weemoed gaf me
een stuk krant
in handen
vergeeld
door de jaren heen
niet de winst
of ’t verlies
maar de kleine
kanttekening ernaast
die ik me herinnerde
onuitgesproken zweemzoet
doorheen een leven lang
vertederden
nog steeds
mijn hart

weemoed gaf me
een stuk krant
in handen
vergeeld
door de jaren heen
niet de winst
of ’t verlies
maar de kleine
kanttekening ernaast
die ik me herinnerde
onuitgesproken zweemzoet
doorheen een leven lang
vertederden
nog steeds
mijn hart
in ronde oneindigheid
na speelse
vlokkenweelde
lentebloesems
die ons omvloeien
het zomers
proeven
zullen wij
in ronde oneindigheid
zelfs verweerd
gehavend door het licht
blijven ontdekken
hoe waardevol het leven is
broze intensiteit

toen overwaaiende
lichte wolkensluiers
ons toelieten
te genieten
van broze intensiteit
voelden wij ons
werkelijk bevrijd
van diep
verduikte somberheid
zo eigen aan
verwinterde eenzaamheid
enkel met mijn schaduwwanneer ik
deze morgen
eenig
de deur opendeed
glipte hij
langs me heen
mee naar buiten
in tegenstelling
tot mijn spiegelbeeld
dat binnenbleef
het ervaren
van alledag
weigerde
na te volgen
samen
lang uitgestrekt
naast het beleefde
lig ik stil te verlangen
naar handen
die me rondtastend zoeken
om geborgenheid te geven
wanneer de nacht
ons donker
onderdompelt
na de hel de hemel
zie hoe zij zich
in eindeloze deining
wenden en keren
naar vrijheid
tot het web
dat hen in grijze
mijmering vasthoudt
losscheurt
als lichte wolkenvlucht
na de hel
hun hemel
gaan ontdekken
wanneer ik verder kijk
tussenin waarheid en werkelijkheid
des duivels
om bij elke ademstoot
in de spots van bestaan
lichtheid mee te dragen
tot ik voorbij
de drukte raak
met kleur op mijn wangen
tussenin
waarheid en werkelijkheid
rustig ga zitten
de knotwilg

hoe fel
spreekt de wilg
lente
wanneer hij zelfs
na ’t snoeien
zijn groei laat zien
door ’t jonge gebroed
dat in zijn knoest
neerstrijkt
ploeterende gedachtengang

adem mijn kreten
neem me teder
laat me innemende
geborgenheid weten
zacht ogend kijken
naar de storm van leven
in de weelde van ‘t minnen
mezelf terugvinden
gelukkig wezen
elke veertiende
van de tweede maand
blijf ik
in verkenning van mezelf
even voor de spiegel stilstaan
om daarna
ondanks het ontdekken
van een rimpeltje meer
volmaakt gelukkig
verder te gaan
met nu te leven
en hoe
tussen fantasie en werkelijkheid

toen ik
bij de aanblik
van uitgestrektheid
op de stilte stootte
ging ik ergens
tussen fantasie en werkelijkheid
mijn kijk
op de wereld herzien
in zichzelf

In hun kennen
van aarde
en hemel
staan ze
in zichzelf reeds
groot te wezen
nog voor het
bloesemende
wit
hen naar
welig sappige
volmaaktheid draagt
komen er nieuwe dagen


in de volheid van zomers leven
toen zij tijdens herfst
dor en broos wegkwijnden
dacht ik
de wereld donker
wist ik veel
dat verborgen in de schaduw
kracht diepgeworteld
zijn tijd wachtte
om in volheid
van zomers leven ons
in een telkens anders beleven
zijn eindeloze rijkdom te geven
verbloemd

de zachtheid
van warm verlangen
zit zo diep
verbloemd
in haar hart
dat het nooit
de dag zal vinden
oorsprong

nu reeds ligt oorsprong
diep onder de aarde
in zichzelf besloten
zwaar te ademen
omdat er weldra leven
schoorvoetend traag
als gebarsten ziel
uit vergetelheid zal kiemen
tussen hemel en aarde
in uitdagend groen
tot sterk gewortelde bloem
zal voortbewegen
in feeërieke schijn

het grillige dat
zwarte schaduwen
tegen de grijze lucht tekent
lokt de avond
in de hoop
dat het licht van de maan
met wolkjes koude adem
de hemel openbreekt
omdat het liever
in feeërieke schijn
het nabije
wil opwachten
1 reactie op dit bericht
Doorheen
kom je ook hier doorheen