hogerop

hogerop
in mijn schoot

de zon die is blijven staan
boven mijn zilverberk
toont me gekerfde hoop
van groei en leven
in mijn hart geboren
tussen hemel en aarde
wieg ik haar gegrond ontwaken
in mijn schoot
tot ze losraakt uit de schaduw
als bereikbare droom
fluistert een kinderhartin het duister
dat stilte beheerst
fluistert een kinderhart
om kerstsfeer
tot zo echt
als een illusie kan zijn
de kerstman haar
met een bezoek verblijdt
een Kerst vol warmte, licht
en gezelligheid
een jaar van geluk
met veel tijd om te genieten
van de fijne dingen van het leven
zoveel liefs Martine
bij de kracht van een nieuwe maan
weet dat het sluimerende
bij de kracht
van een nieuwe maan
ontkiemt
in de golfslag
van leven
gedreven
verder groeit
om in eigen schaduw
gehandhaafd te baren
wat van haar
wordt gevraagd
eigen wilhet zwaard veel meer
dan een lemmet alleen
wanneer je met houvast
aan eigen wil
het in de schee laat
omvat de strijd beslecht
vleugjes jeugdsentimentenwijl paddestoelen
mij in hun cirkel opnemen
uren, stil leren kijken
ontdek ik midden
dit beleven zoveel
vleugjes jeugdsentimenten
dat ik me terug ga zien
als een kotertje welke
in sprookjes gelooft
van dood tot levengrijs en warrig laat ze zich
door de donkere lokroep van
schaduwachtige bomen verleiden
om in illusie van bewoning
voorbestemd te sterven
geholpen door langzame tijd
van dood tot leven
uit de windsels verheerlijkt
met wijde vleugels zich boven
eigen horizon te verheffen
scheppingal liggen bladeren
verlaten door de wind
op de tot zijn rand gerezen vijver
als een toegeworpen rust
mij een nieuwe oever te geven
gewillig schik ik mij
in komende vertoning
zelfs wanneer commotie
het beeld breekt
want ontzagwekkend
schittert de zilveren weelde
van scheppende kracht midden
heftig rimpelend water
sneeuwblindsneeuwblind
in beweging van de wind mee
zoek ik
met vermoeid gevoel
naar broos winterlicht
dat me zal helpen
om in het holst
van mijn denken
heldere bestemming
te vinden
tot leven zich voltrekt
wanneer achter me
de deur in slot valt
vlucht ik in de mogelijkheid
van een vergezicht weg
tot leven zich voltrekt
en ik met grote ogen
verder trek tussen
bloeiende liefkozingen

wijl bij een gelaten wind
en gestadig miezerige regen
kraaien in de hoogste takken
van de bomen de wereld
zwart zitten te overkijken
monotoon klokgelui dood
over oneindig wijd verspreidt
mens en dier
klem raken in de wirwar
van diepe voren slijk
verjaag ik onze somberheid
door je hand te nemen
licht te gaan bewegen
bijna als vervoering je naar
‘t onvermoede mee te nemen
die je de opening naar
nieuw leven toont
doordrongen van toekomsthoe voedt hij zijn ziel licht
door met zijn laatste
bevende blaadjes
de zon te vangen
om midden winter
doordrongen van toekomst
zichzelf gedecideerd
bloot te geven
eigeneigen
is ze gebleven
tot jij in benadering
haar liet worden
overtuigend
beminnelijk mooi
inspiratieals wind stormenderhand
uit de hemel valt
stramme takken tot rigoureus
zwiepende verstrooiing recreëert
ontdekt menig
meegaand dichtershart
hoe uit zwalpende klanken
wild nonchalante
inspiratie groeit
tussen verleden en toekomst
gebaar van takken vooruitlopend
zie ik hun naakt
als sprakeloze rust
tussen verleden en heden
geel uitgestrooid vertrouwen
over de bodem
die me in vergroeiing
het heden gul toefluistert
tot ik me één weetmidden een zachte
rood ver gaande wereld
die een wederkerend
voortbestaan vertelt
voel ik me gegrepen
volg het verdergaan omdat
het jouw hartstocht spreekt
met zuchtend
ademverwachtend beleven
tot ik me één weet
rank liedlaten we ons verschansen
veilig voelend onderkomen zoeken
tussen de bomen
net als de vogels
met heldere klanken
de kracht van onze harten
tot boven de kruinen als rank lied
dat nimmer sterft uit dragen
het Duivenbos
ondanks zijn modderige
holle wegen
die stappen dempten
trager deden gaan
schilderde het duivenbos
ons vandaag
een stilleven
met gouden opsmuk
een zachtzijn
waar ware vriendschap
zo warm gedijt
dank je Cor en Nelleke voor jullie vriendschap

als Sol
met geprangde
vleugjes romantiek
licht werpt
in het duister
is het omdat zij
ons ruimte wil geven
om dicht bijeen te komen
diep in d’ogen elkaars
bezieling op te sporen
vrijelijkin een voortdurend
veranderende omgeving
hernieuwt zij haar loop
met welluidendere kracht
zodat zand
de kans niet krijgt
zich op te hopen
zij onbelemmerd
van bruisend bergstroompje
tot intense vervoering
naar open zee kan stromen