in winters denken
het is de geur
van lentebloemen
die ik in winters
denken zoek
zij zullen met hun
doordringend zwoele
mij laten openbloeien
in eigen verlangen
in winters denken
het is de geur
van lentebloemen
die ik in winters
denken zoek
zij zullen met hun
doordringend zwoele
mij laten openbloeien
in eigen verlangen
neergezonken donker
wanneer
durft het neergezonken
donker opvliegen
zal ik weten
hoe ontvederde
velden er uitzien
of zullen schaduwen
verder groeien
bij ’t keren van tij
omdat ‘t gebroed
geen groen
onderdak vindt
voluit te levenik ben bang
dat ik mezelf
terug zal kwijtraken
wanneer ik speel
met herinneringen die enkel
mooie dromen bleken
daarom wil ik leren
voluit te leven
in de voortgang van de tijd
tot mijn wereld zich keert
in het vervlagen
hoe lang reeds vergeet ik
in mijn haast
te kijken naar
de opgaande dageraad
stil te staan
in zuivere klaarte
waar ik
rust kan ademhalen
dat men
in het vervlagen
de zwaarte van
eigen realiteit treft
Als zoete wijn
jouw woorden
als zoete wijn
tot ik ontdek
dat de geest
is uit de fles
de inhoud
ver uitvergist blijkt
in zuiver ongeschondennadat ze
open wonden
hadden geslagen
in zuiver ongeschonden
trachtte ze
in haar overleven
het verdringen
als wapen hanteren
licht wordt gebrokenwanneer
bij heldere hemel
licht wordt gebroken
beelden als
klaarblijkelijk spreken
knipper dan de schijn
uit de werkelijkheid
laat je niet verleiden
door wat slechts
tijdelijk blijkt
haar laaste valentijn
knuffel
de oude knoken
warm
verwijder spinrag
uit haar hoofd
haast je
zodat ze
het einde
als herboren ervaart
tot rode gloedals ik in grijs ontwaak
wind waait
koud over me heen
waarom zou ik dan
in mijn wakker worden
naar de dag trachten
dan wacht ik liever
diep verscholen
in mijn verlangen
tot rode gloed
me in al zijn
warmte begroet
de vleugels van de vlinder laatwanneer ik
na een diepe slaap
het breekbaar mooie
van mijn droom
in het ontwaken
verder draag
de klaarte
van de dag
mij de vleugels
van de vlinder laat
dan is dat
omdat levensvreugde
ligt vervat
in de naaktheid
van de gestalte
die mij wakker tracht
vergiftigd maal
als honger tussen
schraalheid opdaagt
kringen ze samen
tot een wollige schaduw
lopen door de poort heen
waar uitdaging
en kennis hen naar
de voorraadschuur troont
waar ze zich dood vreten
gelukzaligheidtoen donker
haar aardse kijk
van de wereld verdrong
trachtte
ze zich te keren
naar het helderzachte
om in resterende tijd
te verzinken
in oplichtend
in schijn van schoonheid
mijn lief
nog kronkelt
het pad zich
van donker
naar schilderachtig mooi
ontdek ik de bloemenwei
waar wij
in schijn van schoonheid
gehecht raakten
aan elkaars aanwezigheid
elk voorbij momentieder jaar ontdek ik
in de kortstondige
roze werveling
van bloemblaadjes
dat leven
het verlangen kent
om in eeuwige stroom
verder te groeien
elk voorbij moment
ons een verder ademen schenkt
doorgaan
wanneer een vergetelheid
terug gaat leven
loert op realiteit
is het aan mij
om niet te bezwijken
het te bestrijden
met een gedrevenheid
die me vroeger
onmogelijk leek
want zolang men de kracht
van het verleden
niet breekt
blijft het
zich herhalen
telkens weer
overheersen duistere gedachtenwaar mysteries
visoenen laten spelen
wordt stralend gloeien
ontluisterd door troebelheid
overheersen duistere gedachten
leven zo intens dat de mens
enkel nog het noodlot
op zijn schouders torst
buiten mezelf gaan leven
ik hou mijn ogen gesloten
om te voorkomen
dat gedachten worden uitgelicht
buiten mezelf gaan leven
in lichtflitsen
die afstand creëren
laat me evenlaat me even
wil eigen dromen
eigen keuzes
eigen leven
heb er nooit
bij stilgestaan
tijd bepaalt ook
mijn mogelijkheden
verder kijjken
struikel niet
over wat heel
dichtbij ligt
door verder
te willen kijken
dan eigen horizon
ongecompliceerdbruisend en speels
ongecompliceerd
ontdek ik pril leven
onder een staalblauwe hemel
zonder zweem
van verstikkend
de leegte
warm opvullend
met zoveel tedere kleuren
en zoete geuren
dat ik gelukkig ben te zijn
tussen die schoonheid