp waar wij ons lekker wassen met koud water tegoed doen, ga ik weer naar mijn keuken waar mijn Franse keukenpiet al bezig zijn aan het noenmaal Voor ons ontbijt krijgen we weer elk een stuk brood. In de volle werkzaamheid van mijn nieuwe bediening als keukenopzichter, en taalman komt Janssens mij plots halen. We moeten weg, er zijn auto’s gereed voor ons. Ik neem gauw afscheid van mijn personeel en op een paar minuten zijn we geranseld, gebroodzakt en gereed om verder te reizen! We worden in open camions geduwd en weg zijn we, op Orléans toe. De brug over de Loire is al hersteld en zo rijden we de stad binnen. Bij een kazerne stoppen we. Wat een volk! Er wordt ons verzekerd dat hier zo maar 11.000 krijgsgevangenen zitten.



                                        

    Het staat ons allemaal niet erg aan. Wij zouden veel liever weer naar ons “Schlosz” terugrijden. Doch de mens wikt en… een grijze “Oberst” of zo een “feldwebeltje” beschikt! Het gaat er hier heel anders aan toe. Hier spreken ze niet van “gegen der Wand! Te zetten, doch ze zouden het doen zonder het te zeggen. Zo ben ik ’s namiddags getuige van een toneeltje dat als uit een film geknipt is. Er is uitdeling van brood en een stukje vlees en plots worden de koks bijna omvergeduwd door de ongeduldige massa hongerige mannen. Doch de Feldwebel trekt zijn revolver en terwijl hij een gezicht zet als een Duitser alleen dat kan roept hij me daar een of ander bevel met zo gebrul tot de mannen in de keuken dat heel het boeltje achteruit krabbelt. Ik stond niet ver af heb hier voor het eerst in mijn leven de loop van een geladen wapen een ogenblik recht naar mij gericht gehad. Het geeft zo een beetje een onbehagelijk gevoel! Wat later bezorgt hij ons echter weer meer, dat wij ons, wij zijn thans 23 Belgen, allemaal Vlamingen, goed laten smaken. Een van hen verdient echter zulk een voorkeur niet. Hij heeft in Brussel een juweelwinkel helpen plunderen en zit met zijn ransel vol goud- en zilverwerk, een half fortuin. De Feldwebel is waarlijk goed voor ons, we mogen zowat in alles wat meer doen dan de andere en zoeken dan ook een goede plaats om vannacht te slapen. In de grote garage liggen autokussens en hooi en stro en hier maken we ons nest klaar. Dan laten we al onze bezittingen onder bewaking van een van ons gezessen achter en gaan eens op verkenning in die reusachtige kazerne. Overal werd geplunderd en wij vinden ook nog iets dat ons kan dienen: stafkaarten van het Franse leger op schaal 1/40.000ste en 1/80.000ste en zo meer, zelfs België ligt hier volledig op 1/40.000ste. Ik neem de streek Kortrijk mee, de andere zijn meer belust op Antwerpen.

     In het atelier is een echte verwoesting radio’s en alle mogelijke elektrische installaties werden vernield, de Franse officieren die hier binnenkomen zijn verontwaardigd, maar wat helpt het allemaal? s’ Avonds slaan we een praatje met de Fransen die al helemaal anders spreken over onze Koning en de capitulatie van 28 mei, nu ook Frankrijk er heeft moeten aan geloven.


                                                      


    Categorie:gesneuvelden
    » Reageer (0)
    21-10-1999
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.gesneuvelden

    45ste dag: zondag, 23 juni.

     

    We mogen verhuizen. De 23 Belgen, allen Vlamingen worden verzameld om rechtover de kazerne te gaan wonen. De Franse soldaten zien niet weinig schuw als ze ons zien vertrekken. Ze veronderstellen wellicht dat we ons aangeven als vrijwilligers voor het Duitse leger? De Feldwebel doet ons allen een kamer uitzoeken en het duurt niet lang of al wat maar tot bed kan dienen wordt op zijn plaats gesleept. Wij hebben voor ons gezessen een paar matrassen, dat we in een soort werkplaatsje t’ einde de koer openrollen. De Feldwebel laat ons maar begaan, “aber” zegt hij “niet mausen”! Wat denkt u wel, vriend.. veldezel? Hij legt ons ook uit dat we eigenlijk:” nicht gefangen zijn”, doch dat we niettemin het huis niet mogen verlaten. Dat is nu toch niet samen te knopen!

    De dorst is onze ergste vijand. In de stad is de waterleiding onderbroken. Dus moeten water gehaald worden, willen we niet vergaan van de dorst. In de kelder liggen lege vaatjes. We halen er een drietal boven, de grootste is zo wat 50 liter groot en als we dan nog een karretje vinden in het gebuurte, dan zijn we helemaal uitgerust voor het waterhalen. Het is een lustig groepje, we zijn zo met een half dozijn en heel het spul heeft zo iets van een Vastenavond grap!

    De stad is een warboel van vluchtelingen en Duitse troepen. Honden die vrij rond lopen worden door soldaten met een kogel in de kop afgemaakt. De legers willen van geen “Seuche” geen besmettelijke ziektes of zulke dingen weten. We zagen zo een grote trekhond, die een “verdachte” bleek te zijn, in de velden jagen door een Duitser, die hem dan kogels achternazond tot hij er eindelijk bij bezweek.

    Wij zoeken alles af om wijn of tabak of essence te vinden, want alle “toeristen” smeken er ons om. Gratis geven we er 15 liter weg die we achter in een winkel opdiepen. Op straat liggen Belgische en Franse geweren op hopen de kolven aan splinters of de grendels er uit gehaald: Collectieve ontwapening.

    Op een soort fabriekskoer ontdekken we een trap die naar onvermoede diepte schijnt te leiden. We durven niet eens tot beneden gaan, er leidt op ’n meter of acht diepte een gang naar links, in een inktzwarte duisternis. Als we eindelijk aan water geraakt zijn, een half uur buiten de stad, waar de mensen ons optimisme en onze goedgeluimdheid bewonderen en weldra delen, duwen we dan maar, onderweg een “koutje” voeren met een paar lustige Duitsers, ons karretje water naar huis. We zijn eigenlijk meer dan welgekomen en het duurt niet lang of het kleinste vat is leeg.



                                         

    Er zijn 39 man, walen namelijk, bijgekomen en aan hun hoofd staat een luitenant. Wij waren 23, dat zijn er nu zomaar 62, eigenlijk een beetje veel voor een huis! Wie zag ooit zulk een kroostrijk gezin?

    De luitenant is geweldig ongeduldig en wil naar huis gelijk hoe? “Ik trek alleen uit,”: verklaart hij mij. Dat is niet mooi van hem, zo zijn mannen in de steek dreigen te laten. Ik bekom van de Feldwebel dat we eens mogen naar de plaatsbevelhebber gaan smeken om naar België te mogen vertrekken. Ik heb bij die kolonel, want zo iets moet het geweest zijn, meer gesnauw en gedonder in de zoete Duitse taal mogen horen, dan ik ooit geleerd had. Het was al van:” Keine humanität” en 1918 en toen de luitenant mij vroeg:” Wat verteld hij daar allemaal”, dan heb ik hem een heel wat verzachte en humaniseerde vertaling van kolonels peroratie gegeven! Als we thuiskomen is er een kleine revolutie aan het uitbreken. Onze broers de Walen willen ons zo maar onzen besten huisraad opeisen. Ook de luitenant spreekt van matrassen afstaan, doch wij houden voet bij stuk. Eerst kwam, eerst nam! Wat?



                              


    Categorie:gesneuvelden
    » Reageer (0)
    20-10-1999
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.gesneuvelden



      

    46ste dag: maandag, 24ste juni.

    Spijts de consigne ga ik van als het kan even de stad in. Er werd geplunderd volgens de regels der kunst. Waar de deur weerstond werden de vensters geforceerd.

    In een kappersalon, een mode-instelling! Vind ik nog een ganse doos “Gibbs-sticks voor de baard.

    Ik steek een van de twaalf op zak, dan word ik niet als “Pflünderer erschossen” zoals mij op aanplakbrieven ten allen kante beloofd word. Ik kan ook de weelderige begroeiing van mijn kaak en kin laten zien als verontschuldiging. Ik zoek iemand die mij kan of wil scheren en vind weldra in een leeg hotel een Franse vluchteling die samen met zijn vader een potteken aan het koken is. “aux frais de la princesse”  Of die vent mij “kan” scheren weet ik niet, maar hij “wilt” toch. Hij heeft een “Gillette” bij en ik zeep mij dus goed in. Ik was al eens het slachtoffer van een Franse kapperbeul, en dan nog wel een vrouw, in 1939, doch ditmaal gaat het alle paal en perk te buiten. Ik bloed wel uit twintig snij- en scheerwonden, betaal twee frank, wat toch maar op tien centiem per wonde komt en neem me vast voor, nooit meer vrijwillig in handen van een zo een “schreper” te vallen! Doch de baarden geschiedenis zal gauw vergeten zijn want er is beter nieuws. Treinen vertrekken in noordelijke richting, dus nader België toe. Janssens en ik gaan even tot in de statie. Het “krioelt” er van vluchtelingen en Belgische en Franse troepen. Doch we voelen niet lang goesting om met zo een trein naar huis te rijden. Platte wagens, overbevolkt, een locomotief die ze nog moeten van water voorzien. Het zal nog iets anders worden dan Brugge- L’Isle-Jourdain! En hoeveel bruggen zijn al hersteld? En waar zal al dat volk aan eten geraken? Konden we maar weer een fiets of zes bemachtigen! Of liever vier, want Keulemans de onuitputtelijke heeft weer eens zijn talenten ten toon gespreid. In ons huis vond hij twee afgedankte fietsen die hij echter met wat hij overal bijeenscharrelde heel goed bruikbaar heeft gemaakt. Ze werden ten anderen ter gelegenheid van een onzer waterreizen al geproefd!

                                          

    En hier valt ons dan plots een hemelse dauw in handen. Vier Belgische piotten zijn met elk een goede fiets de statie binnengekomen en willen nu per trein verder. Als we mogen, krijgt gij onze fietsen! Wij helpen dus smeken en parlementeren bij “bemanning en passagiers en eindelijk mogen onze vier inschepen. Wij delen hun maar onze bezwaren tegen deze reis niet mee, integendeel, we weten er niets dan goed van te voorspellen! En zo stappen we dan triomfantelijk, aan elke hand een fiets, de straat op. Een burger wil er ons ene ontfutselen, we leggen hem uit dat we eigenlijk met ons vieren zijn en hij laat ons gerust. Die politieagent daar, die krijgt een goed gebed voor zijn eeuwige zaligheid als hij ons niet aanspreekt. Hij doet het doet!..

    Wij brengen de vier paarden in veiligheid, namelijk in de diepe kelder die we gisteren ontdekten. Zie zo onze garage staat vol!

    Het trof, me daar in die statie, hoe de mensen onverschillig geworden zijn voor het gevaar. Een vrouw zat op een kist en toen ik haar deed opmerken dat die vol brandbommen stak, die ten anderen goed zichtbaar waren, was zij niet in het minst verwonderd of bevreesd. Een week geleden zou ze wel met een gil opgesprongen zijn!

    Zo bezitten we dan weer zes fietsen die zelfs beter zijn dan onze andere. Het is dien avond een echt parlement dat in ons achterplaatsje vergadert. Niemand vreemds wordt binnengelaten zelfs een jongen uit het Antwerpse, die sinds enkele uren bij ons groepje tracht aan te sluiten, wordt onbarmhartig buiten de besprekingen gehouden. Hoe meer volk, hoe meer gevaar dat onze ontvluchtingpoging mislukt.

           

                                        


    Categorie:gesneuvelden
    » Reageer (0)
    19-10-1999
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.gesneuvelden



                                

                                 47ste dag; dinsdag, 25ste, juni.

     

    Vandaag, als ’t God  en de “Fritsen” belieft: ontvluchtingdag! Alles bijeenverzamelt wat we bezaten, ondermeer ook wat we hier rechtover in de kazerne vonden. We mogen al weer eens om water, als “Dolmetscher” mag ik nogal een en ander buiten het reglement verrichten en zo bepakking in onze kelder vervoeren. Er is onder ander een fijne wandelstok bij waar binnenin een soort metalen matrak steekt waarmee ge ingeval van nood mooi werk zou verrichten. Tegen avond weer eens beraadslagen. Een paar mannen aarzelen nog, doch andere drie hebben deze namiddag de “Picon” nogal aangesproken en zelfs de “Berger”, en die stemmen voor ontvluchting, zich van geen gevaar bewust. Al ben ik zelf nuchter, toch verklaar ik ook ronduit tegen de twee die aarzelen:”Doe wat gij wilt, ik probeer het”. En meteen gooi ik al de ransel over de schouders en maak hem vast. Dit geeft bij de twee de doorslag. Dat een nuchtere het ook aandurft is een teken dat het misschien wel zal gaan!

    We staan daar dus met onze ransel op, te zien van door het venster of de schildwacht niet een ogenblik rechtover de kazernepoort zal wegtrekken en zodra hij dat doet vertrekken we er van door., twee van ons met een fiets aan de hand en wij allen beladen langs voor en achter. Het grootste gevaar komt van de andere Belgen die aan de deur een luchtje staan te scheppen. Ze vinden het natuurlijk vreemd dat wij er zo opuit trekken en roepen tallenkante:” Waar gaat ge naartoe?”

    Die stommeriken, straks komt de schildwacht er op. Ik antwoord haastig:”Er zijn beestjes daar vanachter, wij gaan ergens anders wonen waar het beter is”! Ze schijnen dat onder elkaar te bespreken en wij wachten niet om te vernemen of ze het geloven! Ik zeg tot de mannen:” Niet lopen, dan schiet de eerste de beste Duitser die ons bemerkt! En als ze roepen, onmiddellijk stoppen of ze leggen ons neer!”

    Een paar minuten verder staat een auto, als we daar maar voorbij geraken, dan is er al wat minder kans dat ze ons nog zien. Minuten van angstige spanning, ons hartje klopt en we zweten er van, eindelijk zijn we achter dien auto en nu is het de straathoek die onze volgende etappe afsluit. Als we daar eenmaal achter verdwenen zijn, jubel ik het uit:” Wij zijn al voor 50% gered!” Ja, nu zouden we al mogen lopen, maar we blijven voorzichtig. Eindelijk nog een straathoek en weldra zijn we aan onze fabriek met onze garage. Ongelukkig ben ik met mijn mooie wandelstok, ik breek hem bij een eerste poging om mijn paard te bestijgen. Op ons dooie gemak, om nergens achterdocht te verweken, rijden we de poort uit, de baan naar “Bazoches” op. Het zal nu wel 100% zijn dat we gered zijn. Niet te gauw jubelen! We zijn drie kilometer ver af, daar hebben we het al. Een soldaat staat midden de baan met de armen wijd open:”Stoppen!” Werkt de telefoon dan al en heeft deze kerel bericht gekregen dat wij ontsnapt zijn? Doch wat een blijde verrassing als hij ons vraagt:” Hebben sie noch etwas zu eisen?”- “Nicht all zu viel” antwoord ik maar. En hij reikt ons a.u.b. een paar grote dozen sardienen met een brood van een kilo! Nu worden we warempel nog gevoed door hen die we bedrogen. Ja, hoe lelijk hebben we onze feldwebel er in gekregen! Wat zal die morgen vroeg naar zijn “Dolmetscher” staan zoeken? En de Waalse luitenant?

