samen
Samen
met kirrende geluidjes
en innemende lachjes
tracht ze me dichterbij
tot ik met
een even ware glimlach
mijn aanwezigheid beaam
binnen onze kring van twee
zonder woorden enkel met gevoel
over verbinding spreken
samenSamen
met kirrende geluidjes
en innemende lachjes
tracht ze me dichterbij
tot ik met
een even ware glimlach
mijn aanwezigheid beaam
binnen onze kring van twee
zonder woorden enkel met gevoel
over verbinding spreken
omdat ik houdenige ene
eenzame ziel
met gave
van vergetelheid
jou geef ik
de open vlakte
met desolate groei
vage vormen
die nog net
geen duister zijn
wazige momenten
met de weifelende gloed
van een ondergaande zon
omdat ik houd
van bruisende intensiteit
die levendig
door bomen stoeit
mijn lief
wanneer ik mijn gevoelens
in jouw hartenklop herken
verlies ik me gewillig
in jouw liefde
als een wervelende verrukking
die jouw passie spreekt
meer en meer
steeds weer
mijn lief
herfstig dwepen
mijn doorkomen
ziet dreigende schaduwen
vervagen
tot een broos
aftastende zachtheid
waarin afwachting sluimert
die zich tenslotte als een blizzard
van herfstig dwepen
zal weten te ontpoppen
waarbij talloos dwarrelde kleuren
een ontzaglijk beleven openwerpt
waar ik met graagte in verdrink
schoonheid
schoonheid
in het doodgewone ontdekken
maakt leven
zo onweerstaanbaar
bruisend
wonderlijk oprecht
spoken in mijn hoofd
als midden nachtelijke eenzaamheid
een rusteloze hartenklop
over de spoken in mijn hoofd
blijft doordrammen
de slaap niet kan vinden
ga ik de tijd verwensen
welke met tergende langzaamheid
de dromen van mijn realiteit
helemaal neerhaalt
een eindeloos verhaal
het was pas
na mijn thuiskomen
dat ik ging ontdekken
welke verrukking
warmte van aanwezigheid
meedraagt
een eindeloos verhaal
naar morgen toe
even weer weten
om snel te vergeten
wat klagend in mij
is gestorven
voltooid verleden
verrukkingVerrukking
het is de nacht
en zijn gefluister
die het ongewisse
in mijn dromen verwerkelijkt
tot een bezielde
wervelende verrukking
van wondere
volkomenheid
met zielenood
daar waar stilte
de boventoon voert
beschrijft het uitzichtloze
met grillige schaduwen
op symbolen van eeuwigheid
hoe leven
zich heeft begraven
met zielenood
te diep veel te diep
om uit het niets te ontwaken
’t licht van de maan aan te raken
spelen met eenzaamheid
pas toen ik
midden alle heftigheid
ging spelen met eenzaamheid
in het schijnsel van de maan
woordeloos tussen het oplaaiende
door laveerde
met de sterren
binnen handbereik
wist te zweven
vond ik de taal van ’t hart weer
die donkere gedachten
tot rust brachten
zodanig dat ik de tijd
over me heen
kon laten gaan
vrij van gedaas
bij iedere ademhaling
mijn dromen leefde
samen
samen de kleine geneugten
van leven beleven
en ervan weten te genieten
tilt ons boven alles uit
levensgezindheid
gesterkt door groeiende inzichten
bouwt ze vol ijver aan een brug
die haar wegleidt uit impasse
om midden een bloeiende omsingeling
zich als zinderend knooppunt van wat
te genieten valt manifesteert
een vonkende volleerdheid die
woelend en hunkerend
passionele levensgezindheid
stuwend tentoonspreidt
zo helemaal volmaakt
zo helemaal zij
in zijn en worden
het teloorgegane
gemis
beweegt het teloorgegane
tot herinneringen
die geen haast kennen
het hart
te verlaten
onvoltooid verleden tijd
wijl ik tracht te wennen
aan de stilte van je zwijgen
struikel ik over herinneringen
waarin we helemaal onszelf
lachten en huilden
om witte wolken voor de zon
die onze horizon uit breidde
tot een wakker nieuw begin
dat liefde
het is je warme waarachtigheid
die me optilt uit dromen
naar een sensuele waarheid
waarop ik verliefd word
zo intens dat liefde
zich intuïtief uit
dans ik de morgen toe
zelfs wanneer ik
met het wanhopige mee
langs grenzen van gemis
het licht zie vervagen
tot een verduistering die
de stilte donker meedraagt
klaag ik me niet neer
als levensmoede
versluimering
maar dans de morgen toe
die mijn gedachten zal inkleuren
met het meest intieme ooit
voorbij
toen ik tijdens mijn alleen zijn
bemerkte hoe midden deemster
de stilte zich donker vasthechtte
aan ieder blad vervreemd van
wat ooit zomer was
wist ik wat was
voorbij
augustus
wees stil
zie
en onderga
midden
het zachte
bewegen
omwaast
door een laatste
sprankel zon
hoe wat er is
hongert
naar hartstocht
dankbaar
met een aangereikte papfles
gaf je het samenzijn
met je dochter
even uit handen
liet me toe
mijn ogenblik
met haar
te koesteren
met een tederheid
in je ogen
waarin je me
over liefkozen vertelde