op eigen graf

op eigen graf
diepduiken
als de nacht openbreekt
tracht ik te kunnen diepduiken
in de woorden van een wiegelied
die me de hoop
op een nieuwe morgen meegeven
in een zee van tijd

hartbrekend toch
hoe een ondergaande zon
in een zee van tijd waar leven
nauwelijks durft te praten
zoveel meeneemt
een marmeren maan
te sterven staat
wijl tastend donker
in doodsverbreiding
zichzelf afvraagt
mistig zicht
wieg bij dageraadin een verloren droom
wieg ik bij dageraad
het laatste vleugje hemel
heen en weer
lukt het me even
schoonheid te beleven
tot ik in een spoor
van tranen
ervaring achterlaat
zinderend
wanneer de tijd
dromen breekt
en liefde drijft
in groeiende kracht
naar realiteit
dan zal ik niet wachten
naar datgene
wat in gedachten dwarrelt
maar mij zinderend
overgeven aan verlangen
nagenieten
golven ijlen zich
openscheurend
in speelsheid mee
tot ze ons in rimpeling
op langgerekte cirkels
naar de oever brengen
waar we warmstrandend
nagenieten van het spel
dat we met hen samen delen
openbloeien
je laat me beseffen
dat waarden en normen
in leven
constant bewegen
vernieuwing
een keuze is
die je zelf bepaalt
door wat je denkt en doet
openbloeien
een kleine moeite
als je de kracht en schoonheid
van eigen ziel durft zien
mosterdplantjes

hoe zet de boer
het herfstachtige
naar zijn hand
door mosterdplantjes
uit te zaaien
die met
gepointilleerd licht geel
dat wat eigenlijk
reeds voorbij is
uitgesproken laat wezen
tot winter gaat heersen
fleurend

geflatteerd door herfstig
verzwelgt ze
laatste zomerse kleuren
om langsheen het gele
fleurend zichzelf te profileren
als één met het bewegen
met de wind mee

bladeren
die het rood-bruine
in de takken vasthangen
ritselen andere dromen
merk je wanneer ze
losraken van dit beleven
met de wind mee
herfst uitdragen
over een landschap waar
weemoedige laatbloeiers
hun bloei tevergeefs
trachten vast te houden

pas toen ik
sporen ging trappen
in ’t neergevallen blad
herfstgeur
zomaar uit de lucht
ging plukken
ontdekte ik
de werkelijkheden
van leven
waar lichtwezensragfijne zilverdraden
parelen schoonheid
om me heen
nemen me
warm innestelend
steeds hoger mee
waar leven
schoonheid mediteert
zo intens
dat ik mezelf
durf leiden
naar een nieuw begin
warme genegenheid
verzwijg
jou en mij
tussenin mal
volwassen gedoe
van vandaag
bang om onze
kinderlijke naïviteit
te moeten loslaten
krassende kraaien

zo sprekend nog
dat tekenend zicht
vol leven
louter golfstrelend
in gebaren
deze momentopname
waar maïs in
diep gekleurd oranje
zich uitstrekt
zelfs al prediken
krassende kraaien
reeds nakend najaar
de droesem
onwaarschijnlijke klaarheid

wakker wordend
in eindeloos
honend grijs
betracht ik
voorbije dromen
die me belonen
met onwaarschijnlijke
klaarheid
waaruit magie blijkt
vol overgave
hoe gegrond
rimpelt het
tijdloze momenten
tot de wind
gaat liggen
zicht
ontmanteld
laat varen
als vol overgave
verzonken
naar eigen uitzicht
in witte ruis wakker geworden
neemt hij de tijd te groeien
naar eigen uitzicht
volmaakt
een zomer lang
zijn vruchten te dragen
tot in kerende tijd
men zijn wezen afneemt
gevlekt met emotie
zeldzaam
zijn de dagen
waar de spiegels
van droom en leven
samenvloeien
ik dorst
naar woorden
om blinkende schijn
gevlekt met emotie
neer te schrijven