    Oei, oei, oei, daar komt nu achter ons een moto aan. Ik zie even om, een Duitse helm en regenmantel! Nu zijn we er aan? En hij valt stil als hij vlak voor ons is en doet ons teken te stoppen.

    Wij geven ons nu toch zeker verloren, die kerel komt uit Orleans en weet alles van onze vlucht. Hij haalt een briefje uit zijn zak en…” Können si emir das ubersetzen,” Hé, het is een Frans bericht over een zieke vrouw ergens in een dorpje langs de baan. Ik vertaal hem gauw heel de zaak en hij is weer weg.

    Wij zullen het vanavond niet lang trekken, morgen zullen we met minder gevaar reizen, dan zullen ze ons zeker niet meer zoeken. In Baclas, een paar uur voor Etampes vinden we een hoeve waar tientallen burgers een onderkomen gezocht hebben. Wij zijn liever alleen in het schuurtje maar daar boven op het stro liggen al twee mannen. Het is hier zaak, morgen onze fietsen nog terug vinden. We sleuren ze dan maar mee naar boven en liggen er om zeggen bovenop, niemand zal er mee gaan lopen of hij maakt ons wakker. Niemand is meer wantrouwend dan die zelf zijn bezit niet helemaal op regelmatige wijze verkreeg!

     


    Categorie:gesneuvelden
    » Reageer (0)
    18-10-1999
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.gesneuvelden



                                                

    48ste dag: woensdag, 26ste Juni.

     

     

    Nu kunnen we ons weer eens lekker wassen bij de pomp. In Orléans kostte water te veel werk om er lustig mee om te gaan! Flink gegeten ook en dan naar Etampes. Er valt te schuilen voor de regen, want als we onze dekens en ransels laten doornat worden dan voeren we 10 kilogram mee naar België. Etampes werd lelijk gehavend. Caron en Janssens blijven wat achter en wij doen maar voort. Doch eindelijk worden we ongerust daar we ze niet zien achterkomen. In een bos stoppen we, terwijl de Duitse wagentjes het noorden al weer intrekken. Het zijn “sudeten”, vertellen ze mij en nog drie weken en ze zijn in Londen! Wij zouden het geloven, zo zeker zijn ze er van! En die Caron en Janssens blijven weg! We eten dan maar eerst en zoeken even in het bos af naar verderen voorraad. Hier werd een slag geleverd, overal liggen wapens en munitie, een paard ligt met opengescheurde buik terwijl de wormen rondom, een festijn houden.

    Ik zag er nog nooit zoveel samen, krioelen doen ze, één tapijt van grijze, witte, vette vleeswormen, bijna zo dik als een potloot! We kunnen daar echter rustig zitten bij eten! Wat een school we doormaken sinds enkele weken!

     Eindelijk zijn onze achterblijvers daar en sakkeren dat wij hen zo maar in de steek lieten. Doch de vrede is gauw hersteld als we hun tonen dat wij niet werkloos geweest zijn. Verschillende dozen vlees lagen nog ongeopend tussen al den rommel in het bos Honderden andere werden echter doorboord om ze voor de Duitsers onbruikbaar te maken. Een geluk voor ons dat ze er enkele zo lieten. In “Longjuneau” , staat er me daar weer een vent met de armen te molenwieken:”Halt! Hier in de garage moet ge wachten tot een camion u naar Parijs brengt!” Boef! Zo ver is het weer! En zo zitten we hier uren en uren te wachten! Van tijd tot tijd komt wel een camion voorbij maar die is ofwel volgeladen ofwel moet hij niet ver genoeg! We trachten dan maar de schildwacht te overhalen, om ons te laten verder reizen. We hebben immers eten en vervoer! “Nein”, zegt hij, “warten”!

    We zoeken dan maar de garage af en vinden in de keuken wat suiker, voor elk een paar kilo, die zal ons beter te pas komen dan den “Friz”. Ook “Michelinkaarten” zullen voor onze verdere reis van nut zijn. Zo met onze eetketels vol suiker en kaarten van Noord-Frankrijk op zak, trachten we van de schildwacht toelating los te krijgen om verder te fietsen. Het is echter maar wanneer deze wordt afgelost dat we de nieuwe, die het zich zo erg niet blijkt aan te trekken, mogen weg gaan.

    Hij gelast ons een eind verder naar een “Sammlungslager” te gaan om een “Schein” waardoor we zullen toelating hebben om verder naar huis te reizen. We nemen ons echter inwendig vast voor, geen grijzen vrijwillig in de armen te lopen!

    Om Parijs heen, want in de stads mogen we niet binnen, komen we tot bij “Gonesse”, dicht bij de baan naar “Peronne” en “Arras” en zoeken bij een boer naar slaping.(slaapplaats) Geen middel, zegt hij en wij druipen het dus maar af doch als we langs zijn hangaar rijden denken we: ” en waarom hier niet?” Bij nader toe zien bemerken we er ten andere al een hele familie met paarden en wagen . En schijnt niet veelplaats meer over te zijn maar daarboven op het ongedorste graan is er nog.

    Het is natuurlijk niet mooi van ons, zo op de aren te gaan slapen en zodoende het graan te doen uit ruizelen, maar waarom liet hij ons niet in zijn hoeve een hoekje bezetten. Hij verdient niet beter, oordeelt Keulemans. Het is natuurlijk een hele kleuterpartij om met heel onze trein fietsen daar boven op het stro te gereken, maar beneden mogen ze toch niet blijven, wat? De mensen die daar bij hun vuurtje zitten te avondmalen nemen het ons ten andere niet kwalijk dat we hen schijnen te wantrouwen, ze wantrouwen zij ons ook allemaal! Zo slapen we dan maar voor de eerste en wellicht de laatste maal van ons leven op graan a.u.b., dat later, wie weet, voor ons eigen brood zal moeten dienen!



    Categorie:gesneuvelden
    » Reageer (0)
    17-10-1999
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.gesneuvelde



    49ste dag:donderdag, 27ste juni.

     

     

    Vandaag komen we in de streek en op banen die mij tamelijk bekend zijn . 3Jaar geleden reden wij, een kameraad en ik, naar Parijs en nu herken ik weer de dorpen waar we toen door kwamen.

    Van Hoyweghen heeft vandaag geen geluk. Eerst heeft hij bandbreuk en wat later krijgt hij met zijn ketting te maken. Op een soort kasteelhoeve, waar niemand meer thuis is, zoeken we alles af naar fietsgerief en onderdelen. We vinden al heel weinig, een beetje eetwaren, maar verder niets dat ons kan dienen. Toch geraakt die fiets in orde, in onze omstandigheden moet ge zo een beetje meer kunnen dan anders.

    Wie ons dat kleine ongeluk bezorgde, daar pas, toen Van Hoyweghen, die zijn fiets bijna aan splinters zag rijden door een voorbijrazende auto werd geraakt? Belgen a.u.b. die in volle snelheid naar huis zwieren. Van je eigen landgenoten moet je het hebben!

    In “Pont St Maxence”, waar de brug over de “Oise” werd opgeblazen, liggen de paardenkrengen nog tussen de betonblokken in het water. Het is helemaal een oorlogszicht, wie weet hoeveel mensen hier ook het leven bij lieten.

    Honger en dorst beletten ons, onmiddellijk over de “Oise” verder te reizen, we hebben nog wat brood en chocolade, maar drinken ontbreekt. Dan maar de hotels afgezocht en in een kelder vind ik goede wijn, de kraan zit gereed in het vat. Het is wel pikdonker, maar om te smaken of het goed is, hoeft ge geen klaar te zien. Wij zijn niet al te gerust bij het buitenkomen, de Duitsers verdragen niet dat er wordt “gemaust!” (stelen) er is echter geen onraad en we stromen opgeruimd met de vluchtelingen mee over de noodbrug naar het noorden.


                       

    De Duitsers die we ontmoeten hebben er allen goede moet op “Sudeten” ( bergketens ca. 300km lang, tussen Elbe en Oder  op de grens tussen polen en Tsjecholowakije,  daar leeft een Duitse bevolkingsgroep de rand van de Bohemen en Moravië) wijzen mij het noorden: “Calais” zeggen zij, “Und dann Londen”! Van een kok krijgen we een paar broden met elk een doosje “Sudetenkaas”. Het kan ons niet schelen van waar hij komt, als het maar eten is.

    Als de avond valt, komen we in “Peronne” aan. In de stad gaan slapen, daar voelen we niet veel voor en we zoeken maar liever iets buiten. Een verlaten kamp in een grote weide zou ons wel van pas zijn. Doch is dat hier helemaal verlaten. Rechtover bellen we aan bij een paar oude lieden die ons ten stelligste verzekeren dat niemand daar komt slapen. Wij de barakken binnen. Hemeltjes lief, hier zijn we er toch op gevallen! Bedden met echte, zachte matrassen, op de tafels liggen hele en halve Duitse broden, ik vind een “Katholische Fedgesangbuch” er zijn dozen bonen, nog onaangeroerd, kortom, het is meer dan wel. Wij avondmalen zoals we het in lang niet meer deden en slapen als prinsen!

     


    Categorie:gesneuvelden
    » Reageer (0)
    16-10-1999
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.gesneuvelden



    50ste dag: vrijdag, 28ste juni.

    Er is geen twijfel meer. Dit is onze laatste dag, vanavond zijn we thuis. Er vallen nog amper een honderdtal kilometer af te leggen en we zijn op van vóór zes uur. Ik sta er echter op dat we eerst flink morgenmalen.

    Na het wassen, aan een van de pompen zetten we ons aan een troepentafel, onze laatste wellicht voor lange jaren en eten als wolven. Ik wist niet dat het mogelijk was dat een man, gans alleen, een doos conservenbonen, koud, zoals ze er uit komen, kon naar binnen spelen. Het is dan ook een goed verzadigde rennersploeg die even voor zeven uur de stalen paarden bestijgt en blij is het kamp vaarwel te mogen wensen!

    En hier komt dan het ogenblik dat wel komen moest.0nze wegen  moeten scheiden. Ik zou wel kunnen met de vijf andere meerijden, tot St Ghislain of beter Quievrain, maar dat verlengt mijn reis en ik zou graag even in Rijsel (mijn) familie gaan groeten. We stappen dus af, even buiten Peronne, waar de nationale baan N17 Parijs-Cambrai, enz. de baan N37 ontmoet, die over Bapaume en Arras de rechtse weg is naar Rijsel. Het afscheid duurt niet lang, er is wel een tikje weemoed omwille van een mooie kameraadschap waaraan thans een einde moet komen, doch  na een belofte elkaar spoedig te schrijven, met de hoop op een later weerzien, bestijgen we weer onze trouwe fietsen en ik neem de linker baan, terwijl mijn vijf Antwerpenaars weldra uit het gezicht verdwenen zijn.

    Een peloton infanteristen gaat mij voorop, ze stappen lustig zingend over den gladden macadam, ik blijf er een hele tijd achter. Wat is het toch soms een mooi gezond leven, dit van een soldaat, denk ik bij mezelf.

    Doch waarvoor kunnen we morgen of overmorgen of over een paar weken niet staan, ergens in een veldslag, ’t zij hier, t zij in Engeland?

    Zullen ze dààr wel levend geraken? Ze zijn nu aan het fluiten zo een fris en vrolijk muziek is dat in de blijde morgen!

    In Lens stap ik even af om bij een haarkapper mijn baard te verkopen! Ik wordt er bezien als een eigenaardigheid, met mijn mengelmoes van allerlei uitrustingen en met mijn kleine damesfiets. Een vrouwtje vraagt mij, een brief voor haar te willen posten, in België en hiervoor krijg ik een ferm glas wijn, heel wat anders dan wat we de laatste dagen meestal te drinken hadden.



                      

    In Rijsel nog allen gezond en ook niet weinig verwonderd mij te zien. Als ik, tegen zeven uur of zowat, Moeskroen bereik zijn er hier en daar een paar kinderen uit de school die hun ogen niet kunnen geloven als ze me in zulk een verkleding zien voorbij fietsen. Thuis werd ik ontvangen als uit een andere wereld teruggekeerd.

    Als ik hun vertel dat wij, Janssens en ik een ogenblik van zin geweest zijn, dieper Frankrijk in te rijden, naar de bergen van “Auvergne” en dat het slechts de vrees was geen eten te zullen vinden, die ons weerhield, dan vinden ze, dat we toch wel harteloos zouden geweest zijn. Wie weet, zei Janssens echter dikwijls of we nog ooit zulk een gelegenheid zullen hebben?

    Hier eindigt dus het relaas van vijftig bewogen dagen, gedurende de welke sterke vriendschap werd gesloten, veel vreugde genoten, nu en dan gevaar gelopen en ten slotte veel geluk gehad in de beslissende ogenblikken.

     


    Categorie:gesneuvelden
    » Reageer (0)
    15-10-1999
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.gesneuvelde

    Ons interesse was nu nog meer open gesteld, We wilden er nog meer over kennen We stelde het open aan heel de wereld. We lieten onze ogen vallen op alle mogelijke media om iemand te terug te vinden.

    Op enkele dagen tijd kwamen reacties: Albert Veiller een kranige man van zeven tachtig belde op met het relaas. Hij was opgeroepen naar Roeselare. Hij was eveneens in L’Isle-jourdain en hij kent de heer Burger en in augustus 2007 gaat hij naar L’Isle-Jourdain,

    Er zou daar nog altijd een groepering bestaan onder de leiding van J.P Candet Lomtient belle vue 32680.

    Het 57ste = 7de ligne regiment

    Er zou een schandelijke smet(schandaal) hangen boven wat de regering welke toen verbleef in “Vichie” de Belgische krijgsgevangen zouden moeten werken voor de franse troepen. Zij moesten in het noorden gaan werken de troepen wisten niet wat ze doen moesten

    Er zou een boek bestaan geschreven door Kononel Jamart.(Jean Janmar)(in het Frans) over L’Isle-Jourdain.

    Hij sprak over kwartier Elisabeth, Everen in het jubelpark het legermuseum.

    Het zou normaal geweest zijn dat de Belgische troepen Frankrijk binnen trokken dit zou het scenario 14/18 geweest zijn.

    Ik plaatse een oproep, op 8 juni 2007 met de volgende tekst:

    Ik “Sergeant bij het 57ste in de kazerne van Mechelen op 10 mei 1940 (uitbreken van de tweede wereldoorlog) vertrok naar L’Isle-Jourdain aan de voet van de Pyreneeën per trein bij een Zwitserse boer waar wij gekazerneerd werden bij Armand Burger.

    Volgende manschappen waren bij mij, Kortleven(kapitein, korpsoverste) hier werden al de namen vermeld, waar van een met voornaam Gustaaf Keulemans.

    Op dinsdag 6 november op

    Een nieuwe oproep werd geplaatst in Okra februari 2008,

    Volgende antwoorden kwamen er op af;

    Fred Bonaers uit St-Truiden hij was in het leger gepensioneerd en was helikopterpiloot.

    Hij heeft ook een dagboek en gaat later contact nemen we zijn nu 1 februari 2008

    Hij kent: “Kortleven” in de streek van St-Truiden.

