

hoe scherft hij
het gele
kartelend
naar beneden
om het
als wak
in ’t geruis
uit te spreiden



hoe scherft hij
het gele
kartelend
naar beneden
om het
als wak
in ’t geruis
uit te spreiden
uitgekeken leegte
doodstil is zij opgestaan
om door een open raam
uitgekeken leegte mee te geven
om en om de maan
tot aan gedaan met klaarte
haar terug binnen te halen
als stilleven
al schildert de zon
hen nog even als stilleven
dra zullen ze hun vrijheid nemen
rood gekleurd
wervelend spelen
op de stroom van leven
tot ze bij windstil
zich warm gaan koesteren
in een tijdloos voortbestaan
in open wij
waar siergrassen

als schuimkoppen
grimmige sporen trekken
rond een rots die hem zo somber
als de zee zelf maken
ga ik ingebed tussen duinen
verlangen naar mijn landschap
waar zachtvloeiende siergrassen
de strakke lijnen verzachten
als alles stilstaat
mijn stap houdt halt
alles bladstil
onbewogen vijvers
een erbarmend zwijgen
doortrokken van leegte
het moeilijkste loslaten
terwijl ik droom van leven
voor Johan, jeugdvriend
vandaag ten Grave gedragen
leven

uitzwermende vogels
in hoge luchten
boven een open zee
laten me zien
dat leven
niet in te dammen is
leven wij dromen
rotsschamende stilte
wanneer wat is voorspeld
zal zijn
rotsschamende stilte
vrijt met ravijndiep grijs
wijl verdoemenis zelfverwijten
kwijlt uit slijk
zal zelfs ik vergeten zijn
zonder misbaar
in de greep
van wervelend donker
waar geluid
niet verder wordt gedragen
ruim ik zonder misbaar
chaos op
bewaar wat er nog
van leven rest
tot het zich heropbouwt
vanuit het hart gegeven

deze engel
vanuit het hart gegeven
welgelukzalig
ontvangen en geaccepteerd
zet hogere vibraties
in beweging
waarin wit licht
zich zuiver inspint
levensvreemd

wanneer openheid
hardop ligt te dromen
te worden opgebaard
als winterse waarheid
raakt levensvreemd
omzichtig de horizon
schaduwlijdend

al verzet groen bergen
tijdens zomers mooie dagen
wanneer storm herfst braakt
kronkelt het zich
overkomend terug
in verhard zicht
nietig klein
schaduwlijdend
voorbij het omheinde
hoe indrukwekkend
mee te deinen
in zijn ademhaling
voorbij het omheinde
van hunker bevrijd
toe te geven aan verleiding
op eigen graf
diepduiken
als de nacht openbreekt
tracht ik te kunnen diepduiken
in de woorden van een wiegelied
die me de hoop
op een nieuwe morgen meegeven
in een zee van tijd

hartbrekend toch
hoe een ondergaande zon
in een zee van tijd waar leven
nauwelijks durft te praten
zoveel meeneemt
een marmeren maan
te sterven staat
wijl tastend donker
in doodsverbreiding
zichzelf afvraagt
mistig zicht
wieg bij dageraadin een verloren droom
wieg ik bij dageraad
het laatste vleugje hemel
heen en weer
lukt het me even
schoonheid te beleven
tot ik in een spoor
van tranen
ervaring achterlaat
zinderend
wanneer de tijd
dromen breekt
en liefde drijft
in groeiende kracht
naar realiteit
dan zal ik niet wachten
naar datgene
wat in gedachten dwarrelt
maar mij zinderend
overgeven aan verlangen