verlangen
laat me ophouden
liefde te verzinnen
wil ogen zien
die mij toespreken
verlangen in mij vrijmaken
en me strelend uitkleden
met een gebaar
dat mij laat genieten
in gedeelde tijd
van ademloze ogenblikken
verlangen
laat me ophouden
liefde te verzinnen
wil ogen zien
die mij toespreken
verlangen in mij vrijmaken
en me strelend uitkleden
met een gebaar
dat mij laat genieten
in gedeelde tijd
van ademloze ogenblikken
goochelt kleuren
tussen overhangende
grijsbruine takken
koesterde de schutsgodin van huizen
de pracht van gelige vliertuilen
tot het bloemen sneeuwde
en kadavergeurende
donkerblauwe bessen
zich als de schaduw van Judas
in de vlier nestelden
in de herfst van haar levenlente was het
die haar
liet leven
tot zomer
haar met illusies
heeft bedrogen
en zij
in de herfst van haar leven
alleen door werkelijkheid
laat strelen
als vergankelijkheid leven treft
als getekend
het groene van mijn berk
tegen een blauwe hemel
tot donderwolken
de zon plagen
zij niet langer zomer draagt
enkel met een laatste ademhaal
de zilveren schijn
weet te weerkaatsen
vooraleer de stam kraakt
en mij laat beseffen
ik niet mag vergeten
schoonheid te beleven
tot vergankelijkheid leven treft
het intense beleven
jouw ogen tasten
mijn grenzen af
wegglijden uit je aandacht
lijkt me nefast
want ze beloven mij
een genietend spelen
het prikkelend ontdekken
van begeerte
ik paradijs
wanneer de ochtend
zich dromend opent
laat ik mij
in een zee van tijd
aanraken door jouw hele zijn
terwijl mijn echo
verder reist
naar de wereld
blijf ik paradijzen
liefde nemen
is zoveel meer
dan alleen maar te denken
over wat een dag me kan geven
hij enkel in mijn herinnering blijf
hij enkel in mijn herinnering blijft
pas uit zijn cocon gekropen
vlindert hij genietend
in zijn korte leven
langs zoveel mooie beelden
heerlijk ruikende meidoorns
pioenen die hem
naar honing laten zoeken
en zomer tonende klaprozen
laten zijn vleugels trillend
schoonheid bezingen
tot herfst hem aan een nieuwe reis
laat beginnen
als vlinder
als vlinder
weg van de uitgebloeide bloemen
op jouw graf
de schaduw
die onze liefde verstoorde
en mij verlatenheid bracht
wil samen met jou
als vlinder op zoek gaan
naar warmte en betovering
die onze eindeloze zomer
laat heroveren
tederheid noem ik jou
tederheid noem ik jou
laat mij
na jouw strelingen
die me lieten leven
sluimeren in armen
die mijn lichaam
met warmte omarmen
stil luisteren
naar woorden
die de tijd verdromen
de bloedmaan
laat me slapen tot morgen
waar ik zonder zorgen
samen met jou
in een nieuwe dag zal spelen
voorgoed afscheid heb genomen
van de bloedmaan
met zijn roodgekleurde dromen
waarheid
waarheid
verstop mij lijk vroeger
en toch wil ik
dat jij me vindt
jouw zoekend wroeten
ons leidt naar een ontmoeten
dat verwachting stilt
laat genieten
van een toekomst waar
onze waarheid ligt
verlangen
verlangen
zoals klanken
zacht in elkander overgaan
strelingen uitdrukken
die uitnodigen tot een dans
waar genot walst
zo kent
mijn gevoel een verwachting
die in verrukking
een hevig verlangen brengt
de tijd naar eindeloos laat vluchten
een lied van licht
als ik mijn wereld
met stilte bekleed
zullen vreemde klanken wegdwalen
zonder een echo na te laten
terwijl jij ogenschijnlijk
blijft rondwaren
als een lied van licht
in mijn gemis
van vroeger naar nu van vroeger naar nu
ze ging verloren
tot ze in eigen voetspoor
haar werkelijkheid begon na te lopen
en eindelijk
in een wereld van verlangen
zichzelf ging bekijken
zag hoe haar blik
zicht veranderde
van vroeger naar nu
het kind liet ontwaken
dat leven
de moeite zal waard maken
van vroeger naar nuvan vroeger naar nu
ze ging verloren
tot ze in eigen voetspoor
haar werkelijkheid begon na te lopen
en eindelijk
in een wereld van verlangen
zichzelf ging bekijken
zag hoe haar blik
zicht veranderde
van vroeger naar nu
het kind liet ontwaken
dat leven
de moeite zal waard maken
mijn blauwe regen
mijn blauwe regen
klimt rechtswindend kaal
op zoek naar lente
in haar bloementaal
waar een voorjaarszon
in een ommezien
blauwe vlinderbloemen
als een regenboog laat zien
en mij telkens de geur
laat herademen
als zij de dageraad
in rood fleurt
in zwart
in zwart
geef haar het genieten
van een nieuwe morgen
laat ze niet schreeuwen
zichzelf opgeven
gun haar het tikken
van de klok
een zoetgeurende herinnering
een zoetgeurende herinnering
als ik oud zal zijn
en mijn ogen
knipperend dicht knijp
zal ik in schemer
nog steeds de lente
van mijn leven herbeleven
waar lilapaarse seringen
onze liefde kleurde
tot een zoetgeurende herinnering
in ledigheid
in ledigheid
zwart schokkend beeld
sluipt sprakeloos koud
rond treurende stilte
breekt eenzaam hart
dat lacht
in doodstrijd
eendagsbloem
eendagsbloem
nog in slapend paars
en toch reeds met zicht
op vergankelijkheid
toont ze traag
haar schoonheid
aan een lila dageraad