wanneer we vertoeven
in warme wind
horen hoe zijn lach
passie vindt
weten wij weelde
kennen wij ’t graaien
in zuchten verdwalen
met zicht gericht
naar betovering
tot de gloed
onze open harten toedekt
en wij dagdromend
de nacht verder waaien
Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht
midden zijn eeuwige schaduwen
nooit ver weg
kom ik
van zijn onderkomen
omdat ik midden
zijn eeuwige schaduwen
voortdurend verrast wordt
door een golfspel van
duizend en één
warme kleuren
die mij mezelf dwingen
te zien als een mens
welke zich laat leiden
door veranderlijke schoonheid
duurzaam
In al hun eenvoud
staan zij midden
nieuw beleven
die zijzelf hebben uitgezaaid
duurzaam te wezen
als een weelde
zijn dagen en nachten
kennen enkel die schaduw
welke dwars door stilte
achter hem aanloopt
luistert naar wat gedachten
vertellen en hen inzwijgt
opdat zij bij toeval
niet zouden openbreken
als een weelde van
uitlichtende woorden
die toedicht dat inspiratie
vrij spel heeft
als onwaarschijnlijkheid
als onwaarschijnlijkheid
dacht ik haar
toen uit grijze wolken
terug sneeuwvlokken
gingen dwarrelen
tot de houvaste groei
van voorjaarsgroen me
de hoop meegaf dat weldra
lente boven winter
uit zou groeien
een bonte verfijning
werd als
allerindividueelste impressie
naar boven toe bewogen
om er als volmaakte zege
van weelde
zich op te richtten
naar ’t zonzilveren licht
eindelijk
met een gevoed hart
licht ontdekken waar klaarheid
transparantie mogelijkheid biedt
zich volwaardig te hervinden
doet me uit nevelige
weifelingen thuiskomen
zelfverzekerd eigen-zinnig
heel en volledig mezelf
eindelijk
in open ruimte
alle rotsvaste
winterdwalingen heb ik
lading na lading
aan de nacht gegeven
om in open ruimte wensdromen
te creëren welke lichtglorend
zich verwennen met prille
voorjaarswervelingen
die mij een uitweg bieden
naar een geloven dat
de toekomst zonneklaar
zal schitteren
die ik vader noemde
in de kleine kamer
waar ik duister bang
wachtte op een laatste woord
van de man die ik vader noemde
heb ik enkel mijn stilte als aandenken
bij hem kunnen achterlaten
omdat hij ook dan zichzelf
is blijven verzwijgen
tot warmte ging ritselen
in voorjaarswaarheid
viel er sneeuw naar beneden
dekte de wereld toe
als winterse mijmering
die niet wilde wijken
onsterfelijkheid snerpend
geheim hield
tot warmte weer binnendreef
het herbeleven schichtig
ging ritselen
het weggegooide steentje
wanneer ik zie
hoe het weggegooide steentje
cirkels bloeit
weet ik dat het ooit
terug door een hand
zal gekoesterd worden
openbloeiend
wordt ze zacht
met licht omkleed
streeft ze verrijkend verder
groeiend in haar waarde
openbloeiend als
een wonder
met voldoening
als onhergzaamheid
geen raad met me weet
donker laat gaan
terwijl ik
nog volop leef
zal ik haar
tot doem denken
en begraven
in mijn geest
met voldoening
zitten wachten
tot bloei als
mijn enige waarheid
weerkeert
als wondere beheersing
naar hun schaduw
zijn ze gaan uitgroeien
tot leven stuwend stroomt
met glanzend blad
hun eigenheid oplichten
als wondere beheersing
mijn heuvelland
rijk aanzien geeft
tijdloos
binnen de grenzen
van gevoel
waar schaduwen bezwangerd
van het intieme
een glimp van hoop
stralen
geniet het hart
tijdloos
voleindiging
heb me ingeburgerd
midden een slaap
met dromen
waarin ik
onder een andere zon
die sluiers oplicht
de voleindiging heb ontdek
geluk te scheppen
met handenvol
herbelevende realiteit
immer
de kunde van het memoreren
brengt me steeds weer
naar dat veld
vol klaprozen
waar wij iedere bloem
met zachte vingers aanraken
om ze als vorm van vervoering
in onze ziel op te bergen
tot een immer
bloeiende gelukzaligheid
een verhaal met gave
weet diep in je ziel
liggen woorden te wachten
tot gedachten
ze naar bovenhaalt
als een verhaal met gave
dat hoopt het hart
van toehoorders te raken
wijl een gutsende regen
’t verdriet van de wereld
op mijn venster neerslaat
stormwind het landschap
in gruizel waait
schimmig leven zich met
kwel en kommer verrijkt
zal ik wakker blijven
zorgelijk de kille donkerte
onder ogen zien
middels gerustgesteld
door innerlijk weten dat
warm mijn hart streelt dra
de zon weerkeert
eenig leven
zich een weg zoekend
in zelfgesponnen web
ontdekt ze
eenig leven
als gezelschap


1 reactie op dit bericht
hoe mooi