     J. Eeckhout-Bill 91 jaar  vertelde aan de telefoon op 31 januari 2008 dat ik contact moest opnemen met DeKuipere , de man houd zich bezig in de streek van geluwe met Oorlogsopzoekingen en woont in de Wervikstraat nr. 22. Hij kent een zekere Roger Verbeke en gaat er contact met nemen in verband met mijn oproep.

    Indien u hier meer over weet en je wil ons helpen deze mensen te zoeken mail ons!


    Categorie:gesneuvelden
    » Reageer (0)
    14-10-1999
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.gesneuvelde

     

    Er werden te Rollegem 152 mensen Gemobiliseerd Wie kent ze wie heeft er foto’s van

     

     

     

     

     

     

          Baert Camille                                Krijgsgevangenen                                                                                             

          Baert Noë- Julien

    1.    Balduc Richard 

    2.    Barbe Medard

    3.    Bauwens Gerard                          Krijgsgevangenen          

    4.    Bauwens Richard                        Krijgsgevangenen

    5.    Beaucarne Daniël                       Krijgsgevangenen

    6.    Beaucarne René                         Krijgsgevangenen

          Brouckaert Gaston

          Callens Maurice                           Krijgsgevangenen

          Castel Marcel

    7.    Castelain Maurice

    8.    Castelein Michel                          Krijgsgevangenen

    9.    Christiaens Nestor

    10. Christiaens Germain                   Krijgsgevangenen

    11. Corcelles Angelus

    12. Cosaert Henri                                Krijgsgevangenen           

    13. Cossement Albert                         Krijgsgevangenen

    14. Cossement Camille

    15. Cossement Michel

    16. Cossement Raymond                  Krijgsgevangenen

    17. Coulembier Marcel

    18. Debels Gérard

    19. Debie Alfred

    20. Debœuf Willem

    21. Decock Raymond

    22. Declerck Sylvain                           Krijgsgevangene Vereremerkt met verscheidene Militaire eretekens

    23. Decraene Albert                            Krijgsgevangenen

    24. Decraene André

    25. Decraene Emile                            Krijgsgevangenen

    26. Defans Jerome

    27. Defever Gaston

    28. Dejaeghere Aurèle                       Krijgsgevangenen

    29. Dejaeghere Dyon                         Krijgsgevangenen

    30. Dejaeghere Oscar

    31. Dejonghe Noël

    32. De Keijzer Odile-Cyrille                             Krijgsgevangenen

    33. Dekeyser Raphaèl

    34. Dekimpe Albert

    35. Delanglez Germain

    36. Delanglez Marcel                           Krijgsgevangenen

    37. Deleplanque Alfred

    38. Deleplanque Louis-Albert

    39. Delrue René

    40. Demeire Jules

    41. Demeire Henri                                Krijgsgevangenen

    42. Demeijere Ernest                           Krijgsgevangenen

    43. Demuynck Gerard

    44. Dendievel Maurice

          Dendievel Valere

    45. Dendievel Rafaël                           Krijgsgevangenen

    46. Derdeyn Jules                                Krijgsgevangenen

    47.  Derdeyn Octaaf                             Krijgsgevangenen

    48. Derore René                                   Krijgsgevangenen

                   Derweduwen Georges                  Krijgsgevangenen 

    49. Derweduwen Paul

    50. Desmet Gyrielle

    51. Desmet Robert                                Krijgsgevangenen

    52. Detavenier Robert

    53. Devos Michel

    54. Deweerdt Michel

    55. Dewulf Godfried                              Krijgsgevangenen

    56. Dierick Gentil                                   Krijgsgevangenen

    57. Dubrulle Jerome

    58. Dubrulle Maurice                             Krijgsgevangenen

    59. Dujardin Leopold                             Krijgsgevangenen

    60. Dumortier Julien                              Krijgsgevangenen

    61. Dutry Marcel

    62. Eggermont Jerome

    63. Faille Omer                                       Krijgsgevangenen

    64. Geeraert Alfons

    65. Ghekiere Jules Oud-strijder Krijgsgevangene1940-45

    Herinnermedaille met twee gekruiste sabels, medaille van krijgsgevangene met een staafje

    Medaille van vrijwilliger

    66. Ghequiére Clovis

    67. Ghequiére Maurice

    68. Ghijssel Georges

    69. Ghijselinck Omer

    70. Haemers Marcel

    71. Hennion Raymond

    72. Kesteloot André

    73. Kindt Albert                                       Krijgsgevangenen

    74. Kindt Alfons                                      Krijgsgevangenen

    75. Knockaert Benoni

    76. Laebens Aloïs

    77. Lamp e Gerard                                  Krijgsgevangenen

    78. Lecluyse Rafaël                                Krijgsgevangenen

    79. Lefevre Louis

    80. Lenvain Silvain

    81. Lesaffre Jerome

    82. Leveugle Aurèle                               Krijgsgevangenen

    83. Libeer Cyrielle

    84. Libeer Gustave

    85. Libeer Joseph                                   Krijgsgevangenen

    86. Malisse Gustaaf

    87. Martens Henri                                    Krijgsgevangenen

    88. Millecamps André

    89. Millecamps Gerard                           Krijgsgevangenen

    90. Millecamps Gerard

    91. Moerman Adolf                                 Krijgsgevangenen

    92. Monserez Frans

    93. Moreau Noë                                       Krijgsgevangenen

    94. Nottebaere Maurice                          Krijgsgevangenen

    95. Nottebaert Achile

    96. Opsommer Georges                         Oorlogsinvalide 1940-1945 Vereremerkt met verscheidene  militaire eretekens

    97. Pappens César                                 Krijgsgevangenen

    98. Pieters Omer                          Krijgsgevangenen

    99. Pieters Robert                        Krijgsgevangenen

    100.         Renard Jozef

                           Rogge Georges                     Krijgsgevangenen

    101.         Senaeve Jerome

    102.


    Categorie:gesneuvelden
    » Reageer (0)
    13-10-1999
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.gesneuvelde

    Er waren niet alleen krijgsgevangenen maar ook jongens sneuvelden in de oorlog van 1940-1945

    Hier volgt hun lijst



    Deprez André -Valère Hij woonde bij zijn moeder, Julienne Deprez

    Aalbeekstraat 44 te Rollegem.                                                        

                                                                                             

    Geboren te Ingelmunster den 20 november 1919                                                                                 

                              

     

    Zoon van Remi en julienne Deprez cie. Van het 4 Lie. (1 inf. div.

    Hij werd onder de wapens geroepen in juni 1939.

    Vanaf februari 1940 lag het 4. Lie in de sector Hasselt aan het Albertkanaal.

     

    Op 11 mei kreeg de divisie bevel zich achter de Gete terug te trekken

    De terugtocht gebeurde in de grootste wanorde . Niettemin bereikten de regimenten op 12 mei de nieuwe stelling. André Maakte deel uit van de achterhoede, belast met het bewaken van de brug over de Velpe in Halen. Omstreeks 10,30 uur brak er in Halen paniek uit toen vluchtende soldaten beweerden dat de vijand in aantocht was. In de verwarring liet de nerveuze genieofficier zonder de manschappen te waarschuwen, de brug in de lucht vliegen.

    André Deprez vond de dood bij het springen van de brug.

     

    Gesneuveld te Haelen 12 mei 1940

     

                                    


    Categorie:gesneuvelden
    » Reageer (0)
    12-10-1999
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.gesneuvelden



                                               

    Armand-Joseph Carbonné

     

    Zoon van Alphonse en Nathalie Vandendriessche

     

    Geboren te Rollegem 2 juni 1916

     

    † Gesneuveld te Cleyt(Maldegem) den 26 mei 1940

     

    Behalve dat hij op 26 mei 1940 in Klijte sneuvelde: 28/09/2017: toen de 3de batterij door vijandelijke vliegtuigen werd gemitrailleerd.

     

    er is over Armand Carbonné niets geweten, tot op 28/09/2017 Hij was vrij gezel.

    Graad soldaat mil. 1936 .

    Stamnummer 156/22046

    Eenheid: 3 batterij/ 6 Artillerie regiment.

    Begraven: te Rollegem

    Ridder in de leopoldsorde met palm: 06/01/1947

    Oorlogskruis 1940 met palm : 06/01/1947

    Herinneringsmedaille van de oorlog 1940-1945 14/01/1947

     

    Overlijdens bericht van Armand Corbonne, aldus de familie.

     

    Hij die het kwam mededelen was een gazette drager van op de Pottelberg te Kortrijk genaamd MESURKE, hij bezorgde de familie het toenmalig boekje “Ons Land”.

    Het verhaal luide als volgt; “ Armand Corbonne was gelegerd te Maldegem in een boomgaard, daar moesten ze terugtrekkende vliegers mitrailleren.

    Daar ze daar weigerachtig tegenoverstonden heeft de bevelhebber zijn pistool genomen met de woorden: “ Als jullie niet schieten dan zal ik schieten”;

    Dan zijn ze begonnen met vuren, een vliegtuig is terug gekeerd en beginnen te vuren, waarbij Armand in de nek werd getroffen en opslag overleed.

     



                     

    Rogge Georges echtgenoot van Zosima Verhoost.

    Zoon van Triphon en van Sylvie Holvoet

     

    Geboren te Dottenijs den 25 oktober 1911

    In 1930/1947 was hij ingeschreven, bij zijn ouders in de Processiestraat (nu nr. 47)

    Hij huwde te Luinge in 1936 met Zosima, en ze gingen zich vestigen te Rollegem

    Hij werd op 27 mei 1943 s’ morgens vroeg van zijn werk afgehaald, door de Duitsers, om er naar Duitsland te gaan werken.

     † Overleden als oorlogsslachtoffer te Wangeroge (Duitsland) den 25 april 1945

    1949 Op zondag 13 maart werd het ereteken uitgereikt aan Alphonse, als blijk van erkentelijkheid van het land, voor zijn gesneuvelde zoon in de oorlog.

     

    Emile Vanhaverbeke

     

    † Bellem 25 mei 1940

     

    Emile Vanhaverbeke werd op 11 maart 1908 in Rollegem geboren.

    Hij was gehuwd met Rachel Duhamel .

    Het gezin had een kindje, Didier

     

    Behalve dat hij op 25 mei in Bellem sneuvelde, is er over Emile Vanhaverbeke niets geweten.

     

     

     

     

    Lefebvre Marcel

     

    Marcel-Clovis Lefebvre, zoon van Cloud en van Elise-Marie Lernouldt, werd op 4 januari 1906 in Rollegem geboren. Hij was sergeant bij de 10. Compagnie van het III. bataljon van het 10. Regiment hulptroepen.

     

    Behalve dat hij op 26 mei 1940 in Mesen sneuvelde, is er over Marcel Lefebvre niets geweten.

     

     

    Noë Moreau

     

    † Brugge 29 januari 1941

     

    Noë-Gerard Moreau, zoon van Alberic en Alida Catry, werd op 28 augustus 1911 in Rollegem geboren. Hij was korporaal bij het 33. Linieregiment.

     

    Hij overleed op 29 januari in het krijshospitaal in Brugge aan de gevolgen van de verwondingen opgelopen tijdens de 18-daagse veldtocht.

     


    Categorie:gesneuvelden
    » Reageer (1)
    11-10-1999
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.gesneuvelden



                             

    Michel Devos

     

    † Te Kortrijk den 26 maart 1944

     

    Michel Devos, zoon van Joseph en Julia Dewildeman, werd op13 juli 1914 in Rollegem geboren. Hij was gehuwd met Ivonna Vanden Broucke, werd geboren te Kortrijk op 31 januari 1914. Zij was de dochter van Jozef Vanden Broucke en van Clotilde Orgaer.

    Michel en Yvonne waren te Kortrijk gehuwd op 6 februari 1937 en hadden zich in Rollegem gevestigd.

    In 1940 woonde het jonge gezin te Rekkem (gehucht Paradijs)Ze kwamen echter in het begin van de oorlog terug naar Rollegem.

    In 1943/1944 was het gezin in geschreven in de “Moeskroenstraat “ nr. 68, nu Kwabrugstraat nr. 182 te Bellegem. Het huis dat ze bewoonden was vroeger herberg “Het Breydelhof”

    In 1945 verhuist de weduwe terug naar Rollegem. Het duurt echter niet lang of ze verhuisd opnieuw, deze maal vestigde ze zich te Aalbeke.

     

    Yvonne hertrouwde te Aalbeke op 10 november 1951 met Prudent De Rycke, deze werd geboren te Nokere 1909 en overleed te Kortrijk 1955. Zij overleed eveneens te Kortrijk in 1998. Zij hadden had een dochter Georgette, geboren te Rollegem in 1937, ze is gehuwd met De Rycke Lucien, ze wonen te Aalbeke.

    Er waren tevens nog twee zonen Germain Devos geboren te Rollegem 1940 en er overleden 1941.

    Werner Devos geboren te Rollegem 1942 en er overleden 1943.

    Michel werd te Rollegem begraven, op het kerkhof rond de kerk. Hij werd echter niet overgebracht naar het nieuwe kerkhof.

    Michel Devos vond de dood bij het luchtbombardement van zondag 26 maart 1944 op de stad Kortrijk. Zijn stoffelijk overschot werd gevonden op donderdag 30 maart onder het puin van de fabriek van de firma Decoene.De overlijdensakte werd pas opgemaakt op 24 april.

    De benaming van de “Weggevoerdenlaan” was naar het schijnt gedurende de oorlog 1940-1945 veranderd in de “Prosper Poulletlaan” welke naar horen zeggen een benaming was welke de bezetter stoorde.”Prosper Poullet zou in zijn leven: Hoogleraar, Volksvertegenwoordiger, Minister en Vlaamsgezind geweest zijn. Hij zou overleden zijn in 1937. Na de oorlog werd de oorspronkelijke benaming weer in gebruik genomen.

     De overlijdensakte van Michel Devos, opgemaakt ten jare 1944 den 24 april om 9uur in den voormiddag vermeld. Dat; Op 30 maart laatst om zes uur ’s avonds, in de Prosper Poulletlaan te Kortrijk overleed, Michel Devos, vuurstoker geboren te Rollegem den dertiende juli negentienhonderd veertien, en gehuisvest te Bellegem. Echtgenoot van Ivonna Maria Vanden Broucke zonder beroep, zoon van den eersten verschijner (Dat was Joseph Jaen Devos) en van Julia Irma Dewildeman, zonder beroep.

     Echter uit een vonnis uit gesproken door de rechtbank van den 7/91944 en op heden 31/12/1946 overgeschreven in den register van den burgerlijken stand, verklaart voor recht dat de overlijdensakte van Michel Devos zal gewijzigd worden en vervangen als volgt: De woorden”overleden is”zullen als niet bestaande aanzien worden en vervangen door:”onder het puin veroorzaakt door het luchtbombardement van 26/3 1944 het lijk werd gevonden van” en de zinsnede “ aldaar overleden ten gevolge van het bombardement” zal in fine van de akte worden toegevoegd. De Ambtenaar van den burgerlijken stand. Heden afschrift gezonden naar Bellegem

     

    Uit “De luchtaanvallen op Kortrijk” door R. De Paepe.

