dromen
ik weet
er is zeker
nog een wereld
al moet hij nu
nog even wachten
want het voelt goed
te overnachten
bij dromen
die mij
warm toelachen
dromen
ik weet
er is zeker
nog een wereld
al moet hij nu
nog even wachten
want het voelt goed
te overnachten
bij dromen
die mij
warm toelachen
vibreerden steeds sterkereens zij de moed hadden
afscheid te nemen
van hun alleen rimpelend leven
kamperend elkaars waarheid deelden
vibreerden zij steeds sterker
de waarheid van leven
gingen samenhuizend
liefde delen
bij wild tijd
nooit meer
zal een zee vol emoties
bij wild tij
mijn schoonheid meenemen
zodat er alleen maar
lucht overblijft
maar zij gaat
zich zacht in vertrouwen
binnen de schoot van leven wentelen
waar de hartenklop van bestaan
met zoveel tederheid liefde draagt
samendoor één en al vervloeking
vechten wij
ademtocht na ademtocht
met zoveel dapperheid
onze strijd
om leven
samen zullen wij
ons hart nog lang niet moe
de beelden van ’t verleden breken
om in elkaar verdwaald
veilig en geborgen
de liefde samen te beleven
van droom naar werkelijkheidmijn waarheid ademt daar
waar bomen en planten
schoonheid verwoorden
elfen en kabouters
samen met mensen
dicht bij de aarde wonen
ik zonder vrees
van droom naar werkelijkheid
uit mijn cocon durf kruipen
me verlangend met het leven verweef
omdat samenzijn
me altijd leest
in onstuimige harteklop
toen ik vannacht
door jouw kracht werd geplukt
deinde ik
in onstuimige hartenklop mee
ontdekte in jouw lied
mijn eigen refrein
vlijde mij neer
op de tonen van jouw wijs
licht het landschap openvandaag meng ik mij
tussen de kleuren
van stilleven
licht
met toekomstdromen
het landschap open
weiger
mij nog langer te vergapen aan
wat nog net leeft
maar sterven vreest
werkelijkheid ziet zoals ze is
in het duister van de nacht
heeft ze gevochten en gestreden
hem in de ogen gekeken
en eindelijk tegemoet getreden
nooit meer zal ze hem mijden
in de hoop hij zal verdwijnen
weet het erkennen
brengt haar vrijheid
waarbij ze eindelijk
zichzelf accepteert
en de werkelijkheid ziet
zoals ze is
witte wievenpas wanneer ik mij
met witte wieven weef
samen met hen
een andere gedaante aanneem
werkelijkheid laat vervagen
en hun betovering onderga
zal mijn hart
haar eigen dromen weten
verwrongen emotieshet kind in mij
foetust warm
weigert verbonden
sereniteit op te geven
bang
in een verkeerde wereld
een vroeger leven
te moeten opnemen
waar verwrongen emoties
haar naakt bang
naar eigen spiegelbeeld
dwingen te kijken
ontwaken
als de dag
mijn ogen wrijft
het morgenlicht
zacht trilt
verhul ik mij
in zuiver ijl
geniet nog even
van mijn droom
tot jouw schaduw
me verder leidt
ik smacht
naar onze werkelijkheid
ons lied ademt stilteen stilte schept
onze werkelijkheid
het doet ons luisteren
naar de klanken van ons hart
laat ons eindeloos trachten
naar de stem van onze melodie
haar wereld opgeeften telkens wuift zij
zichzelf weg
lost haar greep op leven
wanneer zij
in avondschemer
klemraakt in herbeleven
krom ik mij kleinna jaren
diepe sporen trekkend
in met slijk besmeurde wegen
krom ik mij klein
in windgerichte dromen
en laat mij drijven
mijn vleugels wijd open
in een wereld
van licht en tijd
witte rozen
zelfs geurverliezend
beroeren zij
weten een plukkende herfst
met schoonheid te misleiden
zich met gratie
de winter in te vlijen
in kounadat
de laatste oogst
werd binnengehaald
de boer
met zwartheid praat
weet ik dat land
haar winter
nodig heeft
in kou
naar stilte vraagt
wanneer hij waait
als hij zich opricht
stijgt en weer neer
mij zachtjes bespeelt
herademend laat zweven
met tederheid omvangt
vol liefde omarmt
zal ik in volmaakte vrijheid
zijn bezielde dromen meebeleven
laten wij leven
open het raam
en kom slapen
laten wij de nacht delen
het dekbed golfjes spelen
sterren
onze naaktheid strelen
de maan het verlangen
lichtend ontvangen
een ogenblik het middelpunt
van hemel en aarde zijn
met passie zweven
tussen tijd en eeuwigheid
wegzinkend in ellendewanneer een grijze schaduw
de tijd beheerst
snoeit in tengerbloeiende dromen
begraaft leven zich eigenhandig
in doodse dagen
weigert zich omringd te voelen
door nietigheid
mosterdplantjeswist hij veel
door mosterdplantjes
als grondverrijking te zaaien
hij in oktober de verloren zomer
groen terughaalt
tot een witgerijmde morgen
de warme schijn
laat verdwijnen
omdat herfst nu éénmaal
alleen met winter vrijt