rood rimpelend
witte nevelslierten
belagen een landschap
dwingen het naargeestig dicht
houden najaarsbloei uit zicht
tot rimpelend zonlicht
samenhang doorbreekt
de herfst zijn uitbundig
gekleurd aanzicht weergeeft
rood rimpelendwitte nevelslierten
belagen een landschap
dwingen het naargeestig dicht
houden najaarsbloei uit zicht
tot rimpelend zonlicht
samenhang doorbreekt
de herfst zijn uitbundig
gekleurd aanzicht weergeeft
een geur vol dromenwaarom zou ik ze
een te vroege dood
laten sterven
door hen te plukken
wanneer ze
met een geur vol dromen
zacht door de herfst
te ruste worden gelegd
in een winterstil
ondergronds verbeiden
reeds als een zoet behagen
gaan ontkiemen
op zoek naar nieuw bewegen
voorbestemdtoen midden herfstbewegingen
die onverwacht warm dag
zijn begeestering verspreidde
leek het als voorbestemd
dat wij beiden
ons erin zouden verliezen
een hartsweerspiegeling waarbij
wij de taal van elkaars ziel
wisten te ontdekken
gingen beseffen
dat leven meer is
wanneer extase spreekt
met gloed in de ogenzijn beoogd meegaan helpt me
om met gloed in de ogen
gaten van licht te slaan
in de onzekere contouren
van een nevelig bestaan
eigen requiemmidden spelingen van licht
roeren zich
schimmige gedachten
houden rouw levend
bedenken zij hoe doden
met stille storm
hun grafrede omvormen
tot eigen requiem
het herfstig zijnover velden
vol verteerde bladeren
als schimmige toevoeging
meelopen
de diep nachtelijke uitvlucht
aanvoelen als bang geluk
ben ik wandelpaden
gaan uitzetten
om op dit moment nu
met toekomstbeelden
nieuw inzicht te geven
aan het herfstig zijn
vlinderendverras mijn hart
jij die liefde heet
bloei op mijn lippen geeft
zodat ik verslaafd
aan honingzoet
met jou vlinderend
verder leef
een warm onderkomenin de stilte na jou
word ik met knisperend
gele herinneringen
door de wind
troostend opgetild
winters lang meegedragen
tot nieuwe dromen
mij in een aards
warm onderkomen
toedekken
langs een hemelboognet voor regen
zonnestralen deemstert
is hij langs een hemelboog gegaan
welbewust kleuren graaiend
zijn reeds koude lichaam
voorgoed verlaten
verlicht de overkant gehaald
tot ik houvast vindmet wanhoop
gezaaide beelden
groeit doodse stilte
ontneemt me
dat laatste sprankje
hoop
tot ik houvast vindt
in de vlucht
van een vlinder
die mij zijn kleuren toont
bedaardmet schuifelende voeten
in doordacht donker
zocht ze de stilte
om de nacht te doorstaan
dageraad rood te zien opgaan
vergat ik mijn verdriettoen ik zag hoe solidago
als royaal gele sluimering
onder vleugels van de herfst
stond te bloeien
vergat ik mijn verdriet
over wat ooit was
in een wankel ogenblikte moeten toezien
hoe schaduwen
zonder hechting
in één wankel ogenblik
zich op aarde uitstrekken
zin van leven
uit verband rukken
doet me dromen volgen
om bij eigen waarheid
te kunnen blijven
snelt leventot de tijd
mij laat ademen
snelt het leven
langs me heen
zal het
tomeloos vertellen
hoe kwetsbaar mooi
het vroeger leek
vereenzaamheidvereenzaamheid
als miezerigheid
gemis
betreurt
wij vereeuwigen
grijs op grijs
vereenzaamheid
hoe kan de horizon
dan nog oplichten
samen
samen de kleine geneugten
van leven beleven
en ervan weten te genieten
tilt ons boven alles uit
dieper dan de kernin samen doorstaan
gaan we
dieper dan de kern
op zoek
naar een waarheid
die groeit
met de hoop
van eeuwige bloesems
twee eenheidwat moet ik met de bekeken
twee-eenheid
die staat te wezen
ga ik oppervlakkig
tijd verdrijven
zoals zij om me heen
of beweegt het mij
naar hunkering
van wat ik als liefde weet
overmeesteringop zoek naar openheid
verruim ik het uitzicht
met bezig zijnde onthullingen
zelfs al zullen ze
in hun ogenblik
dat ik als herinnering meeneem
mij uit beeld verdringen
als liefdeals liefde je helpt
verdergaan
laat ze zien
hoe groot ze is