koestering
zo lang verstrengeld
en gevangen
het eindeloos verlangen
dat voor bloei
telkens werd terug gesnoeid
tot jij het prille
zo diep in mijn schoot
de ruimte gaf
zich in alle openheid
te ontplooien
de liefdesbron
zo teder zacht aangeboord
maakte dat ik kan geloven
dat koestering ook
in mijn wereld hoort