     

    Op 26maart 1944 te Kortrijk, dag der Ere-Communie, kon men het gebrom waarnemen van naderende vliegtuigen en weldra ontploften lichtkogels, waaruit kegelvormige gloeiende vonken neerdaalden en het luchtruim verlichten. Na enkele seconden was de lucht vervuld met het gehuil van de neervallende bommen waarop onmiddellijk dreunende ontploffingen volgden. Met enkele tussenpoos volgende steeds nieuwe golven vliegtuigen en zo ging het door van 20,57 tot 21,20 u. Hevige brandhaarden ontstonden. Men schat dat ongeveer 300 vliegtuigen aan de aanval deelnamen, die 2.100 bommen uitwierpen, waaronder minstens 300 van 453 kg. Het aantal slachtoffers as enorm: 179 inwoners van stad en 71 niet hier wonende. Dit laatste hoge cijfer kan als volgt worden verklaard: 7 voltreffers vielen op en rond de gevangenis en aldus ging merendeel der gevangenen samen de dood in. Ook waren op die dag veel bezoekers vanwege de Ere-communiefeesten. De stoffelijke schade was bijzonder groot.

     

     


    Categorie:gesneuvelden
    » Reageer (0)
    10-10-1999
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.gesneuvelde



     

    Vonnis van het overlijden van Andreas Cyriel Cailliez (“Om ze niet te vergeten Deel I René Lefebvre, Wies Vanessche)

     

    Andreas(Andre) Cyriel Cailliez werd geboren te Kortrijk(‘t Hoge) den 16 december 1918.

    Hij was de zoon van Arthuur Jozef en Maria Justina Deweer.

    Het gezin Cailliez-Deweer ging in Bellegem wonen in 1923. Ze woonden eerst in de “Rollegem” (Rollegemsestraat), vervolgens in het begin van de “Muynckendoornstraat”(Munkendoornstraat).

    Na het overlijden van vader Arthuur verhuisden de weduwe en de kinderen naar de “Moeskroenstraat”(Kwabrugstraat) en later naar de “Statiestraat” nu Walleweg te Bellegem.

    Na het huwelijk van de kinderen heeft de weduwe Deweer Bellegem verlaten.

    Andre was gehuwd met Marguerite Paula Anseele, geboren te Kortrijk in 1922, ze was de dochter van Cyriel en Martha Vervacecke te Rollegem op 18 juli 1942 en gehuisvest te Rollegem. Andre werd al spoedig verplicht om naar Duitsland te gaan werken.

    † Op 29 maart 1944 te Leipzig (Duitsland).

    De rechtbank heeft het volgende uitgegeven, op verzoek van de Heer Procureur Des Konings.

    De rechtbank zegt voor echt dat Cailliez Andreas Cyriel, overleden is.

    Dit aldus gevonnist en uit gesproken ten paleizen van justitie te Kortrijk in openbare zitting der rechtbank de 19/1/1946. Tegenwoordig de heren A.de Kenmeter, alleen zetelende Rechter A.Dujardin, Substituut procureur des Konings en A.L. Adams, Griffier.

    Voor gelijkvormig afschrift ingeschreven te Rollegem den 4/3/1946.

    Den Ambtenaar van den Burgerlijken Stand. (Vandeghinste A.)

    Het heeft nog enkele jaren geduurd voor zijn stoffelijke resten naar Rollegem werden overgebracht.

    De weduwe, Marguerite Anseele, hertrouwde te Rollegem in 1946 met Jozef Allewaert.

    Ze overleed te Kortrijk † in 1964

     

     

    Henri Vanoverberghe en Godelieve Wittouck 26/11/1981

     

    Henri maakte beide wereldoorlogen aan den lijve mee. In de eerste wereldoorlog verzamelde hij ondermeer 8 frontstrepen.

     


    Categorie:gesneuvelden
    » Reageer (0)
    09-10-1999
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.gesneuvelden



                                                  

    Weerstander of verzetsstrijder

     

    1.   Is een verzamel naam voor alle groepen of personen die tijdens de Tweede Wereldoorlog weerstand boden aan de Duitse bezetting. De voornaamste waren : De witte brigade, Het geheim leger en het korps partizanen Belgisch verzet in de Tweede Wereldoorlog - Wikipedia

     

    Er waren sluikbladeren van “-La Libre Belgique- België Vrij- Bevrijding- De Boer- en nog andere pamfletten. Er waren mensen die dat gingen afhalen naar het schijnt in de loofstraat te Kortrijk, ne zekere Alfred. Die bladen werden regelmatig verdeeld. Men nam er zo tien à twintig met zich mee en verdeelde ze op de gemeente, of lieten ze achter op den tram. Ook voor deze daden kon men in aanmerking komen als zijnde weerstander. Ook op de werkplaats waar deze arbeiden werden er achtergelaten B.V. op de toiletten of op plaatsen waar gerookt werd. Deze bladen werden regelmatig uit gegeven eenmaal per maand vanaf februari 1941 tot juni 1944.

    Men ging zelfs na als er mensen waren die bladen gelezen hadden of ze eventueel doorgaven aan andere, zelfs jaren later was er nog sprake van. Madeleine Depoorter een winkelierster, weduwe van Joseph Vandeghinste kon er nog over mee spreken, haar man was toen al overleden.

    Bolaert Julien, geboren te Izegem op 6/6/1905 en Geldhof Suzanne, geboren te Kortrijk op 6/5/1908 Kortrijkstraat 41 werden erkend door het Ministerie van Landsverdediging zijnde gewapend weerstander. Suzanne was zelfs erkend als burgerlijke Weerstandster. Ze overleed op 12 september 1955 Zij verwierf de weerstands-herinnings medaille 1945, de medaille met gekruiste sabels en de medaille voor hulp aan geallieerde vliegers.

     

     



        

    Weerstandorganisatie;

     

    Op de gemeente was er geen organisatie, doch waren een 25 tal leden, welke aangesloten waren te Moeskroen of in Bellegem. Doch is bekend dat er tot driemaal toe de Duitsers onmogelijk werd gemaakt te telefoneren telkens waren de draden doorgeknipt.

    Een ander feit: in 1943 kwamen op het stadhuis drie gewapende mannen, ze vroegen aan de secretaris de volkregisters, de boeken werden verbrand. Zo konden de Duitsers geen jonge gasten meer afhalen, om ze naar Duitsland te sturen.

    Er was wel op Rollegem een geheime, afgelegen plaats waar de vergaderingen van de witte bende door gingen.


    Categorie:gesneuvelden
    » Reageer (0)
    08-10-1999
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.gesneuvelden



    Opgeëiste door de bezetter om naar Duitsland te gaan werk.

     

    FRANCE - FRANKRIJK - Marle (Aisne) - Sépulture collective de ...  

     

     

    Zoals overal waren ook te Rollegem opeisingen. De eerste welke opgeëist werden was november 1942. Ze ware 19 jaar oud. Van uit de werkbestel werd een brief gestuurd waarop stond, dat zij het onderzoek van den dokter moesten ondergaan, om daarna te gaan werken naar Duitsland. In mei 1943 werden er weer brieven gestuurd, maar den niet alleen de jongens maar ook meisjes van 19 à 22 jaar. De laatste brieven op het einde van 1943.Er waren van al de brieven welke verstuurd werden slechts vijf welke gegaan zijn. Zij de ze kregen verzwegen het en ze hielden zich zoveel mogelijk verborgen, ’t zij thuis of bij familie, het merendeel in Frankrijk. Al diegenen welke een brief ontvangen hadden werden van hun rantsoenkaart beroofd. Velen zich tot 2 jaar toe verborgen, toch allen waren ze thuis toen de Engelsen kwamen in september  1944.

     

    Aloïs-Joseph Vercaempst echtgenoot van Zulma Verdure Opgeëiste Civilarbeider 1940-1945 hij overleed op 20 maart 1982

     

    Georges Bels echtgenoot van Irma Ferlin Civilarbeider hij overleed op 9 oktober 1982

     

     

    Noël Noreille geboren in Rollegem op 15 april 1923, dook in 1942 en 1943 onder in Frankrijk waar hij ging werken in Gravelines.

    In 1945 werd hij opgeroepen voor zijn legerdienst, Hij kreeg een zware taak toegewezen Duitse krijsgevangen te bewaken en te begeleiden naar de kolenmijnen. De nachtelijke bewakingsdiensten waren de prettigste niet.

     

    Dendauw Gustaaf Geboren te Kortrijk op 20/1/1920 gehuisvest in de Muynckendoornstraat nr. 14 In hoedanigheid van soldaat milicien bij het 2de Linieregiment 6 Cie. werd hij op 26/5/1940 te Oostwinkel, krijgsgevangen genomen. Hij verbleef in Stalag een (Duitse afkorting voor Mannschaftsstamm- und Straflager (ook wel "Stammlager"),tot 28/2/1941

    Hij heeft 3 maanden herstelverlof gekregen en naar Kortrijk gekomen.

    Hij huwde in 1941 en vestigde hem in de Kortrijkstraat 55.

    Zijn eerste oproepingsbevel kreeg hij om naar Duitsland te gaan werken, en stak zijn brief in het vuur. Hij heeft nimmer voor de vijand gewerkt Dadelijk vertrok hij naar Frankrijk, waar hij enkele maanden geeft gearbeid.

    Denkende dat hij niet meer zou lastig gevallen worden door den bezetter is hij teruggekeerd

    In de jaren 1942/43 werkte hij op onregelmatige tijdsstippen om aan de kost te komen, onder andere bij landbouwers.

    Tot aan de landing der geallieerde legers te Cherburg, hield hij zich schuilt daar hij bijna wekelijks werd opgespoord door de “Feldgendarmen” De nachten bracht hij door bij een weduwe, samen met een vriend welke zich ook schuil moest houden.

     

    Quivron Roger geboren te Aalbeke 21/9/1924 vriend van Gustaaf Heeft zich ook schuil gehouden gedurende de oorlog 1940/45

    Hij werd dikwijls verontrust en opgespoord door de Duitse bezettingspolitie.

    De werken welke ze uitvoerden bij boeren waren: het vullen van granaattrechters, veroorzaakt door de geallieerden bombardementen op Kortrijk.

    Vanpraet Elisa weduwe Bekaert Theophiel

     


    Categorie:gesneuvelden
    » Reageer (0)
    07-10-1999
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.gesneuvelden



    Allewaert Jozef

     

    Bij gebrek aan werk is hij begin 1941 naar Frankrijk getrokken in het bijzonder Calais, daar verbleef hij ongeveer een vijftal weken waar hij gewerkt heeft. Van Calais trok hij verder naar Brest, ongeveer een drietal maanden, waar hij zich schuil hield tot hij er ontdekt werd en de vlucht kon nemen naar huis; Hij kwam één veertiental dagen opnieuw thuis in België en vertrok hij opnieuw naar Frankrijk. In 1943 bij een terugkeer uit Frankrijk werd hij door een landgenoot in dienst van de Gestapo zijn eenzelvigheidkaart afgenomen en kreeg het bevel zich aan te melden bij de Duitse werkbesteller in Moeskroen. Hij heeft daar door iemand zijn kaart teruggekregen met de raad laat je hier niet meer zien. Hij trok opnieuw naar Frankrijk ditmaal naar Boulogne waar hij werkte voor een bedrijf van Brussel, daar is hij gebleven tot in juni 1944. Hij werd er opgepakt door de gekende “blitzschnellpolizei” en naar Duitsland  gedeporteerd namelijk naar “Sulk Kreis Thuringen” waar hij tewerkgesteld werd in de Gudlof wapenfabriek.Al zijn oproepen om voor de vijand te werken heeft hij verbrand vandaar zijn verscheidde plaatsen in Frankrijk.

     

     

    Dendievel Edmond Handelaar in kleinvee, Aalbekestraat 25 en geboren te Bellegem op 29/9/1905

    Werd gedurende de bezetting opgeroepen tot verplichte arbeidsdienst in het jaar 1943. Hij is naar de Oudenaardsesteenweg te Kortrijk geweest. bij een bediende van de arbeidsmarkt. Waar hij de juiste persoon vond welke hem kon helpen te onttrekken van deze arbeidsdienst.

    Hij zou het nodige doen mits vergoeding, en dankbaar zijn voor wat eetwaren te kunnen krijgen. Als betaling werd 25kgr graan gegeven en een paar kiekens welke de man in Kortrijk aanvaarde en Edmond is niet meer van het arbeidsambt verontrust geweest.

    Betekenis van Frontstrepen

     

    Ze duiden den duur aan die een militair, sinds het begin van de vijandelijkheden, in de loopgraven van het front heeft doorgebracht.

    Een eerste frontstreep werd toegekend na 12 maanden werkelijke aanwezigheid.

    Een bijkomende frontstreep werd toegekend voor iedere daarop volgende periode van 6 maanden.

    Het maximum aantal frontstrepen dat kon worden toegekend, is 8

    Een zilverstaafje stond voor een frontstreep. Een verguld staafje werd gebruikt ter vervanging van vijf zilverstaafjes.

     


    Categorie:gesneuvelden
    » Reageer (0)
    06-10-1999
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.gesneuvelde

    Huisvestiging van Troepen

     

    De Duitsers gingen zo snel dat ze tijd niet hadden zich te Rollegem te vestigen.

    Het Rode kruis was niet zo gehaast, twee dagen na de eerst kwamen ze hier aan. Het was toen 25 mei, ze verbleven op de boerderijen, ongeveer een 300 manschappen.

    Ze bleven hier tot den 3de juni, sinds die dag zijn er hier geen troepen meer gehuisvest geweest.



    Gevechten.

     

    Hier hebben zich geen gevechten voorgedaan, doch beschietingen en overschieten. In den nacht van 26ste mei 1940 werd er onverwacht met kanonnen beschoten.

    Om 1 uur hoorden we een aanhouden gebrul van kanonnen. Rakelings zoefden de obussen in de kerkstraat en vielen met donderend geweld in de weiden achter het klooster. Zo werd de grot van O. L. Vrouw van Lourdes was gedeeltelijk beschadigd, doch het beeld was wonder boven wonder niet getroffen, noch beschadigd.

    Het gebulderd bleef zo een drietal uren aanhouden, ’s morgens om een uur of zeven begon het opnieuw, doch minder erg. Nu wist men waar ze moesten zijn, het was niet het klooster welke ze moesten treffen maar de hofstede van Constant Brouckaert. Op deze hofstede lagen tientallen Duitse soldaten? Ze waren bezig een aantal gestolen paarden te voederen, enige obussen kwam een einde aan hun leven stellen. De balans was zeven doden en negen paarden, pas acht dagen later werden ze begraven Ook op de hofstede van Emile Vandaele, “Vandaelenshof” in de Marksestraat werden er een vijftal soldaten en een 6 tal paarden neergeschoten.

    Geen parochianen en geen huizen werden er bij betrokken. Na dit voorval heeft men geen schoten meer gehoord in de nabijheid.

     

    Vlucht der bevolking

     

    Bij het uitbreken van den oorlog mei 1940, zijn naar ons weten geen mensen van hier gevlucht, men lag dicht aangeleund bij Frankrijk. Nochtans had een Engelse officier, de burgemeester het bevel gegeven, dat men hier zoals in ander dorpen beter op de vlucht ging. Volgens de burgervader moesten de bevelen komen van hogerhand, en hij gaf het bevel te blijven waar men was. De Engelse Stafofficier zou in de namiddag terugkeren, met een bevel van hogerhand, maar men wacht er nog op.

    De ganse parochie is de burgemeester, altijd dankbaar gebleven.

