in een holte van tijd
gestrand
wacht ze
op een open zee
om met haar
traag ritme mee
in ’t licht van vandaag
onder te gaan

in een holte van tijd
gestrand
wacht ze
op een open zee
om met haar
traag ritme mee
in ’t licht van vandaag
onder te gaan
immermeerdichtbij de wondere waarheid
van bloeiende bloemen
of volop afstand nemend
van dorre takken die schrammen
zo gaan we dag na dag
langs momenten van herkenning
met nu en dan een traan
mirakel na mirakel
naar de betekenis van immermeer
langs de Vestenin langzame tijd
loop ik langs de Vesten
met hen te praten
over samen verdergaan
of niet misschien
laat ik ze rustig overzien
wijde cirkels vol hoop
ooit door hen gedroomd
sinds hun dood
door de natuur gedragen
een land in de keringmidden teruggetrokken leven
waar ellende hoogtij viert
eeuwige schemer blinde dingen
tussen slecht en kwaad
laat bewegen
ontdek ik een baken van volharding
met geladen betekenis
een aanzet mezelf neer te zetten
in een gedicht dat ik schenk
aan een land in de kering
een eindeloze ommevaart
midden voorbijgangers
wierookwalmen
galmende psalmen
laat het licht zich
met zoveel leven ontdekken
dat het de tijd breekt
tot een eindeloze ommevaart
van kleurrijke ogenblikken
die helpen om me voor het eerst
benevens leven te begeven
zoekt zij de horizonwanneer het denken
wandelt door emoties
hun sterven streelt
ze leegte vreest
zoekt ze de horizon
waar overzij
nieuw avontuur
hun laat herleven
heksenkringmidden ontheemding
waar magie speelt
heb ik me neergezet
om me te laten overkomen
gedachten die spelen
met lichtwezens
tot een kerkklok donker slaat
de heksenkring zich als
naargeestige mythe ontaardt
midden een onmogelijke wanordewaag ik het om stil te staan
midden een onmogelijke wanorde
van eindeloos gruis en versteende aarde
dan is het de wind
licht in mijn rug
die me duidelijk maakt
ware wonderlijke liefde
van beminnen en bemind worden
verder na te jagen
een nalatenschap aan mij gegevenvandaag bij je graf va
wil ik jou vertellen
dat ik deze zomer
ook vogels heb nagekeken
net zoals jij
placht te doen
vanuit je ziekenzetel
meer dan zeventien jaar geleden
ongerust dat ze straks
je gedroomde blauwe regen
niet langer zullen bewonen omwille
van een tot noodgedwongen wereld
gebogenschervend
licht gebogen
bij elkaar
in zichzelf verzonken
zwaartillend bezig
een heel leven
bij elkaar te zoeken
langzaam
omdat ze hebben vergeten
zo kijk ik ernaar
terwijl een nazomerwind
over ons
heen waait
overduidelijkontbolsteringen
tussen het nazomers groen
helpen herfst tot zicht
een kruimel hartigheidgeen zin meer te zoeken
naar hun waarheid
te dik omkleed met bluf
maar ik weet
wanneer ze me ooit
uit bittere nood toe neigen
dan geef ik hen
een kruimel hartigheid
ter mijner nagedachtenis
moeder natuurbouw bruggen
dicht kloven
verleg grenzen
zwervend
langs meren en velden
midden bossen
tussen feeën en elfen
heksen en trollen
beseffend dat ze
me geeft
blijft geven
steeds meer beleven
wijaanlokkelijk
noemen wij
de speels witte
dromerij warrelingen
die onze passionele
wezenlijkheid laat zien
somssoms lijkt mijn dag
één lange zoektocht
naar verloren woorden
die mijn schrijven
met inhoudelijke warmte
dienen te beklijven
om even later
ze in een rijkelijk bewegen
te zien fladderen
enkel hoef te grabbelen
om ze zielenbindend
te laten neerdwarrelen
het grijzepas wanneer je
het grijze
niet als leegte
maar vol leven ziet
zal je weten
dat het menselijke
in het tijdloze
vervat ligt

groen
langstelig
schoot zij op
knopte het bijzondere
aan mij gegeven
tot een licht roze lelie
waar vanuit de kern
spikkeltjes rood
stuifmeeldraden lang
de kracht
van onze vriendschap
explodeert
“voor Cor en Nel”
een nieuwe windeen nieuwe wind
met lange uithalen
en onstuimige klanken
verhaalt hij
zijn gevoel van heerlijkheid
een zweven met de geur
van schoonheid mee
in een wervelende stroom
van leven
op zoek
naar diepe innerlijkheid
ik rimpel haarals ik neig
naar eenzaamheid
rimpel ik haar waterzacht
in mijn hart
schenk haar
mijn verlangen
die ze weerspiegelt
in zilveren schijn
om mij
het middelpunt
van verbeeldingskracht
te laten zijn
schone bij nachteenkel midden
nachtelijke oneindigheid
zal ze moeite doen om
haar schoonheid heel even
te laten opbloeien
net omdat velen
het dagdagelijkse
’s anderendaags
reeds zijn vergeten