pas toen ik
sporen ging trappen
in ’t neergevallen blad
herfstgeur
zomaar uit de lucht
ging plukken
ontdekte ik
de werkelijkheden
van leven

pas toen ik
sporen ging trappen
in ’t neergevallen blad
herfstgeur
zomaar uit de lucht
ging plukken
ontdekte ik
de werkelijkheden
van leven
waar lichtwezensragfijne zilverdraden
parelen schoonheid
om me heen
nemen me
warm innestelend
steeds hoger mee
waar leven
schoonheid mediteert
zo intens
dat ik mezelf
durf leiden
naar een nieuw begin
warme genegenheid
verzwijg
jou en mij
tussenin mal
volwassen gedoe
van vandaag
bang om onze
kinderlijke naïviteit
te moeten loslaten
krassende kraaien

zo sprekend nog
dat tekenend zicht
vol leven
louter golfstrelend
in gebaren
deze momentopname
waar maïs in
diep gekleurd oranje
zich uitstrekt
zelfs al prediken
krassende kraaien
reeds nakend najaar
de droesem
onwaarschijnlijke klaarheid

wakker wordend
in eindeloos
honend grijs
betracht ik
voorbije dromen
die me belonen
met onwaarschijnlijke
klaarheid
waaruit magie blijkt
vol overgave
hoe gegrond
rimpelt het
tijdloze momenten
tot de wind
gaat liggen
zicht
ontmanteld
laat varen
als vol overgave
verzonken
naar eigen uitzicht
in witte ruis wakker geworden
neemt hij de tijd te groeien
naar eigen uitzicht
volmaakt
een zomer lang
zijn vruchten te dragen
tot in kerende tijd
men zijn wezen afneemt
gevlekt met emotie
zeldzaam
zijn de dagen
waar de spiegels
van droom en leven
samenvloeien
ik dorst
naar woorden
om blinkende schijn
gevlekt met emotie
neer te schrijven
meedriften
hoe meer
het haastig wolkende
me omvat
des te zeer
wil ik grondeloos
meedriften
weg van een wereld
die niet in te kleuren is
warme verrukking
verdwaald rakend
tussen zacht deinende zuchtjes
die zijn ziel kussen
versmoort hij ze
draaikolkend van verlangen
als volmondig warme verrukking

bewaar dit etmaal
als de herinnering
waar wij ’t vlugge ontglipten
durfden voelen
hoe een zoete wasem
onze lichamen geurig onderdompelde
de tijd namen
het zilverfiligraan licht
naar beneden te zien vallen
liefdesdronken mooie
waarheid troonden

hoe dwingt hij zichzelf
tot spring in ’t veld
met open
wrochtend schouwspel
wanneer hij door
schokkende verdraaiingen
binnen harde randen
acht gaat slaan op vaagheid
lichtleven
in schemering
stil zichzelf
vermoedend
zoekt ze hoe
haar eigen geur
te verbreiden
vooraleer
te verstrengelen
met lichtleven
in de zon
dein en golf
zacht los
van grauw
en grijs
gestrand
in warm zand
en licht getint
door zon
weerspiegel ik
voor jou
mijn warmte
in eindeloos



wanneer ze zich kwijtend
van eigen bolstering
onthand op d’aarde vallen
is het enkel
met een blik terug
dat we hun toekomst zien
zware tijden
![949391417_3_Hh6N[1].jpg](http://94.100.120.176/1401050001-1401100000/1401054401-1401054500/1401054448_16_djyY.jpeg)
als regen en wind
jouw fluister
verdringt
dan zal ik
je bewegen
bezingen
tot je in totaliteit
weer
welig gedijt
het teloorgeganegemis
weeft het teloorgegane
samen tot herinneringen
die geen haast kennen
het hart
te verlaten
als de dagals de dag over
mijn ogen wrijft
het morgenlicht
zacht trilt
verhul ik mij
in zuiver ijl
geniet nog even
van mijn droom
tot jouw schaduw
mij verder leidt
ik smacht
naar onze werkelijkheid
toegedane dromen