    Wat men wel mee heeft gemaakt, op zaterdag 11 mei 1940,voor de Duitsers hier waren, trokken vanaf drie in den namiddag tot ’s avonds zeven uur honderden wagens, vol met vluchtelingen hier voorbij. Het was een aaneen gesloten ketting, zonder ophouden, paarden, wagens, karren, koeien mensen, alles vol beladen met hebben en houden, richting Frankrijk. Er waren er van Luik, doch de meesten kwamen van den Limburg. De zondag daar opvolgend opnieuw het zelfde nu echter met meer haperingen.

    De zondag zouden vluchtelingen uit de Limburg hier verblijven, men had al heel wat schuilplaatsen voorzien, doch het was pas in den laten avond tussen acht en tien uur dat ze hier aankwamen. De laatste hadden tegen middernacht zijn schuilplaats ingenomen. Op maandag zijn nog wat jongeling hier geweest  op 14 mei trokken ze naar Frankrijk. Toen de Duitsers hier dichter genaderd waren trokken ook de ander verder weg naar Frankrijk, dat was daags voor de beschieting.

    Ze waren allen heel tevreden met hun verblijf alhier, velen hebben lang kontact gehouden met hun goede bewaarders.

    Vrijwilligers naar Duitsland.

     

    Op de gemeente waren er ongeveer een 25 tal vrijwillige arbeiders waaronder een 5 tal vrouwen. Het grootste deel van deze arbeiders zijn in 1942à 1943 terug gekeerd.

    Er waren ook vrijwilligers die voor den Duits gewerkt hebben op vliegvelden in Frankrijk, of langs de kust.

     

     

    Gedeporteerden; Gedwongen verplaatsing van mensen

     

    Een tachtigtal mensen werden er gedeporteerd, meestal jonge kerels maar er waren er bij van dertig of veertig jaar, ze gingen allen naar Duitsland.

    September 1942 Vancorsellis Roger, zoon van Arthur uit de “Reisduif “ Kortrijkstraat  werd van zijn bed afgehaald door de Duitse “Feldgendarmen” en opgeleid ter deportatie naar Duitsland als werkweigeraar. Hij zou eerst naar het gemeentehuis gebracht zijn geweest al waar hij als voorlopig zou zijn op gesloten maar vroeg in de morgen werd hij reeds getransporteerd.

     

     

    Politieke Gevangenen; mensen welke op niet-strafrechtelijke gronden worden op gesloten

     

    Bij weten waren er geen, doch zijn sommige mensen voor acht dagen achter grendels gesloten geweest, nooit zijn er welke naar Duitsland werden meegenomen.

     

    Gilbert Verhaeghe echtgenoot van Lea Dendievel overleden op 1 november 1998 Politiek gevangene van Lager E te Kahla(Duitsland)


                                            


    Categorie:gesneuvelden
    » Reageer (0)
    05-10-1999
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.gesneuvelden

    Voeding;

     

    Ook hier zoals elders was er rantsoenering, doch was het hier beter dan in stad. Iedereen of bijna iedereen, had een stukje grond, er werden geen perkjes aangelegd, maar wel tarwe gezaaid en aardappelen geplant. Laat ons zeggen dat zo wat meer dan den helft, de boterhammen niet moest tellen, doch zuinig zijn. Voor ander, was het slechter, veelal bleef het smeersel weg.

     

    Kleding;

     

    Velen waren gelapt, en dragen van oude, versleten kledij was zeker overal aan te zien. Wie goed kon naaien en verstellen waren de betere.

     

    Verkeer;

     

    Er was zoals in ander gemeenten weinig of geen verkeer. Enkel auto’s mochten rijden, wanneer men van een goed verzekerd bewijs had. Zij welke het niet hadden werd de auto afgenomen. Doch mensen zijn goed in plan trekken, aan ieder of toch aan het grootste deel was een of ander gebroken en of te kort, zodanig dat ze bij den eigenaar bleven. Zelf voor het fietsen was er een tekort aan banden, dus een goeie zaak voor toen nog rijdende tram, welke steeds bomvol zat!

     

     

    Onderwijs;

     

    De eerste jaren was er bijna geen verschil te merken, het was alsof er niets aan de hand was. Doch 1942 was er tekort aan kolen, voor de jongens, was het te samen zitten en geen les Ook de 43 en 44 was het zelfde, de meisjes daar in tegen hadden wel kolen door het klooster, zij hebben er niets van gemerkt. 

     

    Houding tegenover den Bezetter;

     

    De houding tegenover den bezetter was kalm en gedwee. De bevelen hebben ze in stilte volbracht, er werd geen weerstand geboden. Men volbracht de wensen, doch men bleef in verscholenheid het vaderland trouw!


    Categorie:gesneuvelden
    » Reageer (0)
    04-10-1999
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.gesneuvelden

                                   September 1944:

     

    Dit is het verhaal van een, lid van de burgerbescherming, die voor een vrouw, welke hoogzwanger was, naar dokter Declercq ging, (nu den bank aan ’t het “Rollegemse hof”)

    De dag begon, met kapot geslagen wegwijzers. Ze kwamen ter hoogte van de “Kwadebrug”  daar stonden fietsen, een motto, en er lagen geweren bij.Ik moet er hier bij vertellen dat het dien dag ook “berenweer” was, we konden niet ver zien en niet alles goed alles onderscheiden.

    Ter hoogte van café “de Rust”( Verdwenen café aan de overzijde) lag er een dode, met de armen open, ter hoogte van het huis van de dokter nog een dode, (later zou blijken dat er nog een lag aan de overkant, ook verdwenen, ter hoogte van de winkel gezusters Vandenbroucke) de eerste gedachten waren hier is een slag geslagen tussen “Witte “ en “zwarte benden”.De dokter kon maar niet begrijpen hoe zij er door waren geraakt? Hij had geen tijd voor een kinderbed, dus moesten ze maar naar Aalbeke. Bij hun terugkeer werden ze door een Delnat lid van de “Witte bende” niet terugkeren langs de “Kwadebrug” want men was overvallen geweest door de Duitsers. Toen hij terug thuis kwam waren er reeds drie uren voorbij. Bij den terugkeer om te weten wat er nu aan de hand was, kwam hij den drukker Jules Derdeyn tegen, eveneens iemand van de burgerbescherming. Deze kwam de lijken weg halen welke in de Moeskroenstraat lagen(3) Het kind werd die nacht geboren, het was die nacht dat “Treeske” Vandenbogaerde een kindje op de wereld zet, een meisje,.het luistert naar de naam Arlette, ze is school juffrouw geworden. Een nacht als een hel, Een geboorte, van een kind van André Cardoen, hoofdpostmeester van West-Vl. Zeven jonge levenslustige mannen, welke er levenloos bij lagen!

    Die slachting, (waarbij ook Duitsers werden gedood, maar meegenomen werden) was een vliegtuig dat de “Witte bende” zou bevoorraden van wapens,

    Het Duitse leger was zich aan het terug trekken, daar de wegwijzers verdwenen waren of in de verkeerde richting stonden, stonden de Duitsers op een dwaalspoor.



                                          

    Een voorpost reed zich vast naar de hofstede toe, zagen dat ze terug moesten keren, en ze ontmoeten zo de andere. Het werd een richting vuur, een gevlucht achter de zerken op het kerkhof, in de straten van de omgeving, het was een gruwelijk tafereel, een ware slachting, toeval of geplant? Resultaat zeven doden, van de Duitsers weet men niet, ze werden allen zoals gezegd meegenomen. De gesneuvelden werden opgebaard in het lokaal nu het O.C.

    De officiële tekst luid als volgt; De gruwelnacht van zaterdag 2 september te Rollegem zullen weinigen vergeten, bijzonder zij die in de omgeving woonden van den dorpskom en de omgeving van de “Kwadebrug”.

    Leden van de geheime leger hadden opdracht gekregen wapens te gaan halen die zouden gedropt worden in Bellegem.

    De weerstanders waren vertrokken uit Moeskroen in verschillende richtingen. Het Duitse leger of wat er van overbleef in deze streek was in volle aftocht, trok zich terug richting Bellegem, Zwevegem. Gekomen op de plaats te Rollegem waren de wegwijzers verdwenen of gedraaid zodat de vijand in de war was.

    Zo werden de leden van het geheime leger verrast en neergeschoten. Vijf van hen vielen op de plaats twee in de Moeskroenstraat, tegen het kruipunt met de Kwadebrug.

     

    Enkele werden gekwetst, waarvan een ernstig, en anderen zijn gevlucht, of hadden zich verscholen achter de zerken of monumenten op het kerkhof.

    Een andere bron meld dat: In den nacht van 2 op 3 1944 waren er hier een dertigtal leden van de “Witte bende”, zij moesten een auto aanvallen waarin iemand van de generale staf inzat. Doch ze hadden nog geen wapens, uitgezonderd handgranaten. De wapens moesten ze gaan halen op een boerderij Ze staken juist de straat over om naar het hof te gaan, toen de twee auto’s hen bijna omver reden. Het waren deze auto’s welke ze moesten hebben, ze waren te vroeg, zo waren ze verrast. De Duitser hielden stil, en begonnen te mitrailleren. De witte verdedigden zich doch hopeloos. Het gevecht heeft een half uur geduurd. De Duitsers hebben nog lang rond gereden, doch alles bleef stil. ’s Morgens hebben enige mensen de lijken afgehaald, er waren zeven doden, allen waren vreselijk aangedaan. Een zwaar gekwetste, hij had drie kogels in zich, doch is genezen. De gekwetste wist te vertellen dat er ook Duitsers dood waren, doch deze hebben ze meegenomen

     

    Een andere bron vermeld dag op die bewuste 2 september het geheime leger had de wegwijzers verwijderd of veranderd van richting zodat terugtrekkende Duitse soldaten voortdurend ronddwaalden op ons grondgebied

    Rond 23 uur kwamen luid pratende en zingt verzetslieden uit Moeskroen door de kerkstraat op weg naar Bellegem, waar een Engels vliegtuig wapens zou droppen.

    Plots stonden ze oog in oog met den vijand en opstaande voet ontbrande de schietpartij.

    Er vielen doden langs beide partijen. Twee gekwetste weerstanders werden zonder medelijden met een nekschot afgemaakt.

    Vluchtende leden van de brigade werden achterhaald en aan de Kwadebrug neergeschoten.

    De Duitsers hebben hun eigen slachtoffers opgeladen en verdwenen richting Bellegem.

    In Zwevegem werden ze door de geallieerden gevangen genomen.

     

    Die gruwelnacht van 2 september zullen weinigen vergeten, bijzonder zij die in de omgeving woonden van de dorpskom en het kruispunt aan de Kwadebrug.

    Leden van het van het geheim leger hadden opdracht gekregen wapens te gaan afhalen die zouden geparachuteerd worden in de omgeving van Bellegembos. De weerstanders waren vertrokken uit Moeskroen in verschillende richtingen. Het Duitse leger of wat er van overbleef in deze streek was in volle aftocht en trok zich terug richting Bellegem en Zwevegem. Gekomen aan de plaats te Rollegem en aan de Kwadebrug waren de wegwijzers verdwenen of lagen in de gracht, zodat de vijand halt hield. Zo werden de leden van het geheime leger verrast en neergeschoten. Vijf vielen rond de plaats en twee in de Moeskroenstraat tegen het kruispunt van de Kwadebrug. Enkelen werden gekwetst terwijl anderen konden vluchten of zich verscholen achter de monumenten op het kerkhof.

    Een herdenkingssteen werd geplaatst in de muur van het intussen verdwenen huis van de gezusters Vandenbroecke (op die plaats viel een weerstander)

    Door de verfraaiing van de dorpskom en het aanleggen van parkeerplaatsen en groen dienen deze huizen rond de kerk te verdwijnen en meteen het monument dat er aan de gevel werd aangebracht.

    Het stads bestuur van Moeskroen werd mondelings verwittigd dat door werken rond de kerk het monument zou moeten op een andere plaats gebracht worden. Het stads bestuur van Moeskroen kwam het monument weghalen en plaatste het in Moeskroen aan de “Zwarte gevel” dit zou de plaats zijn alwaar de weerstanders vertrokken waren.

    Bij het inwijden van het monument in de nieuwe bestemming te Moeskroen aan de zwarte gevel langs de oude baan van Moeskroen en Aalbeke werd niemand van Rollegem uitgenodigd. (Intussen is er reeds weer een nieuw monument geplaatst.)

    Is men in Moeskroen vergeten wat de oud-strijdersvereniging gedaan had? Men denkt nog aan die septembernacht 1944 op 12 januari 2010 werd het op de radio nog aangehaald door de vrouw van den bierhandelaar wonende op het gemeentehuis, van toen die tijd.



    Categorie:gesneuvelden
    » Reageer (0)
    03-10-1999
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.gesneuvelden



    De ramp van Rollegem verteld door iemand die het beleefde.( vertaling Uit  “La Tragedie de Rollegem) september 1982

     

    Wellicht zijn de boze geesten die ons moesten vergezellen op de van zaterdag laatstleden nog niet allen vergaan in de slapeloosheid van hun verdorvenheid, aangezien zij hun taak schijnen te moeten voleindigen in de taal van sommige personen, voor wie het een opdracht is heldenmoed van onze geliefde kameraden te bekladden, zij die voortaan in onze herinneringen, geen andere naam dan” held” meer(zullen) dragen.

    Wat sommigen ook zeggen, wij hadden een radio-oproep ontvangen, om zaterdagavond de centrale C.P.(Commandopost) te vervoegen. Wapens zouden geparachuteerd worden om in de komende dagen het gevecht te kunnen aangaan.

    De groepsleiders moesten hun mannen verwittigen. Na de verzameling, verlieten we wij de stad, vol hoop en zelfzekerheid, eindelijk zouden we nuttig zijn….

    Alles verliep vlot tot aan de “Piro Lannoy” waar een groepje van de C.P. ons opwachtte en ons Duitsers melden aan de Kwadebrug waardoor ons een nieuwe te volgen weg werd aangeduid.

    Niemand kende die weg, maar een post van het Rode-Kruis, die ons voorafging en die wij moesten vervoegen, richtte ons.

    In stilte volgde het peleton op een rij elkaar deze weg. In de onmiddellijke nabijheid van Rollegem werden 2 verkenners uitgestuurd; zij kwamen terug: niets te melden.

    Midden een schrikaanjagend weer kwam de ganse colonne de straat ineens door en reed de grote plaats op

    Het maanlicht werd af en toe verduisterd door grote regenwolken die door de wind werden voortgejaagd.

    Deze gure wind gierde in onze nek, zodat wij het gerucht der gepantserde Duitse wagens niet opvingen; terwijl zij integendeel wel het geratel van onze fietsen, een dertigtal konden horen.

    In den bocht op de plaats van Rollegem riep een soldaat uit de gepantserde auto ons “halt” toe. Maurice Cousin en enkele andere mannen die op dat ogenblik gevangen zaten tussen de auto en de muur, schoten op het voertuig. De Duitsers antwoorden gevat en mitrailleerden langs alle kanten. De ganse groep viel uiteen en vluchtte in algemene verwarring; slechts enkele mannen verdedigden zich en schoten hun wapens ledig.

    Ze waren geraakt en konden niets meer hopen…

    Enkele uren na het bloedbad, ben ik teruggekeerd om de slachtoffers te kennen die door een nekschot laaghartig waren afgemaakt.

