Een revolutie in je hoofd, Jonathan Israel

Jonathan Israel, A Revolution of the Mind. Radical Enlightenment and the Intellectual Origins of Modern Democracy, xiv + 276 pp., Princeton UP, 2010, ongeveer $ 20 (Amazon)
Een nieuw boek van Jonathan Israel (klik hier voor meer: https://blog.seniorennet.be/kareldhuyvetters/archief.php?ID=402130) is een gebeurtenis en dus haastte ik me om het mij aan te schaffen. Het heeft enkele maanden op mij liggen wachten, terwijl ik mij verdiepte in Pintard, maar daarna ben ik er begerig aan begonnen. Nu is het uit en ik smaak de diepe voldoening een boek gelezen te hebben naar mijn hart. Ik sta op alle punten achter de opvattingen van de auteur. Meer nog: hij houdt zich in dit boek uitsluitend bezig met onderwerpen die mij na aan het hart liggen. Als het dan ook nog een stilistisch hoogstaand literair werk is, fraai uitgegeven als een stijlvolle gebonden hardcover, met een mooie, scherp en goed zwart gedrukte aangename letter, een open en aangenaam lezende bladspiegel, stevig kwaliteitspapier, een aantrekkelijke kleurrijke stofwikkel met een historische voorstelling, een schilderij van David… Lieve lezers, wat kan een lezer zich dan nog meer wensen?
De tekst is een bewerking van een reeks van lezingen die de auteur hield aan de universiteit van Oxford in het voorjaar van 2008, in het kader van de herdenking van het leven en werk van de filosoof Sir Isaiah Berlin (1909-1997). Het is een typisch en indrukwekkend voorbeeld van Ideengeschichte, Intellectual History, History of Ideas. In het Nederlands spreekt men van ideeëngeschiedenis, maar ik verkies de term intellectuele geschiedenis; het gaat immers niet alleen om de ideeën die bepaalde figuren uit het verleden gehad hebben, maar vooral om de invloed van die gedachten op de maatschappij, toen en nu.
Meer dan in zijn beide monumentale vorige werken, die een nooit eerder geziene massa informatie over de internationale Verlichting bijeenbrachten, concentreert hij zich hier op de kernideeën zelf van de protagonisten, hoe die hun verspreiding kenden in hun eigen tijd en hoe die hebben doorgewerkt tot op vandaag. Het is geen filosofiegeschiedenis maar maatschappijgeschiedenis. Jonathan Israel neemt daarbij geen blad voor de mond, hij trekt vlijmscherpe scheidingslijnen. Ook wanneer hij de auteurs zelf aan het woord laat in talloze citaten, blijkt hier ten overvloede waar zijn sympathieën liggen en dat is wel degelijk bij de voorstanders van de Radicale Verlichting.
Dat heeft hem kritiek opgeleverd, niet alleen zoals verwacht vanuit conservatieve hoek, maar ook vanuit wat hij Moderate Enlightenment noemt, het gematigde en door hem verguisde soort van vals verlichtingsdenken waaraan ook figuren als Rousseau en Voltaire zich hebben schuldig gemaakt. De boekbespreking bij Liberales, de Vlaamse liberale denktank, is een voorbeeld van dergelijke misplaatste kritiek.
Misplaatst, inderdaad. Eindelijk hebben we een auteur, een gedegen wetenschapper, die zijn sporen heeft verdiend met ernstig, origineel en door iedereen geprezen wetenschappelijk werk, die op alle mogelijke manieren bekroond en gelauwerd is en die op basis van zijn jarenlange minutieuze opzoekingen en na het lezen van ontelbare documenten en publicaties uit de hele periode van de Verlichting, uit heel Europa en zelfs daarbuiten, tot onvermijdelijke conclusies komt en die onverbloemd, maar steeds even ernstig en wetenschappelijk gegrond, naar voren brengt in een briljante en vooral ook leesbare synthese. En wat doet de eerste de beste journalist van dienst, die zelf nog niet tot aan de enkels reikt van de auteur wiens werk hij bespreekt? Hij verwijt hem vooringenomenheid, kortzichtigheid, eenzijdige benaderingen… Een ernstiger en meer evenwichtige bespreking vind je hier: http://www.athenaeum.nl/recensies/jonathan-israel-revolution-of-the-mind. Ga ook even hier kijken: http://spinoza.blogse.nl/log/jonathan-israel-a-revolution-of-the-mind.html.
