voorgoed samen
in een oneindige zee van spijt
gebaren golven de pijn van het kwijtgeraakte
tot ze op het strand worden geworpen
in een tijdskoestering
rouw rust brengt
voorgoed samen
voorgoed samen
in een oneindige zee van spijt
gebaren golven de pijn van het kwijtgeraakte
tot ze op het strand worden geworpen
in een tijdskoestering
rouw rust brengt
voorgoed samen
enige tegenwoordigheid
adem mijn hoofd leeg
tot ik met lichaam en geest
jou mijn glimlach
van vertrouwen geef
meega in een waarheid
vol avontuur
waar passie liefde spreekt
die me leert
van mezelf te houden
zoals jij van mij
enige tegenwoordigheid
een levensverhaal
bibliotheek van Herzele
de deur stond open
een warm thuiskomen
toen ik op zoek ging
naar haar waarheid
boeken vol regels
stille fragmenten
hebben me geholpen
voel daadwerkelijk
uit te dragen
jaren later
mijn bundeltjes
een feit tussen
andere poëzie
erkentelijkheid
als eindeloze lente
terwijl ze toezien
hoe alles komt
even blijft
weer verdwijnt
wortelen ze
zich in elkaar
doorgronden de diepte op
zoek naar onwankelbaarheid
de kracht van hun gehechtheid
met bloei in de kruinen
als eindeloze lente te verwoorden
een laatste vlinder
de trambaan
waar ooit de paardentram dagdagelijks
met onafgebroken sjokkend ritme
mensen van Herzele naar hun werk in Gent
placht te brengen lijkt haastigheid voorbij
ontdekken wij er een heel jaar mooiigheid van bestaan
een bedding vol bloeiende meidoorns
die lente verspreidt harten lichter maakt
zoetgeurende vlierstuiken die ons in een hoogtij
golvende beweging naar zomer meenemen
waar trillende klaprozen, duizendschoon
en korenbloemen passie doen oplaaien
een maand later struiken hondsrozen
wandelaars een kleurrijke herfst
met dwarrelende bladeren beloven
totdat rijen knotwilgen met
obscure schaduwen met de wind mee
over hun rijk verleden verhalen
tot winterslaap ons inhaalt
valkuilen
schuldgevoel
komt nooit alleen
er zijn altijd
twijfels bij
wazigheid waarbij
de tijd verglijdt
onverantwoordelijkheid
met een immer
emotioneel betrokken zijn
valkuilen
jouw tengerheid
een zucht naar tederheid
laat mij vrij vliegen
op de adem van de wind
naar een oase vol tederheid
waar liefkozingen meer
ontroeren dan woorden
en mij laten leven
in een samenzijn
waaruit ik liefde zal oogsten
en weer in mezelf kan geloven
ware liefde
indruk wekkend verhaal
waarom ging ik
niet mee
in inbeelding
wat er achter
de gesloten deur
bevond
onbeweeglijkheid
zich in een fractie
van een seconde
kon omvormen tot
een toegankelijk beleven
waar vlinders je uitnodigden
voor een indruk wekkend
verhaal waarin
hartenklop huist
altijd en eeuwiger
liefde is
onderweg

bij de bron
in een geul water
kilometers ver
van zee
laat ik een bootje
te water
om het met
de stroming mee
een tocht
te laten maken
welke ik tijdens mijn
naar boven gaan
als intrigerend
heb beleefd
tijdloos
mijn zomers lang
wij van Sint Rochus
is het een halve eeuw geleden
dat wij bohemiens van Sint Rochus
in het bos van Du Parc heer en meester waren
bourgeoisie jeugd van de markt
met takkenzwaarden lieten voelen dat
rang en stand “daar” geen waarde had
de oerkracht diep in onszelf
ons behoedde voor uitroeiing
telkens weer de overwinning gaf
dat herinner ik me
wanneer ik heden ten dage zie
dat de bomen door de papieren barons
ooit gekapt terug bos staan te wezen
ons bos
ons leefgebied nog steeds
door hen reeds lang vergeten
afspiegeling

als een afspiegeling
van vervlogen
zelfvertrouwen
bewolken wolken
het blauwe tot
tot een hemel waarin
een depressie gedijt
zich uitschreit tot
een modderige poel
roerigheid
die leidt tot
eenzaamheid
(foto genomen door Jon De Ryck, mijn zoon)
mijn laatste oordeel
een verloren strijd
ik geef op
er rest niks meer
enkel de hel
binnen mijn bereik