    De ganse nacht werd er geschoten. Leopold Pollet moet in gevecht geweest zijn met de tweede gepantserde auto, om zijn wapenbroeders te wreken, want door een uitzonderlijke moed aangedreven, was hij voor het gevaar niet geweken.

    Ik zou hun heldenmoed, in dienst van het edelste ideaal, waarvan zij reeds het bewijs geleverd hadden gedurende de bezetting, willen kunnen uitschreeuwen.

    Aldus de schrijver van dit stuk.

    Zij waren met zeven, zeven helden van de weerstand die te Rollegem in de gure nacht van 1 en 2 september 1944: de nacht van de bevrijding!

    Dat hun namen vereerd worden en als voorbeeld dienen:Albert Cousin, Maurice Cousin, Jacques D’Halluin, Fernand Florin, André Pintelon, Hector Castelein Leopold Sabbe

    Een herdenkingssteen werd geplaatst in de muur van een nu verdwenen huis.


                                            


    Categorie:gesneuvelden
    » Reageer (0)
    02-10-1999
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.gesneuvelden

    De oorlog te Rollegem door het oog van een Rollegemnaar

     

    Er werden 5 gemeenteraden gehouden en er waren in 1939,  2554 inwoners. De eerste gemeenteraad was op 5 januari. In september werd Maurice Everaert tot burgemeester benoemd. Hij was geboren te Bellegem op 25 december 1888, doch werd niet officieel ingehuldigd, daar de oorlog tussen Frankrijk en Duitsland verklaard werd en er hier mobilisatie was. Het was dat jaar een strenge winter zeven week was het gevroren. De strijd beperkte zich meestal aan de Siegfried lijn en de Maginotlijn, die beiden miljarden hadden gekost. Sirenes loeiden bijna iedere dag in noord Frankrijk, wanneer vijandige vliegtuigen in aantocht waren.

    1940, voor de tweedemaal in de geschiedenis kwam het tot een rampzalige oorlog door de zelfde invaller Duitsland. Op 4 februari einde van 6 weken vorst. Op 17 februari grote sneeuwstorm.

    De mobilisatie gebeurde in fazen en niemand verstaat er zich aan. Vele soldaten liggen langs het gekende Albert kanaal. Op vrijdag 10 mei, en zeer mooi, algemene mobilisatie. Het Duitse leger valt België binnen, zonder oorlogsverklaring. Nederland en het Groot hertogdom Luxemburg vallen als slachtoffer.

    Om 6  uur ’s middags van 10 mei heeft een eerste grote vliegaanval plaats op het vliegplein van Wevelgem, het rangeerstation te Kortrijk en op de meubelfabriek “De Coene”. Het volk is in paniek, 11 mei opnieuw bommen op Kortrijk, het werd een algemene vlucht uit de stad. Op 13 mei komen de eerste vluchtelingen van het Luikse, Namen en Rochefort.

    Op 16 mei massale luchtaanval op Doornik, waar ook de bevolking op de vlucht sloeg. Zondag 19 mei branden de houtmagazijnen van “Helgig” Zwevegem af alsook van “Bulcaen” Moeskroen.

    Vluchtelingen van de streek van Geeraardsbergen komen langs hier.

    Op maandag 20 mei offensief op de Schelde. Vele Engelse soldaten komen door de gemeente bij het achteruit trekken van de troepen.

    Op maandag 21 mei, St Denijs, Helkijn, Spiere, Dottenijs en Bellegem ontruimen. Ook Rollegem is gereed voor te vluchten maar niemand weet wanneer.

    Op 23 mei komen de eerste Duitsers met zware motoren met sidecars en gewapend met mitrailletten in de gemeente. Er is geen elektriciteit meer .



                     

    Op 24 mei werd de gemeente Rollegem bezet. Langs de Leie word er hevig gevochten, grote bombardementen vinden plaats, bruggen moeten er aan geloven. Alle gemeenten langs de Leie hebben branden.

    Op zaterdag 25 mei worden de gemeenten Rollegem en Bellegem met artillerie geschut beschoten, er vallen geen slachtoffers wel is er grote schade aangericht.

    Er zijn grote troepen bewegingen.

    Op 26 mei, hevige bombardementen in de richting Menen, Wevelgem, Izegem en Roeselare.

    Op 27 mei hevige beschietingen uit Frankrijk op Rollegem, Aalbeke en Moeskroen, obussen vallen op de hofsteden Vandaele en bij Barbe. Duitse verliezen aan mannen en paarden.

    Op 28 mei het Belgische leger geeft zich over, het capituleert om verdere uitroeiing van soldaten en burgers te voorkomen.

    Koning Leopold wordt naar Duitsland gevoerd.

    Het Engels leger trekt zich terug op Duinkerke om in te schepen. De capitulatie werd getekend op het slot van Wijnendaele.

    In de nacht van 29 op 30 mei vallen opnieuw bommen op Kortrijk en Wevelgem.

    In de nacht van  vrijdag 31 mei vallen bommen op het ouderlingengesticht Pottelberg te Kortrijk. De troepen bewegen zich richting Frankrijk.

    Op 4 juni is er opnieuw elektriciteit.


                                              


    Categorie:gesneuvelden
    » Reageer (0)
    01-10-1999
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.gesneuvelden



    In de nacht van 7 juni vallen er opnieuw bommen op Moeskroen, fabriek Motte en Dottenijs.

    Op 8 juni werd de Duitse tijd ingevoerd, dus een uur vervroegd.

    In, de nacht van donderdag 14 november grote storm, met veel schade.

    Gans de winter door werd Bellegem bezet door Duits paardenvolk met wagens, de soldaten lagen in de nieuwe klaslokalen van het klooster, nieuwe paardenstallen  werden gebouwd in de Rollegemstraat op gronden van Debusschere beenhouwer te Bellegem

    In Rollegem werd Robert Desmet aangesteld als bediende der gemeente en werd de rantsoenering ingevoerd. Alles met zegels. Voor iedere gebruiker en volgens aantal personen. Dit werd ingericht in de bovenzaal van het “gemeentehuis” nu den Domino.

    Op 29 maart 1941 werd de laatste gemeenteraad gehouden, alleen het schepencollege bleef in dienst. Benzine wordt gerantsoeneerd, auto’s worden opzij gezet

    Op 3 september 1941 wordt schepen Jozef Vandeginste ontslagen door de bezetter.

    1942 het begon met een langdurende vorst vanaf 10 januari tot en met 15 maart. Op 23 januari vroor het -20°, met sneeuwstorm.

    Op 29 augustus bomaanval op Marke, en op 9 oktober bommen op St-Anna, waarbij vrouw Clochet ernstig werd verwond.

    Op 31 oktober luchtaanval op de elektrische centrale te Zwevegem.

    1943 op 14 mei opnieuw bombardementen op Marke en Wevelgem, welke zich herhaald voor Wevelgem op 12 juli.

    Op 2 juli bommen op het rangeerstation te Kortrijk en op de firma Decoene;

    Op 26 juli worden de vliegvelden van Wevelgem en Moorsele gebombardeerd, het herhaald zich op 26,27, 28 , 29 en 30 juli.

    Op zaterdag 4 september rond 6 uur bombardementen op Kortrijk en Marke, met een luchtgevecht boven Rollegem, waar een Duits vliegtuig naar beneden word gehaald.

    De piloot van het toestel kwam te recht in de nabijheid van de woning van Nabor Degroote. De piloot was zwaar toegetakeld aan de neus.

    Het vliegtuig zelf stortte neer naast de woning van Maurits Castelein in de Kerkstraat.

    Op 6 september capituleert Italië.

    1944, 18 maart ’s avonds een groot bombardement op de “Pottelberg te Kortrijk waarbij 250 doden te betreuren vallen.

    Op zondagavond met de foor te Moeskroen viel één bom te Rollegem, op huis “Tant” in de Marksestraat. Aan de waterval te Bellegem, werd een huis zwaar getroffen.

    Op 12 april werd het vliegveld van Wevelgem opnieuw aangevallen.

    10 mei zwaar bombardement op het centrum Kortrijk, het duurde 21 minuten, het aantal slachtoffers was gering volgens de schade, vele mensen hadden de stad verlaten.

    Het aantal inwoners te Rollegem was bijna verdubbeld door de vele Kortrijkzanen die hier kwamen hun intrek nemen.

    Op 13 mei luchtbombardement op Tourcoing (statie) alwaar een munitietrein stond.

    14 mei terug bommen op het vliegveld Wevelgem



    Categorie:gesneuvelden
    » Reageer (0)
    30-09-1999
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.gesneuvelden



    15 mei opnieuw aanval op Kortrijk dit keer het station.

    Op 19 juli viel een vliegend bom dichtbij de “Zevencoten” er was aanzienlijke schade.

    Op 21 juli 3de vreselijke aanval op Kortrijk, in twee delen. Het eerste bombardement duurde 14 minuten, met een tussen ruimte van een halfuur, volgde een tweede aanval deze duurde 20 minuten. Eerst vielen lichtbommen die geheel de stad en omgeving verlichten. De schade was aanzienlijk, door bommen en branden, er waren opnieuw 167 doden geteld en tal van gekwetsten.

     Op zaterdagavond 2 september was er een schermutseling op de plaats te Rollegem tussen het geheime leger en de terugtrekkende Duitsers.

    Vijf leden van het geheime leger sneuvelden. Ook op de Kwadebrug vielen er twee doden van de witte brigade, de wegwijzers waren uitgetrokken en de terugtrekkende legers bleven haperen.

    Op 3 september werd Doornik bevrijd en in de namiddag was het de beurt aan Brussel.

    Op  maandag voormiddag 4 september hevige gevechten te Kooigem, tussen de witte brigade en de Duitse troepen waar vliegtuigen ter hulp gekomen zijn voor de witte brigade.

    Op 17 oktober “GUTT- operatie, alle geld moet ingeleverd worden. 5000Fr. Per gezin wordt onmiddellijk uitbetaald. Het overige blijft geblokkeerd en wordt later in delen terugbetaalt na aftrek van kapitaalbelastingen.

    Op 12 mei 1945 werden brandstichtingen en plunderingen gedaan te Rollegem onder andere bij Alfons Vandewalle (onderwijzer) Louis Vandendriesche (landbouwer en bij Maurits Castelein (oorlogsburgemeester)

    De wapenstilstand wordt getekend op dinsdag 8 mei om drie uur.

    Op 22 juli trekt de vredestoet door de gemeente: vertrek om 3 uur te Tombroek, vervolgens de Tombroekstraat, Aalbeeksestraat tot aan de Lampe, terug langs de Aalbeeksestraat naar de Kerkstraat om dan te ontbinden.


                                             

    Bevrijding

     

    Op maandag 4 september toen in de voormiddag nog een Duitse auto voorbij was gekomen , kwam in de namiddag rond een uur of 5  een Canadese tank triomfantelijk Rollegem binnengereden. Aanstonds was er een massa volk op de plaats verenigd. De oude burgemeester besteeg weer zij troon, en hij werd feestelijk door het volk toegejuicht.

     

    1.   Hoe het te Rollegem gedurende de oorlog gegaan is kan men na lezen op de website Tussen bevolking en bezetter, tussen collaboratie en verzet ...

     


    Categorie:gesneuvelden
    » Reageer (0)
    29-09-1999
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.gesneuvelden



                                      

    Hiermee sluiten we het hoofdstuk “Gesneuvelden” af. 11 November, wij zouden dit als een goudklomp in ons hart moeten bewaren en dit telkenmaal vol liefde  herdenken, het einde van de Eerste Wereldoorlog, eveneens dat einde van de Tweede Wereld oorlog 4 September. Wie kan het ons nog navertellen, Antoinette Bels was drie, toen de oorlog uitbrak, een kranige vrouw haar

    oorlogsgeheugen is nog intact, ze weet nog dat ze bang was wanneer er bommen overvlogen. De tweede maakte nog een minder diepe indruk dan den Eerste, ze baarde drie kinderen volgens meneer pastoor mocht de kindermachine niet stil vallen. Haar man Remi, had meer mee gemaakt, toch zoals het overal ging werd er nooit over gepraat.

    Als kind trokken met de school naar het monument, om hun overleden mede broeders( welke er aan het front sneuvelden) werden herdacht, elk op zijn eigen gemeente.

    we vormden een haag en de oud-strijders stonden er met vlagen en bloemen en op hun fiere borst droegen ze vol eerbied, hun eretekens. Voor velen van hen was er na hun dood een ereperk, (een begraafplaats voor oud-strijders) Er zijn dorpen bekend die dat niet over hadden voor hen, denk maar aan Moen,Bambrugge deelgemeente van Erpe-Mere of nog Ramst, en dan schrijven mensen me:” op 11 november staan ze aan de gedenksteen van de gevallen oud-strijders huichelachtig een brief af te lezen om nadien eens goed te gaan feesten” Waarom heren ook hier geen gedenksteen wij weten ze kunnen er niet meer begraven worden, maar in Ieper aan de Menenpoort zijn het toch ook maar namen of is het zoals te Moen dat er zelfs geen namen bekend zijn?

    Men denkt er aan om 2014/2018 een grote herdenking te houden wat word het voor de Belgen, ze liggen verspreid over alle dorpen en steden. Britten, Canadezen, Duitsers allen hebben begraaf plaatsen, met veel liefde onderhouden. Wat doen wij met hen, afwachten?

    Zoals we nog steeds moeten wachten om op bepaalde gemeenten een ereperk te krijgen voor zij die het aan het front hebben mee gemaakt als oud-strijder, en waarvan Burgemeester, welke de enige zijn in het land die er kunnen over beslissen het onnodig achten

    om eerbied op te brengen voor hen. Wat moeten onze kinderen en kleinkinderen hier van onthouden? Als de overheid er och zo weinig belang aan hecht. Waren de andere soldaten(landen) dan zoveel beter dan de Belgen? Heren wethouders denk daar maar eens over na.

    Wanneer zij; “de allerlaatste getuigen”  zich de vraag stellen, “ Wat denk je komt er weer oorlog” heeft het toch aan dat mensen er voor vrezen.

    Ik hoop dat jij trouwe lezer en zij die, in de toekomst het doorneemt, er iets van op gestoken hebt, helaas wij kunnen er niet veel aan verhelpen alleen hopen dat er nooit meer oorlog komt. En dat er weldra vrede mag komen over alle gebieden. “Nooit meer Oorlog”

     

    Bedankt aan alle lezers, en als je vragen hebt, of iets kwijt wil laat het weten we kunnen nog steeds toevoegen.



    Categorie:gesneuvelden
    » Reageer (0)
    28-09-1999
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.gesneuvelden

    CATELEIN Achiel Alidoor

    Geboren te Heestert op 5 december 1879

    als zoon van Cyriel en Renilde Verbrugghe

    Vóór de oorlog huwde hij met Irma Dewitte

    Woonde 1914: Stationstraat Moen

    kantonnier

    Diende als….

    Overleden te Moen op 10 juli 1959

    Begraven op de gemeentelijke begraafplaats te Moen


    Categorie:gesneuvelden
    » Reageer (0)
    27-09-1999
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.gesneuvelden

    BLOMME Alfons Leo

    Geboren te Kortrijk op 13 september 1880 als zoon van Leo en Sidonie Vercoutere

     Vóór de oorlog huwde hij met Melanie Orroi

    zwingelaar

    Woonde 1914 op de Broekenhoek in Moen

    Diende als..........in het……….Regiment

    Overleden te Moen op 20 november 1960

    Begraven op de gemeentelijke begraafplaats te Moen


    Categorie:gesneuvelden
    » Reageer (0)
    26-09-1999
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.gesneuvelden

    BOONE Maurits Cyrille Geboren te Kruishoutem op 9 februari 1890

    als zoon van…

    Woonde 1914: Kruishoutem

    Diende als...

