terecht

terecht
ingelijfd
jij dondersteen
kruip in mijn armen
ik krimp je inéén
tot een vonkje warmte
dat mijn hart wild laat slaan
beginsel
met de zachte hartenklop
van het alleen zijn
durft ze stilte beleven
vandaag als
gisteren en morgen
bloeit zich
zwijgend open
op zoek naar een gerucht
ergens tussen
land en lucht
een enig belevingsmoment
een rooskleurige toekomst
tot zeisen zingen
onwaarschijnlijkheid
teveel hemel

het teveel hemel
in de stilte
vraagt ’t groene
te zingen
met kracht
van herinneringen
waar bloei en weelde
zit verweven
je zee
windstille dagen
me terdege
bewust van het lege
in ’t rimpelende
zal ik
de windstille dagen
golvend breken
ten volle
de draagkracht van
’t bewegen beleven