eigen requiem
midden spelingen van licht
roeren zich
schimmige gedachten
houden rouw levend
bedenken zij hoe doden
met stille storm
hun grafrede omvormen
tot eigen requiem
eigen requiemmidden spelingen van licht
roeren zich
schimmige gedachten
houden rouw levend
bedenken zij hoe doden
met stille storm
hun grafrede omvormen
tot eigen requiem
het herfstig zijnover velden
vol verteerde bladeren
als schimmige toevoeging
meelopen
de diep nachtelijke uitvlucht
aanvoelen als bang geluk
ben ik wandelpaden
gaan uitzetten
om op dit moment nu
met toekomstbeelden
nieuw inzicht te geven
aan het herfstig zijn
vlinderendverras mijn hart
jij die liefde heet
bloei op mijn lippen geeft
zodat ik verslaafd
aan honingzoet
met jou vlinderend
verder leef
een warm onderkomenin de stilte na jou
word ik met knisperend
gele herinneringen
door de wind
troostend opgetild
winters lang meegedragen
tot nieuwe dromen
mij in een aards
warm onderkomen
toedekken
langs een hemelboognet voor regen
zonnestralen deemstert
is hij langs een hemelboog gegaan
welbewust kleuren graaiend
zijn reeds koude lichaam
voorgoed verlaten
verlicht de overkant gehaald
tot ik houvast vindmet wanhoop
gezaaide beelden
groeit doodse stilte
ontneemt me
dat laatste sprankje
hoop
tot ik houvast vindt
in de vlucht
van een vlinder
die mij zijn kleuren toont
bedaardmet schuifelende voeten
in doordacht donker
zocht ze de stilte
om de nacht te doorstaan
dageraad rood te zien opgaan
vergat ik mijn verdriettoen ik zag hoe solidago
als royaal gele sluimering
onder vleugels van de herfst
stond te bloeien
vergat ik mijn verdriet
over wat ooit was
in een wankel ogenblikte moeten toezien
hoe schaduwen
zonder hechting
in één wankel ogenblik
zich op aarde uitstrekken
zin van leven
uit verband rukken
doet me dromen volgen
om bij eigen waarheid
te kunnen blijven
snelt leventot de tijd
mij laat ademen
snelt het leven
langs me heen
zal het
tomeloos vertellen
hoe kwetsbaar mooi
het vroeger leek
vereenzaamheidvereenzaamheid
als miezerigheid
gemis
betreurt
wij vereeuwigen
grijs op grijs
vereenzaamheid
hoe kan de horizon
dan nog oplichten
samen
samen de kleine geneugten
van leven beleven
en ervan weten te genieten
tilt ons boven alles uit
dieper dan de kernin samen doorstaan
gaan we
dieper dan de kern
op zoek
naar een waarheid
die groeit
met de hoop
van eeuwige bloesems
twee eenheidwat moet ik met de bekeken
twee-eenheid
die staat te wezen
ga ik oppervlakkig
tijd verdrijven
zoals zij om me heen
of beweegt het mij
naar hunkering
van wat ik als liefde weet
overmeesteringop zoek naar openheid
verruim ik het uitzicht
met bezig zijnde onthullingen
zelfs al zullen ze
in hun ogenblik
dat ik als herinnering meeneem
mij uit beeld verdringen
als liefdeals liefde je helpt
verdergaan
laat ze zien
hoe groot ze is
verslaafdnooit heb jij jezelf
midden ons
een leven gegeven
luidkeels
je helemaal verzwegen
roekeloos
waanzin getroost
in dom overleven
je lichaam benadeeld
grijp toch vast
mijn uitgestoken hand
ik breng je minzaam
naar de overkant
doodsbloeials ze achterblijft met wat
een zomerse bevlieging blijkt
neemt ze haar lot
in eigen handen
gaat verder
tussen doodsbloei
met de wind
als steun in der rug
op zoek naar
geurend weerwerk
waartussen ze zichzelf
helemaal terugvindt
wondere werkelijkheidmet heel mijn wezen
vlij ik de tijd tot langzaamaan
wanneer een doorwrochte bloemknop
van binnenin naar buiten
als een Gods gegeven wondere
werkelijkheid gaat bloeien
verbloemen
bijna niet meer
te onderscheiden
de eenvoudig geel
in de wind flanerende sterretjes
die trachten het dorre
te verbloemen
dat het ter ziele gaan
van Een Zomer verwoord
zal ik ooit zo vergaan
steeds vager
soms nog mij
een glimp waarschijnlijkheid