ongekend
hij omknelt
elk leven
en snelt er
onafgebroken gesloten
eindwaards mee
waar stilte
het van de tijd
overneemt
ongekend
hij omknelt
elk leven
en snelt er
onafgebroken gesloten
eindwaards mee
waar stilte
het van de tijd
overneemt
de meidoorn
waar lichtwerkers
ragfijne zilverdraden
parelen schoonheid
om me heen
nemen me
warm innestelend
steeds hoger mee
waar leven
schoonheid mediteert
zo intens
dat ik mezelf
durf leiden
naar een nieuw begin
verlies ik
als het grijze
mij bedreigt
de wind
me naakt dwingt
verlies ik elke dag
een beetje meer
tot ik uitgebloeid
voorgoed mezelf verzwijg
roodvlammend
uit chaos strijdt ze
roodvlammend naar boven
oogt met haar uitbundigheid
zoveel kracht en warmte
dat zij hem
uit een grijs verleden weet te tillen
en samen liefdeslingerend
de kracht van passie
hoog oplaaiend beleven
verzwijg ik herfst
wanneer bij ’t slinken
van de dagen de zon
de hemel blauw straalt
het zachte ruisen
van de bomen
de stilte niet verstoort
dan verzwijg ik
nog even herfst
en veins volop zomer
kom ik je weer tegen
alleen jouw woorden
heb ik meegenomen
jou ben ik
in ‘ gewoel van leven verloren
ze helpen mij
het pad van gemis
te doorlopen
waar herinneringen blijven stromen
wetende verder dan ooit
kom ik je weer tegen
zullen wij samen
rust beleven
met gebogen hoofd
zelfs toen ze bij
het zingen van haar lied
telkens uit de toon viel
de dirigent haar verliet
als een geslagen hond
met gebogen hoofd
het schouwtoneel afdroop
weet ze achter de coulissen
dat ze met open geest
en voor een heel ander publiek
nogmaals zal spelen
winterslaap
als we nu niet oogsten
zullen we
na de storm hongerig
ondergronds worden gedwongen
nemen we
enkel de geur
van een verdroomde zomer
als herinnering mee
in mistig zicht
hoe ik ook zocht
me binnen de grenzen
van een verpakte ochtend
te weren
het gestremde
liet me
in zijn traagheid
onweten schreeuwen
over waar of onwaar
de roos
binnen de waan
schoonheid verder draagt
leren leven
laat ze diepwortelend
in eigen aard
zichzelf verheffen
tussen hemel
en aarde
hun schoonheid geven
ons leren
zonder beperking
te leven
met verve
wanneer
het schimmenspel
der wolken
door de glinstering
van sterren
wordt beheerst
kan ik de vrees
voor donker loslaten
en me overgeven
aan de fantasie van mijn geest
die met verve
mijn droom kleurt
een nieuw begin
wanneer alle zekerheden
uit een leven
worden verwoest
men in alleen zijn
verder moet
gooi niet
uit wanhoop
de bijl erbij neer
maar ga verder en weet
elke verandering
hoe klein ook
leidt je naar een nieuw begin
als je maar bij jezelf blijft
tovert blozend roodnadat de bomen
in schroeiend geel
zomer beleefden
komt septemberregen
zo welgelegen
tovert blozend rood
aan de uitlopers
zo dichtbij
hou vast dat oogcontact
tot volle aandacht
naar reactie leidt
innigheid en intimiteit
niet langer illusie is
maar werkelijkheid
als verzinsel
omdat ze elkaar
enkel vaag
blijven zien
er geen
te vergeten gedachten
rond hen dwalen
zal hij haar
slechts als verzinsel
meedragen
zij van de campagne
wek jij hen die na
het binnenhalen
van de oogst de nacht
lallend doorbrachten
en waai wakker
de drang naar thuis
waar verlangen tracht
naar bronsgebruind
als een glimp
dat wat eens
nu geen naam
meer heeft
tussen de warme kleur
van leven
schraap ik
aangedaan weg
om het
her en der
als een glimp
in het duister
neer te pointilleren
te mooi om het
helemaal te vergeten
geurend
wanneer voorspel
haar in de nacht droomt
waar ze spelend
de diepte van
haar hart toont
die de donkere velden
geurend kleurt
dan zal de ochtend
zich lang uitslapen
in verworven schoonheid
op zoek naar rust
over het
met hitte doordrongen
dorre
vlindert ’t vermoeide
op zoek
naar omwentelend leven
dat rust
zal geven