vanzelf doodgegaan
toen leven door ijzige kou
zich breekbaar uitte
tijd er zich spoorloos
in verloor
wij in die besloten droom
met de ogen dicht
bleven stilstaan
is alles vanzelf doodgegaan
vanzelf doodgegaan
toen leven door ijzige kou
zich breekbaar uitte
tijd er zich spoorloos
in verloor
wij in die besloten droom
met de ogen dicht
bleven stilstaan
is alles vanzelf doodgegaan
in de hitte van het ogenblik
zwelgend gekrijs
de stille sneeuw
toen de lach van een heldere maan
over de stille sneeuw zozeer de rijkdom
van mijn gedachten verspreidde
ben ik met een gerust hart naar de
neerdwarrelende vlokken gaan kijken
met kloppend hart
zacht bescheiden weelde
viel in onontkoombare
witte oneindigheid
koud neer
waarin ik met kloppend hart
door de verstilde schoonheid
van geheimhouding
die op beslotenheid teerde
verankerd dreigde te verzinken
vervulling
stadig voed je
met warme
behaaglijke handen
de zekerheid
dat zacht verlangen
leidt naar een volkomenheid
die vervulling biedt
tussen licht en donker
er vlaagt wit
dwalend zijde zacht
nakende sereniteit
over mijn werkelijkheid
aarzelend tussen
licht en donker
even wolkend
smelten gedachten
gehechtheid
weerglim ik
flemen gouden zonnestralen
warme schaduwen
op mijn lichaam
weerglim ik
eigen gedachten
uitgelaten naar de hemel
net zolang
tot sneeuwig grijs zich
met ons samenspel bemoeit
het wonderlijke
in eigen ritme

slaat nevel neer
dan dringen zonnestralen
de slaperigheid in
breken open
wat verborgen leek met zo’n
volmaakte fijngevoeligheid
oorsprong terug
zijn waarheid schrijft
werk je uit je nacht
je hebt veel te lang geslapen
toe werk je uit je nacht
zie met de ogen van een kind
hoe nieuw de sterren
de hemel ontplooien
heimwee vreemd

als er niks meer zal zijn dan
een lucht waarin
wolken grijs zuchten
bomen met naar beneden
grijs ruisende twijgen
die hun laatste streven tonen
stil uitgestrekte schraalheid
waarin de ziel
nog nauwelijks praat
omstrengel mij
heimwee vreemd
en sterker dan de dood
je hart
als de stilte
ons inhaalt
ga ik met mijn hoofd
op je borst liggen
om je hart
te horen bonken
als stroomgebied
van verlangen
dat ik zozeer begeer
in oneindige weerklank
hou me dieper dan
om de nacht
blind te kunnen aanraken
in oneindige weerklank
angst en verlangen
te horen verhalen
bewondering
eeuwig jonge weerschijn
als onder de wolken
vogels vleugellam
door de slagen
van een harde wind
naar beneden vallen
waar een kwelmende aarde
in een niet te bezinnen
beweging meekolkt met water
waar vissen met de buiken
bovendrijven
dan smacht ik deze droef
zwarte dag naar de nacht
om de eeuwig jonge weerschijn
van de sterren als troost bij nood
bij een gladde zee te zien glanzen
verloren liggend
die oerschreeuw
vanuit het duister
heeft de aarde
wanhoop meegegeven
een onverwachte dood
met een lichaam
van steen
en ogen gesloten
verloren liggend
in gemis
zonder hemel
samen een
neem me als je schaduw mee
dan geef ik me jouw gedachten
heen en weer steeds weer
tot we samen één
tussen hemel en aarde zweven
heen en weer steeds weer
zwaar van winterslaap