    Oorlogsinvalide

    na de oorlog huwde hij met Madeleine Ghyselinck

    Woonde Achterhoek 66 Moen

    Overleden te Moen op 16 februari 1962

    Begraven op het gemeentelijk kerkhof te Moen


    Categorie:gesneuvelden
    » Reageer (0)
    25-09-1999
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.gesneuvelden

    BREDA Desiré Camiel, geboren te Moen op 16 augustus 1891

    als zoon van August en Marie-Louise Benoit

    Woonde 1914: de Klijte Moen

    Diende als Soldaat bij het 1ste Artillerie Regiment

    Na de oorlog huwde hij met Augusta Vermeersch

    en werd politieagent in Oostende

    Overleden te Oostende op 20 november 1928

    Begraven op het stedelijk kerkhof te Oostende


    Categorie:gesneuvelden
    » Reageer (0)
    24-09-1999
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.gesneuvelden

    CATELEIN Achiel Alidoor, geboren te Heestert op 5 december 1879

    als zoon van Cyriel en Renilde Verbrugghe

    Vóór de oorlog huwde hij met Irma Dewitte

    Woonde 1914: Stationstraat Moen

    kantonnier

    Diende als….

    Overleden te Moen op 10 juli 1959

    Begraven op de gemeentelijke begraafplaats te Moen


    Categorie:gesneuvelden
    » Reageer (0)
    23-09-1999
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.gesneuvelden

    DELOBELLE Achiel, geboren te Moen op 19 maart 1883 als zoon van Ivo en Paulinne Saffers

    Woonde 1914: Klijte Moen

    Huwde Alida Breda

    Diende bij het 1ste Zware Artillerie Regiment

    Overleed te Moen op 26 januari 1971

    Begraven op de gemeentelijke begraafplaats te Moen

    Opgenomen in het Guldenboek van de vuurkaart Boekdeel 37 - blz. 602


    Categorie:gesneuvelden
    » Reageer (0)
    22-09-1999
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.gesneuvelden

    DEMETS Jules Theophiel, geboren te Moen op 3 december 1891, als zoon van Achiel en Marie Vanwijnsberghe

    Woonde 1914: Plaats Moen

    Echtgenoot van Palmyre Roelens

    Diende als ...

    Overleden te Sint-Baafs-Vijve op 13 november 1979 Begraven op de gemeentelijke begraafplaats te Moen


    Categorie:gesneuvelden
    » Reageer (0)
    21-09-1999
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.gesneuvelden

    GOEMAERE Georges, geboren te Moen op 9 maart 1893

    als zoon van Henri en Mathilde Schaeck

    Woonde 1914: Comminnestraat 162

    Diende 6 jaar als … in de loopgraven

    Huwde met Maria Bouckaert

    Overleden te Ieper op 15 april 1959

    Begraven …

    Onderscheidingen:

    Oorlogskruis met 2 palmen

    IJzerkruis

    Zegenmedaille

    Herinneringsmedaille

    Militaire medaille


    Categorie:gesneuvelden
    » Reageer (0)
    20-09-1999
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.gesneuvelden

    HOLVOET Firmin Cyriel, geboren te Moen op 29 januari 1882

    als zoon van Ivo en Adolphina Verdonck

    Woonde 1914: Comminnestraat Moen

    Hij diende als Soldaat bij …

    Oorlogsinvalide

    Huwde Octavie Vancoster

    Overleden te Moen op 31 mei 1933

    Begraven op het oude kerkhof aan de kerk te Moen


    Categorie:gesneuvelden
    » Reageer (0)
    19-09-1999
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.gesneuvelden

    HOOGHE Gentiel Alouis, geboren te Moen op 16 mei 1883

    als zoon van August en Marie Sylvie Vandeputte

    Woonde 1914: Pezelstraat Moen

    Diende als Soldaat bij …

    Huwde na de oorlog met Leonie Vanwijnsberghe

    Overleden te Esterwegen (D) op 26 december 1943 in het Concentratiekamp als politiek gevangene


    Categorie:gesneuvelden
    » Reageer (0)
    18-09-1999
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.gesneuvelden

    LOOSFELT Robert Leopold, geboren te Moen op 16 maart 1894

    als zoon van Camiel en Eugenie Vanlerberghe

    Woonde 1914: Bavegemstraat Moen

    Echtgenoot van Margaretha De Vreese

    Diende als Soldaat bij 2de Carabinier, milicien

    Overleden te Zulte op 15 mei 1980

    Begraven op het kerkhof van...


    Categorie:gesneuvelden
    » Reageer (0)
    17-09-1999
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.gesneuvelden

    MALFAIT Aimé Alfons, geboren te Moen op 21 december 1881

    als zoon van Jan en Eugenie Stichelbout

    Huwde vóór de oorlog met Helena Cannoo

    Woonde 1914: Pezelstraat Moen

    Hij diende als Soldaat bij …

    Overleden te Moen op 5 april 1962

    Begraven op de gemeentelijke bergaafplaats te Moen


    Categorie:gesneuvelden
    » Reageer (0)
    16-09-1999
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.gesneuvelden

    MATTHIJS Theophiel Camille, geboren te Moen op 8 augustus 1887

    als zoon van August en Julia Vandebunderie

    Woonde 1914: Bavegemstraat Moen

    Echtgenoot van Mathilde Anna Geerinck

    Diende als ...

    Overleden te Wijnegem op 20 november 1969

    Begraven op de Stedelijke Begraafplaats te Antwerpen


    Categorie:gesneuvelden
    » Reageer (0)
    15-09-1999
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.gesneuvelden

    MOREELS Frederick Henri, geboren te Moen 17 november 1884

    als zoon van Leo en Clémence Vancoppenolle

    Woonde 1914: de Klijte Moen

    Diende als …

    Na de oorlog huwde hij met Marie Vanwijnsberghe

    Overleden te Moen 7 augustus 1972

    Begraven op de gemeentelijke begraafplaats te Moen


    Categorie:gesneuvelden
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.gesneuvelden

    MATTON Clovis, Geboren te Moen op 4 januari 1896

    als zoon van Ivo en Marie Rosalie Matton

    Woonde 1914: Hoogkroonstraat Moen

    Diende als milicien 3de Regiment der Lanciers

    Na de oorlog huwde hij met Anna Vandendriessche

    Overleden te Gent op 18 juli 1982

    Begraven op het gemeentelijk kerkhof van Kerkhove


    Categorie:rollegem
    » Reageer (0)
    14-09-1999
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.gesneuvelden

    MONTENS Honoré Maurits, geboren te Petegem op 16 augustus 1896

    als zoon van August en Leonie Demoor

    Woonde 1914: Sint-Denijsstraat Moen

    Diende als Soldaat bij het 2de Regiment Artillerie

    1ste Groep 2de Batterij

    Na de oorlog huwde hij met Palmyre Beyls

    Overleden te Moen 16 augustus 1991

    Begraven op de gemeentelijke begraafplaats te Moen


    Categorie:gesneuvelden
    » Reageer (0)
    13-09-1999
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.gesneuvelden

    ORROI Georges Alberic, geboren te Heestert op 19 november 1884

    als zoon van Edward en Maria Vanpraet

    Woonde 1914: Hoogkroon 48 Moen

    Huwde met Elodie Libbrecht

    Diende als…..

    Overleden te Moen op 15 juni 1966

    woonde toen Sint-Denijsstraat 48 Moen

    Begraven op de gemeentelijke begraafplaats te Moen


    Categorie:gesneuvelden
    » Reageer (0)
    12-09-1999
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.gesneuvelden

    PAUWELS Octaaf Henri, geboren te Moen op 5 augustus 1894

    als zoon van Jan en Nathalie Callens

    Woonde 1914: Achterhoek 20 Moen

    Huwde Maria Elodie Pauwels

    Diende als …

    Overleden te Kortrijk op 26 juli 1978

    woonde toen Kastanjeboomstraat 48 Moen

    Onderscheiding:

    Kruis officier in de Kroonorde met zwaarden


    Categorie:gesneuvelden
    » Reageer (0)
    11-09-1999
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.gesneuvelden

    RAEPSAET Achiel Alois, geboren te Moen op 8 maart 1891

    als zoon van Leopold en Victorine De Wulf

    Woonde 1914: Achterhoek Moen

    Huwde Emma Helena Callens

    Diende als oorlogsvrijwilliger, soldaat 8ste Linie

    Overleden te Kortrijk op 5 juli 1977

    Begraven op de gemeentelijke begraafplaats Knokke

    Opgenomen in het Guldenboek van de vuurkaart Boekdeel 34-35 - blz. 277

    6 frontstrepen

    Onderscheidingen:

    Ridder in de Orde van Leopold II met zwaarden

    Oorlogskruis met palm

    Medaille van vrijwilliger

    Vuurkruis Zegemedaille en Herinneringsmedaille

    Medaille van Koning Albert


    Categorie:gesneuvelden
    » Reageer (0)
    10-09-1999
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.gesneuvelden

    ROGIE Ernest, geboren te Moen op 11 december 1893

    als zoon van Leopold en Mathilde Clement

    Woonde 1914: Bossuitstraat 82 Moen

    Huwde Marie Wannijn

    Diende als …

    Overleden te Outrijve op 8 januari 1963

    Begraven …


    Categorie:gesneuvelden
    » Reageer (0)
    09-09-1999
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.gesneuvelden

    RYCKBOSCH Jozef Maurice, geboren te Moen op 25 februari 1898

    als zoon van Xaveer en Euphrasie Fourneau

    Woonde 1914: Beekstraat 91 Moen

    Huwde Madeleine Clairhout

    Diende als …

    Overleden te Kortrijk op 16 mei 1991

    Woonde toen Moense Beekstraat 1

    Begraven …


    Categorie:gesneuvelden
    » Reageer (0)
    08-09-1999
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.gesneuvelden

    SEYNAEVE George, geboren te Moen op 1 januari 1899

    als zoon van Jules en Elodie Verriest

    Woonde 1914: Broekenhoek 93 Moen

    Huwde Elodie Raepsaet

    Gemobiliseerd als 16-jarige

    Moest als opgeroepene in Noord-Frankrijk

    een jaar lang treinrails leggen

    Overleden te Sint-Denijs op 25 april 1998

     Laatste oudstrijder WO I van Moen


    Categorie:gesneuvelden
    » Reageer (0)
    07-09-1999
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.gesneuvelden

    SEYS Jules Achille, geboren te Moen op 17 april 1894

    als zoon van Désirè en Maria Van Autrijve

    Woonde 1914: Pezelstraat 51 Moen

    Huwde 12 of 20 dec. 1920 Aria Demets

    Woonde toen in bij fam. Crepel

    Diende als …

    Overleden te Waregem op 22 maart 1975

    Woonde toen …


    Categorie:gesneuvelden
    » Reageer (0)
    06-09-1999
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.gesneuvelden

    VALYS Octaaf Aimé, geboren te Moen op 5 maart 1892

    als zoon van Petrus en Marie Therese Volkaert

    Woonde 1914: Knokkestraat Moen

    Diende als…

    Na de oorlog huwde hij met Maria Deplae

    Overleden te Knokke op 17 februari 1947

    Begraven op de gemeentelijke begraafplaats Knokke


    Categorie:gesneuvelden
    » Reageer (0)
    05-09-1999
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.gesneuvelden

    VAN DE LANOTE Jean, geboren te Moen op…..

    als zoon van…..

    Woonde 1914:

    Huwde …

    Overleden te …

    Diende als soldaat bij de 1ste Zware Artillerie

    Opgenomen in het Guldenboek van de vuurkaart

    Boekdeel 34-35 - blz. 609


    Categorie:gesneuvelden
    » Reageer (0)
    04-09-1999
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.gesneuvelden

    VAN DEN HEEDE Gaspard Jan, geboren te … op 27 oktober 1893

    als zoon van …

    Woonde 1914: Knokkestraat Moen

    Diende als brigadier 10de Artillerie

    Huwde met Alix Pitteljon

    Verhuisde naar Sint-Amandsberg

    Overleden te Ieper op 15 april 1959

    Begraven …

    4 frontstrepen

    Opgenomen in het Guldenboek van de vuurkaart

    Boekdeel 36-37 – blz. 324

    Onderscheidingen:

    Oorlogskruis met 2 palmen

    IJzerkruis

    Zegemedaille

    Herinneringsmedaille

    Militaire medaille


    Categorie:gesneuvelden
    » Reageer (0)
    03-09-1999
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.gesneuvelden

    VANDENBULCKE Henri Jules, geboren te Moen op 1 december 1894

    als zoon van Camiel en Marie Vandekerckhove

    Woonde 1914: Pezelstraat Moen

    Diende 4 jaar als Vlaams fronter, als …

    Na de oorlog huwde hij met Berta Vandenbogaerde

    Overleden te Avelgem op 18 januari 1973

    Begraven op de gemeentelijke begraafplaats te Moen

    Werd vereremerkt met

    verscheidene militaire en burgerlijke eretekens


    Categorie:gesneuvelden
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.gesneuvelden

    VANDENBOGAERDE Georges, geboren te Moen op 7 maart 1893

    als zoon van Henri en Emma Kints

    Woonde 1914: Plaats Moen

    Diende als…

    Oorlogsinvalide

    Huwde na de oorlog met Bertha Vandekerckhove

    Overleden te Moen op 14 januari 1950

    Begraven op de gemeentelijke begraafplaats te Moen

    Onderscheidingen:

    Ridder in de Leopold II orde met palm

    Oorlogskruis met palm

    Rider in de Kroonorde met zwaarden

    IJzermedaille

    Zegemedaille

    Herinneringsmedaille


    Categorie:gesneuvelden
    » Reageer (0)
    02-09-1999
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.gesneuvelden

    VANDEPOPULIERE Georges Oscar, geboren te Moen op 5 juli 1894

    als zoon van Leo en Marie Debaere

    Woonde 1914: Meersstraat Moen

    Diende als …

    Na de oorlog huwde hij met Maria Desplenter

    Overleden te Kortrijk op 13 juli 1978

    Begraven op de gemeentelijke begraafplaats te Moen


    Categorie:gesneuvelden
    » Reageer (0)
    01-09-1999
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.gesneuvelden

    VANMARCKE Alois, geboren te Moen op 4 september 1893

    als zoon van Charles Louis en Elodie Adyns

    Woonde 1914: Achterhoek Moen

    Diende als …

    Na de oorlog huwde hij met Irma Houttave

    Woonde toen Ellestraat Zwevegem

    Overleden te Zwevegem op 18 april 1973

    Begraven op de gemeentelijke begraafplaats Knokke


    Categorie:gesneuvelden
    » Reageer (0)
    31-08-1999
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.gesneuvelden

    VANOVERBEKE Edmond René, geboren te Zwevegem op 11 april 1894

    als zoon van Alois en Emma Louisa Vanderhauwaert

    Woonde 1914: Kanaalstraat 74 Moen

    Echtgenoot van Helena Vervaecke

    Diende als soldaat bij …

    Overleden te Moen op 15 maart 1960

    Begraven op de gemeentelijke begraafplaats te Moen


    Categorie:gesneuvelden
    » Reageer (0)
    30-08-1999
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.gesneuvelden

    VANOVERBEKE Remi, geboren te Moen op…..

