allenig
toen vannacht
de holle weg van ergens
naar nergens eruit zag
als een donkere steeg
verstoken van troost
vol wanhoop
omgeven door dood
ben ik vol bange dromen
op een bank
gaan zitten wachten
naar een hemel
die zich blauw open plooit om
midden stuifmeelherinneringen
weer thuis te komen

