anorexia
wanneer zij
de tijd verhongert
tot doodse dagen
kan ik alleen maar smeken
haar emoties
uit te schreeuwen
in plaats van
ze op te vreten
te purgeren
zich vel over been
ten Grave te
laten dragen
anorexia
wanneer zij
de tijd verhongert
tot doodse dagen
kan ik alleen maar smeken
haar emoties
uit te schreeuwen
in plaats van
ze op te vreten
te purgeren
zich vel over been
ten Grave te
laten dragen
wezenloos
in zijn hopeloos
verwaaien
vliegen vogels
wezenloos
tegen het grijze
kijkt de horizon
verloren en
tracht de wind
zijn schaduw
te hervinden
waar
enkel nog
de droom
van een zaailing
valt te beklijven
in laatste bloei
verdiepend in een glimp
van iele kleuren
richt zij zich
in laatste bloei zodanig op
dat het verruimde zicht
haar vrij
het licht laat ademen
tot het schimmenschijnsel
van een winternacht
het leven tergend traag
doet ineenkrimpen
verdiep ik mij graag
wanneer bij
de eerste stralen
van de dageraad
diamanten
worden rondgestrooid
die met ontegenzeggelijk
vele facetten
me kristalhelder
tegen sprankelen
verdiep ik mij graag
in de schoonheid
en laat me doelbewust
door winterse kracht
omhelzen
blijvende verbondenheid
daar waar eens
twee werelden
elkaar aanraakten
ik alleen achterbleef
omdat eigen benen
niet de jouwe bleken
bemerk ik in ’t verstilde
van vergeet-mij-nietjes
onze blijvende verbondenheid
in zacht vergaan
waren zij
door onstuimigheid
heel even
het noorden kwijt
bij klare maan
zullen zij
in zacht vergaan
hun koers verder varen
met eigen verbeelding
hij laat zichzelf
niet vergeten
houdt zich
bij haar levend
door met
eigen uitbeelding
naar hun onlosmakelijke
verbondenheid te verwijzen
zwaar zuchtend
hulstig mooi
tot de wind
word verdergedreven
weet me
bij volle maan
gedragen
door het mysterie
naar een wereld
waar ik spelend
met verbeelding
word verder gedreven
naar een intimiteit
zoveel mooier
dan de woorden
die men eraan besteedt
schitterende dromen
zelfs ontkroont
pogen ze
in hun wanhoop
hoger te klimmen
om achter
de grijze wolkenstroom
schitterende dromen
onder ogen te zien
in breedbeeld onderweg
jij en ik
niet langer meer
door donker omknelt
maar wild en ongerept
in breedbeeld onderweg
waar wij
door licht en helder
liefde als groeiende bron
van inspiratie
leren kennen
in koude windvlagenze dragen
de herfst nog vaag
terwijl de winter
zich reeds vertaald
in koude windvlagen
die het nog omvattende
naar zich toehaalt
boomt niet langer sterk
wanneer de wind
grillig snelt
naar herfst
dan voelt
het leven
sleet
versukkelt het
na korte tijd
in aardse vergankelijkheid
maar ze zwegen
het bleef stil
toen ze elkaar
in verdergaan begroetten
één van hen
had moeten spreken
maar ze zwegen
wilden
alleen maar
in schuifelende voeten
een aarzeling horen
die eigen gedachten
verwoordden
hij wacht
er hangt een geur
van verloren waar
werd gespeeld samen
de schoolbanken gedeeld
hij koud
opgebaard wacht
op de stoet die naar
een warme herinnering tracht
een liefdessprookje
in haar verder aankleden
met een steunstok voor houvast
noemde men mij
vroeger
een kilometervreter
vandaag
heb ik halverwege
moeten opgeven
omkeren
naar wat was
ging niet meer
heb dan maar stilzittend
met herinneringen
naar de toekomst gekeken
waar ik met steunstok
voor houvast
op de tast zal verdergaan