handenvol


hoe moeilijk was het
ze te verzamelen
handenvol weg te dragen
om in de vloeiende gang
te laten verdrinken
tot er enkel nog de vage kringen
van het diep geborgen zijn
na rimpelen
handenvol

hoe moeilijk was het
ze te verzamelen
handenvol weg te dragen
om in de vloeiende gang
te laten verdrinken
tot er enkel nog de vage kringen
van het diep geborgen zijn
na rimpelen
een broedtijd lang

hij vliegt
hongerig weg
terwijl zij
in de stilte
van het nest
gaat zitten wachten
een broedtijd lang
met het verlangen
haar vleugels uit te slaan
tot hij voldaan
zich over hun kroost
komt ontfermen
de linde

wil ik
het lichtwezen zijn
dat bij je blijft
jouw bloemen
helpt verrijken
zodat bijen
naar je zoete
blijven zoeken
of zeil ik
met het gevleugelde
langs hemelbogen mee
om te zien
hoe jouw prille
viltige zaden
ergens ver van hier
nieuw leven gaan baren
als opengespleten stronk

hij blijft onbewogen
vertijdloosd staan
tussen de beweeglijkheid
van wegvluchtende vogels
tot hij gevat
door een laatste schaduw
alle energie weggeeft
die hij ooit gekregen heeft
als opengespleten stronk
van hoger doel berooid
verhumusd tussen datgene
wat men leven heet
bewustzijn

waar geaardheid
de ruimte heeft
zich te ontvouwen
en ten gronde kan zijn
krijgt persoonlijkheid
een ereplaats
Hondsrozen

met hun zacht
sensuele geur
en wit
maagdelijke kleur
lijken ze drager
van het tedere
tot ik hen
door mijn handen
laat gaan
scherpte
men eerder denken
doorprikt
in de nieuwe adem

hoe wijd het grasperk
kan prijken
wanneer elk stipje wit
voor zich
en toch samen
gaat bloeien
in de nieuwe adem
die hen heeft uitgestrooid
Zegedronken

het is enkel
zijn geur
die in het donker
blijft hangen
tot mijn handen
langs de nacht
de schaduw
gaan herontdekken
vol tederheid
zijn bewegen
zegedronken vang
met mijn verlangen
vandaag misschien of morgen

pas wanneer de struik
gestreeld door zomer
vol bessenrood
te wezen staat
plukken wij samen
het zoete dat
naar steeds meer
zal smaken
De Vlier

men vergat hem
op te merken
hij was er gewoon
een middelgrote
met groene
vrij gesloten kroon
tot wit kanten bloei
hem breedzwaaiend
’t leven in liet gaan
nachtbrakend

toen ze merkte
dat hij haar enkel
met een vlugge vleugelslag
aanraakte
wanneer ze
nachtbrakend
naast hem
liep te dwalen
heeft ze hem
hartenloos
de rug
toegekeerd
met eigen houding
en gebaren
haar weg
teruggegaan
het zoete van kamperfoelie

toen ik deze morgen
nog slaapdronken
het raam opengooide
om het minnekozende getjilp
van de vogels te horen
werd ik zodanig geraakt
door het zoete
van kamperfoelie
dat ik met de geur mee
naar beneden leek te zweven
oog in oog
met het roomkleurige
reeds het diepgele van de zomer
in het hart van de bloem
wist te ontdekken
met harde hand

hij die nu
zoete broodjes
als zoenoffer
verkoopt
heeft zonder mededogen
menige vrouw
met harde hand
bepoteld
hun kermend verweer
met volle mond gesmoord
zonder recht op weerwraak
terug ’t leven ingegooid
afbladderend
tussen 't kort gemaaide
Droommoment

in het raadselachtige
van het landschap behoef ik
enkel de verborgen plekken
te ontdekken
waar bloemen zodanig
kleur geven aan leven
om te ervaren dat verrassingen
zo mooi kunnen zijn
dat in het verder verkennen
zelfs de fase
van sensatie en extase
heel dicht wordt benadert
elkaars hartenklop weet

hoe gevoelvol
wanneer men in de macht
van het zwijgen
ademloos lang
als zielsverwanten
elkaars hartenklop weet
en het waagt te leven van
aangezicht tot aangezicht
het verlangen
naar nog meer tijd samen
in elkaars ogen zienderogen
ziet toenemen
tussen verleiding
Doorheen de seizoenen

Uitgegeven bij Write History
zie boekenwinkel www.writehistory.be
Doorheen de seizoenen
De Streekkrant