geurend
wanneer voorspel
haar in de nacht droomt
waar ze spelend
de diepte van
haar hart toont
die de donkere velden
geurend kleurt
dan zal de ochtend
zich lang uitslapen
in verworven schoonheid
geurend
wanneer voorspel
haar in de nacht droomt
waar ze spelend
de diepte van
haar hart toont
die de donkere velden
geurend kleurt
dan zal de ochtend
zich lang uitslapen
in verworven schoonheid
op zoek naar rust
over het
met hitte doordrongen
dorre
vlindert ’t vermoeide
op zoek
naar omwentelend leven
dat rust
zal geven
schimt de zomer heener ruist licht
in de schaduw
helder fonkelend
tegen het donker
bewegend leven
tekent schoonheid
zelfs al schimt
de zomer stilaan heen
wil terug ademen
spelen
met emoties
is een misdaad
op zich
zeker wanneer
je weet
van de verloren jaren
in een leven
het verhaal
dat wacht
op een einde
de schaduw
raak slaags
met de schaduw
van een herinnering
wanneer het late licht
zich ingraaft
tot helledonker hem helpt
zich aan mijn realiteit
te vergrijpen
ik lijdzaam herwonnen
dromen zie wegkwijnen
handenvol
van oudsher
daar waar snelheid
naar overwinning leidt
geniepigheid
een voordeel blijkt
kracht
het spel speelt
geestdrift
de lijn overschrijdt
ken ik
een rakend beleven
krassen kraaienin de stilte
krassen kraaien
een dode herinnering
vals tot leven
klauwen
de dunne wondrand open
en pikken haar koud
tot blinde vlek
het juveniele
groene blaadjes
in het rond gesmeten
menig hart weggevreten
en jij plagend
ontelbare banen
trekkend rondom mij
laat zien
dat zelfs het juveniele
niet te vertrouwen lijkt
leer me spelenzoek me jong
in de dageraad
en leer me spelen
in volle zon
tot de avond
me gedreven
een ander verhaal
binnendraagt
zomerzoete herinneringen
hier sta ik dan
in een wereld waar herfstig
hoge toppen scheert
edoch wanneer kwistig
met aardse geuren
wordt gestrooid
roeren zich zomerzoete
herinneringen tussen
mijn werkelijkheid
waar in toetsen van kleuren
mijn verloren liefde
nog even de hoofdrol speelt
door de wind gedragen
neem me mee
en verlies mij
in warm glooiend
waar ik de rust ken
om sterk
uit te groeien
pas volgende zomer
in scharlakenrood
te ontwaken
helder
legt schemer
de dag
traag open
wakkert hij
met eigen hartslag
het avontuur aan
het is klaarheid
die ons naar het toppunt
van leven draagt
onder de vleugels van de nacht
hoe graag
word ik omhelsd
door de warmte van overdag
zodat mijn nectar
zoeten kan
om onder de vleugels
van de nacht te dwepen
met vlinders
die zinnenstrelend
rond mijn geopend hart zweven
zomer sterke realiteit
zelfs als
het weer
even zwijmelt
ogenblikken later
zwermt er terug
een warme lach
dat het pietepeuterige
laat opgroeien
tot zomer sterke realiteit
mistigte broos
om te verwijlen
middenin
het zwijgen
krimp ik één
met de schemer verder
die traagademend
de horizon breekt
zachtgolvend
hoe kon ze zich
aan de traagheid
van leven overgeven
in zachtgolvend
afhankelijk worden
terwijl ik
haar zo nodig had
om in het heden
over ’t verleden
te spreken
als donker dreigt
hoe haat ik het
te verzwelgen
in mijn werkelijkheid
met een lijf
dat klaagt over kou
rilt om standvastigheid
in gedwongen vlucht
me heel diep laat nijgen
voor een spuit zoetigheid
om terug te keren
naar een wereld
die niet veranderd is
(hypo)
de kracht van stilte
hoe kan ik
nog langer ademen
tussen hen
die hoogtoppend
elkaar amper
durven aanraken
als jij klaarstaat
om in volle omvang me
beschermend toe te dekken
omhels me teder
ik ben niet kwaad
laat woede en wanhoop
niet het laatste gevoel zijn
dat ik ervaar
maar omhels me teder
zodat ik nog een laatste keer
het verlangen naar
meer tijd samen mag beleven