stormenderhand
als waanzin
om aandacht vraagt
stormenderhand
door de linies
tracht te raken
veilig gehecht mensen
elkaars handen
moeten loslaten
weet dan dat zij ondanks
steeds aards verbonden
zullen blijven
stormenderhand
als waanzin
om aandacht vraagt
stormenderhand
door de linies
tracht te raken
veilig gehecht mensen
elkaars handen
moeten loslaten
weet dan dat zij ondanks
steeds aards verbonden
zullen blijven
de vliergetooid met witte elfensluiers
lijkt het of hij
zich even zucht
in feeëriek mooi
tot trollen en heksen
met trilzwammen en zwarte bessen
hem als schimmend spoor des doods
terug in palmen
hij draagt geschiedenis meedacht je oud
in winters voorbij gaan
tot zomerse warmte
bloesems in je kruin ging hangen
die geurend naar
eindeloze jeugd
mij telkens weer van droom
naar herinnering liet bewegen
plukt ze herinneringen
daar waar ze eens
verweven en verbonden
zich bezondigde
aan het minnen
plukt ze nu de herinneringen
en vlecht ze
met handige handen tot kransen
die haar liefde dragen
gaande wegik heb geen haast
wil gaandeweg over heg en haag
ontdekken hoe schoonheid
mijn hart raakt
want éénmaal achter de horizon
zal het kilte zijn die me
in uitgestrekte eindeloosheid
verder draagt
zonder harde strijd
lijkt de weg versperd
windvlagen
houden mij gaande
laten toe
tijd en plaats
te overstijgen
zonder harde strijd
de vleugels
wijd gespreid
met de luchtstroom mee
aan nieuw leven
vorm te geven
het cadaverhoe wreed
het ontzielde spreekt
tussen een wolk
van warm geel
groei en doods
me zo raakt
ik verstomd het beeld
naar binnenkeer
gelukkig zijnweet dat ik voortaan
alleen de paden ga
waar ik geen vrees
voor ’t einde ken
geen stenen
hoef te rapen
enkel bloemen plukken
welke geluk vertalen
na een levenlang
in blozend bekoren
hem zal verwelkomen
die achter mij is blijven lopen
raken ontbondenin mistig zicht
zweven wij ontdaan
raken ontbonden
vanwaar wij stonden
om uitgestrekter dan ooit
gebroken te gaan neerliggen
emoties delen
zelfs al weet ik
dat emoties delen
opluchting kan geven
deze moet ik zelf doorleven
niet in realiteit
maar diep in mij
zal ik de zin
van mijn verdriet vinden
liefde geven
heb ik
in ervaren
dromen achtergelaten
dan nog zal
een uitgestrekte morgen
me laten ontdekken
dat eenzijdig
liefde geven
nooit zinledig is
niet langer meer
wanneer de avond
het licht dimt
het duister
mijn angst verlinkt
dwingt dromen
op te geven
omdat verleden
ophoudt in ’t heden
dan weet ik
dat toekomst in dit aardse
geen bestaansrecht
meer draagt
naspel
zelfs al heb jij
onbegrijpelijke haast
om van de nacht
wakker te komen
ik vlij me graag
nog even tussen
onze dromen
die zo lieflijk zoet
met een overvloed
van hemels spelen
mij doorasemen
al wat vroeger was
in een zonovergoten tuin
waar mijn berk
zijn stuifmeel strooit
massa’s bloemen
van de blauwe regen
het nest van de merels wegschemert
tracht ik jou
nog even te dromen
doch al wat vroeger was
schijnt vergeten
morgen begint
mijn nieuwe leven
een slinkse pogingals haar chaperon
te willen fungeren
is slechts een slinkse poging
haar van vrouw
in hoer te transformeren
maar weet
zij reeds haar toekomst raadt
terwijl jij alleen maar
haar verleden
blijft verzinnen
beperkinghet maakt me woedend
en opstandig te weten
dat vechten
geen zin meer heeft
steeds mijn grens
moet verleggen
omdat beperking alsmaar sterker
deel uitmaakt van leven
mijn weg nooit meer
zal gaan
maar me voor altijd
gedragen weten
als een eindeloze droom
zolang wij zijn
plukken wij onvermoeid
voor elkaar de mooiste bloemen
laten wij in herinnering
elk ogenblik
voor immer geuren
als een eindeloze droom
van liefhebbend en koesterend beleven
onder een helblauwe hemel
in jouw stilte
in jouw stilte
blijf ik zwijgen
want ik weet
dat in je volmaakte rust
ik de ruimte heb
volledig aanwezig
te zijn
in nimmer rafelen
wanneer wij
in een gestolen moment herkennen
hoe intimiteit van weleer
nog warmte spreekt
wees dan maar zeker
dat deze liefdesband
in nimmer rafelen
onverbreekbaar wordt
van pop tot vlindermooigenoot zelfs
toen ik net van pop
tot vlindermooi
in je web werd geweven
pas wanneer
jij mij
voor dood
had achtergelaten
hongerend
op zoek ging
naar een andere prooi
kwam mijn haat