in eigen sporen
weet dat zij mij
in haar aards zuchten
verder dan ooit
laat gaan
zoveel wereldrijker
in eigen sporen
naar mezelf
terugleidt
in eigen sporen
weet dat zij mij
in haar aards zuchten
verder dan ooit
laat gaan
zoveel wereldrijker
in eigen sporen
naar mezelf
terugleidt
volle maan
toen ik dreigde te verdwalen
wanneer volle maan
mij in elfenkring raakte
heeft jouw vaste hand
me naar de aarzelende dageraad gehaald
zodat ik niet in eigen sprookje verdwaal
in voorbestemde tijd
het was op een dag
waarop de zon haar stralen
in duister
dicht beboste streek scheen
dat haar licht
mij in uw ogen
een spiegeling
van innig omvangen toonde
welke mij meetroonde
naar hartje zomer
waar wij ons
in voorbestemde tijd verloren
dissociatie
zolang uitzichtloos
je koud
vanuit de spiegel aankijkt
de ziel misleidt
zodat ze blijft huiveren
in voorbije tijd
zal een hart nooit weten
wat liefde heet
weten we weelde
wanneer we vertoeven
in warme wind
horen hoe zijn lach
passie vindt
weten wij weelde
kennen wij ’t graaien
in zuchten verdwalen
met zicht gericht
naar betovering
tot de gloed
onze open harten toedekt
en wij dagdromend
de nacht verder waaien
hellediepwanneer de onrust
hellediep broedt
kolkend en laaiend
zich een weg
naar bovenaards zoekt
een reeds zichzelf
verwondde wereld
zieltogend afmaakt
weet dan dat niemand meer
de ledigheid na chaos zal verhalen
de één zijn brood is de ander zijn dood
zie ze bekvechten
zij die eens samen nestend
zo intens zomer deelden
wendend om elkaar heen
het eten uit de mond
trachten te stelen
tot de sterkste het wint
in al haar eenzaamheid
de nieuwe lente toezingt
gedogen ijzig leveneen zwerm vleugelblinkenden
blijven cirkelen
boven hun werkelijkheid
gedogen ijzig leven
weten samenblijvend te overleven
van wat in velden wacht
om in komende lente
een tweede groei
te herbeleven
midden somberheidwanneer we
midden somberheid
zonder notie van de tijd
in elkaars ogen naar leven keken
en dan verder zijn gegaan
in aanvaarding van
zowel donker als helderheid
ontdekten we ons immer samen weten
ter mijner nagedachtenis
geen zin meer te zoeken
naar hun waarheid
te dik omkleed met bluf
maar ik weet
wanneer ze me ooit
uit bittere nood toe neigen
dan geef ik hen
een kruimel hartigheid
ter mijner nagedachtenis
in gedeelde tijd
En ze lieten mij zachtjes
bij hen binnendringen
met wijd open armen kijken
naar hun herinneringen
in samen verstaan
elkaar met woorden raken
voelde zo goed gisteren met de inwoners
van het ocmw bejaardentehuis
gedichtendag te vieren
ik geef me een naamik geef me een naam
in een verhaal
waar ik
niet bestaande
in mijn tegenstrijdigheden
een eigenheid
weet te creëren
met leven
of toch niet
in steeds een nieuwe dag
wanneer je
in zachte vleugelslag
de winden tussen ons
laat waaien
ontdek ik in jou
een mooie zomerherinnering weer
hoe je van tussen
groen gebladerde takken
met pulserend gezang
en toch zo tedere klanken
de zon voor mij liet opstaan
in steeds een nieuwe dag
waar wild gebroed
ze loopt de morgen tegen
om de nacht te vergeten
waar wild gebroed
in walmend groen
uit hel gevreesde diepten
naar boven worden gedreven
zelfs wakend
in hun helse kreten
ieder donker uur steeds weer
haar kinderangsten
als lotsbestemming
met hen meebeleefd
vol dwaze grillenwaai weg
de zo lang
en traag lijkende dagen
die met zijn
vol dwaze grillen
ons steenkoud laten rillen
dwingen ons
in de tijd te verdrinken
vol glazen grillen
zie je oplichten
pas wanneer je
oplicht boven nevel
die met parelogend
weerwoord helpt
armelijke schaduwen
die ’s nachts
elkaars schraalheid sarren
te vergeten
weet ik dat licht
het leven
iedere morgen zegevierend
teruggeeft
in de storm
zag hoe hij
vastgehouden
door kracht
verlittekend
werd weggesmeten
versplinterd
in d’aarde verdwaalde
zich door vogels
behoudend in een nest
liet verweven
vertakte zich ondergronds
ze wortelde
vertakte zich ondergronds
ergens te velde
zonder dat iemand
haar leerde kennen
tot jij
voorzichtig ging delven
schepje per schepje
haar hart licht deed groeien
naar zonnig open bloeien
een paso doble
wanneer hemels
grijs met rood de wereld
een paso doble toont
terwijl figurantlijkende bomen
mee in hun ritme
worden getroond
souffleer ik hen
met mijn passionele dromen
steeds verder
hopende dat hij
zich door het schouwspel laat verleiden
vooraleer het zal eindigen
een jaarkring later
en op het knoestige
ent ik jeugdigheid
met tederheid
om stilzwijgend
af en toe kijkend
een jaarkring later
hoogzomer te genieten
uit de bloei
van onze liefde
1 reactie op dit bericht
mooi gedicht

groetjes