onderweg
geneigd
om mensen te begraven
tot één grote
gore troep ellende
nog voor ze dood zijn
tracht ik me recht
richt me
op wat vooruit streeft
zelfs al kent verandering tijd
geen afstand blijkt nog hinder
(eigen werkje)
onderweg
geneigd
om mensen te begraven
tot één grote
gore troep ellende
nog voor ze dood zijn
tracht ik me recht
richt me
op wat vooruit streeft
zelfs al kent verandering tijd
geen afstand blijkt nog hinder
(eigen werkje)
eeuwig bloesemend
midden de stilte
ontmoet ik
de dood
die me vertelt
over een ziel
vol van leven
welke als een werveling
naar aanwezigheid
van lente tracht
eeuwig bloesemend
waarin het hart
vervloeien mag
want ik wil alles voor je zijnzelfs al mag dan
alles anders lijken
er is niks veranderd
nadat ik je de vrijheid
heb gegeven om wat
ooit ons leven heeft beheerst
los te laten
midden tal van nuances
ontdek ik nog steeds
jouw behoefte om net zoals ik
zo innig lief te hebben
dat het hoop en dromen voedt
mijn hart laat kloppenMijn hart laat kloppen
ben nooit bij mezelf thuisgekomen
spendeerde te veel tijd aan het verkennen
van een wereld
waar rumoer mijn dromen verontrustte
tot tumultueuze nachtmerries
die gevoelens geprangd houden
leven naar beneden haalde
hoog tijd dat ik zonder streven
verstild en onthecht
de zege van eenzaamheid verken
innerlijke geborgenheid
als gekend genot en
wervelende verrukking
mijn hart laat kloppen
weerbaarheidWeerbaarheid
midden drieste uitdagingen
ontmoet ik wat niet
in de lijn van verwachtingen lag
een weerbaarheid
die in het zijn van nu me aanspoort
om midden eigen ruimte met
improvisatie te gaan spelen
sterrenlicht dat
ziel met ziel verbindt
van de hemel te stelen
om naar de aarde mee te nemen
waar ze als hoopjes
smeulend sterrenstof
op grond van waarheid
vrijuit zullen opflakkeren
tot een gezamenlijkheid
die liefde voedt
verknocht aan elkaarlange tijd zocht ik
in zijn zacht ruisen
naar mijn eigen geluid
tot ik zwanger van zijn hartklop
hem daadwerkelijk
ging bewonen
ziels bewogen van
het uitzicht zonder einder
dat hij mij met al zijn passie bood
een vergetelheidhet vergeefse beminnen
leidt tot schemeringen
die zichzelf met stoffige
dromen ingraven
tot een vergetelheid die
geen grafsteen beoogt
waarop namen
zijn gebeiteld
samenSamen
met kirrende geluidjes
en innemende lachjes
tracht ze me dichterbij
tot ik met
een even ware glimlach
mijn aanwezigheid beaam
binnen onze kring van twee
zonder woorden enkel met gevoel
over verbinding spreken
omdat ik houdenige ene
eenzame ziel
met gave
van vergetelheid
jou geef ik
de open vlakte
met desolate groei
vage vormen
die nog net
geen duister zijn
wazige momenten
met de weifelende gloed
van een ondergaande zon
omdat ik houd
van bruisende intensiteit
die levendig
door bomen stoeit
mijn lief
wanneer ik mijn gevoelens
in jouw hartenklop herken
verlies ik me gewillig
in jouw liefde
als een wervelende verrukking
die jouw passie spreekt
meer en meer
steeds weer
mijn lief
herfstig dwepen
mijn doorkomen
ziet dreigende schaduwen
vervagen
tot een broos
aftastende zachtheid
waarin afwachting sluimert
die zich tenslotte als een blizzard
van herfstig dwepen
zal weten te ontpoppen
waarbij talloos dwarrelde kleuren
een ontzaglijk beleven openwerpt
waar ik met graagte in verdrink
schoonheid
schoonheid
in het doodgewone ontdekken
maakt leven
zo onweerstaanbaar
bruisend
wonderlijk oprecht
spoken in mijn hoofd
als midden nachtelijke eenzaamheid
een rusteloze hartenklop
over de spoken in mijn hoofd
blijft doordrammen
de slaap niet kan vinden
ga ik de tijd verwensen
welke met tergende langzaamheid
de dromen van mijn realiteit
helemaal neerhaalt
een eindeloos verhaal
het was pas
na mijn thuiskomen
dat ik ging ontdekken
welke verrukking
warmte van aanwezigheid
meedraagt
een eindeloos verhaal
naar morgen toe
even weer weten
om snel te vergeten
wat klagend in mij
is gestorven
voltooid verleden
verrukkingVerrukking
het is de nacht
en zijn gefluister
die het ongewisse
in mijn dromen verwerkelijkt
tot een bezielde
wervelende verrukking
van wondere
volkomenheid
met zielenood
daar waar stilte
de boventoon voert
beschrijft het uitzichtloze
met grillige schaduwen
op symbolen van eeuwigheid
hoe leven
zich heeft begraven
met zielenood
te diep veel te diep
om uit het niets te ontwaken
’t licht van de maan aan te raken
spelen met eenzaamheid
pas toen ik
midden alle heftigheid
ging spelen met eenzaamheid
in het schijnsel van de maan
woordeloos tussen het oplaaiende
door laveerde
met de sterren
binnen handbereik
wist te zweven
vond ik de taal van ’t hart weer
die donkere gedachten
tot rust brachten
zodanig dat ik de tijd
over me heen
kon laten gaan
vrij van gedaas
bij iedere ademhaling
mijn dromen leefde
samen
samen de kleine geneugten
van leven beleven
en ervan weten te genieten
tilt ons boven alles uit
levensgezindheid
gesterkt door groeiende inzichten
bouwt ze vol ijver aan een brug
die haar wegleidt uit impasse
om midden een bloeiende omsingeling
zich als zinderend knooppunt van wat
te genieten valt manifesteert
een vonkende volleerdheid die
woelend en hunkerend
passionele levensgezindheid
stuwend tentoonspreidt
zo helemaal volmaakt
zo helemaal zij
in zijn en worden