slaat nevel neer
dan dringen zonnestralen
de slaperigheid in
breken open
wat verborgen leek met zo’n
volmaakte fijngevoeligheid
oorsprong terug
zijn waarheid schrijft

slaat nevel neer
dan dringen zonnestralen
de slaperigheid in
breken open
wat verborgen leek met zo’n
volmaakte fijngevoeligheid
oorsprong terug
zijn waarheid schrijft
werk je uit je nacht
je hebt veel te lang geslapen
toe werk je uit je nacht
zie met de ogen van een kind
hoe nieuw de sterren
de hemel ontplooien
heimwee vreemd

als er niks meer zal zijn dan
een lucht waarin
wolken grijs zuchten
bomen met naar beneden
grijs ruisende twijgen
die hun laatste streven tonen
stil uitgestrekte schraalheid
waarin de ziel
nog nauwelijks praat
omstrengel mij
heimwee vreemd
en sterker dan de dood
je hart
als de stilte
ons inhaalt
ga ik met mijn hoofd
op je borst liggen
om je hart
te horen bonken
als stroomgebied
van verlangen
dat ik zozeer begeer
in oneindige weerklank
hou me dieper dan
om de nacht
blind te kunnen aanraken
in oneindige weerklank
angst en verlangen
te horen verhalen
bewondering
eeuwig jonge weerschijn
als onder de wolken
vogels vleugellam
door de slagen
van een harde wind
naar beneden vallen
waar een kwelmende aarde
in een niet te bezinnen
beweging meekolkt met water
waar vissen met de buiken
bovendrijven
dan smacht ik deze droef
zwarte dag naar de nacht
om de eeuwig jonge weerschijn
van de sterren als troost bij nood
bij een gladde zee te zien glanzen
verloren liggend
die oerschreeuw
vanuit het duister
heeft de aarde
wanhoop meegegeven
een onverwachte dood
met een lichaam
van steen
en ogen gesloten
verloren liggend
in gemis
zonder hemel
samen een
neem me als je schaduw mee
dan geef ik me jouw gedachten
heen en weer steeds weer
tot we samen één
tussen hemel en aarde zweven
heen en weer steeds weer
zwaar van winterslaap
kristallen dromen
na het stugge grijs
waar de dagen
te zwaar
om dragen waren
liggen weilanden nu
rijkelijk gedrapeerd
met kristallen dromen
zo mooi dat wij
heel dicht bijeen
als vage schaduwen samen
deze winterrilling willen dragen

als ’s nachts
de wind
zijn kleuren geeft
een wassende maan
in gekozen richting
blijft meelopen
ongebonden wolken ons
in woelende verrassingen
onderdompelen
waarom dan nog
naar overdag trachten
die dromen uitsluit
met een kwinkslag
verdriet roert zich inert
tot leven het met
een kwinkslag treft
eerder tussentijdse
melancholie kwiek
wordt dwarsgezet
de kracht van groei

hoe leek hij
verzonken in rust
ingekeerd en stil
zichzelf te verzwijgen
tot warmte
de kracht van groei
in hem joeg
ons aandachtig maakte
dat hij wou gaan bloeien
tot wat wij
niet in hem zagen
versteende verdediging
de ziel voldaanop slechts een golflengte
van hem verwijderd
durft zij het aan
eerder woelig wedervaren
te verdrinken
om vrij gebarend
in stil water
de ziel voldaan
vol overgave
naar hem toe te zwemmen
regenbrenger
tot de wind gaat liggen
hoe gegrond
rimpelt het
tijdloze momenten
tot de wind
gaat liggen
zicht
ontmantelend
laat varen
als vol overgave
verzonken
in kringloop van tijd

laat de tijd
bij twaalf maal slaan
een zucht stilstaan
met hart in mijn keel
even naar adem happen
om erna
in de realiteit
van een weer stervend jaar
haastig naar
dat ene moment
op zoek te gaan
Fijne jaarwisseling iedereen !!!!
een blinde vlek
in de stilte
krassen kraaien
een dode herinnering
vals tot leven
klauwen
de dunne wondrand open
en pikken haar koud
tot blinde vlek