mijn eigen droom
zelfs al kennen wij
dezelfde bestemming
kijken samen
omhoog naar de hemel
delen het gemeenschappelijk lot
van ouder worden ooit te sterven
toch houd ik vast
aan mijn eigen droom
die komt
wanneer ik ga slapen
mijn eigen droom
zelfs al kennen wij
dezelfde bestemming
kijken samen
omhoog naar de hemel
delen het gemeenschappelijk lot
van ouder worden ooit te sterven
toch houd ik vast
aan mijn eigen droom
die komt
wanneer ik ga slapen
zoek me jong
zoek me jong
in de dageraad
en leer me spelen
in volle zon
tot de avond
me gedreven
een ander verhaal
binnendraagt
een ervaren
zonder ook maar één schaduw van wolken
glijdt een zonbeglansde wereld
naar zoet sensationele sfeer
waarbij onbedeesde vlinders
zich gretig verzwelgen
in windstil geluk
en toch ervaar ik het gegevene
als emotioneel beladen
omdat ik herfst reeds in mij draag
afscheid nemen
maakt de mens een beetje klein
zelfs al reikt het verwachtende
nieuwe kleuren aan
mijn berk
hoe mooi
het uitzicht
in de verte ook is
het is haar gemurmel
die oplaait
en bedaart
waarmee zij zich
door dag en nacht
staande houdt
die mijn gepeins
verzacht
en toekomst biedt
vandaag en morgen
liefde verzinnen
laat me ophouden
liefde te verzinnen
wil ogen zien
die mij toespreken
verlangen in mij vrijmaken
en mij strelend uitkleden
met een gebaar
dat mij laat genieten
in gedeelde tijd
van ademloze ogenblikken
veins ik volop zomer
wanneer bij 't slinken
van de dagen de zon
de hemel blauw straalt
het zachte ruisen
van de bomen
de stilte niet verstoort
dan verzwijg ik
nog even herfst
en veins volop zomer
jij
waarom wil jij
je door hoogste hemelen
laten omvatten
net nu ik me
weet te beredderen
midden afgevallen blad
omkleed met herfstige waarheid
zacht naar winter
toe neig
blijf me nabij
verlies de grip met
‘t aardse nooit
eeuwige bron
tijdens haar laatste vlucht
als vlinder
daagt ze me uit
om in haar vermogen
diversiteit van leven
te ervaren
met verwondering
verwachting
overweldigd door passie
het nieuwe bewegen
aan te raken
leven
uitzwermende vogels
in hoge luchten
boven braakliggende velden
laten me inzien
dat leven
niet in te dammen is
herboren worden
het is mij
niks verschuldigd
het leven
is zoals het is
vervolgt
de eigen weg
en ik drijf
met die voelbare
kracht mee
al word ik
onderweg
op rotsen gesmeten
helemaal doorleefd
kom ik
uiteindelijk aan
rustals lange bomenrijen
groot grijnzend
schaduwdansen
wanneer het duister
met luid gedruis
alom valt
hoop ik een heldere nacht
zodat het rusteloze woelen
zich roerloos
gaat uitstrekken
en me ontheft
van alle angst
een gedicht me zo eigenlukt het me niet
kom jij dan tot mij
help jij mij verder
op weg
maar laat mij
af en toe rusten
genieten van de vele mysteries
die het leven mooier maakt
met je naam op mijn lippen
ze woord na woord
uit te schrijven
tot een gedicht me zo eigen
tomeloostot de tijd
mij laat ademen
snelt het leven
langs me heen
zal het
tomeloos vertellen
hoe kwetsbaar mooi
het vroeger leek
als liefde
wachtten zij
midden eenzaamheid
geremd
elkaars komen af
vandaag
verlaten zij zich
op onstuimigheid
trillend en ontvlamd
samen vereend
die wederkerige waarheid strelen
want wat wordt aangeraakt
door warmte
licht en leven
verandert
zo ook zij
nachtlied
ik haal de stilte neer
met ritselingen van bestaan
die het nachtelijke optilt
tot een passioneel
trillend ritme
zonder einde
waarbij liefde zich
in alle toonaarden uit
verbloemd
de zachtheid
van warm verlangen
zit zo diep
verbloemd
in haar hart
dat het nooit
de dag zal vinden
in een tijdloos voortbestaanal schildert de zon
hen nog even als stilleven
dra zullen ze hun vrijheid nemen
rood gekleurd
wervelend spelen
op de stroom van leven
tot ze bij windstil
zich warm gaan koesteren
in een tijdloos voortbestaan
van hunker bevrijdhoe heerlijk
mee te deinen
in je ademhaling
voorbij het omheinde
van hunker bevrijd
toe te geven aan verleiding
laatste wilals mijn herinneringen
zich doodzwijgen
gedragen wordt door leven
naar een open einde
waar ik
geen weet van heb
leg me dan neer
midden stilte
waar rust overheerst
op weg
van kracht
tot kracht
langs rechte wegen
voorbij donkere dalen
met armen
om me heen
en gedragen
door wat leeft
bemin ik
wat liefde heet