jouw aanwezigheid
verschans me
in eigen hartenklop
omdat ik er jouw
aanwezigheid voel
hoe diep liefde
zich kan nestelen
in cadans samen
je beloof
dat ik je nooit
laat sterven
jouw aanwezigheid
verschans me
in eigen hartenklop
omdat ik er jouw
aanwezigheid voel
hoe diep liefde
zich kan nestelen
in cadans samen
je beloof
dat ik je nooit
laat sterven
mistslierten
opgejaagd door ‘t morgenlicht
trachten mistslierten
zich vooralsnog als lijkwade
tussen de bomen vast te hangen
alsof ze hun feitelijkheid
in de vroegte niet aanvaarden
de zon als een zekerheid
van overdag ontkennen
niet willen dat ik
volkomen aanwezig
op weg ga
midden droomkleuren
gekscherend
naar beneden
haar landen
zacht en teder
laat me herleven
midden droomkleuren
die de wereld
overheersen
een licht
ontvlammend
ogenblik
een kortstondigheid
gedragen door liefde
gevangen in een wereld
tussen werelden
waar weedom
hoge toppen scheert
realiteit
in alle hevigheid explodeert
weiger ik op zoek te gaan
naar nieuwe horizonten
verschans mezelf in dagdromerij
waar tijd stilstaat
vrede is met mij
om pas te ontwaken
wanneer ik me niet meer
hoef te verdedigen
gedragen door liefde
me helemaal over te geven
aan volheid van bestaan
tot de zon
in de schaduw van de berk
glimt het licht
verhulde spiegelingen
van die ene begeerde droom
troost voor een liefhebbend hart
tot de zon mijn blik verblindt
met gesloten ogen het beleven
vol weemoed achterlaat
jij
meidoornhagen
het is mooi geweest

ik had de wereld kunnen zien
mijn reisgierig hart volgen
maar bleef dichtbij de plaats
waar mijn grootouders enkel
oog voor elkaar en omgeving
veel mooie dagen beleefden
om vanuit een diep onrustige zee
bladzijden vol te schrijven
over zeldzaam volmaakte bloesems
rijke zomeroogsten
herfstig rood
mijn witte winternood
niet bang van de dood
met mijn rug tegen de oude berk
met één enkele regel
het einde van een mensenleven
zal opschrijven
“het is mooi geweest”
voorgoed samen
in een oneindige zee van spijt
gebaren golven de pijn van het kwijtgeraakte
tot ze op het strand worden geworpen
in een tijdskoestering
rouw rust brengt
voorgoed samen
enige tegenwoordigheid
adem mijn hoofd leeg
tot ik met lichaam en geest
jou mijn glimlach
van vertrouwen geef
meega in een waarheid
vol avontuur
waar passie liefde spreekt
die me leert
van mezelf te houden
zoals jij van mij
enige tegenwoordigheid
een levensverhaal
bibliotheek van Herzele
de deur stond open
een warm thuiskomen
toen ik op zoek ging
naar haar waarheid
boeken vol regels
stille fragmenten
hebben me geholpen
voel daadwerkelijk
uit te dragen
jaren later
mijn bundeltjes
een feit tussen
andere poëzie
erkentelijkheid
als eindeloze lente
terwijl ze toezien
hoe alles komt
even blijft
weer verdwijnt
wortelen ze
zich in elkaar
doorgronden de diepte op
zoek naar onwankelbaarheid
de kracht van hun gehechtheid
met bloei in de kruinen
als eindeloze lente te verwoorden
een laatste vlinder
de trambaan
waar ooit de paardentram dagdagelijks
met onafgebroken sjokkend ritme
mensen van Herzele naar hun werk in Gent
placht te brengen lijkt haastigheid voorbij
ontdekken wij er een heel jaar mooiigheid van bestaan
een bedding vol bloeiende meidoorns
die lente verspreidt harten lichter maakt
zoetgeurende vlierstuiken die ons in een hoogtij
golvende beweging naar zomer meenemen
waar trillende klaprozen, duizendschoon
en korenbloemen passie doen oplaaien
een maand later struiken hondsrozen
wandelaars een kleurrijke herfst
met dwarrelende bladeren beloven
totdat rijen knotwilgen met
obscure schaduwen met de wind mee
over hun rijk verleden verhalen
tot winterslaap ons inhaalt
valkuilen
schuldgevoel
komt nooit alleen
er zijn altijd
twijfels bij
wazigheid waarbij
de tijd verglijdt
onverantwoordelijkheid
met een immer
emotioneel betrokken zijn
valkuilen
jouw tengerheid
een zucht naar tederheid
laat mij vrij vliegen
op de adem van de wind
naar een oase vol tederheid
waar liefkozingen meer
ontroeren dan woorden
en mij laten leven
in een samenzijn
waaruit ik liefde zal oogsten
en weer in mezelf kan geloven
ware liefde