een lied van licht
als ik mijn wereld
met stilte bekleed
zullen vreemde klanken wegdwalen
zonder een echo na te laten
terwijl jij ogenschijnlijk
blijft rondwaren
als een lied van licht
in mijn gemis
een lied van licht
als ik mijn wereld
met stilte bekleed
zullen vreemde klanken wegdwalen
zonder een echo na te laten
terwijl jij ogenschijnlijk
blijft rondwaren
als een lied van licht
in mijn gemis
van vroeger naar nu van vroeger naar nu
ze ging verloren
tot ze in eigen voetspoor
haar werkelijkheid begon na te lopen
en eindelijk
in een wereld van verlangen
zichzelf ging bekijken
zag hoe haar blik
zicht veranderde
van vroeger naar nu
het kind liet ontwaken
dat leven
de moeite zal waard maken
van vroeger naar nuvan vroeger naar nu
ze ging verloren
tot ze in eigen voetspoor
haar werkelijkheid begon na te lopen
en eindelijk
in een wereld van verlangen
zichzelf ging bekijken
zag hoe haar blik
zicht veranderde
van vroeger naar nu
het kind liet ontwaken
dat leven
de moeite zal waard maken
mijn blauwe regen
mijn blauwe regen
klimt rechtswindend kaal
op zoek naar lente
in haar bloementaal
waar een voorjaarszon
in een ommezien
blauwe vlinderbloemen
als een regenboog laat zien
en mij telkens de geur
laat herademen
als zij de dageraad
in rood fleurt
in zwart
in zwart
geef haar het genieten
van een nieuwe morgen
laat ze niet schreeuwen
zichzelf opgeven
gun haar het tikken
van de klok
een zoetgeurende herinnering
een zoetgeurende herinnering
als ik oud zal zijn
en mijn ogen
knipperend dicht knijp
zal ik in schemer
nog steeds de lente
van mijn leven herbeleven
waar lilapaarse seringen
onze liefde kleurde
tot een zoetgeurende herinnering
in ledigheid
in ledigheid
zwart schokkend beeld
sluipt sprakeloos koud
rond treurende stilte
breekt eenzaam hart
dat lacht
in doodstrijd
eendagsbloem
eendagsbloem
nog in slapend paars
en toch reeds met zicht
op vergankelijkheid
toont ze traag
haar schoonheid
aan een lila dageraad
jij er altijd bent
Jij er altijd bent
weet je als je zwijgt is het moeilijk
jou terug te vinden
dan droom ik maar
dat ik er ook niet ben
maar iedere adem
brengt me terug op aarde
laat mij zoeken
in mezelf
waar mijn hart
mij vertelt
dat jij er altijd
voor me bent
schilder jou
Schilder jou
meng blauw met wit
en schilder jou zoekend
op een blank doek
laat het fladderend grijs
dat jou wil tekenen
in onherstelbaarheid
als een blauwdruk van leven
zo alleen wil ik jou
vereeuwigen
mijn ogen breken
en als ik loslaat
mijn ogen breken
neem ik mijn herinneringen
in gedachten mee
in ruil geef ik jou
mijn beeld gegroeid
in een tijd waar ik
glimlachend leefde
nooit is er wijken
Nooit is er wijken
nestel mij in de schaduw
van ons leven
en laat jou
met mij spelen
in jouw lokken
ontdek ik leven
het teder geven
van een ogenblik
al weten wij beiden
jouw werkelijkheid
houdt ons gescheiden
maar nooit is er wijken
duizend gedroomde elfenhoofdjes
duizend gedroomde elfenhoofdjes
tinteljong tekenen
bomen mij lente
wanneer hun kruinen
mij hun bloemenkorven beloven
tot duizend gedroomde elfenhoofdjes
als vlinderlichte wolk
bewegen naar de zomer
die het landschap
in wat lichtergroen doen toveren
ons liefdesspel
ons liefdesspel
als Shiva en Parvati
spelen wij het liefdesspel
elke kleine handeling brengt ons
na tederheid sensuele passie
geen woorden kunnen beschrijven
het genot van samen vrijen
alleen een bloemensnoer
tekent onze liefde in zijn totaliteit
zij niet meer is
Zij niet meer is
ochtendlicht
waar is de bloem
die gisteren nog bloeide
plukte de nacht
haar schoonheid
geheel onverwacht
terwijl de maan
kil zilver keek
hoe haar levenskracht week
en in weerschijn toonde
zij niet meer is
wie eerder was
boetserend
Boetserend
als werkelijkheid
me is ontglipt
verwarmen handen
het vormloze
kneden vingers
de herinnering tot perfectie
die schreeuwt
om opnieuw gezien te worden
aprilse grillen
aprilse grillen
zelfs wanneer windvlagen
rimpels ademen over water
wolkenplukken als snelle schaduwen
door de hemel stuwen
een waterige zon
uit een grijze wolk bevrijden
dan nog voel ik
hoe aprilse dagen
het voorjaar met zich meedragen
de reiger
De reiger
zag jij misschien
dat ik jou zag
en wist je dat ik
door naar jou te kijken
jij me zoveel moois kon aanreiken
mij liet beseffen
jij het leven bent
ik laat wegglippen
toen jij klapwiekend
de zwarte kraai ontweek
en uit mijn zicht verdween
rest er alleen maar een uitbreken
Rest er alleen maar een uitbreken
als wij samen zwijgen
het elkander kwalijk nemen
wij onszelf hebben voorgelogen
met verdwaalde woorden
elke beweging ons laat verstijven
in een gevoel dat geen uitweg vindt
een oogwenk ons laat beseffen
bekoring gebroken blijkt
rest er alleen maar een uitbreken
waarbij beelden vervluchten
tot herinneringen

Kan liefde zachter
en één langgerekte schaduw
muurschildert in subtiele lichtschijn
levend verlangen
dat samenkronkelend
wordt opgehoopt
tot een tedere marmotte pose
wanneer de zon warmstrelend
liefde laat verschuilen
onder ’t laken