Jonathan Israel laat de auteurs zelf spreken en hun boodschap is niet mis te verstaan. Hij scheidt genadeloos en zonder aanzien des persoons het kaf van het koren, net zoals het destijds ook gescheiden was. Voltaire en Rousseau haatten Diderot en d’Holbach en dat was wederzijds en van harte. Het onderscheid dat hij maakt is niet kunstmatig maar historisch, reëel en belangrijk en de getuigenissen en argumenten die Israel aanhaalt zijn onbetwistbaar en overtuigend. Wanneer wij vandaag in een democratisch bestel leven, waarin de mensenrechten officieel erkend en afdwingbaar zijn, waarin kerk en staat wettelijk gescheiden zijn, waarin er een beschermde vrije meningsuiting is, dan is dat niet vanzelf gekomen. Wij hebben dat rechtstreeks te danken aan de Verlichting en binnen die ruime beweging zijn het vooral de radicale elementen die het meest hebben bijgedragen om die nieuwe ideeën te ontwikkelen en kenbaar te maken.
Er bestaat geen twijfel over de opvattingen van Voltaire, die herhaaldelijk en zonder enige schroom stelde dat er geen inspanningen moesten gedaan worden voor de intellectuele ontwikkeling en bevrijding van het plebs: dat zou toch niets uithalen, de gewone mens was nauwelijks iets meer dan een dier. Uiteraard moest er dan ook een sterk staatsbestel zijn, met een absolutistische vorst, een leidende adel en een meedogenloos politieapparaat; en ook de kerk moest blijven bestaan, want zonder godsdienst is het onmogelijk om de massa’s in toom te houden. Voltaire’s ‘verlichting’ was een uiterst elitaire aangelegenheid, geen wonder dat hij de beste relaties en een uitvoerige correspondentie onderhield met de zogenaamd verlichte vorsten van zijn tijd.
Aan de basis van alle radicaal denken ziet Jonathan Israel, zoals trouwens ook alle voor- en tegenstanders van de Verlichting, de figuur van Spinoza, die als eerste een synthese heeft gemaakt van het radicale rationele denken sinds de oudheid. Het is inderdaad een ijzingwekkend compromisloze filosofie, die zich niet leent tot halve waarheden en politieke of filosofische koehandel. Zij laat geen plaats voor suspecte instellingen zoals de katholieke kerk, voor slavernij, uitbuiting, onderdrukking, racisme, voor onrechtvaardige verdeling van de rijkdommen der aarde, voor discriminatie op basis van ras, afkomst, geslacht, seksuele geaardheid, of welk secundair menselijk kenmerk dan ook.
Men verwijt radicale denkers steeds hun gebrek aan realisme: het zijn utopisten, dromers, ze beseffen niet welk een kloof er gaapt tussen hun fantastische gedachten en de realiteit van elke dag. Het zijn eeuwige optimisten die niet beseffen dat de mens intrinsiek boosaardig is en voortdurend moet ingetoomd worden. Het zijn communisten, die een absolute gelijkheid nastreven van alle mensen maar niet begrijpen dat dit nooit kan gerealiseerd worden, kijk maar naar Rusland!
Als wij vandaag om ons heen kijken en de wereld vergelijken met de toestand waarin hij zich bevond in 1600, 1700, 1800, 1900 of 1950, dan zien wij dat er een ongelooflijke evolutie heeft plaatsgevonden. Zeker, de wereld is (nog) geen aard paradijs. Maar we leven wel met bijna zeven miljard mensen bijeen en het gaat ons, globaal gesproken, zo onbeschrijflijk veel beter dan ooit tevoren, dat we ons nog nauwelijks kunnen voorstellen hoe verschrikkelijk veel slechter men er vroeger aan toe was.
Die evolutie hebben we in belangrijke mate te danken aan het radicale Verlichtingsdenken. Dat is de stelling van Jonathan Israel, dat is de kern van dit boek.
Dit boek zou verplichte lectuur moeten zijn in het laatste jaar van het secundair onderwijs en het eerste jaar van elke hoger onderwijs. Dit is intellectuele geschiedenis in haar meest glorieuze vorm, helder, eerlijk, enthousiast, gedreven, overtuigend, fascinerend, motiverend en mateloos begeesterend.
Lieve lezers, ik kan het begrijpen als je de monumentale Enlightenment-trilogie (waarvan het derde deel nog niet verschenen is) van Jonathan Israel niet gelezen krijgt. Maar dit is een boek van bescheiden omvang, er staan niet veel woorden op een pagina, je kan het uitlezen op enkele dagen of een week, desnoods een maand. Ik kan je niet genoeg aanraden om het ter hand te nemen. Ik vermoed en hoop van harte dat er binnen afzienbare tijd een Nederlandse vertaling verschijnt. Tot zolang moeten we het doen met het origineel in het Engels.


















