met eigen verbeelding
hij laat zichzelf
niet vergeten
houdt zich
bij haar levend
door met
eigen uitbeelding
naar hun onlosmakelijke
verbondenheid te verwijzen
met eigen verbeelding
hij laat zichzelf
niet vergeten
houdt zich
bij haar levend
door met
eigen uitbeelding
naar hun onlosmakelijke
verbondenheid te verwijzen
zwaar zuchtend
hulstig mooi
tot de wind
word verdergedreven
weet me
bij volle maan
gedragen
door het mysterie
naar een wereld
waar ik spelend
met verbeelding
word verder gedreven
naar een intimiteit
zoveel mooier
dan de woorden
die men eraan besteedt
schitterende dromen
zelfs ontkroont
pogen ze
in hun wanhoop
hoger te klimmen
om achter
de grijze wolkenstroom
schitterende dromen
onder ogen te zien
in breedbeeld onderweg
jij en ik
niet langer meer
door donker omknelt
maar wild en ongerept
in breedbeeld onderweg
waar wij
door licht en helder
liefde als groeiende bron
van inspiratie
leren kennen
in koude windvlagenze dragen
de herfst nog vaag
terwijl de winter
zich reeds vertaald
in koude windvlagen
die het nog omvattende
naar zich toehaalt
boomt niet langer sterk
wanneer de wind
grillig snelt
naar herfst
dan voelt
het leven
sleet
versukkelt het
na korte tijd
in aardse vergankelijkheid
maar ze zwegen
het bleef stil
toen ze elkaar
in verdergaan begroetten
één van hen
had moeten spreken
maar ze zwegen
wilden
alleen maar
in schuifelende voeten
een aarzeling horen
die eigen gedachten
verwoordden
hij wacht
er hangt een geur
van verloren waar
werd gespeeld samen
de schoolbanken gedeeld
hij koud
opgebaard wacht
op de stoet die naar
een warme herinnering tracht
een liefdessprookje
in haar verder aankleden
met een steunstok voor houvast
noemde men mij
vroeger
een kilometervreter
vandaag
heb ik halverwege
moeten opgeven
omkeren
naar wat was
ging niet meer
heb dan maar stilzittend
met herinneringen
naar de toekomst gekeken
waar ik met steunstok
voor houvast
op de tast zal verdergaan
de grens overschrijden
toen te eng
dwingender dan ooit
hun vleugels openden
zag ik ze
in hun steeds
verder kijken
de grens overschrijden
op zoek naar een tijd
zonder knellend keurslijf
winterslaap
zelfs al lijken de bomen
in herfstige tooi
zich te schromen
om hun naaktheid
diep van binnen
kennen ze rust
sust een geleidelijke groei
hun onzekerheid weg met dromen
die hen een lente tonen
waar ze in volle omvang
hun eerdere gratie
terug zullen verwoorden
de waarheid
ze maakt zich stilaan op
zodat men haar
bovengronds kan uitkleden
weten hoe ongedierte
haar ziel heeft aangevreten
in een oogwenk
mij lijkt
de tijd
voorbij
wanneer ik
omhoog kijk
tot een wankelend
ogenblik
men ogen
voor het grenzeloze
sluit
alleen
nam je mee
waar ik alleen
met herinneringen speelde
om te laten zien
dat ik in ’t terugvinden
me bij jou wil
met eigen woordenzal ze er in slagen
dwars door de zon heen
haar schaduw
achter zich te laten
in opwindend leven
schoonheid
met eigen woorden
durven vertalen
of heeft ze te lang
enkel stilte aangeraakt
en zal fluister
haar verdere leven bepalen