wanneer gevoel spreekt
je kijkt vandaag
heel even verleden
laat me blindelings terugkeren
waar twijfel tast
in onzekerheid
tot je mij
later op de avond
in de warmte
van waarheid
teder zacht terug bracht
wanneer gevoel spreekt
je kijkt vandaag
heel even verleden
laat me blindelings terugkeren
waar twijfel tast
in onzekerheid
tot je mij
later op de avond
in de warmte
van waarheid
teder zacht terug bracht
in een warm thuisgevoel
vraag je niet om vleugels
wijl wind gaan liggen is
wil me niet uitstrekken
in een leegte
met geen enkele betekenis
laat me woelen
in de aarde
leven tussen bloemen
die mij laten groeien
in een warm thuisgevoel
samen spelend
schaduwen spreken verwondering
wanneer wij spelend warmte delen
ik glimlachend mijn huid laat strelen
jij geniet van mijn hunkerend bewegen
en hun zachte lach blijft
wanneer de avond met de dag strijdt
en ons in elkaars armen drijft
als ik in kleuren dansals ik tijd en rust vind
de echo van mijn zuchten
in de stilte hoor weerklinken
geur van zachte kruiden ruik
en dromen me
aan het landschap binden
zal ik me niet meer ophouden
in wankel duister
maar in kleuren ontwaken
die mijn lichaam raken
en laten stoeien
in een eindeloos ontmoeten
als kamperfoelie geurig verlangen brengt
terwijl nachtvlinders
van zijn nectar snoepen
dirigeert hij
met zijn roze rode bloemen
mijn fantasieën
leidt in zwoele zomernachtgeur
slaap naar verhitte dromen
die mij in een lieflijke oase
met jou laat ontwaken
als zomer fleurtwanneer hemel blinkt
met blauwe schijn
vogels zingen
een nieuw refrein
bloemen hun kelken
bedwelmend openen
en ik me gestreeld voel
door de geur
kan niemand me
meer tegenhouden
te ontwaken in een nieuw begin
waar ieder ogenblik zomer fleurt
onbeschreven
overschilder de herinnering
met wit
zodat zij in onzichtbaar
kan verglijden
penseeltrekken mij laten ontdekken
een schaduw uitwisbaar
en mijn toekomst
nog onbeschreven
een nieuwe werkelijkheid
het leek niet te overwinnen
mijn wazig gevoel van toen
tot jij mij verzoende
met leven
liet dromen
in tastbaar beeld
mij ooit
werd ontnomen
verlangen
laat me ophouden
liefde te verzinnen
wil ogen zien
die mij toespreken
verlangen in mij vrijmaken
en me strelend uitkleden
met een gebaar
dat mij laat genieten
in gedeelde tijd
van ademloze ogenblikken
goochelt kleuren
tussen overhangende
grijsbruine takken
koesterde de schutsgodin van huizen
de pracht van gelige vliertuilen
tot het bloemen sneeuwde
en kadavergeurende
donkerblauwe bessen
zich als de schaduw van Judas
in de vlier nestelden
in de herfst van haar levenlente was het
die haar
liet leven
tot zomer
haar met illusies
heeft bedrogen
en zij
in de herfst van haar leven
alleen door werkelijkheid
laat strelen
als vergankelijkheid leven treft
als getekend
het groene van mijn berk
tegen een blauwe hemel
tot donderwolken
de zon plagen
zij niet langer zomer draagt
enkel met een laatste ademhaal
de zilveren schijn
weet te weerkaatsen
vooraleer de stam kraakt
en mij laat beseffen
ik niet mag vergeten
schoonheid te beleven
tot vergankelijkheid leven treft
het intense beleven
jouw ogen tasten
mijn grenzen af
wegglijden uit je aandacht
lijkt me nefast
want ze beloven mij
een genietend spelen
het prikkelend ontdekken
van begeerte
ik paradijs
wanneer de ochtend
zich dromend opent
laat ik mij
in een zee van tijd
aanraken door jouw hele zijn
terwijl mijn echo
verder reist
naar de wereld
blijf ik paradijzen
liefde nemen
is zoveel meer
dan alleen maar te denken
over wat een dag me kan geven
hij enkel in mijn herinnering blijf
hij enkel in mijn herinnering blijft
pas uit zijn cocon gekropen
vlindert hij genietend
in zijn korte leven
langs zoveel mooie beelden
heerlijk ruikende meidoorns
pioenen die hem
naar honing laten zoeken
en zomer tonende klaprozen
laten zijn vleugels trillend
schoonheid bezingen
tot herfst hem aan een nieuwe reis
laat beginnen
als vlinder
als vlinder
weg van de uitgebloeide bloemen
op jouw graf
de schaduw
die onze liefde verstoorde
en mij verlatenheid bracht
wil samen met jou
als vlinder op zoek gaan
naar warmte en betovering
die onze eindeloze zomer
laat heroveren
tederheid noem ik jou
tederheid noem ik jou
laat mij
na jouw strelingen
die me lieten leven
sluimeren in armen
die mijn lichaam
met warmte omarmen
stil luisteren
naar woorden
die de tijd verdromen
de bloedmaan
laat me slapen tot morgen
waar ik zonder zorgen
samen met jou
in een nieuwe dag zal spelen
voorgoed afscheid heb genomen
van de bloedmaan
met zijn roodgekleurde dromen
waarheid
waarheid
verstop mij lijk vroeger
en toch wil ik
dat jij me vindt
jouw zoekend wroeten
ons leidt naar een ontmoeten
dat verwachting stilt
laat genieten
van een toekomst waar
onze waarheid ligt
verlangen
verlangen
zoals klanken
zacht in elkander overgaan
strelingen uitdrukken
die uitnodigen tot een dans
waar genot walst
zo kent
mijn gevoel een verwachting
die in verrukking
een hevig verlangen brengt
de tijd naar eindeloos laat vluchten