liefde
In de palm van je hand
wil mijn lijf
zich klein plooien
door vingertoppen gekoesterd
genieten van het zoetste
onderkomen
terwijl tijd zich in dromen twijnt
liefde
In de palm van je hand
wil mijn lijf
zich klein plooien
door vingertoppen gekoesterd
genieten van het zoetste
onderkomen
terwijl tijd zich in dromen twijnt
dicht bij zijn waarheid
naar de afgrond starend
waar diep beneden
dreigend water
gedachten verdicht
smeekt zij hem met haar
een brug te bouwen
die een houvaste
overkomst biedt
om in onontkoombare
zonverlichte dagen
dicht bij zijn waarheid
zich als herboren terug te vinden
in een nieuwe ochtendbinnen het veel te grote bed
heeft ze zich toegedekt
met herinneringen
tot ze beseft
dat deze geborgenheid
enkel pijn laat groeien
in een nieuwe ochtend
met durende dagen
dwingt op te staan
om een volmaakte horizon
tegemoet te gaan
tussen droom en daadmomentenlang zag ik
wat geen verklaring heeft
als wonder
tot ik dieper
ging gaan graven
tussen droom en daad
inzicht vond
dat bestaan beklijft
tastbaar rijk
altijd
in een gedreven wind meehemels om in een gedreven wind
alles te laten gebeuren
met hem mee mijn leven
in wondere waarheden op te delen
om aan het eind
te ontdekken dat zij
één groot avontuur
van pure passie zijn geweest

in ’t lengen van de dagen
waar winter vraagt
vooralsnog te mogen komen
droom ik mij midden
bloeiende weivelden tussen
het groeiende gras op hoge bermen
waar ik getroffen wordt door jouw blik
die me warmte geeft waarin liefde
zinspeelt die ik zo hard nodig heb
tot in der eeuwigheid
wanneer dat
wat zich heeft geopenbaard
sporen van verfijning achterlaat
hoe wil ik
vanuit de diepte
haar eenvoud ontrafelen
strevende vorm
wetenswaardig
in toekomst zien
als zichtbaar
geworden schoonheid
die liefde gestalte geeft
tot in der eeuwigheid
een droom van een droom
nergens een woord
dat mij bij jou inkleurt
verbeelding die laat zien
waaruit ik ontstond
in de ban
van een onwaarschijnlijkheid
tot een droom van een droom
waarin ik thuishoor
me ver weg
van jou begraaft
aan en uit herinneringen
zo een nachtelijke hemel het licht
met aan en uit herinneringen bewaart
waarom dan de slaap trachten te vinden
die herbeleven besloten toedekt
hogerop
in mijn schoot

de zon die is blijven staan
boven mijn zilverberk
toont me gekerfde hoop
van groei en leven
in mijn hart geboren
tussen hemel en aarde
wieg ik haar gegrond ontwaken
in mijn schoot
tot ze losraakt uit de schaduw
als bereikbare droom
fluistert een kinderhartin het duister
dat stilte beheerst
fluistert een kinderhart
om kerstsfeer
tot zo echt
als een illusie kan zijn
de kerstman haar
met een bezoek verblijdt
een Kerst vol warmte, licht
en gezelligheid
een jaar van geluk
met veel tijd om te genieten
van de fijne dingen van het leven
zoveel liefs Martine
bij de kracht van een nieuwe maan
weet dat het sluimerende
bij de kracht
van een nieuwe maan
ontkiemt
in de golfslag
van leven
gedreven
verder groeit
om in eigen schaduw
gehandhaafd te baren
wat van haar
wordt gevraagd
eigen wilhet zwaard veel meer
dan een lemmet alleen
wanneer je met houvast
aan eigen wil
het in de schee laat
omvat de strijd beslecht
vleugjes jeugdsentimentenwijl paddestoelen
mij in hun cirkel opnemen
uren, stil leren kijken
ontdek ik midden
dit beleven zoveel
vleugjes jeugdsentimenten
dat ik me terug ga zien
als een kotertje welke
in sprookjes gelooft
van dood tot levengrijs en warrig laat ze zich
door de donkere lokroep van
schaduwachtige bomen verleiden
om in illusie van bewoning
voorbestemd te sterven
geholpen door langzame tijd
van dood tot leven
uit de windsels verheerlijkt
met wijde vleugels zich boven
eigen horizon te verheffen
scheppingal liggen bladeren
verlaten door de wind
op de tot zijn rand gerezen vijver
als een toegeworpen rust
mij een nieuwe oever te geven
gewillig schik ik mij
in komende vertoning
zelfs wanneer commotie
het beeld breekt
want ontzagwekkend
schittert de zilveren weelde
van scheppende kracht midden
heftig rimpelend water
sneeuwblindsneeuwblind
in beweging van de wind mee
zoek ik
met vermoeid gevoel
naar broos winterlicht
dat me zal helpen
om in het holst
van mijn denken
heldere bestemming
te vinden
tot leven zich voltrekt
wanneer achter me
de deur in slot valt
vlucht ik in de mogelijkheid
van een vergezicht weg
tot leven zich voltrekt
en ik met grote ogen
verder trek tussen
bloeiende liefkozingen

wijl bij een gelaten wind
en gestadig miezerige regen
kraaien in de hoogste takken
van de bomen de wereld
zwart zitten te overkijken
monotoon klokgelui dood
over oneindig wijd verspreidt
mens en dier
klem raken in de wirwar
van diepe voren slijk
verjaag ik onze somberheid
door je hand te nemen
licht te gaan bewegen
bijna als vervoering je naar
‘t onvermoede mee te nemen
die je de opening naar
nieuw leven toont