hinkelend
met hoeveel
hinkelen we niet
tussen de lijnen
van het leven
tot we afgepeigerd
in overheersende verwardheid
het evenwicht niet langer
weten te bewaren
tussen krijtwit en zwart basalt
de hel afdalen
hinkelend
met hoeveel
hinkelen we niet
tussen de lijnen
van het leven
tot we afgepeigerd
in overheersende verwardheid
het evenwicht niet langer
weten te bewaren
tussen krijtwit en zwart basalt
de hel afdalen
warm weet gestreeld
in stoffelijke realiteit
rest ons de tijd
om in verwildering
diep te wortelen
zodat onze droom zich
als werkelijkheid
kan uiten
of zien we
hem verwelken
door wat ontreddering blijkt
verzuchtende ogen
innemend als
’t verstild verlangen me parelend
naakt verder draagt
verzuchtende ogen vertellen
hoe zinnenprikkelend mooi
ons dollen was
wij samen dromend
in Morpheus armen
op verhaal komen
waar stinkend roet
de zin van oneindigheid
mijn wereld
in beweging
laat traag
een verhaal ontstaan
waar woorden
de zin van oneindigheid
met gouden
gedachten raken
gouden gedachten
in een rode gloed ontwakend
laat de passie van de nacht
het bed terug
hevig kraken
en zelfs al wordt er na
nooit meer in geslapen
toch zal men nog zwichten
voor oogverblindende gezichten
daar waar hartslag
de grens voorbij
ik ben niet goed
in ophouden
telkens weer
de grens voorbij
zal ik trachten
te hervinden
wat zo snel verloren ging
in onverwachte wending
tomeloos
tot de tijd
mij laat ademen
snelt het leven
langs me heen
zal het
tomeloos vertellen
hoe kwetsbaar mooi
het vroeger leek
in onderlinge samenhang
weg van ondergang
en verderf
zal zij zichzelf
in onderlinge samenhang
leren verkennen
zien en voelen
dat in leven
liefde en intimiteit
een aanzet tot
intense verbondenheid blijkt
met geest en zielnaast het zoeken en weten
vindt men datgene
wat niet te vatten is
maar desondanks
deel uitmaakt
van ons besef
op de hartenklop van levenlangs mijn oude
vertrouwde bomen
die mij reeds jaren hun
wanstaltige tonen
zweef ik
op de hartenklop van leven
met nevelslierten
hoger mee
naar daar waar tijd
geen vat meer op me heeft
ik een speldenkop
van een sterretje heet
als ravenzwart tumult
en gespannen sfeer
boven een omgewoelde wereld
dompelt haar
in sombere gedachten
die gevoed met de waanzin
van een herinnering
voor een hele tijd
als onherbergzaam
laat kwijnen
spoorloos
wanneer men
in neerliggend gras
enkel spoorloos weervindt
dan is ze
aangedaan weggegaan
van zogenaamde betrokkenheid
met enig respijt
emotie
kei neig
rimpelt het
aan de oppervlakte
verdwijnt
na overgave
geruisloos diep
(neig: heel hard – Herzeels dialect)
ongekend
hij omknelt
elk leven
en snelt er
onafgebroken gesloten
eindwaards mee
waar stilte
het van de tijd
overneemt
de meidoorn
waar lichtwerkers
ragfijne zilverdraden
parelen schoonheid
om me heen
nemen me
warm innestelend
steeds hoger mee
waar leven
schoonheid mediteert
zo intens
dat ik mezelf
durf leiden
naar een nieuw begin