    Als zoon van …

    Woonde 1914: …

    Huwde …..

    Diende als Soldaat bij het 2de Carabiniers

    Overleden te…..

    7 frontstrepen

    1 kwetsuurstreep

    Opgenomen in het Guldenboek van de vuurkaart Boekdeel 35-36 - blz. 478


    Categorie:gesneuvelden
    » Reageer (0)
    29-08-1999
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.gesneuvelden

    VANPOUCKE Georges Victor, geboren te Moen op 25 februari 1894

    als zoon van Camiel en Marie Mathilde Lanneau

    Woonde 1914: Sint-Denijsstraat 39 Moen

    Huwde Elisa Ducaert

    Diende als …

    Overleden te Muizen op 25 februari 1983

    Vereerd met verschillende Militaire Eretekens


    Categorie:gesneuvelden
    » Reageer (0)
    28-08-1999
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.gesneuvelden

    VERCOUTERE Kamiel, geboren te Moen op 1 november 1896

    als zoon van Ivo en Leonie Vandenbulcke

    Woonde 1914: Sint-Denijsstraat 36 Moen

    Huwde Madeleine Rigole

    Diende als …

    Overleden te Moen op 24 juli 1971

    Woonde toen Korenbloemstraat 4 Moen

    Begraven op de gemeentelijke begraafplaats te Moen


    Categorie:gesneuvelden
    » Reageer (0)
    27-08-1999
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.gesneuvelden

    VERGOTE Henri Gustaaf, geboren te Moen op 18 september 1883

    als zoon van Camiel en Leonie Vromant

    Woonde 1914: Hoogkroon 14 Moen

    Hij diende als….

    Huwde (1) Emilie Vanhuysse

    (2) Godelieve Rommens

    Overleden te Moen op 8 oktober 1964

    Woonde toen Plaats 6 Moen

    Begraven op de gemeentelijke begraafplaats te Moen


    Categorie:gesneuvelden
    » Reageer (0)
    26-08-1999
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.gesneuvelden

    VERMAUT Raymond Odile, geboren te Heestert op 23 November 1893

    als zoon van Benoni en Nys Marina

    Woonde 1914 Sint-Denijsstraat 25 Moen

    Huwde met Windels Marina

    Diende als Brigadier bij de 1ste Zware Artilerie

    Oorlogsinvalide

    Overleden te Kortrijk 12 juli 1960

    Woonde toen Sint-Denijsstraat Moen

    8 frontstrepen

    Opgenomen in het Guldenboek van de Vuurkaart

    Boekdeel 36-37 - blz. 567

    Onderscheidingen:

    Vuurkruis

    Oorlogskruis

    IJzerkruis

    Overwinningsmedaille

    Herinneringsmedaille

    Ridder in de Leopoldsorde

    Ridder in de Kroonorde


    Categorie:gesneuvelden
    » Reageer (0)
    25-08-1999
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.gesneuvelden

    VERMEULEN Valeer Norbert, geboren te Moen op 8 juni 1893

    als zoon van Achiel en Zulma Knudde

    Woonde 1914 Meersstraat 6 Moen

    Huwde met Vandenbulcke Maria

    Diende als soldaat bij het 3de Carabiniers Regiment

    Oorlogsinvalide

    Overleden te Zwevegem op 13 februari 1957 begraven te …

    Opgenomen in het Guldenboek van de Vuurkaart

    Boekdeel 36-37 - blz. 436

    Onderscheidingen:

    Ridder in de Leopoldsorde

    Vuurkruis


    Categorie:gesneuvelden
    » Reageer (0)
    24-08-1999
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.gesneuvelden

    VERRIEST Rupert, geboren te Moen in 1871

    als zoon van Camiel en Sylvie Seys

    Woonde 1914: Broekenhoek Moen

    Huwde met Marie Noël

    Frontsoldaat WO I Diende onder:

    Werd veldwachter in Saint-Léger bij Pecq

    Overleden kort na 10 mei 1940 (doodgeschoten)


    Categorie:gesneuvelden
    » Reageer (0)
    23-08-1999
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.gesneuvelden

    VLIEGHE Jules Joseph, geboren te Sint-Denijs op 30 maart 1896

    als zoon van Cyriel en Marie-Louise Vandorpe

    Woonde 1914: Sint-Denijsstraat 40 Moen

    Diende als Soldaat bij …

    Huwde Avila Dewitte

    Woonde toen Bossuitstraat 17 Moen

    Overleden te Moen op 18 april 1964

    Begraven op de gemeentelijke begraafplaats te Moen


    Categorie:gesneuvelden
    » Reageer (0)
    22-08-1999
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.gesneuvelden

     DEBUE Alfons, geboren te Moen op 16 september 1891

    als zoon van Jules en Alida Vromant

    Woonde 1914: Bossuitstraat 73 Moen

    Diende als soldaat 2de klas bij mil 1913 eenheid 2 linie3/3 (11 cie)

    Ongehuwd, gehergroepereed ijzerkanaal te Ieper,groepering XIX

    Steekkaart nr 65289 op naam van DEB cateur

    Sneuvelde te Steenstraete-Zuidschote op 13 mei 1915

    Dood aangetroffen 30 meter buiten de loopgraaf op de linkeroever van het Ieperkanaal

     

    Begraven …

    Het is mogelijk dat ofwel het graf na de oorlog niet teruggevonden werd, ofwel dat hij niet meer te identificeren was en als onbekende herbegraven werd.

    Bron www.ieper.be  |  www.inflandersfields.be 


    Categorie:gesneuvelden
    » Reageer (0)


    Films over Rollegem
  • De bevrijding
  • Het boerenleven anno 1946
  • Het wereldrecord wandtabpijt

  • Inhoud blog
  • doodsprentjes, bidprentjes 1955
  • gesneuvelden
  • kerk en leven
  • doodsprentjes, bidprentjes 1954
  • gesneuvelden
  • doodsprentjes, bidprentjes 1953
  • TREES
  • SAMANA
  • okra
  • KWB
  • FEMMA
  • doodsprentjes, bidprentjes 1952
  • gesneuvelden
  • doodsprentjes, bidprentjes 1951
  • doodsprentjes, bidprentjes 1950
  • doodsprentjes, bidprentjes 1949
  • doodsprentjes, bidprentjes 1948
  • doodsprentjes, bidprentjes 1947
  • verdienstelijke
  • doodsprentjes, bidprentjes 1946

    Categorieën
  • 100 jaar oorlog (4)
  • Adem-tocht (1)
  • De parochie Pastoors (16)
  • Fatima (8)
  • Femma (1)
  • Folklore historiek (3)
  • folkloreraad (1)
  • gehuchten (20)
  • gesneuvelden (136)
  • gezinsbond (2)
  • handelaars (24)
  • Harmonie (2)
  • historiek Gezinsbond (1)
  • historiek ziekenzorg (1)
  • Kinderopvang (1)
  • koor Crescendo (1)
  • kunst en cultuur (64)
  • KVLV (0)
  • KWB (1)
  • Missiebestuur (1)
  • MPI (1)
  • Neos (1)
  • nieuw (1)
  • nieuw te (3)
  • Nostalgie (23)
  • Okra (1)
  • onderpastoors (10)
  • Oud Rollegem (49)
  • pre Historie (11)
  • Priesters inboorlingen (34)
  • rollegem (33)
  • Rollegem denkt aan zijn missionarissen (18)
  • rollofeesten (1)
  • Rollshausen (10)
  • Rouwprentjes (55)
  • St-Antonius (1)
  • St.-Antoniusfeesten - historie (17)
  • staartje van Antoniuszwijntje (25)
  • Stond in min Gazette (32)
  • straatnamen (9)
  • Tijd van toen (25)
  • Tombroek koerse (2)
  • Toponiemen (272)
  • veertigdagentijd (1)
  • verdienstelijke persoon (21)
  • wist u? (7)
  • Ziekenzorg (2)
  • zusters Inboorlingen (4)

  • Mijn favorieten
  • cultuurweb
  • Damesvoetbal Rollegem
  • Basisschool Rollegem
  • De Kindervriend
  • Aid basket Rollegem
  • WTC De Platse
  • NEOS
  • Rollofeesten
  • Seniorenacties Kortrijk Zuid
  • fotosite Chiro Rollegem

    E-mail uw bericht

    Wil je als vereniging activiteiten en nieuwtjes op het blog? Een mailtje volstaat.


  • Harmonie St.-Cecilia
  • Rollegem.be
  • Chiro Tandem
  • Vormelingen

  • Archief per maand
  • 11-2017
  • 10-2017
  • 09-2017
  • 08-2017
  • 07-2017
  • 06-2017
  • 05-2017
  • 04-2017
  • 03-2017
  • 02-2017
  • 01-2017
  • 12-2016
  • 11-2016
  • 10-2016
  • 09-2016
  • 07-2016
  • 06-2016
  • 05-2016
  • 04-2016
  • 03-2016
  • 02-2016
  • 01-2016
  • 12-2015
  • 11-2015
  • 10-2015
  • 09-2015
  • 08-2015
  • 07-2015
  • 06-2015
  • 05-2015
  • 04-2015
  • 03-2015
  • 02-2015
  • 01-2015
  • 12-2014
  • 11-2014
  • 10-2014
  • 09-2014
  • 08-2014
  • 07-2014
  • 06-2014
  • 05-2014
  • 04-2014
  • 03-2014
  • 02-2014
  • 01-2014
  • 12-2013
  • 11-2013
  • 10-2013
  • 09-2013
  • 08-2013
  • 07-2013
  • 06-2013
  • 05-2013
  • 04-2013
  • 03-2013
  • 02-2013
  • 01-2013
  • 12-2012
  • 11-2012
  • 10-2012
  • 09-2012
  • 08-2012
  • 07-2012
  • 06-2012
  • 05-2012
  • 04-2012
  • 03-2012
  • 02-2012
  • 01-2012
  • 12-2011
  • 11-2011
  • 10-2011
  • 09-2011
  • 08-2011
  • 07-2011
  • 06-2011
  • 05-2011
  • 04-2011
  • 03-2011
  • 02-2011
  • 11-2010
  • 06-2010
  • 12-2009
  • 10-2009
  • 09-2009
  • 05-2009
  • 04-2009
  • 02-2009
  • 01-2009
  • 06-2008
  • 04-2008
  • 03-2008
  • 02-2008
  • 01-2008
  • 12-2007
  • 10-2007
  • 09-2007
  • 08-2007
  • 07-2007
  • 06-2007
  • 04-2007
  • 02-2007
  • 11-2006
  • 12-2005
  • 11-2005
  • 10-2005
  • 01-2000
  • 12-1999
  • 11-1999
  • 10-1999
  • 09-1999
  • 08-1999

    Gastenboek

    Druk op onderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek


    Foto

    pastoors vanaf 1448

    Hespeel Philippens

    1448 tot 1452

    Jan Vande Male

    1453 tot  1454

    Pieter Adams 

    1454 tot 1455

    Jan Bronne

    1455 tot 1458

    Jan Boudin

    1458 tot 1476

    Willem Cordier

    1476 tot 1505 

    Andries Noppe


    Foto

    1505 tot 1541

    Philippus Hespeel

    1541 tot 1547

    Jooris Halsberghe

    1547 tot 1549

    Willem Adyn

    1549 tot 1560

    Pieter de Condé

    1560 tot 1574

    Willem Adyn

    1574 tot 1586

    Pieter De Jonghe

    1586 tot 1597

    Jan Reynkens

    1597 tot 1600

    Adriaan Mulier


    Foto

    van 1600 tot 1606

    Corneel Van Boterberghe

    van 1606 tot 1608

    Jan Longovius of Langenhove

    1608 tot 1613

    Bernard de Crudenaere

    1613 tot 1614

    Hubrecht Saba

    1614 tot 1614

    Jacobus Beert

    1614 tot 1656

    Franciscus Seyse

    1656 tot 1668

    Jacobus Caelewaert

    1668 tot1691

    Joos De Boo

    1691 tot 1700

    Hendrik Commacen

     


    Foto

    1700 tot 1703

    Petrus Franciscus Van Biesbroucq

    1703 tot 1714

    Karel Frans Van Eeckhout

    1714 tot 1743

    J. J. Vande Velde

    1743 tot 1751

    J.B. Wasteels

    1751 tot  1761

    Fac. Jos. Fattrez

    1761tot 1762

    P.P.F. Van Haesendonck

    1762 tot 1772

    Jan Francis Cusenelle

    1772 tot 1801

    Joannes J. Rutgeers.

    Begraven voor de Calvarieberg

    Steen links van het kruis. 

     


    Foto

    Van 1801 tot 1803

    Mullier Pieter Jos

    1803 tot 1808

    Verlinden Jean-Bapt

    1808 tot 1809

    Cardoen Steven Frans Jos.

    1809 tot 1842

    Mullier Pieter Joseph

    1842 tot 1852

    Denijs Karel

    1852 tot 1862

    Missu Karel-Louis

    1862 tot 1867

    Lonneville Francis

    1867 tot 1873

    Lietaert Edward

    1873 tot 1879

    Huys Lodewijk

    1879 tot 1903

     


    Foto

    Phillippus Jacobus Bettenhof

    Begraven aanzijds den calvarieberg

    14 mei 1903

     

     

     


    Foto

    Billiau Rijkaart

    Van 1903 tot 1910

    Hij mocht de kerk

    vermeerderen en

    herstellen


    Foto

    VandeWeghe Camiel

    Van 1910 tot 1925


    Foto

    Lelieur Constant

    Van 1925 tot 1938

    blijft te Rollegem

    tot 15/12/1943 +


    Foto

    Ysebaert André

    van 1938 tot 1960


    Foto

    Stemgee Gustaaf

    Van 1960 tot 1974

    + 12 maart 1982


    Foto

    D'Heygere Odiel

    Van 1974 tot 1983

    + 16/10/1986


    Foto

    Duhem Louis

    Van 1983 tot 1993


    Foto

    De Wulf Willy

    Van 1993 tot 2001

    Salisiaan

    Laatste eigen Pastoor


    Foto

    Volgens E.H. Slosse,

    zou er reeds in 1454

    een kapellaan van

    St-Pieter hier zijn geweest,

    ze waren niet verplicht

    op de parochie te wonen

    F. Cordon 1734/38

    Vansteenbrugge 1738/40

    Helluy P.F. 1743/44

    Vandenbroucke 1744/45

    Roussel P. 1746/47

    Ghesquiere P. 1747/48

    Libbrecht F. 1748/50

    Devos G. 1750/1755

    Ghequiere 2x 1751/61

    Courouble P. 1761/62

    Vissens F. 1762/76

    linneau 1776/83

    Storm E. 1783/85

    Everaert J. 1785 zes weken

    Six F. 1785/89

    Vandenbroucke J. 1789/90

    Mullier P. 1790 1801

    Wierd hier Pastoor

    van 1801 tot 03 en van

    1809 tot 1842


    Foto


    Rollegem op de inventaris van het bouwkundig erfgoed


    dorp



    Blog tegen de regels? Meld het ons!
    Gratis blog op http://blog.seniorennet.be - SeniorenNet Blogs, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!