Archief
meidoornhagen

het is mooi geweest


ik had de wereld kunnen zien
mijn reisgierig hart volgen
maar bleef dichtbij de plaats
waar mijn grootouders enkel
oog voor elkaar en omgeving
veel mooie dagen beleefden
om vanuit een diep onrustige zee
bladzijden vol te schrijven
over zeldzaam volmaakte bloesems
rijke zomeroogsten
herfstig rood
mijn witte winternood
niet bang van de dood
met mijn rug tegen de oude berk
met één enkele regel
het einde van een mensenleven
zal opschrijven
“het is mooi geweest”
voorgoed samen
in een oneindige zee van spijt
gebaren golven de pijn van het kwijtgeraakte
tot ze op het strand worden geworpen
in een tijdskoestering
rouw rust brengt
voorgoed samen
enige tegenwoordigheid
adem mijn hoofd leeg
tot ik met lichaam en geest
jou mijn glimlach
van vertrouwen geef
meega in een waarheid
vol avontuur
waar passie liefde spreekt
die me leert
van mezelf te houden
zoals jij van mij
enige tegenwoordigheid
een levensverhaal
bibliotheek van Herzele
de deur stond open
een warm thuiskomen
toen ik op zoek ging
naar haar waarheid
boeken vol regels
stille fragmenten
hebben me geholpen
voel daadwerkelijk
uit te dragen
jaren later
mijn bundeltjes
een feit tussen
andere poëzie
erkentelijkheid
als eindeloze lente
terwijl ze toezien
hoe alles komt
even blijft
weer verdwijnt
wortelen ze
zich in elkaar
doorgronden de diepte op
zoek naar onwankelbaarheid
de kracht van hun gehechtheid
met bloei in de kruinen
als eindeloze lente te verwoorden
een laatste vlinder
de trambaan
waar ooit de paardentram dagdagelijks
met onafgebroken sjokkend ritme
mensen van Herzele naar hun werk in Gent
placht te brengen lijkt haastigheid voorbij
ontdekken wij er een heel jaar mooiigheid van bestaan
een bedding vol bloeiende meidoorns
die lente verspreidt harten lichter maakt
zoetgeurende vlierstuiken die ons in een hoogtij
golvende beweging naar zomer meenemen
waar trillende klaprozen, duizendschoon
en korenbloemen passie doen oplaaien
een maand later struiken hondsrozen
wandelaars een kleurrijke herfst
met dwarrelende bladeren beloven
totdat rijen knotwilgen met
obscure schaduwen met de wind mee
over hun rijk verleden verhalen
tot winterslaap ons inhaalt

