mooi mens
kracht puttend
uit eigen bron
verspreid jij je licht
in ’t leven van velen
laat zien dat wij
schoonheid binnenin
moeten ervaren vooraleer
te kunnen uitdragen

mooi mens
kracht puttend
uit eigen bron
verspreid jij je licht
in ’t leven van velen
laat zien dat wij
schoonheid binnenin
moeten ervaren vooraleer
te kunnen uitdragen
grenzeloze liefde
in uw licht
leer je me minnen
in uw schoonheid
bezieling kennen
in uw adem hoe mijn
schroom te laten varen
één in wezen
grenzeloze liefde weten
schijndood
sinterklaas
Lieve Sinttrippel, trappel, trap wat hoor ik op het dak |
advent
tussen de graven
als vlokkend schuim
een lint van hechtheid
in eigen aard
laat ze diepwortelend
in eigen aard
zichzelf verheffen
tussen hemel
en aarde
hun schoonheid geven
ons leren
zonder beperking
te leven

als het diepbenauwde
zich zwart
tegen de ruiten plakt
het in zichzelf beslotene
niet meer ademen kan
omdroomt ze
‘t duister hartwezen
met licht
wanneer schichtig grijs
waarom in wurggreep
van takken zitten wachten
tot de zon opkomt
wanneer schichtig grijs
je reeds de weg biedt
naar openheid

onder het zilver
van dauw
vleit zich een droom
naar werkelijkheid
bloeit zacht
begeerte
in ‘t verblindend spel
van tederzachte beelden
toekomstgericht
met groei begaan
in herhaling blijven ervaren
hoe graag geef ik
mezelf de vleugels
van lang geleden weer
om als fee
droomzwevend
tussen lichtkleuren
met spelende magie
tovenaars en spoken
op afstand te houden
vervreemding
ondanks dat grijze bewolking
de windstille kruinen
in voortvarende verbeelding
warm tracht toe te dekken
spreekt vervreemding
koud op ons in
standvastigheid
zwaarzuchtend
in het grenzenstellend grijze
worden gehechtheden losgelaten
dwalen ze zwaarzuchtend
in onstuimige draaikolken
naar omwentelend leven
vuurwerk
in een ommezien
neemt ze stil
het beleven mee
om zoveel later
met verbeelding
de spinrag weghalend
naar eigen vermogen
te voorzien
van kleuren
rebellerend weliswaar
maar oneindig meer
genietend dan eerst
tweede bloei