witte wieven
pas wanneer ik mij
met witte wieven weef
samen met hen
een andere gedaante aanneem
werkelijkheid laat vervagen
en hun betovering onderga
zal mijn hart
haar eigen dromen weten
witte wievenpas wanneer ik mij
met witte wieven weef
samen met hen
een andere gedaante aanneem
werkelijkheid laat vervagen
en hun betovering onderga
zal mijn hart
haar eigen dromen weten
verwrongen emotieshet kind in mij
foetust warm
weigert verbonden
sereniteit op te geven
bang
in een verkeerde wereld
een vroeger leven
te moeten opnemen
waar verwrongen emoties
haar naakt bang
naar eigen spiegelbeeld
dwingen te kijken
ontwaken
als de dag
mijn ogen wrijft
het morgenlicht
zacht trilt
verhul ik mij
in zuiver ijl
geniet nog even
van mijn droom
tot jouw schaduw
me verder leidt
ik smacht
naar onze werkelijkheid
ons lied ademt stilteen stilte schept
onze werkelijkheid
het doet ons luisteren
naar de klanken van ons hart
laat ons eindeloos trachten
naar de stem van onze melodie
haar wereld opgeeften telkens wuift zij
zichzelf weg
lost haar greep op leven
wanneer zij
in avondschemer
klemraakt in herbeleven
krom ik mij kleinna jaren
diepe sporen trekkend
in met slijk besmeurde wegen
krom ik mij klein
in windgerichte dromen
en laat mij drijven
mijn vleugels wijd open
in een wereld
van licht en tijd
witte rozen
zelfs geurverliezend
beroeren zij
weten een plukkende herfst
met schoonheid te misleiden
zich met gratie
de winter in te vlijen
in kounadat
de laatste oogst
werd binnengehaald
de boer
met zwartheid praat
weet ik dat land
haar winter
nodig heeft
in kou
naar stilte vraagt
wanneer hij waait
als hij zich opricht
stijgt en weer neer
mij zachtjes bespeelt
herademend laat zweven
met tederheid omvangt
vol liefde omarmt
zal ik in volmaakte vrijheid
zijn bezielde dromen meebeleven
laten wij leven
open het raam
en kom slapen
laten wij de nacht delen
het dekbed golfjes spelen
sterren
onze naaktheid strelen
de maan het verlangen
lichtend ontvangen
een ogenblik het middelpunt
van hemel en aarde zijn
met passie zweven
tussen tijd en eeuwigheid
wegzinkend in ellendewanneer een grijze schaduw
de tijd beheerst
snoeit in tengerbloeiende dromen
begraaft leven zich eigenhandig
in doodse dagen
weigert zich omringd te voelen
door nietigheid
mosterdplantjeswist hij veel
door mosterdplantjes
als grondverrijking te zaaien
hij in oktober de verloren zomer
groen terughaalt
tot een witgerijmde morgen
de warme schijn
laat verdwijnen
omdat herfst nu éénmaal
alleen met winter vrijt
genietend van elk nieuw zicht
zoals de pluisjes
van de paardenbloem
laat ik mij zachtjes mee struinen
door de wind
genieten van elk nieuw zicht
de uitdaging
als een avontuur zien
accepteren dat ik eens
ik weet niet wanneer
mijn doel zal bereiken
ons verhaalonder de boom
waar we
een eigen wereld creëerden
begraaf ik
ons verhaal voor later
hopende dat je eens
in realiteit
de brug bouwt naar mijn wereld
om onze toekomst
samen op te graven
al lijkt het een eeuwigheid
nadat ik
in snelle vaart
en zonder peinzen
vele seizoenen
heb doorgereisd
wandel ik nu
even verloren door
een tij van vermoeidheid
die druilerig en vervallen lijkt
en toch zal ik
al lijkt het een eeuwigheid
geheeld door de tijd
mijn pad verder stappen
in tederheid van samenzijnis er iets mooiers
dan wakker te worden
wanneer de zon
in het oosten wordt geboren
de gouden gloed
als zachte adem
onze morgen vindt
wanneer wij nog
in de tederheid
van samenzijn vertoeven
afgeknot zijn groei
afgeknot zijn groei
ontzegd zijn bloei
aan banden gelegd
het leven
men wou hem vergeten
maar hij wortelde verder
steeds dieper en sterker
de ziel van zijn bestaan
zou men nooit
kunnen merken
wist dat rust en zwijgen
in een volgende kringloop
vruchten zouden afwerpen
gebladerte takken
hemelwijd reiken
ons levenswebons levensweb weven wij
met zoveel nieuwe draden
liefdevol spelend
om elkaar heen
om na zoveel tederheid
in samen ontwaken
onze verbondenheid te weten
in één dauwparelend rag

als zij de dag verslaapt
’s nachts in verlaten kilte dwaalt
zoekend naar een lijf
dat telkens als schaduw
langs haar heen glijdt
dan wordt het tijd
dat ze dit leven
de rug toekeert
laat leiden door het licht
naar een nieuw vergezicht
als verdriet tranen praatterwijl ze haar verdriet verzamelt
die eindeloos verspreidt
tranen praat
in stilte om hulp ijlt
blijft hij blind kijken
weet gestadig
grenzen te verleggen
wanneer ze dwalend traag nadert
omdat hij vreest leven
met haar te moeten delen