vervreemding
ondanks dat grijze bewolking
de windstille kruinen
in voortvarende verbeelding
warm tracht toe te dekken
spreekt vervreemding
koud op ons in
vervreemding
ondanks dat grijze bewolking
de windstille kruinen
in voortvarende verbeelding
warm tracht toe te dekken
spreekt vervreemding
koud op ons in
standvastigheid
zwaarzuchtend
in het grenzenstellend grijze
worden gehechtheden losgelaten
dwalen ze zwaarzuchtend
in onstuimige draaikolken
naar omwentelend leven
vuurwerk
in een ommezien
neemt ze stil
het beleven mee
om zoveel later
met verbeelding
de spinrag weghalend
naar eigen vermogen
te voorzien
van kleuren
rebellerend weliswaar
maar oneindig meer
genietend dan eerst
tweede bloei
koestering
zo lang verstrengeld
en gevangen
het eindeloos verlangen
dat voor bloei
telkens werd terug gesnoeid
tot jij het prille
zo diep in mijn schoot
de ruimte gaf
zich in alle openheid
te ontplooien
de liefdesbron
zo teder zacht aangeboord
maakte dat ik kan geloven
dat koestering ook
in mijn wereld hoort
elf november
als opvallende volkomenheid

het is passie die spreekt
wanneer ze zich als
opvallende volkomenheid
in het prille kille
weten in te nestelen
door hun donkere veren
laag na laag op te schikken
schoorvoetend

elk neergevallen blad
dat ik schoorvoetend aanveeg
spreekt stille vervreemding
van wat ooit gaande is geweest
sibillijns
sibillijns spreidende vleugels
namen mij mee tot net boven
de schemering van lover
een vlinderend hoge beloning
tot aardse levenshaast
de droom versmoorde
begin november
wanneer najaarslicht de zeggingskracht
van troosteloosheid overweldigt
weiden en velden begin november
doet geuren en glanzen
waarom nestelt leven
zich dan steeds dieper in
de trambaan

als een net uitgerolde rode loper
noopt de trambaan mij
langsheen mooiigheid van bestaan
zielenwezend op weg te gaan
Droomdood (nav bezuinigingen in de zorg)
in radeloze uren
wachten
naar verwachting
maakt me
behoeftig naar
een zelfgeschapen kamer
waar ik droomdood
de dag durf
voorbij slapen
zonder enige schaduw
voor rode wijdte
zich verdiept
naar alle verten
droefavond zwerkt
dwing me
zonder enige schaduw
te gaan slapen
en verleidt me
pas tot opstaan
wanneer zonnebanen
als warme vanen stralen



in ruis en gefluister zwaai je
groene onveranderlijkheid
geel van je af
toon je ’t verlangen
om in verstild witte droom
te gaan rusten
tot je dichter bij de hemel
dan voorheen de drang
naar openbloeien weervindt
openbloeiend wit

met een welgemaakt vleugje
openbloeiend wit
verbloemt zij
het naar binnen blikkend
herfstig zicht
witwievend
is er ontwaken
komt er later
wanneer grijpgraag
lijkende wade
zich witwievend vastkleeft
boven gebroken dromen
als ik loslaat

als ik loslaat
mijn ogen breken
neem ik mijn herinneringen
in gedachten mee
in ruil geef ik jou
mijn beeld
gegroeid in een tijd
waar ik glimlachend leefde
Rond de periode van Allerheiligen worden er sobere borden met gedichten rond het thema afscheid geplaatst op de kerkhoven van alle deelgemeenten van Herzele. Deze gedichten hebben als bedoeling woorden van steun, begrip, troost, herinnering, enz. letterlijk aanwezig te stellen op de kerkhoven.
Zie www.herzele.be (cultuur)
vanonder een kleurrijk deken
in haar slaap ruist de wind
de donker vastgebonden dromen
gemaakt in dode dagen over
zodat ze vanonder een kleurrijk deken
in open ongedwongen verhaal
zou kunnen opstaan
samen