helder
legt schemer
de dag
traag open
wakkert hij
met eigen hartslag
het avontuur aan
het is klaarheid
die ons naar het toppunt
van leven draagt
helder
legt schemer
de dag
traag open
wakkert hij
met eigen hartslag
het avontuur aan
het is klaarheid
die ons naar het toppunt
van leven draagt
onder de vleugels van de nacht
hoe graag
word ik omhelsd
door de warmte van overdag
zodat mijn nectar
zoeten kan
om onder de vleugels
van de nacht te dwepen
met vlinders
die zinnenstrelend
rond mijn geopend hart zweven
zomer sterke realiteit
zelfs als
het weer
even zwijmelt
ogenblikken later
zwermt er terug
een warme lach
dat het pietepeuterige
laat opgroeien
tot zomer sterke realiteit
mistigte broos
om te verwijlen
middenin
het zwijgen
krimp ik één
met de schemer verder
die traagademend
de horizon breekt
zachtgolvend
hoe kon ze zich
aan de traagheid
van leven overgeven
in zachtgolvend
afhankelijk worden
terwijl ik
haar zo nodig had
om in het heden
over ’t verleden
te spreken
als donker dreigt
hoe haat ik het
te verzwelgen
in mijn werkelijkheid
met een lijf
dat klaagt over kou
rilt om standvastigheid
in gedwongen vlucht
me heel diep laat nijgen
voor een spuit zoetigheid
om terug te keren
naar een wereld
die niet veranderd is
(hypo)
de kracht van stilte
hoe kan ik
nog langer ademen
tussen hen
die hoogtoppend
elkaar amper
durven aanraken
als jij klaarstaat
om in volle omvang me
beschermend toe te dekken
omhels me teder
ik ben niet kwaad
laat woede en wanhoop
niet het laatste gevoel zijn
dat ik ervaar
maar omhels me teder
zodat ik nog een laatste keer
het verlangen naar
meer tijd samen mag beleven
open licht
waar door
open licht bestraald
zoveel dwalingen braken
voelde ik
mij openstromen
volgegoten met geluk
werd warmte
als waardevolste bezit
naar mij toegeschoven
als grijs rag
je wilt me begraven
terwijl ik leef
alle herinneringen kisten
die ooit zijn geweest
maar vergeet niet
dat ik kan spoken
als grijs rag
in je gedachten blijf dolen
tot de dood
elk spinsel laat zwinden
in zonovergoten realiteit
als de dag
zich zienderogend
losmaakt uit dromen
openbloeiend de tederheid
van mijn verhaal
meedraagt
zal hij in zonovergoten realiteit
een allesoverheersende liefde
ten toon spreiden
zoek je weide
een grote oogst
als gladgestreken plooien
in het glooiende
een grote oogst verwoorden
sluit de nood
naar rust
de poort
onomstotelijkwanneer zonnestralen
door het bladerdek heen
het licht aan praten
beheerst zijn uitgerekte schaduw
als onomstotelijk de dag
terwijl hij eigenlijk
liever onbevangen trillend
in de vrijheid
van een nieuwe maan
zichzelf wil vertellen
tussen 't kaf en 't korenschraal geel
doet me hongeren
naar het dorsen
waar de taal der vlegels
het trimmelen en trezelen
van de wanmolen
me tussen
’t kaf en ’t koren
een rijke oogst beloven
verhaal me
staar niet
uit het donker
naar een rood
ondergaande zomer
maar verhaal me
over leven
je zoektocht
naar een eigen wereld
soms zo ver weg
af en toe
vanzelfsprekend
dicht nabij
met hart en ziel gegrift
het beulsrood
zelfbeschikking
wanneer jij
het breken van mijn kindzijn
tot doel stelt
weet dan gil
ik mezelf
naar een veilige wereld
zal vergeten
de vlucht erheen
enkel het aankomen herbeleven
raakt ze verdwaald
tussen gedogen woorden
op zoek
naar zichzelf
raakt ze verdwaald
in de zin
van bestaan
vergrijsd
enig eigen
de schaduwzijde